7-8

|7|

Ten geleide

 

Op 17 juni 1992 is het een eeuw geleden dat in Amsterdam de vereniging plaatsvond van de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland met de vierde voorlopige synode van de Nederduitse Gereformeerde Kerken. Ter herdenking van dit gebeuren, kortweg aangeduid als ‘de Vereniging van 1892’, ziet deze bundel opstellen het licht.

Hij sluit aan bij de twee eerdere bundels die in de nog recente herdenkingsjaren van de Afscheiding en van de Doleantie werden gepubliceerd onder de titel Afscheiding-Wederkeer (1984) en Doleantie-Wederkeer (1986). Deze titels werden in beide boeken door de redactie toegelicht. De Afscheiding heeft zich in haar eerste Acte nadrukkelijk als ‘wederkeer’ gepresenteerd. Deze heeft als titel meegekregen Acte van Afscheiding of Wederkeering. Ook de Doleantie stond in het teken van de ‘wederkeer’ en riep daartoe op. Beide bewegingen, gescheiden in de tijd en onderscheiden in meer dan één opzicht, zijn, omdat zij reformatorisch waren, als ‘wederkeer’ te typeren — terugkeer tot de Here en zijn Woord en dienst, terugkeer tot de belijdenis van de ‘aloude’ Gereformeerde Kerken in ons land, terugkeer ook tot de gereformeerde kerkregering en eredienst.

Deze ‘wederkeer’ heeft verenigd. Hij verenigde beide kerkengroepen al terstond. Reeds in 1887 schrijft S. van Velzen een ‘vader’ van de Afscheiding en docent te Kampen: „Menigmaal is mij gevraagd: Zullen wij Christelijke Gereformeerden en de Doleerenden vereenigd worden?” Hij vervolgt: „Als ik iemand zoo hoor vragen, denk ik: ik begrijp u niet, of gij begrijpt het werk des Heeren niet.” Hij somt op: de Christelijke Gereformeerden hebben de organisatie van 1816 verworpen, de dolerenden evenzo. De Christelijke Gereformeerden hebben verklaard dat zij de belijdenisschriften van de Gereformeerde Kerken als de uitdrukking van hun geloof erkennen; de dolerenden doen volkomen hetzelfde. De Christelijke Gereformeerden zijn teruggekeerd tot de kerkorde van Dordrecht 1619; zo ook de dolerenden.

„Wat wil men meer? De Christelijke Gereformeerden en de Doleerenden zijn vereenigd in alles, waarin de oprecht Gereformeerden in ons land vereenigd moeten zijn. Zij zijn vereenigd door een band des geloofs; een band, waardoor de Heere zelf zijn volk vereenigt. Hij heeft hen vereenigd. En als de Heere dit gedaan heeft en doet, is de vraag, zullen wij ons vereenigen? inderdaad, om niets meer te zeggen, voor een Christen geheel onbetamelijk.” 1

Zoals de schrijvers van de vorige bundels gemeenschappelijk hun dankbaarheid voor de kerkhistorische feiten van de Afscheiding en de Doleantie uitspraken, zo doen de schrijvers van deze bundel dat even hartelijk voor de

|8|

Vereniging. Zij zijn er dankbaar voor dat de terugkeer tot de Here en zijn Woord, tot de gereformeerde belijdenis en kerkorde déze vrucht heeft gedragen. Zij zin in de Vereniging het reformatorische ‘samen-op-weg’ van de vorige eeuw, waaraan vastgehouden mocht worden in de Vrijmaking van 1944 en de jaren daarna.

Deze bundel verschijnt onder het opnieuw 2 uitspreken van de hoop dat de gereformeerde belijders van de naam van Christus ook in onze eeuw én in de volgende zullen verstaan dat een ‘samen-op-weg’ zich tegenover Gods heilig Woord alleen laat legitimeren, wanneer er de wil is gemeenschappelijk vast te houden aan en weder te keren tot de door de kerk beleden leer van de heilige Schrift. De belijdenis van de Kerk der eeuwen. Waar déze eenheid gevonden wordt, dáár moge ook de heilige roeping worden verstaan én gehoorzaamd verenigd op weg te gaan naar de toekomst van die Here, die ons zegt: „Zie, Ik kom spoedig.”

De redactie is ook ditmaal grote dank verschuldigd aan ds. H. Bouma voor de illustratieve verzorging van dit boek en zijn overige veel-omvattende medewerking.

15 februari 1992

De redactie: D. Deddens
M. te Velde

 


1 S. van Velzen, De Vereeniging van alle Gereformeerden tegenover den afval van het geloof in Nederland, Leiden 1887, 67 v.
2 Vgl. Doleantie-Wederkeer, Haarlem 1986, 8.