nr. 3147
15-05-1938

Bindende besluiten of adviezen

Onder de kerkrechtelijke vragen, die thans aan de orde zijn, is ook deze, of een meerdere vergadering, Classis of Synode, alleen adviezen mag geven dan wel bindende besluiten mag nemen.

Er zijn er dit dit laatste betwisten.

De zelfstandigheid, of zooals men het liefst zegt, de autonomie der plaatselijke kerken zou daardoor aangetast worden. Elke plaatselijke kerk is toch volkomen souverein. Ze staat onder geen ander gezag dan van Christus alleen. Van een gezag, dat door meerdere vergaderingen over de plaatselijke kerk zou worden uitgeoefend, mag daarom geen sprake wezen. Dat zou hiërarchie zijn, die in Christus Kerk niet mag geduld worden.

Nieuw is deze bewering niet.

Als Dr. Kuyper in zijn Tractaat van de Reformatie de verschillende kerkrechtelijke stelsels bespreekt, teekent hij het verschil tusschen het Gereformeerde en het Independistische stelsel van Kerkrecht aldus: „De Independenten waren van meening, dat meerdere kerken wel conferentiën mochten houden, maar dat de deputaties van meerdere kerken nooit classicaal of synodaal gezag over de enkele kerken konden uitoefenen, ook niet zoolang ze in kerkverband waren aaneengesloten, waartegenover de Gereformeerden het beginsel vasthielden, dat het gezag van Christus over heel zijn kerk gaat en dus ook de tucht van meerdere kerken noodzakelijk was om de enkele kerken te houden in de paden des Woords.” (blz. 50).

Ook Prof. Biesterveld in zijn Inleiding op het Kerkelijk Handboekje zegt, waar hij het stelsel der Independenten bespreekt, dat „volgens hen het wel geoorloofd is, dat de kerken samenkomen in conferentiën, maar die conferentiën geen besluiten kunnen nemen, die bindend zijn, doch hoogstens advies uitbrengen.” (blz. XII).

En evenzoo – met deze drie getuigen mogen we volstaan – zegt Prof. Bouwman in zijn Gereformeerd Kerkrecht, dat „de Independenten elke bindende autoriteit van een Synodaal verband verwerpen. Zij erkennen wel in hun Savoy Declaration, dat de plaatselijke congregaties in conferenties of synoden kunnen saamkomen in geval er moeilijkheden of geschillen waren en dat de afgevaardigden dan hun advies over dit geschil mochten geven, maar dat de synoden niet bezaten een kerkelijke macht in eigenlijken zin.” (Dl. II blz. 8).

Dit is dus het Independistische stelsel van Kerkrecht.

Onze Gerefomeerde Kerken hebben dit stelsel beslist verworpen, omdat het volgens hen in strijd is met Gods Woord.

In onze Kerkenorde staat, Art. XXVI, dat „de Classis hetzelfde zeggenschap heeft (in de Latijnsche vertaling staat: auctoritas) over den kerkenraad dat de particuliere Synode heeft over de Classe en de Generale Synode over de particuliere”. En in Art. XXXI „dat hetgeen (in de meerdere vergadering) door de meeste stemmen goedgevonden is voor vast en bondig zal gehouden worden (in de Lat. vertaling staat: id ratum habebitur, in de Fransche vertaling: pour resolu et arreté dus voor bindend) tenzij het bewezen wordt te strijden tegen het Woord Gods of tegen de Artikelen in deze Generale Synode besloten.”

Dit zeggenschap kenden onze Gereformeerde Kerken aan de meerdere vergaderingen toe – behoudens altoos recht van het beroep op Gods Woord – op grond van de Heilige Schrift zelf.

Ze beriepen zich daarvoor op hetgeen het zoogenaamde Apostelconvent, of zooals zij het liever noemden de eerste Synode te Jerusalem had gedaan. Want hierin had, zooals Calvijn het reeds zeide, God ons den regel en de aanwijzing voor het houden der Synodes gegeven. Het Apostelconvent nu gaf bij de toen gerezen geschillen geen advies, maar nam een beslissing. Het stelde de heidenchristenen vrij van het onderhouden van de besnijdenis en van de wet van Mozes en legde hun geen anderen last op dan dat ze zich onthouden zouden van afgodenoffer, hoererij, het gestikte en bloed. (Hand. 15) En Paulus en Silas geven op hun Zendingsreis aan de gemeenten de verordeningen over (dus geen adviezen!) die door de Apostelen en te Jerusalem goed gevonden waren, om die te onderhouden. (Hand. 16: 4).

Voetius wijdt dan ook in zijn Politica Ecclesiastica een heel hoofdstuk er aan om deze potestas mandatoria, de macht om te bevelen van de kerkelijke ambstdragers en van de meerdere vergaderingen uit Gods Woord te bewijzen. (liber. IV tract. I Cap. V) en kon daarbij terecht zich beroepen op de Synode van Dordt, die in haar 138e zitting verklaard had dat „krachtens de autoriteit, welke zij uit Gods Woord over al de leden van hare kerken heeft, ze in den naam van Christus bidt, vermaant, verplicht en gelast allen en een iegelijk, zoo Dienaren de Goddelijken Woords als Professoren enz. dat zij de bekende vijf artikelen der Remonstranten laten varen en deze gezonde leer der heilzame waarheid oprecht en ongeschonden bewaren” enz. 

Laten onze Kerkboderedacteurs daarom voorzichtig zijn met zulke betoogen, dat de meerdere vergaderingen geen het minste gezag hebben, omdat elke kerk autonoom is. 

Wie wind zaait zal storm oogsten.

Op dit independistische spoor eenmaal overgaande zullen de gevolgen niet uitblijven. De praeses onzer Synode heeft in zijn laatste woord dat hij sprak, niet zonder oorzaak er tegen gewaarschuwd, dat men het gezag, dat God in de Kerk gesteld heeft, niet ondermijnen moest. Het op de spits drijven van de autonomie der plaatselijke Kerk, leidt onvermijdelijk tot anarchie en verbreekt de eenheid der Kerk, zoals Voetius terecht gezegd heeft. En wanneer deze Independistische richting veld wint, dan zullen de gemeenteleden daaruit vanzelf de consequentie trekken. De Independenten verwerpen toch niet alleen het gezag der meerdere vergaderingen maar ze wilden van geen regeermacht in de Kerk weten. Alle geloovigen toch waren priesters en koningen. Had Christus zelf niet gezegd: gij zijt allen broeders en slechts één is uw Heer en Meester? Daarom mochten er geen regeerouderlingen in de Kerk zijn. Alle macht kwam alleen aan de gemeenteleden toe. De ambtsdragers hadden geen macht; ze waren alleen dienaren, die hadden uit te voeren, wat door geloovigen was besloten. Dat is de consequentie van dit Independistisch stelsel. Het Independentisme lijkt zoo vroom, waar het zegt voor Christus – alleen – Koning-zijn op te komen. Maar het is in de grond niet anders, zooals Prof. Rutgers, scherp maar juist, het uitdrukte, dan de leer der volkssouvereiniteit in de Kerk overgebracht. 

Het Gereformeerde Kerkrecht keert zich daarom niet alleen tegen alle hiërarchie zoowel van ambtsdragers, als van meerdere vergaderingen, maar even beslist tegen alle Independentisme, dat zoowel het gezag der ambtsdragers als het gezag der meerdere vergaderingen verwerpt. Want beide zijn in den grond evenzeer een verloochening van Christus’ Koningschap.

H.H.K.