B13 levenstaak predikant
1. De predikant stelt zijn leven in dienst van de Heer. Hij dient zijn ambt met ongedeelde toewijding te verrichten.
2. Slechts in een bijzonder geval kan een predikant met toestemming van de classis zijn ambt in deeltijd uitoefenen.

Toelichting B13

1. Een predikant stelt zijn leven in dienst van de Heer. Dat is een fundamenteel uitgangspunt, dat zijn uitwerking heeft in verschillende richtingen. De essentie is dat de predikant zijn aandacht onverdeeld moet kunnen wijden aan zijn dienstwerk.

2. Dit uitgangspunt is in art. 15 KO1978 verwoord in de formulering dat de predikant “zich voor zijn leven aan de kerkelijke dienst heeft verbonden. Dit houdt in dat hij zijn ambt niet mag neerleggen.” Hierdoor is de focus nogal eenzijdig gericht op de levenslange uitoefening van het ambt. Het uitgangspunt is echter breder: het gaat er om dat de

|39|

predikant zich met volle overgave kan wijden aan zijn ambtsdienst. Hij stelt zijn leven in dienst van de Heer.

3. Belangrijke toepassing hiervan is volgens B13.2 dat de predikant zich full time kan wijden aan zijn predikantswerk en dat parttime inzet slechts bij uitzondering aan de orde kan zijn. Hiervoor is dan ook de toestemming van de classis nodig. Het gaat hierbij niet alleen om de beschikbaarheid in tijd, maar ook om de onafhankelijkheid van de predikant. Voorkomen dient te worden dat hij via nevenwerkzaamheden financieel of anderszins afhankelijk zou worden van derden en daarin een belemmering zou zijn gelegen om ‘vrij en onverveerd’ het Evangelie te bedienen.

4. Een andere uitwerking is dat de predikant voor zijn levensonderhoud valt onder de kerkelijke zorgplicht, zodat hij zonder zorg van het Evangelie kan leven. Zie B16.

5. Het aspect van de levenslange dienst vindt zijn uitwerking in B20, dat de ontheffing van een predikant slechts in zeer bijzondere gevallen toelaatbaar acht.

6. Naast de genoemde uitwerkingen is er nog een belangrijke dimensie: de predikant stelt zijn leven in dienst van de Heer en kan daarin ook een tegenover van de gemeente zijn. Prediking en onderricht impliceren ook het brengen van een op het eerste gehoor niet welgevallige boodschap. De predikant heeft dus een zekere eigenstandige positie: altijd bereid tot verantwoording, moet hij zich ten principale laten domineren door het Woord van zijn Dominus, in wiens dienst hij staat.