(Cap. I) Van den dienaren des Woordts, ouderlinghen ende diaconen

Artikel
15

15. De diaconen sullen alle weken ofte soo dicwils het noodich is bij malcanderen koemen om van hetghene dat haer ampt aengaet te beraetslaghen ende sullen alle maenden ofte andersins na de gheleghentheyt in het bijwesen des kerckenraets hare rekeninghe doen.14


14 De Staten van Holland en Zeeland meenden in 1576: Dewyle dan onse voorouders voor allerlei armen genoeghsaeme inkomsten hebben nagelaten, en ook betamelijke uitdeling der selver voorgeschreven, soo laet ons dan niet sonder weerdige bestraffinge haer goetvinden op deze saeke veranderen.
De kerken waren er op bedacht een eigen kerkelijke armverzorging te hebben.
De diakenen werden in eigenlijke zin niet tot de kerkeraad gerekend. Ze hadden van hun beleid verantwoording af te leggen aan de kerkeraad.