2,21-23
01-02-2007

|21|

 

Over classis contracta en attesten

Enige tijd geleden (op vrijdag 4 augustus 2006) stond er in ons landelijk weekblad De Wekker een bericht te lezen, ongeveer 2/5 bladzijde groot, met een afwijkende steunkleur. Dat moest dus wel de aandacht trekken. ‘Aankondiging’, zo stond er met grote letters boven. Niemand kon er dus overheen kijken, of hij/zij moest De Wekker wel érg slordig lezen. Het bericht ging over een predikant die binnenkort intrede zou doen in een bepaalde gemeente (op 1 september namelijk). ‘Ter approbatie van de attesten dient vooraf Classis Contracta te worden gehouden’, zo luidde het bericht. En daartoe zou een bijeenkomst worden georganiseerd op 23 augustus 2006.

Dit bericht zorgde voor verschillende reacties, aan mijn adres. Dat was niet verbazend: om te beginnen was het bij mijn weten voor het eerst dat een dergelijke aankondiging op deze wijze, zo breed in De Wekker namelijk, te lezen was. Meestal komt er een eenvoudige brief bij de scriba van de classiskerken terecht. Nu lazen ook andere leden van de kerken deze woorden: classis contracta? Approbatie? Er zal een speciale reden voor deze procedure geweest zijn: het was immers vakantietijd, dus er was geen garantie dat een brief bij de scriba op tijd gelezen zou worden. Er was nog iets anders: de data van 23 augustus (approbatie van de attesten) en 1 september (intrede van de predikant) lagen wel érg dicht bij elkaar… Dat riep de gedachte bij sommigen op: kan er dan nog iets fout gaan? Reden om, ook voor ambtsdragers die Ambtelijk Contact lezen die dus iets meer zullen weten van de betekenis van de woorden en de procedures dan het gemiddelde kerklid, iets over de achtergrond van deze kerkelijke rite te schrijven.

 

De betekenis

De woorden ‘classis contracta’ vindt u in de kerkorde, bij art. 5. In de verklarende woordenlijst achterin dat boekje (uitgave 1999 blz. 195) staat: classis contracta is een vergadering van twee door de classis aangewezen kerkenraden, met een verwijzing naar art. 5 K.O. Daar gaat het over de procedure die moet worden gevolgd wanneer een predikant een beroep naar een andere gemeente heeft aangenomen. Zijn kerkenraad en twee door de classis aangewezen kerkenraden moeten dan met elkaar in contact treden om te bezien of de betrokken predikant ‘met een schone lei’ kan vertrekken. Iedere classis wijst daartoe twee kerkenraden aan; u vindt ze in het jaarboek van onze kerken, telkens bij de gegevens van iedere classis. In de classis Dordrecht bijvoorbeeld zijn de kerkenraden van Dordrecht-Centrum en van Dordrecht-Zuid aangewezen om de classis contracta te vormen (jaarboek 2006, blz. 132).

Deze gang van zaken heeft een principiële en een praktische kant. Een principiële: altijd komt de classis er aan te pas, wanneer er met een predikant iets belangrijks gebeurt: toelating tot de ambtelijke dienst (uitreiking van de lastbrief), afscheid van of intrede in een gemeente, emeritaat, losmaking of afzetting. Er zijn zaken die door de volledige classis moeten worden behandeld; geen classis zal bijvoorbeeld een mogelijke losmaking van een dienaar van het Woord aan twee kerkenraden overlaten. Dat is principieel. Maar we zijn in de kerken ook praktisch: wanneer een predikant een beroep aanneemt, mag er meestal verwacht

|22|

worden dat het door de kerkenraad uitgeschreven attest (bewijs van goed gedrag) geen zaken zal bevatten waarover de classis inhoudelijk moet spreken. Er zijn zelfs keurige modellen voor gemaakt: zie de uitgave van de kerkorde 1999, bijlage 42. Daarom vinden we het in de kerken niet nodig om, als een predikant tussen twee gewone classisvergaderingen door afscheid neemt en/of intrede doet in een nieuwe gemeente, daarvoor de classis als geheel bijeen te roepen. We volstaan met twee kerkenraden; die stellen een datum vast voor de classis contracta, daar zullen de attesten worden gecontroleerd. Alle kerkenraden krijgen van deze datum bericht (zoals gezegd: meestal per brief), en als men niet komt, stemt men per consequentie in met de handelingen die de twee kerkenraden zullen verrichten namens de classis. En normaal gesproken komt er verder dan ook niemand…

 

Speciale situaties

Ik schreef: meestal zijn er geen problemen te verwachten. Soms namelijk toch wel. Het kan gebeuren dat een predikant een beroep krijgt van een gemeente, en dat beroep ook aanneemt, terwijl achter gesloten deuren zijn classis te maken heeft gekregen met vragen over zijn ambtelijke dienst in de gemeente waaraan hij op dat moment verbonden is. Het spreekt vanzelf dat in een dergelijke (gelukkig uitzonderlijke) situatie niet met de classis contracta kan worden volstaan. De classis zal zich moeten beraden over de vraag of een attest met de normale bewoordingen kan worden uitgeschreven, of dat eerst nog verder onderzoek moet plaatsvinden. Daarom is een bewijs van goed gedrag voor een predikant altijd toch een bijzonder document; ik vind het persoonlijk zelfs altijd een beetje ontroerend, wanneer je het mag ontvangen.

