Bijlage 30

(bij art. 25 K.O.)

 

Instructie voor de penningmeester van de Gereformeerde Missiologische Opleiding van de gereformeerde kerken in Nederland

 

a. De penningmeester is jegens het college van deputaten-curatoren verantwoording schuldig voor het beheer van de geldmiddelen van de GMO.
b. Hij is belast met de tijdige inning van de bijdragen van de zendende kerken en van de vereniging De Verre Naasten en alle andere aan de GMO toekomende gelden, voorzover van toepassing overeenkomstig de door het college vastgestelde bedragen.
c. Hij is belast met het doen van betalingen, met inachtneming van de door het college vastgestelde regels en in overeenstemming van de daartoe vastgestelde bedragen.
d. Hij houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven. Hij draagt er zorg voor, dat telkens vóór 1 maart de jaarrekening over het vorige boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, aan het college wordt aangeboden. Hij is gehouden de hiervoor door het college gegeven regels in ach te nemen.
e. Hij stelt jaarlijks vóór 1 november een concept-begroting op voor het komende jaar, welke ter vaststelling aan het college wordt aangeboden.
f. Hij draagt er zorg voor, dat de overtollige geldmiddelen verantwoord, rentegevend worden belegd.
g. Hij draagt zorg voor tijdige en correcte afwikkeling van de financiële zaken met betrekking tot de studiecongressen.
h. Hij is te allen tijde verplicht aan het college, c.q. aan hen die daartoe door het college worden aangewezen, inzage te verlenen in de boeken en bescheiden en hun alle gewenste informatie te verschaffen.

(Spakenburg-Noord 1987, art. 84)