08/99

De kerkenraad heeft besloten mevr. X uit te sluiten van deelneming aan het Heilig Avondmaal en geweigerd haar huwelijk te bevestigen en in te zegenen in een kerkdienst der gemeente. Aan deze besluiten lag ten grondslag de stelling van de kerkenraad dat de handelwijze van mevr. X. - door niet de door de kerkenraad voorgestane weg van verzoening te volgen - niet juist is geweest en dat zonder enige schuldbelijdenis van haar zijde de door haar (tweede) huwelijk ontstane nieuwe situatie zodanig zwaar moet worden gewogen dat de kerkenraad op grond daarvan tot deze besluiten kon komen.

De generale commissie is evenals de provinciale commissie van oordeel dat de handelwijze van de kerkenraad het karakter draagt van het toepassen van een tuchtmaatregel. Reeds omdat de procedure van ord. 11-7 niet is gevolgd kan het besluit om haar van het Avondmaal af te houden geen stand houden.

Met de provinciale commissie is de generale commissie van oordeel dat mevr. X. geen verwijt treft voor het mislukken van haar (eerste) huwelijk en dat de door de kerkenraad gehanteerde (algemene) regel bij het al dan niet inzegenen van een tweede huwelijk niet op de kerkorde is gebaseerd. In zijn algemeenheid vormt een echtscheiding binnen het geheel van de NHK geen beletsel om over te gaan tot bevestiging en inzegening van een volgend huwelijk.

Voor zover de kerkenraad het bezwaar tegen de weigering het huwelijk in te zegenen heeft gebaseerd op de voorwaarde dat zij voor het niet volgen van de weg der verzoening eerst schuldbelijdenis zal moeten doen, alvorens haar huwelijk kan worden bevestigd en ingezegend heeft de kerkenraad zijn bevoegdheid op onjuiste gronden gehanteerd.

De generale commissie bevestigt de bestreden beslissing waarin de besluiten van de kerkenraad werden vernietigd.