Indien binnen den bepaalden tijd geene bezwaren zijn ingekomen,
worden de benoemden in eene gewone godsdienstoefening, binnen
ééne maand na de eerste afkondiging bevestigd. 1)
Zijn er bezwaren ingediend, welke door het bevoegde Bestuur
ongegrond zijn geoordeeld, dan heeft de bevestiging plaats in de
eerste gewone godsdienstoefening, nadat de uitspraak des Bestuurs
door den Kerkeraad ontvangen en aan de gemeente medegedeeld is.
2)
In geval de bezwaren geldende zijn verklaard, wordt tot eene
nieuwe benoeming niet overgegaan, vóórdat de termijnen om te
komen in hooger beroep zijn verstreken of anders de einduitspraak
is gedaan. 3)
1) De eerste alinea is tegelijk met art. 8 op
15 Jan. 1905 gewijzigd. Vroeger moest de bevestiging plaats
hebben op den Zondag na de laatste afkondiging, en sinds 1 Jan.
1898 „in eene gewone godsdienstoefening binnen acht dagen na de
laatste afkondiging”.
2) Een voorstel om in art. 10 al. 2 het woord
„uitspraak” te veranderen in het woord „beslissing” werd door de
Synode van 1937 verworpen. (Hand. 1937 bl. 94-99;
124-126).
|61|
3) Hier dient wel te worden onderscheiden tusschen bezwaren tegen den benoemde en bezwaren tegen de benoeming, welke laatste kunnen leiden tot een geschil, als bedoeld in art. 70. Regl. K. O. en T.