61
1,33-35
01-03-2013

|33|

Wanneer staat iemand buiten?

Nieuwe kerkorde begeleidt bij de uitgang

 

Evert de Jong komt al jaren niet meer in de kerk, laat staan op catechisatie. Hij is nog steeds dooplid, en inmiddels een behoorlijk eind in de twintig. Maar nu wordt er verteld dat hij is ingetrokken bij een meisje ergens aan de andere kant van de stad. Ze schijnt Rooms te zijn. En men zegt dat hij regelmatig met haar meegaat naar de R.K. kerk. ‘Mooi’, zegt een ouderling, ‘wie weet vindt hij zo God terug’. ‘Ja maar’, komt een ander, ‘hij is wel gaan samenwonen, is dat geen reden tot tucht?’ ‘O nee’, zegt een derde, ‘dan kun je nog beter constateren dat hij zich feitelijk heeft onttrokken; hij gaat nu immers naar de Roomse kerk’.

We noemen het wel eens ‘randkerkelijkheid’. Maar de werkelijkheid is vaak ernstiger: het gaat dan om leden die op weg naar de uitgang of zelfs al buiten staan. Ze nemen alleen niet de moeite om dat te melden; de kerkenraad moet er zelf maar achter komen. En wat doe je dan?
De nieuwe kerkorde biedt in deze situatie meer aanknopingspunten dan de oude. Ook al is de oude kerkorde nog van kracht, niets verhindert kerkenraden om zich op dit punt al te oriënteren op de nieuwe. Ik noem enkele relevante artikelen. De volgorde is van belang: zie het als een soort ‘checklist’.

 

Verhuisd

C42.3
Het kerklidmaatschap sluit aan bij het feitelijke woonadres en de vastgestelde kerkgrenzen. Afwijking hiervan is alleen mogelijk bij onderlinge overeenstemming tussen de betrokken kerkenraden.
Evert woont nu in een andere stadswijk en valt daarmee onder een zusterkerk. Dat betekent in ieder geval dat wanneer de oorspronkelijke kerkenraad mogelijkheden ziet om hem ook op termijn te blijven bearbeiden, hij daarover in contact moet treden met de kerkenraad uit die andere stadwijk.

C44
Kerkleden die verhuizen, ontvangen op hun verzoek en na mededeling aan de gemeente een attestatie voor de kerkenraad in de plaats waarheen zij vertrekken, met gelijktijdige kennisgeving aan die kerkenraad.
Let op het verschil met de huidige kerkorde (art. 63). Daarin stond dat de kerkenraad, zonder overleg met Evert, een attest kan opsturen naar de kerkenrad van de nieuwe woonplaats. In de nieuwe kerkorde is die mogelijkheid vervallen. Er worden geen ongevraagde attestaties opgestuurd, maar alleen op aanvraag meegegeven aan betrokkenen.
Evert heeft geen attestatie aangevraagd. De kerkenraad kan hem daar alsnog toe aansporen, maar mogelijk zonder resultaat. Wat dan te doen?

|34|

Onttrokken?

C45.1
Wanneer iemand aangeeft niet langer tot de gemeente te willen behoren, zich zonder kennisgeving bij een andere kerkgemeenschap aansluit of bij verhuizing naar elders geen attestatie aanvraagt, en daar ondanks inspanningen van de kerkenraad en de gemeente bij blijft, berust de kerkenraad daarin en doet hij van de beëindiging van het lidmaatschap mededeling aan de gemeente.
De kerkenraad heeft Evert opgespoord en aangesproken. Misschien zegt hij niet langer bij de kerk te willen horen. De kerkenraad mag dan daarin berusten. Let op de gebruikte term: ‘berusten’ betekent niet dat je er mee instemt. Nog steeds is ‘onttrekking’ geen kerkelijk handelen, ook al staat de term nu wel in de kerkorde. Berusten betekent slechts dat je je er niet tegen verzet. We kunnen Evert niet tegen zijn zin vasthouden. Wel kunnen we hem nog proberen te overtuigen van de dwaasheid van deze stap. Dat hoeft echter niet eindeloos te duren.
Maar misschien heeft Evert niet gereageerd op de aansporing van de kerkenraad. Kun je hem dan als ‘onttrokken’ beschouwen vanwege zijn kerkgang bij de Roomse vriendin? Niet zonder meer. Er is bij artikel C45 niet gedacht aan incidenteel kerkbezoek elders. Dat doen gemeenteleden wel vaker en meestal zonder kennisgeving, maar geen kerkenraad die hen daarom uit de eigen ledenlijst zal verwijderen. Dat is pas aan de orde voor wie zich aansluit bij die andere gemeenschap. Hoe constateer je dat? Eenvoudig is uiteraard waneer iemand dat zelf te kennen geeft of wanneer je inzage krijgt in het ledenregister van die andere gemeenschap. Maar dat laatste is tamelijk uitzonderlijk. Blijft over om te letten op drie andere aspecten: of iemand structureel de kerkdiensten elders bezoekt of hij daar deelneemt aan de sacramenten en of hij zich door die andere gemeenschap pastoraal laat bearbeiden. Is dat alles het geval, dan is er weinig ruimte meer voor twijfel; in andere gevallen is een afweging noodzakelijk.
Bij Evert lijkt het in ieder geval nog niet zover. Kunnen we hem dan als ‘onttrokken’ opgeven omdat hij is verhuisd zonder een attestatie aan te vragen? Wat meeweegt is dat hij nog steeds woont in dezelfde stad. Wel in een andere wijk, maar mogelijk zijn er meer leden die ‘net over de grens’ zijn gaan wonen, maar in goed overleg met de andere kerkenraad nog steeds bij de oude gemeente behoren. Art. C45 doelt op iemand die door zijn verhuizing buiten de kring is geraakt waar de gemeente met hem kan meeleven en de ambtsdragers hem kunnen bearbeiden. Dan komt het ‘berusten’ weer in beeld: we kunnen ontrouwe gemeenteleden niet overal achterna blijven reizen. Dat is in het geval van Evert nog niet aan de orde. Hij kan redelijk simpel worden bezocht. Wel moet hij dan de deur opendoen.

