Hoofdstuk 4: Het vermaan en de tucht van de kerk

Artikel
66

De kerkelijke tucht zal naar het Woord van God en tot Zijn eer bediend worden. Zij heeft ten doel dat de zondaar met God, de gemeente en zijn naaste verzoend wordt en de gegeven aanstoot uit de gemeente van Christus wordt weggenomen.

Het vermaan en de tucht, welke door de kerkenraad geoefend worden, laten onaangetast de roeping die op alle leden der gemeente rust om op elkaar in broederlijke liefde toe te zien en zo nodig elkaar te vermanen en dit vermaan ter harte te nemen.

Aangezien de kerkelijke tucht geestelijk van aard is, ontslaat zij niet van de burgerlijke rechtspraak.