06/01A-S

Bezwaar tegen het besluit van de generale synode tot het aanvaarden van het rapport ‘Om de eenheid en de heelheid van de kerk’ als verwoording van de visie van de NHK op haar niet te verbreken eenheid en haar inspanning om deze eenheid te bewaren.

3. Het bezwaar behelst o.m. bezwaren tegen de voortzetting van de SoW-proces, tegen ‘fusiedwang’ voor de gemeenten, tegen de wijze van totstandkoming van het besluit, tegen de visie op de aard en structuur van de kerk, tegen het verschil in grondslag van het belijden tussen de NHK en de verenigde kerk en tegen het rapport dat onvoldoende pastoraal is.

5.2 Kader: de generale commissie neemt als uitgangspunt dat aan de generale synode, als het vertegenwoordigende lichaam voor de gehele kerk, binnen de grenzen van de kerkorde een grote mate van vrijheid van uitleg van de kerkorde toekomt. Toetsing door de generale commissie geschiedt in beginsel naar de maatstaf of de bestreden uitleg kennelijk in strijd is met inhoud, strekking en geest van de kerkorde.

5.5 Voor zover de bezwaren zich richten tegen het SoW-proces zijn ze niet ontvankelijk: die gaan het bestreden rapport en het bestreden besluit te buiten.

5.6 De besluitvorming getuigt van voldoende zorgvuldigheid: het besluit is eerst na ampele discussie genomen, waarbij ook bezwaarden ruimte is geboden hun standpunt naar voren te brengen.

5.7 De generale commissie verenigt zich met de conclusie van het rapport over de kerkordelijke presbyteriaal-synodale structuur van de kerk en de vraag of een hervormde gemeente  uit het verband van de kerk kan treden. De commissie KOA heeft daarin een juiste uitleg van de kerkorde gegeven: de hervormde gemeenten maken naar inhoud, strekking en geest een onlosmakelijk deel uit van de NHK en kunnen niet besluiten uit het verband van de NHK te treden of daaraan uitvoering geven.

5.8 Ook wat het rapport zegt over de burgerrechtelijke aspecten van de verhouding van kerk en gemeenten is juist. De rechtspersoonlijkheid van de hervormde gemeenten kan niet los worden gezien van het verband van de kerk: haar zelfstandigheid kennen ze als onderdelen van de NHK en als zodanig bezitten ze rechtspersoonlijkheid (art. 2:2 BW). De kerkorde kent geen regels tot een splitsing welke neerkomt op afscheiding, ze verzet zich tegen toepassing van de wettelijke regeling aangaande splitsing van rechtspersonen zodat daaraan geen argument kan worden ontleend voor het aannemen van een recht op afscheiding.

5.9 De generale commissie onderschrijft de stelling dat het uitreden van (een groot aantal) gemeenteleden geen rechtsgevolgen heeft voor het vermogen van de betrokken hervormde gemeente. Zij blijft in alle opzichten gerechtigd tot haar vermogen en de uitgetreden gemeenteleden kunnen daarop geen aanspraak maken.

5.10 De commissie KOA heeft terecht beklemtoond dat art. 2:8 BW (‘redelijkheid en billijkheid’) ingevolge art. 2:2 BW tweede lid niet van toepassing is op de verhoudingen binnen de kerk.

5.12v De argumenten in het rapport zijn in genen dele strijdig met het gereformeerde belijden als grondslag voor de structuur van de kerk. Ten opzichte van het belijden zal zich na de vereniging niet een zodanige wijziging voordoen dat gemeenten niet de vrijheid zouden hebben als hervormde gemeente te leven bij het bij uitstek gereformeerde belijden. Daarmee is in het SoW-proces uitdrukkelijk rekening gehouden.

5.15 Dat in het belijden van de verenigde kerk ruimte is geschapen voor belijdenisdocumenten van de Lutherse traditie is niet in strijd te achten met de kerkorde. Daarbij wordt o.m. gewezen op de gemeenschap tussen de NHK en de ELK (in hoofdstuk II van ord. 20).

5.16 De NHK kent in haar geschiedenis een grote mate van verscheidenheid in belijden, geloofsbeleving en kerkelijke praktijk, zulks binnen de ruimte die art. X biedt. Deze wordt telkens actueel waar de kerk uitdrukking geeft aan de voortgang van het belijden. Deze verscheidenheid wordt erkend in het bestaan van richtingen, modaliteiten en stromingen (met daarbinnen ook opvallende verschillen). Deze alle  - ook die van de bezwaarden - hebben een plaats in de kerk en de gemeenten, in de NHK en ook in de verenigde kerk.

5.17 Dit karakter van “eenheid in verscheidenheid” van de NHK brengt mee dat geen richting, modaliteit of stroming exclusiviteit kan opeisen. Art. X spreekt niet van gehoorzaamheid aan maar gemeenschap met de belijdenis der vaderen. De NHK heeft zichzelf steeds verstaan als gestalte van de algemene (katholieke) kerk, waarin ruimte is voor verscheidenheid. De generale synode hoefde met de exclusiviteit van één richting bij haar besluit geen rekening te houden.

5.19 Het bestreden besluit is zorgvuldig tot stand gekomen en niet in strijd met inhoud, strekking of geest van de kerkorde.