12-04-2002

Gereformeerd Kerkrecht

Aandachtspunten voor een les over het gereformeerd kerkrecht ten behoeve van belijdeniscatechisanten.

 

1. Fundamentele bijbelse gegevens.

a) Niet het kerkverband, de landelijke kerk, maar de plaatselijke gemeente staat in het N.T. centraal. Elke plaatselijke gemeente is een openbaring van het lichaam van Christus. De eerste gemeente ontstaat te Jeruzalem (Hand. 3: 47, 5: 11). Voor Petrus, die door Herodes in de kerker is geworpen, gaat vanuit de gemeente een voortdurend gebed op tot God. Barnabas zoekt Saulus op in Tarsen en dient met hem een jaar lang de gemeente van Antiochie. Tijdens de eerste zendingsreis stichten Paulus en Barnabas gemeenten in Lystre, Derbe en Ikonium (Hand. 14: 23 ) Paulus adresseert zijn brieven aan de plaatselijke gemeente: „De heiligen en gelovige broederen in Christus, die te Kolosse zijn” (Kol 1: 2)

b) Christus is Hoofd van elke plaatselijke kerk en regeert die door ambtsdragers. De apostelen ontvangen in Matth. 16 :19 bij monde van de Heere Jezus de sleutelmacht: „En Ik zal u geven de sleutelen van het koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn, en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn”, Dat wordt in Matth. 18: 18 herhaald. De gemeente te Jeruzalem wordt geregeerd door apostelen en ouderlingen (Hand. 15: 6). Tijdens de eerste zendingsreis stellen Paulus en Barnabas in elke gemeente ouderlingen aan, die gekozen worden met het opsteken der handen, gebed en vasten (Hand. 14: 23). Titus krijgt op Kreta de opdracht om van stad tot stad ouderlingen aan te stellen (Titus 1: 5). Hoe treffend is ook het spreken van Christus als Koning tot Johannes, die de opdracht krijgt aan de zeven gemeenten van klein Azië te schrijven (Openb. 1: 10,11).

c) Hoofdregel voor alle kerkelijke handelen is 1 Cor 14: 40: „Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden”. Laat alle dingen op een eerlijke, welvoeglijke gave manier plaats vinden…. Laat ze geschieden ‘met orde’, naar een vaste regel, zoals in een goed geordend leger het geval is…. De grondregels voor het kerkrecht zijn ons door Heere geopenbaard: de prediking van het Woord, de bediening van de sacramenten, de opdracht van de ouderlingen en de diakenen. Elke kerkenraad heeft de bevoegdheid om aanvullende regels te geven. 1 Cor. 14: 40 is ook de basis van elke kerkorde.

d) Vrijwillig, maar niet vrijblijvend samenleven met andere gemeenten in een kerkverband. Het is de wil van Koning Christus, dat de gemeenten niet los van elkaar blijven leven, maar de eenheid van het lichaam van Christus openbaren door het samenleven in een nationale gemeenschap: het kerkverband. In Hand 15, dat het apostelconvent beschrijft, treffen we de eerste synodale vergadering aan. Het al of niet onderhouden van de besnijdenis was een twistpunt geworden in de jonge gemeenten in Klein-Azië. Dat wordt in Jeruzalem op het apostelconvent besproken. Dit convent neemt tenslotte een bindende beslissing, die aan de gemeenten in Antiochië, Syrië en Cilicië wordt medegedeeld. Opvallend is hoe dit convent beklemtoond, dat het besluit genomen is in de vreze des Heeren, onder biddend opzien tot Hem om door Zijn Geest te worden geleid en met een beroep op de Schrift: „Het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerdere last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen” Hand. 15: 28)

 

2. Stelsels van kerkregering.

Het roomse of canonieke stelsel: De paus stelt in samenwerking met het concilie het Wetboek van Canoniek Recht (Codex Iuris Canonici) vast. Het huidige Wetboek (1983) telt 400 blz. Alles wordt tot in kleine details vanuit Rome geregeld. De leden van de kerk zijn volstrekt onmondig.

Independentisme of congregationalisme. In Nederland krijgt deze visie gestalte in de zogenaamde vrije gemeenten. Met name in Engeland en de Engelstalige wereld komt deze benadering ,waarin het kerkverband wordt afgewezen, veel voor. Er is geen kerkverband. De congregatie of kudde der gelovigen beslist over alle zaken. De ledenvergadering regeert en de kerkenraad voert het vastgestelde beleid uit. In de kringen van de Strict Baptists b.v. beslist de ledenvergadering beslist over het al of niet aanvaarden van een bekering en over iemands roeping tot het ambt.

Het presbyteriale stelsel. Dit werd in beginsel ontwikkeld door Calvijn, die teruggreep op de Schriftgegevens. Hij onderkende scherp dat de ambtsdragers aan Christus hun gezag ontlenen Na zijn terugkeer in Genève ontwierp hij een kerkorde, die voor de plaatselijke gemeente bestemd was. Hij legde de uitdrukking ‘herders en leraars’ uit als een aanduiding van twee ambten: predikanten en doctoren voor de opleiding van studenten. Daarnaast kende hij ouderlingen en diakenen, zij het dat de ouderlingen gekozen werden uit de leden van de gemeenteraad. Verder was er een kerkenraad en een predikantenvergadering. Men heeft terecht gezegd ,dat de paus in Genève schaakmat werd gezet door de pion van de ouderling. De sterke groei van protestantisme in Frankrijk leidde tot de eerste synode in l559 in Saint Germain, een voorstad van Parijs. Te midden van felle vervolgingen werd daar de eerste gereformeerde belijdenis en de eerste landelijke kerkorde vastgesteld. Deze ‘Discipline Ecclesiastique’ kende een Provinciale en Generale Synode. Ze oefende grote invloed uit op de gereformeerden in ons land , die sedert l563 als ‘gemeenten onder het kruis’ bijeen kwamen. Het Convent van Wezel (1568) legde een aantal grondlijnen vast en besloot tot de vorming van classicale vergaderingen. De Synode van Embden gaf in 1571 een nadere uitwerking, die later zou resulteren in de eerste kerkorde: Middelburg (1581). Het ‘Kerkelijk Handboekje’ van ds. G.H. Kersten biedt alle informatie daarover.

