93
48,743-744
08-12-2005

Rubriek: Alles met orde

|743|

Verkiezing van ambtsdragers [3]

 

In de vorige aflevering werd de verkiezing via dubbeltallen besproken. Dat artikel heeft een groot aantal reacties opgeleverd. In een groot aantal gemeenten is blijkbaar nog de oude gewoonte gevolgd: men heeft voor herkiesbare ambtsdragers geen dubbeltal gesteld en hen herkozen verklaard als er geen tegenkandidaten waren ingediend.

 

Wettige ambtsdragers?

De eerste vraag die dat opleverde is: kunnen ambtsdragers die op deze wijze verkozen zijn verklaard, wel als wettige ambtsdragers worden beschouwd? De wijze waarop ze zijn verkozen was immers niet in overeenstemming met de regels van de kerkorde. Het antwoord daarop kan kort zijn: de gemeente had nadat de namen van de verkozen ambtsdragers zijn bekend gemaakt (ord. 3-6-8) een week de tijd om bezwaren in te brengen tegen de gevolgde verkiezingsprocedure (ord. 3-6-9). Als er geen bezwaren zijn binnengekomen, staat de uitkomst van de verkiezing vast (zelfs als er bij de procedure fouten zijn gemaakt) en kan de bevestiging doorgang vinden.

 

Is herverkiezing nodig?

Verscheidene reacties vinden het overbodig als voor herkiesbare ambtsdragers een dubbeltal moet worden gesteld. Wanneer zij bereid nog een periode te dienen en er tegen hen geen bezwaren zijn ingebracht (in de vorm van een tegenkandidaat) kunnen ze toch gewoon doorgaan?
Uit deze reacties is op te maken dat wij van een echte ‘herverkiezing’ ongemerkt zijn overgestapt op de lijn van de prolongatie. We vinden eigenlijk dat iemand (tenzij er bezwaar wordt aangetekend) moet kunnen ‘aanblijven’ als ambtsdrager zonder dat er van een daadwerkelijke nieuwe verkiezing door de gemeente sprake is. Een beetje inconsequent is dan wel dat we bij de herbevestiging de vraag blijven stellen of hij ‘wettig door Gods gemeente en mitsdien door God zelf tot deze heilige dienst geroepen’ is.
Na de ambtsperiode van vier jaar eindigt de ambtsbediening. Er is principieel niets op tegen om voor herkiesbare ambtsdragers een nieuwe verkiezing door de gemeente voor te schrijven.

 

Tegenkandidaten?

Opvallend is dat vrijwel iedereen spreekt over tegenkandidaten. Men beschouwt het stellen van een dubbeltal zelfs als kwetsend voor een herkiesbare ambtsdrager. Iemand schrijft: ‘een tegenkandidaat stellen is ergens toch een — wat negatief gezegd — motie van afkeuring’. Ik wil opmerken dat de term ‘tegenkandidaat’ niet in de kerkorde voorkomt en ook in de hervormde kerkorde niet was te vinden. Als de gemeente kiest voor dubbeltallen, geeft ze te kennen dat ze — als er voldoende namen zijn — ook echt iets te kiezen wil hebben. Dus voor iedere vacature twee namen, van twee gemeenteleden die beiden in aanmerking komen om in het ambt te dienen. Bij een dubbeltal wordt er niet een tegenkandidaat gesteld tegen een zittende ambtsdrager, maar worden er voor de openvallende plaats twee namen van geschikte kandidaten genoemd: naast de aftredende ambtsdrager een ander gemeentelid, opdat de gemeente iets te kiezen heeft.

 

Praktische bezwaren

Overigens heb ik wel begrip voor de praktische bezwaren die aan de huidige regels kleven. Een scriba schreef dat in zijn wijkkerkenraad 20 ambtsdragers aftredend waren. Twaalf van hen waren herkiesbaar, voor acht vacatures moesten nieuwe kandidaten worden gezocht. Maar door de nieuwe regels moesten er twintig dubbeltallen (met in totaal dus 40 namen) worden vastgesteld, om uiteindelijk 8 nieuwe ambtsdragers te kunnen verkiezen. Het is duidelijk dat dit een aanzienlijke taakverzwaring voor de kerkenraad betekende. Voor zover ik mij herinner is deze consequentie bij het opstellen van de nieuwe regeling niet voorzien, en ik zou me kunnen voorstellen dat er een aanpassing van deze regels wordt voorgesteld. Een dergelijk voorstel kan worden ingediend door een classicale vergadering (volgens de procedure van art. XVII-3). Er zijn verschillende mogelijkheden om aan de bezwaren tegemoet te komen. Ik ben desgewenst bereid daarvoor een suggestie aan te reiken.

