Bijzondere overgangsbepalingen.

 

Ordinantie 15.

No.
294

Zij, die op 30 April 1951 bij een diaconie als gezinsverzorgster in dienst zijn, worden geacht, met behoud van de bij haar aanstelling toegekende financiële aanspraken, naar ordinantie 15-6-1 te zijn aangesteld en ontvangen, voorzover zij niet tijdelijk of op proef zijn benoemd, alsdan een aanstelling als bedoeld in ordinantie 15-6-2.