Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
74.1

De voorzitter — en bij zijn afwezigheid of verhindering de vice-voorzitter of waarnemend-voorzitter — is bevoegd, een buitengewone vergadering te doen plaats vinden. Hij is daartoe verplicht, indien ten minste een derde van het aantal kerkeraadsleden zulks met opgave van redenen verlangt.