Art. 68.

De dienaars zullen alom des Zondags, ordinaarlijk in

|246|

de namiddagse predikatiën, de somma (d.i. hoofdsom) der christelijke leer, in de Catechismus, die tegenwoordig in de Nederlandse kerken aangenomen is, vervat, kort uitleggen, alzo dat dezelve, zoveel mogelijk 1) jaarlijks mag geëindigd worden, volgens de afdeling van de Catechismus zelve, daarop gemaakt.

1) De woorden „zoveel mogelijk” zijn in 1905 toegevoegd. Overigens is het artikel van 1586.

Ter wille van de zeer nodige en nuttige onderwijzing der kerk hebben de kerkelijke vergaderingen van den beginne op het houden van namiddagpredikatiën uit de Catechismus aangedrongen.

“Men zal zich bevlijtigen om de Heidelbergse Catechismus alom en in alle gemeenten in ’t werk te leggen en in de kerken te prediken” (Alkmaar 1573).

“Men zal de Heidelbergse Catechismus alleen openlijk leren.
Men zal ’s namiddags de predikatie van de Catechismus naar gewoonte onderhouden” (Dordrecht 1574).

“Hoewel het leren van de Catechismus op de preekstoel, op zulk een manier van vragen en antwoorden gesteld, op zichzelf geen bevel heeft in de Heilige Schrift, is nochtans het in de kerk hebben en leren van een soort catechismus, dat is van een samenvatting van de fundamenten der christelijke religie, een apostolisch gebruik, gelijk blijkt uit Hebr. 6: 1, en ten allen tijde in de kerk onderhouden, en heeft het zeer grote nuttigheid, waarom het in dat opzicht niet voor middelmatig behoort gehouden te worden” (Schoonhoven 1597).

“Alle predikanten, niet alleen in de steden maar ook op alle dorpen zullen ernstig en onder zware kerkelijke censuur worden belast, dat men op de zondagen des namiddags altijd catechismusprediking zal doen, waarin de Heidelbergse Catechismus, in onze kerken aangenomen, naar de orde verklaard wordt..., en dat deze namiddagpredikatiën om de weinigheid der toehoorders, die in sommige dorpen zoude mogen voorgewend worden, niet zullen mogen verzuimd of nagelaten worden, al is het dat de predikanten in ’t eerst voor weinige toehoorders, ja maar alleen voor hun gezinnen zouden moeten prediken, dewijl zonder twijfel, indien de herders met het voorbeeld van hun gezinnen voorgaan, en de anderen, bijzonder die de gereformeerde religie toegedaan

|247|

zijn, naarstig vermanen, mettertijd velen genoeg tot de predikatiën zullen komen” (Dordrecht 1618/19).

“Dringend nodig is het, in alle kerken de predikatie van de Catechismus te hervatten of voort te zetten. De kerkeraden hebben overeenkomstig de kerkenorde te zorgen, dat op elke zondag, des namiddags of des avonds, zo maar enigszins mogelijk, de stukken van onze religie naar de leiddraad van de Catechismus verhandeld worden” (Rotterdam 1887).

De catechismusprediking mag ook in combinatiën en vacante kerken niet verwaarloosd worden.

“De predikanten die twee kerken bedienen zullen naarstigheid doen, dat zij tenminste om de andere beurt na de middag catechismusprediking houden” (Dordrecht 1618/19).

“De catechismuspredikatie zal in geval van combinatie om beurten in de ene en in de andere kerk gedaan worden” (Edam 1619).

Verzuim van de catechismusprediking is censuurwaardig te achten.

“Opdat alle predikanten in dit stuk behoorlijk en naarstig hun ambt vervullen, zullen de visitatoren der kerken goede zorg dragen, indien ze enigen bevinden deze ordinantie der synode niet te gehoorzamen, deze aan de classe aan te geven, opdat hun nalatigheid door behoorlijke censuur ernstig bestraft worde.
Gelijk ook der kerkelijke censuur waardig geacht worden degenen die, belijdenis doende van de gereformeerde religie, de namiddagse predikatiën weigeren te bezoeken en hun gezinnen daartoe te brengen” (Dordrecht 1618/ 19).

Ook de catechismusprediking moet dienst des Woords zijn.

“De dienaars zullen zich na de middag houden aan de catechismus, alzo dat men niet de catechismusvragen, maar een tekst daartoe dienstig van de preekstoel voorleze” (Bolsward 1608).

“Waar het gevoegelijk geschieden kan, zal men voor de leer van de Catechismus enige teksten uit de Heilige Schrift voorlezen, die met de stof van de Catechismus overeenkomen” (Delft 1618).

|248|

“Eerst zal een geschikte tekst uit de Heilige Schrift, waarop vraag en antwoord passen, voorgelezen worden, en daarna pas de vraag en het antwoord die verklaard zullen worden” (Leiden 1619).

“In een der (zondagse) bijeenkomsten zal de Heidelbergse Catechismus worden verklaard voor de gemeente. Hij die in deze verklaring voorgaat, zal vooral zorg dragen, dat de overeenkomst van die Catechismus met Gods Woord duidelijk worde aangetoond, opdat de gemeente meer en meer lere verstaan dat onze belijdenis niet gebouwd is op menselijke redenering, maar op Gods getuigenis. Verder, dat de verhandelde waarheid dienstbaar gemaakt worde aan de praktijk der godzaligheid” (Huish. Regl. 1839).

Vanwege haar onderwijzend karakter behoort de catechismusprediking kort, duidelijk en eenvoudig te zijn.

“De herders zullen de catechismuspredikatiën op die wijze inrichten, dat zij zowel de kortheid betrachten en tegelijk ook de duidelijkheid, en kunnen tonen, dat zij rekening gehouden hebben niet slechts met de ouderen, maar ook met de onkundiger en tedere jeugd” (Acta Contracta, Dordrecht 1618/19).


Bos, F.L. (1950)


COMMENTAAR OP
Kerkorde GKN (1905) Art. 68
Kerkorde GKN (1933) Art. 68