I. De diensten

Artikel
9

Levensonderhoud tijdens en na de dienst

De gemeenten zullen haar predikanten, ook indien deze door ziekte, ouderdom of soortgelijke oorzaken niet meer in staat zijn hun ambtelijk werk te verrichten, en eveneens hun weduwen en wezen, van behoorlijk levensonderhoud voorzien.
Als regel zal aan de dienaren des Woords ontheffing van hun ambtelijk werk worden verleend, wanneer zij de leeftijd van 65 jaar bereikt hebben, tenzij met wederzijdse bewilliging anders overeengekomen wordt en zullen zij de naam en de eer van dienaar des Woords behouden.