I. De ambten

Artikel
5

Voorbereiding op het ambt van predikant

5.1 Opleiding

Wie verlangt tot het ambt van predikant te worden toegelaten, volgt als voorbereiding een deugdelijke opleiding en dient de voor de uitoefening van dit ambt vereiste gaven te bezitten.

5.2 Preekbevoegdheid

Wie de opleiding voor het ambt van predikant volgt, kan bij de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding preekbevoegdheid aanvragen volgens de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken. De preekbevoegdheid is van kracht tot het einde van de opleiding.

5.3 Beroepbaarstelling

Wie de opleiding voor het ambt van predikant met goed gevolg heeft afgesloten en predikant wil worden, onderwerpt zich aan een onderzoek naar leer en leven en bekwaamheid tot het ambt. Dit onderzoek vindt plaats op de regiovergadering van de gemeente waar hij zijn prioschap vervult, volgens de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken. Wie met goed gevolg dit onderzoek heeft afgesloten, wordt voor de duur van twee jaren als kandidaat beroepbaar gesteld en verkrijgt daartoe preekbevoegdheid voor die termijn.

5.4 Bijzondere gaven tot het ambt van predikant

Wie verlangt tot het ambt van predikant te worden toegelaten zonder de daartoe vereiste opleiding te hebben gevolgd, dient — behalve de in 5.1 genoemde gaven — bijzondere gaven tot het ambt van predikant te bezitten. Hij onderwerpt zich daartoe aan een onderzoek naar leer en leven en bekwaamheid tot het ambt overeenkomstig de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken. Wie met goed gevolg het onderzoek voor de beroepbaarstelling heeft afgesloten, wordt voor de duur van twee jaren als kandidaat beroepbaar gesteld en verkrijgt daartoe preekbevoegdheid voor die termijn.

5.5 Zelfstandige preekbevoegdheid

Wie verlangt om voor te gaan in een kerkdienst buiten de eigen gemeente maar niet de opleiding tot het ambt van predikant volgt of geen predikant (meer) is, kan daartoe preekbevoegdheid aanvragen bij de regiovergadering van de gemeente waartoe hij behoort volgens de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken.