181

|181|

F. De Gereformeerde Kerken in Nederland (‘vrijgemaakt’)

Drs. D. Deddens

 

Op 11 aug. 1944 werd in Den Haag een landelijke samenkomst gehou­den van gereformeerde ambtsdragers en kerkleden die op grond van art. 31 van de Kerkorde de leeruitspraken van 1942 (door de generale synode van 1943 met de meest volstrekte binding gehandhaafd) en de daaruit voortgevloeide tuchtmaatregelen niet ‘voor vast en bon­dig’ konden houden. Voorgelezen en besproken werd een Acte van Vrijmaking of Wederkeer waarvan men plaatselijk gebruik kon ma­ken. Zij vormde een breed en krachtig appèl van kerkleden op hun kerkeraad om de genoemde leeruitspraken en tuchtmaattregelen te verwerpen en aldus de eenheid van de plaatselijke kerk en van het kerkverband te bewaren. Met geringe wijziging van de tekst kon een ‘vrijgemaakte’ kerkeraad in zijn classis tot dezelfde daden oproepen. De zich vrijmakende kerken (die plaatselijk de naam ‘De Gerefor­meerde Kerk te ...’ en gezamenlijk de naam ‘De Gereformeerde Ker­ken in Nederland’ bleven voeren) bleven bij de Kerkorde die bij de Vereniging van 1892 werd aanvaard en in 1905 werd gewijzigd. In 1978 kwam een redactionele en taalkundige vernieuwing tot stand, die echter de oude structuur en indeling volledig onaangetast liet. In het kerkrecht van deze kerken worden hoofdstellingen van het zgn. Doleantiekerkrecht gevindiceerd. De kerkorde in de redactie van 1978 is onder handbereik van alle kerkleden, daar zij is opgenomen in het Gereformeerd Kerkboek (Haarlem 1986). Een losbladige uitgave, met synodale bepalingen sedert 1892, werd en wordt verzorgd door Ds. H. Bouma (Groningen 1983).