 

Een aantal korte vragen en antwoorden

1. Als bij een eerste ronde een verkozen ambtsdrager bedankt voor zijn benoeming, moeten er dan voor een tweede ronde weer aanbevelingen van personen worden gevraagd?
Als er de eerste keer namen waren ingediend en iemand bedankt, is het nodig om opnieuw namen te vragen. Het is denkbaar dat de gemeente nog meer namen weet te noemen.

2. Als er voor de eerste ronde geen aanbevelingen waren ingediend en de kerkenraad heeft een gemeentelid verkozen tot ambtsdrager, maar deze bedankt, mag de kerkenraad dan over gaan tot het verkiezen van een andere broeder of moet er eerst weer gevraagd worden om aanbevelingen?
Als er in eerste instantie geen namen waren ingediend, hoeft er bij bedanken niet opnieuw om namen te worden gevraagd: de gemeente wist de vorige keer niemand te noemen en men mag ervan uitgaan dat dit nu ook het geval is.

3. Hoe moeten we omgaan met het indienen van namen per e-mail?
Omdat een e-mail bericht niet persoonlijk wordt ondertekend, kan het niet worden aanvaard. Het is een verantwoordelijke werk om aanbevelingen voor het ambt in te dienen. Daarvoor mag enige moeite worden gevraagd.

4. Kent de nieuwe kerkorde een leeftijdsgrens voor ambtsdragers?

|744|

Er is (behalve voor de predikanten) voor de ambtsdragers geen leeftijdsgrens meer opgenomen. De gemeente zal zelf moeten beoordelen of de tijd gekomen is om iemand vanwege gevorderde leeftijd niet (opnieuw) te verkiezen.

5. Kan men in de plaatselijke regeling opnemen dat bloed- en aanverwanten niet in de kerkenraad kunnen komen?
De protestantse kerkorde kent deze bepaling niet en laat het aan de wijsheid van de kerkenraad en de gemeente over om daarin met beleid te handelen. Men kan dit als gedragslijn blijven volgen maar niet als een dwingende bepaling in de plaatselijke regeling opnemen.

6. Mag een kerkenraad vrouwen weigeren aan de verkiezing deel te nemen?
Op grond van de kerkorde hebben zowel mannelijke als vrouwelijke belijdende leden actief en passief kiesrecht. Een kerkenraad mag deze rechten niet inperken, en als in een plaatselijke regeling zo’n beperking zou zijn opgenomen is die in strijd met de kerkorde en dus niet van kracht (ord. 4-4-2). In dat opzicht is er niets veranderd ten opzichte van de hervormde kerkorde.

7. Wanneer kan de gemeente bezwaren indienen tegen leer en leven? Is dit na de uitslag van de verkiezing of na het aannemen ervan door verkozene?
De bekendmaking in ord. 3-6-8 doelt op gekozenen die hun verkiezing hebben aangenomen. Natuurlijk kan aan de gemeente al eerder worden gemeld wie verkozen zijn en hun verkiezing in beraad hebben (zodat er ook voorbede voor betrokkenen kan worden gedaan). Maar een bezwaar kan men pas indienen 'tegen de bevestiging' van een verkozene, met andere woorden: als iemand de verkiezing heeft aanvaard (ord. 3-6-9).

8. Schrijft de kerkorde voor hoe lang iemand lid moet zijn van de gemeente voordat hij op het tweetal kan worden geplaatst?
Wie in het register van de gemeente staat ingeschreven als belijdend lid, is vanaf dat moment stemgerechtigd en dus verkiesbaar. Dat geldt zowel bij verhuizing als bij overschrijving vanuit een andere gemeente (de zogenaamde ‘perforatie’).

9. Hoe zit het met de verlenging van de ambtstermijn, zoals bedoeld in ord. 3-7-3?
Het is mogelijk de ambtstermijn te verlengen om de termijn als afgevaardigde naar een meerdere vergadering of als lid van een bovenplaatselijk college te voltooien. Het gaat daarbij niet om de wens of het belang van de betrokken ambtsdrager, maar om het belang van die vergadering of dat college. De kerkenraad is niet verplicht om tot de verlenging van de ambtstermijn te besluiten.