 

3. D.K.O. De afronding van het groeiproces van presbyteriale stelsel

Dit vond in Nederland plaats op de Synode van Dordrecht 1618/1619. Hier werd de Dordtse Kerkorde (D.K.O.) aanvaard. Het is een ‘Raamwet’ met 86 artikelen. Het Wetboek van Canoniek recht telt 1752 canones of regels. Daarmee is het verschil tussen de pauselijke hiërarchie en het waarderen van de plaatselijke gemeente als het lichaam van Christus afdoende geïllustreerd. De D.K.O. regelt alleen wat de Schrift openbaart en wat verder uit praktisch oogpunt strikt noodzakelijk is. De kerkorde geeft in vier hoofdelen aanwijzingen voor de goede orde:

  • De diensten of de kerkelijke verrichtingen van de ambtsdragers,
  • De samenkomsten of de vergaderingen van de kerkenraad van de meerdere of bredere vergaderingen: classis, particuliere en generale synode,
  • Het opzicht over de leer, de sacramenten en de liturgie,
  • De christelijke censuur ten aanzien van leden en ambtsdragers.

Na 1619 was er nooit meer nationale synode! De overheid had te veel greep gekregen op kerkelijke zaken. De regenten waren beducht voor de grote invloed van een nationale synode. Daardoor kon de kerkorde niet volledig functioneren. In 1816 werd de D.K.O. bij Koninklijk Besluit vervangen door Algemeen Reglement. De kerk werd op de leest van een vereniging geschoeid. Die moest op een zo redelijk mogelijke wijze centraal worden bestuurd. Vandaar: een landelijke kerk met besturen; de koning als hoogste gezagsdrager of opperkerkvoogd. De naam Gereformeerde Kerk werd vervangen door Hervormde Kerk. Bij de Afscheiding (1834) keerden de gereformeerden terug tot leer, eredienst en kerkorde van Dordrecht 1618-1619.

 

4. Kernpunten uit de D.K.O.

In 1907, bij het ontstaan van de Gereformeerde Gemeenten, werd de D.K.O. als akkoord van kerkelijke gemeenschap aanvaard. In de D.K.O. zijn verschillende bijbelse kerngedachten terug te vinden: de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente, de, regering door ouderlingen en in kleine gemeenten door diakenen als hulpouderling, de ruimte voor het ambt aller gelovigen, die b.v. tot uitdrukking komt bij de verkiezing van de ambtsdragers.

Een dergelijk akkoord van kerkelijke gemeenschap betekent ook en vooral het openbaren van de eenheid van alle plaatselijke gemeenten naar de wil van Christus in dezelfde belijdenis en dezelfde kerkorde. Daarmede wordt de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente niet prijs gegeven. Er is sprake van een vrijwillige beperking van de autonomie van de plaatselijke gemeente.

  • De kerkenraad brengt alléén de zaken op de meerdere of bredere vergadering, die men zelf niet kan oplossen of waarin men advies behoeft of die men gezamenlijk wil behartigen, zoals het zendingswerk. Dat betekent vanzelfsprekend, dat de macht van de meerdere of bredere vergaderingen, zoals classes en synode daarmede wordt beperkt.
  • Er zijn twee zaken die de kerkenraad zelf niet of niet volledig kan afhandelen krachtens kerkorde en die daarmede tot de bevoegdheid van de meerdere vergadering behoren: 1. de tuchtoefening over leden (toestemming tweede trap van de censuur) en over ambtsdragers 2. het recht van appèl van leden der gemeenten krachtens het ambt aller gelovigen tegen besluiten van de kerkenraad.

 

5. Rangorde van de bronnen en regels voor het kerkrecht.

Het is goed te beseffen dat niet elke bron en elke regel in het kerkrecht de zelfde waarde heeft. Er is een door de Schrift bepaalde rangorde:

  1. Het absolute gezag van de Heilige Schrift
  2. Het daarvan afgeleide gezag van onze zes belijdenisgeschriften
  3. Het kerkelijke gezag van de D.K.O. als akkoord van kerkelijke gemeenschap
  4. De besluiten van de meerdere vergaderingen
  5. De uitleg van de D.K.O. in de loop der eeuwen
  6. De gewoontevorming binnen onze gemeenten.

 

6. Literatuur

  • Ds. K. de Gier, Toelichting op de Dordtse Kerkorde in vraag en antwoord, Houten, 1983, 3e druk (Beknopt. Voor gebruik in het gezin)
  • Ds. K. de Gier, De Dordtse Kerkorde. Een praktische verklaring, Houten, 1989 (Uitvoerig)
  • In orde. Handleiding en toelichting bij de kerkelijke rechtspraak. Uitgave Generale Synode 1998/1999 (Voor gebruik door ambtsdragers bij appèlzaken en tuchtprocedures)
  • Ds. G.H. Kersten, Kerkelijk Handboekje. Opnieuw uitgegeven op last van de Generale Synode der Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Utrecht, l961, tweede druk

 

Boskoop, 12 april 2002

M. Golverdingen v.d.m.