Art. 42.

Waar in een kerk meer predikanten zijn dan één, zullen ook zij, die niet volgens het voorgaande artikel afgevaardigd zijn, in de classe mogen verschijnen en adviserende stem hebben.

Omdat de kerkeraden zich op de classicale vergaderingen laten vertegenwoordigen door hun afgevaardigden, kunnen bijzondere leden van die kerkeraden niet als leden van de classis worden aangemerkt.
Daarom is het onjuist om ook andere dan afgevaardigde ambtsdragers stemrecht toe te kennen, ofschoon dit vroeger meermalen gebeurde.
Wel is het gewenst dat de classicale vergaderingen van het advies van alle predikanten in hun ressort gebruik maken.

“Hoewel alle dienaars dier classe, als ook alle ouderlingen der plaats waar de vergadering gehouden wordt, in de classe mogen komen, zo zullen nochtans niet meer dan twee van de kerkeraad daartoe verkoren uit een iegelijke gemeente keurstemmen hebben” (Dordrecht 1578).

“Of andere dienaren en ouderlingen dan de afgezondene op de classe mogen verschijnen?
Antwoord: Ja; en wanneer zij gevraagd worden, zullen zij mogen advies geven, doch geen stem hebben” (Middelburg 1581).

|162|

“Ofschoon meer dienaren in die plaats waar de synode maar één dienaar en één ouderling, daartoe door de kerkeraad wettelijk benoemd zijnde, stem hebben naar luid der synodale acten. Intussen wordt den anderen toegelaten dezelve bij te wonen” (Kampen 1596).

“Aangaande degenen, die ’t recht van keurstemmen mogen hebben in de classikale vergaderingen, heeft de synode verklaard — dewijl daarvan klaarlijk werd vastgesteld ... dat uit elke kerk een dienaar en een ouderling met credentie gezonden zullen worden en stemmen hebben op de classikale vergadering, waaruit dan volgt, dat de classis niet gehouden is meer personen met stemmen toe te laten —, dat zodanige ordonnantie behoort gevolgd te worden, hoewel meeer andere dienaren en ouderlingen in de classe waaronder zij sorteren, mede wel mogen verschijnen …
Waarbij toch deze vergadering verder verklaart, als een zaak niet strijdende tegen de voorszeide ordonnantie, dat het goed is, dat alle dienaars zoveel doenlijk is in de classen verschijnen om in zware zaken de kerk met goed advies en raad te helpen bouwen, 1) als ook dat niemand tegen spreekt, meerder getal van dienaars en ouderlingen uit een kerk keurstemmen toe te laten, zo dikwijls hen zulks oorbaar dunken zal, altoos het oog hebbende op de vrede en de meeste stichting der gemeente” (Schiedam 1602).

1) De volgende zinsnede, hoe voorzichtig ook gesteld, is principieel onjuist, omdat ze het karakter van de classis als vergadering van kerken aantast.


Bos, F.L. (1950)


COMMENTAAR OP
Kerkorde GKN (1905) Art. 42
Kerkorde GKN (1933) Art. 42