7

|7|

Inleiding

 

Nu de datum nadert waarop het vijftig jaar geleden is dat de nieuwe kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk werd ingevoerd (1 mei 1951), die al weer op het punt staat door de Samen op Weg-kerkorde te worden vervangen, is er alle reden om in een kritische terugblik de vraag te stellen: wat is het geestelijk elan geweest waardoor de kerk na anderhalve eeuw opnieuw een presbyteriale orde heeft aanvaard en wat is er van de idealen die de opsteller en de synodeleden toen bezielden, sindsdien terechtgekomen? Een team van scribenten bleek tot medewerking bereid en zo kon deze bundel tot stand komen. Hoewel niet allen de gehele periode persoonlijk hebben meebeleefd, schrijven zij ieder uit een grote mate van betrokkenheid en hebben zij jarenlang hun eigen ervaringen opgedaan in het kerkelijke leven. Wat hen samenbindt, is de liefde voor de kerk en de zorg hoe het de kerk in de toekomst zal vergaan.

Er is bewust gekozen voor een breed forum van scribenten. Als u de lijst van namen ziet, kan de gedachte opkomen van ‘bien étonné de se trouver ensemble’. Dat geldt mogelijk nog sterker als de bijdragen gelezen zijn. Maar juist dat lijkt ons de waarde van de wijze van kerk-zijn zoals die in de Nederlandse Hervormde Kerk gestalte gekregen heeft. U zult in de bundel stemmen horen die een hoge mate van congenialiteit hebben met de kerkorde, naast schrijver die van meet af aan kritisch hebben gestaan tegen de daarin geformuleerde idealen. Er zijn precieze academische analyses en persoonlijke reacties. Er is tevredenheid en teleurstelling, instemming en protest. En waar in de bijdragen een perspectief voor de toekomst aanlicht, is dat al even divers. Het is onze hoop dat juist zo iets wordt weergegeven van de wijze waarop de kerkorde in deze vijftig jaar heeft gefunctioneerd in de kerk in al haar geledingen en in haar grote variatie aan meningen en wijze van betrokkenheid. Daarmee hopen we ook iets van een tijdsbeeld te schetsen om dat te bewaren voor de toekomst.

 

Wij danken de scribenten voor hun bereidwilligheid en spreken de wens uit, dat deze arbeid tot een hernieuwde bezinning aanleiding zal geven.

 

W. Balke
A. van de Beek
J.D.Th. Wassenaar