Er is nóg een speciale situatie. Het is in onze kerken wel eens voorgekomen dat de ene classis de attesten afgaf van een vertrekkend predikant, terwijl vervolgens de ‘ontvangende’ classis die attesten niet voetstoots wilde aanvaarden (of approberen, zoals de officiële kerkelijke term daarvoor is). Dan ontstaat een heel verdrietige situatie. Het gaat dan over de predikant (over de manier waarop hij de dienst verricht, of over principiële achtergronden daarbij), maar er is meer aan de hand: er dreigt dan ook iets van een kerkelijke breuk. Dat laat zich denken: als de ene classis binnen de kerken meent dat een bewijs van goed gedrag kan worden afgegeven, terwijl de andere classis daar zo geen genoegen mee kan nemen, is er kerkelijk iets ernstigs aan de hand. Gelukkig is een dergelijke situatie heel uitzonderlijk, maar ze is heel pijnlijk, hoe men er inhoudelijk verder ook over oordeelt.

 

Consequenties

Deze kerkelijke gang van zaken heeft praktische consequenties, die ik met nadruk aan de orde wil stellen. Ik heb de laatste tijd namelijk gemerkt dat we in de kerken soms toch te gemakkelijk omgaan met onze procedures (althans dat is mijn mening). Het heeft te maken met kerkelijke stijl en met het serieus nemen van kerkelijke beslissingen. Laten we beginnen met het moment waarop een door ‘Apeldoorn’ beroepbaar gestelde broeder naar de gemeente gaat, waar hij door de gemeente is beroepen. Daar gaat nog het zogenaamde peremptoir examen, door de classis af te nemen, aan vooraf. Als dat goed verlopen is, krijgt hij de lastbrief uitgereikt, en daarmee ontvangt hij de kerkelijke bevoegdheid om Woord en sacramenten te bedienen. Inmiddels hebben kerkenraad en aspirant-dominee al vooruit gekeken: wat is een goede datum voor bevestiging en intrede? Maar… de

|23|

uitnodigingen voor die feestelijke dienst worden pas verzonden, nádat de classis het finale besluit tot toelating heeft genomen.

Zo hoort het, vind ik, ook te gaan met de verwerking van de besluiten van de classis contracta. Het lijken formele aangelegenheden, maar tegelijk blijft staan: de attesten die er worden uitgereikt zijn de kerkelijke getuigschriften die de overgang van de ene naar de andere gemeente mogelijk maken. Dus is het passend wanneer de uitnodigingen voor afscheids- en intrededienst verzonden worden nádat de classis contracta gehouden is. Dat betekent natuurlijk wel dat deze vergadering gehouden moet worden op een zodanig tijdstip, dat de kerkenraad tijd genoeg overhoudt om hier inhoud aan te geven.

 

Bijzondere situaties

Tot slot wil ik nog ingaan op een tweetal bijzondere situaties die zich meer en meer in de kerken voordoen, en waarbij een oordeel van de classis nodig is. Ik denk dan aan de aanstelling van evangelisten en van broeders die, ondanks het feit dat ze geen predikant zijn, de bevoegdheid hebben om in een kerkdienst voor te gaan en zelf een ‘stichtelijk woord’ te spreken. De laatste groep is de laatste jaren bepaald groeiende (in het jaarboek 2006 vindt u op blz. 53 een overzicht, onder de kop: ‘Gerechtigd om de kerken te dienen naar art. 3 K.O.’). De eerste groep zal, als ik het goed zie, de komende jaren groeien, op grond van de besluiten van de generale synode van 2004. Deze opende immers de mogelijkheid om in gemeenten met een aparte status (zendingsgemeenten) zogenaamde evangelisten te bevestigen. Dezen krijgen dan in feite de status van predikant, zij het in beperkte mate: alleen in die ene gemeente en niet daarbuiten. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in Rotterdam (ICF-gemeenten) en in Haarlem (Schalkwijk). Het zijn verheugende ontwikkelingen!

Voordat echter sprake kan zijn van een dergelijke aanstelling, stelt de classis een onderzoek in en neemt zij een examen af, om genadegaven, kennis van de belijdenis, gave om de Schriften te verklaren enz. te toetsen. Laten kerkenraden toch vooral terughoudend zijn in het voorbereiden van de kerkdiensten die op dit examen (met positieve uitslag) zullen volgen. Dan geven zij de classis voluit gelegenheid om dit examen in alle rust af te nemen. Natuurlijk is dit gemakkelijker gezegd dan gedaan: net als met een peremptoir examen van een a.s. predikant is een gemeente vol spanning m.b.t. de dingen die komen gaan. Toch is het van groot belang, zelfs nog meer dan bij dat peremptoir examen. Bij dat laatste is er al een hele kerkelijke route afgelegd, aan de kerkelijke opleiding in Apeldoorn, afgesloten door beroepbaarstelling door het curatorium. Bij de hierboven genoemde situaties is de classis de enige instantie die deze broeder ontmoet, en die zijn gaven en kennis toetst. En dat moet in alle vrijheid en rust kunnen gebeuren. Soms moet men even de tijd nemen, om op langere termijn de rust te kunnen bewaren.