C45.2
Wanneer iemand lange tijd elk contact met de ambtsdragers onmogelijk maakt, verklaart de kerkenraad na instemming van de gemeente zijn lidmaatschap voor beëindigd.
Die instemming van de gemeente wordt verkregen op de gebruikelijke manier: de kerkenraad deelt aan de gemeente mee dat hij geen contact kan krijgen met Evert de Jong. Als iemand dat contact nog wel heeft of denkt te kunnen leggen, wordt hij uitgenodigd om zich te melden bij de kerkenraad. Komen er echter uit de gemeente geen signalen, dan kan de verklaring van beëindiging lidmaatschap worden uitgesproken.
De instemming van de gemeente wordt ook

|35|

gevraagd om te voorkomen dat de kerkenraad al te gemakkelijk naar dit middel grijpt. Het gaat immers om iemand die zich niet zelf heeft afgemeld. Hij is ook niet naar elders vertrokken. Hij is evenmin overgegaan naar een andere kerkgemeenschap. Misschien is hij moeilijk bereikbaar, maar dat is nog geen reden om alle banden met hem te verbreken. De gemeente mag tegen de kerkenraad zeggen: dit gaat te snel. Wij zien nog mogelijkheden om u met hem in contact te brengen. Dat moet dan wel gebeuren.

 

Tucht

D58.1
Wanneer iemand als kind is gedoopt, maar als volwassene niet komt tot openbare belijdenis van geloof, blijven de gemeenteleden en de ambtsdragers hem daartoe stimuleren en vermanen.
Als het goed is, waren er dus al vaker contacten geweest tussen ambtsdragers, gemeenteleden en Evert de Jong. Daar kun je nu op voortbouwen. Maar ook als het er al jaren niet van kwam, is dit een goede gelegenheid om hem alsnog op te zoeken.
Dit artikel heeft met opzet een positieve insteek: we willen je niet kwijt, maar we roepen je op om de God van je doop weer op te zoeken.

D58.2
Wanneer een volwassen dooplid zich in woord en daad afkerig toont van de dienst van God, roepen de ambtsdragers hem op tot bekering.
Het contact met Evert loopt stroef. Hij vindt dat de kerk zich niet met hem moet bemoeien. Hij leeft zoals hij wil leven. En acht, die kerk van zijn vriendin, ja, hij is wel eens geweest, maar dat heeft hij ook wel weer gezien.
De bezoekende ouderling kan daarom niet volstaan met een vriendelijke uitnodiging. Bij een volgende bezoek wijst hij op de noodzaak van een andere houding. Je bent gedoopt, je kunt je aan God niet onttrekken.

D59.1
Wanneer een belijdend lid of volwassen dooplid ondanks het vermaan in zijn ernstige zonde blijft volharden, gaat de kerkenraad over tot publieke tuchtoefening door bekendmaking aan de gemeente. Het besluit van de kerkenraad behoeft vooraf de goedkeuring van de classis. Hierbij is art. D54.1 van toepassing.
De afkondiging die bij C45.2 werd gedaan, vroeg niet zo’n zware voorbereiding als deze. Maar toen was de inhoud neutraler: ‘we zijn Evert de Jong kwijt, wie heeft er nog contact?’ Nu gaat het om een oordeel: ‘Evert de Jong maakt zich los van God’. Dat oordeel moet door een onafhankelijke partij worden bevestigd: de classis. Nieuw is dat de classis hierbij niet enkel afgaat op het rapport van de kerkenraad, maar ook aan Evert zelf gelegenheid bidt om zich uit te spreken. Of hij daar gebruik van maakt, is aan hem; maar de mogelijkheid is er.
Let wel: deze afkondiging is, anders dan in het huidige art. 82 KO, geen opmaat naar buitensluiting. Evert maakt zich los van God, wij klemmen ons nog eens extra aan hem vast. Pas wanneer duidelijk is dat Evert werkelijk met God gebroken heeft (en alle inspanning om hem terug te halen, niet zal baten), gaat de kerkenraad opnieuw naar de classis en vervolgens naar de gemeente, om de banden met Evert te kunnen verbreken (art. D60).