Artikel 2

Drie ambten

Er zijn drie ambten te onderscheiden: het ambt van dienaar des Woords, van ouderling en van diaken. Sommige predikanten zullen afgezonderd worden voor de opleiding tot de dienst des Woords, andere voor het zendingswerk.

 

Kerkelijk werkers

(De synode) besluit uit te spreken dat het gewenst is dat er op generaal niveau een gezamenlijke bezinning op gang komt op de verhouding tussen de ambten in de gemeente alsmede roeping en taken van gemeenteleden enerzijds en het functioneren van professionele kerkelijk werkers anderzijds. 

en dat het gewenst is dat er op korte termijn handreikingen komen voor kerkenraden die besloten hebben of besluiten tot de aanstelling van kerkelijk werkers.

en deputaten Kerkrecht en kerkorde op te dragen:
a. allereerst in overleg met deputaten Dienst en recht voor de toekomst verdere bezinning te (laten) doen en beleid te ontwikkelen ten aanzien van de vragen rond de verhouding van kerkelijk werkers en ambtsdragers;
b. als de in a. genoemde bezinning daartoe aanleiding geeft, op basis van de in hoofdstuk 12.1 in het rapport van deputaten Kerkrecht en kerkorde genoemde aandachtspunten bij het aanstellen van een kerkelijk werker, handreikingen op te stellen voor de plaatselijke kerken. Bij de formulering ervan dienen deputaten rekening te houden met en aan te sluiten bij de diverse situaties die in de kerken voorkomen;
c. de volgende generale synode te dienen met een voorstel ten aanzien van wat als generaal-synodale regelgeving in dezen zou moeten worden aanvaard;
d. vanuit zijn deskundigheid te adviseren met betrekking tot vragen die vanuit de praktijk aan deputaten worden voorgelegd;
e. als kerkelijk aanspreekpunt te fungeren voor overleg met instellingen waar de opleiding tot kerkelijk werker plaatsvindt.

(Zuidhorn 2002, art. 44)