75
4,242-243
01-12-1975

Boekbespreking

Hans Dombois, Der Recht der Gnade. Ökumenisches Kirchenrecht II. Grundlagen und Grundfragen der Kirchenverfassung in ihrer Geschichte. Bielefeld, Luther Verlag 1974 (250 S.; geb. DM 48,—).

Dit werk brengt het vervolg van het reeds in 1961 verschenen eerste deel, waarvan in 1969 een ongewijzigde herdruk is uitgekomen, een eerste deel dat meer dan duizend bladzijden telt. In Nederland heeft de auteur, kerkrechtgeleerde van naam, tot dusverre slechts matige belangstelling ondervonden. Ook elders heeft het, juist van theologische zijde, al te zeer aan serieuze belangstelling ontbroken, dit met

|243|

uitzondering van enige Roomse theologen. Ten onrechte is dat het geval, want wat Dombois in zijn grote werk en eveneens in tal van kleinere studies geleverd heeft, verdient in de theologische discussie met volle aandacht te worden betrokken. Om meer dan één reden is dit geboden. Ik noem er nu slechts een enkele. Hij streeft er naar in de ware zin des woords oecumenisch kerkrecht te beoefenen en ons voor te leggen. Dit bestaat bij hem niet in een samenbundeling van het kerkrecht van diverse kerken naast elkander, met de bedoeling dat onderling te vergelijken; hij tracht integendeel bij de diverse kerkrechtelijke stelsels door te dringen tot de wortel ervan om zo te geraken tot de opbouw van een algemeen geldend kerkrecht.

In dit tweede deel heeft het onderzoek betrekking op de grondslagen van de kerkinrichting in haar geschiedenis, gelijk de ondertitel aangeeft. Wij ontvangen hier nog maar een gedeelte van de stof, die de auteur zich voorstelt als voortzetting van het in zijn eerste deel verhandelde te leveren en waarvoor naar zijn schatting ongeveer even veel ruimte vereist zal zijn als welke het eerste deel beslaat.

De aanpak van de problemen getuigt van grote scherpzinnigheid en denkkracht. De benadering geschiedt begrijpelijkerwijze van juridische categorieën en structuren uit. Terloops zij opgemerkt dat dit bij ons in Nederland al te weinig is gebeurd, gelijk nog steeds het geval is. Vandaar dat wij met een werk als dit onze winst kunnen, en naar mijn mening hoog nodig ook moeten, doen. Ik voeg er uitdrukkelijk aan toe, dat Dombois niet louter jurist is. Hij geeft er tevens blijk van grondig op de hoogte te zijn van de grote theologische problemen. Hij mag dan ook niet zonder goede grond de titel voeren van doctor theologiae honoris causa. Het is niet altijd gemakkelijk zijn uiteenzettingen te volgen. Er is enige inspanning nodig om aan zijn schrijftrant te gewennen.

Er worden in dit boek nieuwe en verrassende gezichtspunten geopend. Het is in een bespreking binnen de betrokken rubriek niet mogelijk daaraan volle recht te doen wedervaren. Het ligt daarom in mijn voornemen in een afzonderlijk artikel uitvoerig op de inhoud van dit boek in te gaan. Dan kunnen ook vragen die bij mij zijn gerezen, aan de orde komen. Volstaan worde nu met deze summiere aankondiging, niet echter dan nadat ik gememoreerd heb de keurige uitvoering van het boek, in een mooie groene band gestoken. De correctie is met zorg verricht; een storende drukfout trof ik slechts aan op S. 190 (regel vier van boven: allein in plaats van allen).

D.N.