Greijdanus, S.

Over hiërarchie

Genre: Literatuur, Bladartikel

Over hiërarchie

In zijne artikelen De drieërlei macht schrijft Prof. Dr H.H. Kuyper in „De Heraut” van 25 Dec. jl.: „En is het vaststellen van zulk een kerkenorde, die heel het kerkelijk leven regelt, en waaraan alle kerken gebonden zijn, dan niet een uitoefening van de regeermacht, die aan de meerdere vergaderingen toekomt. Een regeermacht, die niets met hiërarchie te maken heeft, omdat die Kerkenorde niet van boven af aan de kerken opgelegd is, maar door de kerken zelf in Synode samengekomen, wordt vastgesteld”.

Merkwaardige uitspraak in meer dan één opzicht.

Vooreerst omdat hiermede toegegeven wordt dat dus de overeenkomst der kerken, die vastgelegd wordt in de kerkenorde, de grondslag van de regeermacht der meerdere vergaderingen is.

Daarom hebben de meerdere vergaderingen zich ook aan die kerkenorde, zoolang zij niet gewijzigd is, in de uitoefening harer regeermacht te houden, zonder zich daarbuiten vrijheden te veroorloven naar dit of dat geval in vroeger tijden.

Maar merkwaardig is deze uitspraak vooral om de motiveering, waarom in dergelijk geval er niet van hiërarchie gesproken kan worden: omdat die kerkenorde niet van boven af aan de kerken opgelegd is, maar door de kerken zelf in Synode samengekomen, wordt vastgesteld.

Dus: de eenstemmige vaststelling sluit hiërarchie uit.

Hiërarchie zit dus niet in den aard van bepalingen, in de wijze van uitoefening van regeermacht, in de onderlinge ordening van ambtsdragers, maar in de wijze waarop eenig kerkelijk regeerstelsel in werking is gekomen. 

Welk stelsel van kerkregeering men ook aanvaarde, als het maar door de kerken in Synode samengekomen, is vastgesteld, dan is het deswege niet hiërarchisch.

Maar hoe nu in de vroege eeuwen het pauselijk stelsel van kerkregeering moge zijn opgekomen, thans, en reeds eeuwen, wordt dit stelsel dan toch wel door allen, die tot de Roomsche kerk behooren, gewild, ambtsdragers, en zooals men daar spreekt, „leeken”.

Dat pauselijke stelsel zal daarom ook moeilijk meer hiërarchisch genoemd mogen worden.

Natuurlijk zijn er in de Roomse kerk wel, die dit of dat wat anders wilden hebben. Maar waar zijn dezulken niet. Dat kan hier geene verandering van algemeene aanvaarding van, en instemming met, het pauselijk stelsel van kerkregeering, in de Roomsche kerk geven.

En bij de Hervormde Kerk is het stelsel van hare regeering wel door Koning Willem I opgelegd. Maar daarna als telkens en telkens weer door de machthebbers in die kerk aanvaard. Velen willen wel wat anders, het is zoo. Doch wanneer het er dan op aankomt, om eenige verandering in dat regeerstelsel te brengen, dan kiest toch de meerderheid telkens weer voor het bestaande, ook nog weer in het jaar 1938.

Met het oog daarop zal dan ook het Synodaal bestuur der Hervormde Kerk bezwaarlijk meer hiërarchisch genoemd kunnen worden.

 

De fout in de redeneering van het medegedeelde citaat is, dat voorbijgezien is, dat de kerk niet van menschen is, maar van Christus, en van Hem alleen. Hij stelt de ambten in, en bepaalt de macht dier ambten. En geen mensch heeft dienaangaande iets te bepalen, ook de kerken tezamen, in Synode samengekomen, niet. En elke regeling van de ambtsmacht, die aan haar meer macht, en hooger gezag, toekent, dan Christus er aan verbond, is hiërarchie, ook al is die regeling gemaakt door de kerken zelve in Synode samengekomen. Evenzoo is hiërarchie elke machtsoefening van eenig ambt, buiten de door Christus gestelde grenzen of perken.

De eenstemmigheid van alle kerken, de vaststelling door eene Synode, heeft hier niets te beteekenen. Het komt er maar alleen op aan, welke ambten Christus ingesteld heeft, en welke macht Hij aan die ambten verleend heeft. 

En elk gaan daarbuiten, om over de door Christus gestelde grenzen heen, en als boven de door Hem verleende maat, ambtsmacht uit te oefenen, door wien ook, of door welke meerdere vergadering, al is het ook door eene Synode, en al gebeurt het volgens eene door de kerken vastgestelde regeling, is hiërarchie, en daarom te verwerpen.

De vraag is niet: wat hebben menschen verordend.

Ook niet: hebben de kerken in Synode samengekomen het vastgesteld.

Maar dit is de vraag: is het overeenkomstig de instelling van Christus.

Dat geldt ook ten aanzien der meerdere vergaderingen.

Voor hoever heeft Christus die ingesteld of in Zijn Woord doen aanwijzen.

En welke macht heeft Hij aan haar gegeven.

Eene eigene, zelfstandige, van de kerken onafhankelijke, boven de kerkeraden staande, en autoritatief hun gebiedende, macht?

Zoo ja, laat men dit dan degelijk en duidelijk bewijzen uit de Heilige Schrift.

S. GREIJDANUS.