[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[14.]

Porro crimina quae in Ministris tolerari nequaquàm debent ea fere sunt istiusmodi. Haeresis. Schisma. Manifestus ordinis ecclesiastici contemptus. Blasphemia manifesta et animaduersione ciuili digna. Simonia. Inhonestus ambitus ad alterius locum inuadendum. Desertio sui muneris suaeque ecclesiae sine legitimo consensu ac vocatione. Crimen falsi. Periurium. Scortatio. Furtum. Ebriositas. Vis armata omnisque vis correctione ciuili digna. Foenus illicitum. Alea, coeterique ludi inhonesti ac legibus interdicti. Manifesta affectatio tyrannidis in ecclesiam et Collegas. Coeteraque alia eiusmodi quae vel inurunt infamiam, vel separationem ab ecclesia in aliis merentur.

= Misdaden die bij dienaren zeker niet te dulden zijn, zijn bijvoorbeeld: ketterij, scheurmakerij, openlijke verachting van de kerkelijke orde, openlijke godslastering die ook de burgerlijke straf verdient, simonie, onbetamelijke pogingen om zich in een andere plaats in te dringen, verlating van zijn dienst en zijn kerk zonder wettige toestemming of roeping, vervalsing, meineed, hoererij, diefstal, dronkenschap, wapengeweld en alle geweld dat burgerlijk strafwaardig is, ongeoorloofde woeker, dobbelspel en andere onbetamelijke en door de wet verboden spelen, openlijke heerszucht over de kerk en over collega's, en alle overige dergelijke misdaden, die iemand te schande maken of bij anderen de afsnijding van de kerk zouden verdienen.