01/92

Bezwaar tegen een besluit van de kerkenraad om de indeling van de gemeente in geografische kerngemeenten te beëindigen en een kerngemeente op te heffen.

Het bezwaar is niet toegewezen: de gemeente beschikte inmiddels over niet meer dan één predikantsplaats, de verplichting tot indeling in wijkgemeenten was daarmee vervallen. De goedkeuring van het breed moderamen van de classicale vergadering (ord. 2-13-2) was daarmee niet langer vereist. De kerkenraad was bevoegd te besluiten (op voorstel van de kerngemeente-raad) tot vervroegde opheffing van de kerngemeente, vooruitlopend op aanpassingen van de plaatselijke regeling aan de nieuwe structuur.