Kerkorde NHK (1951) Ord. 14

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

1. Het presbyteraat.
2. De werkzaamheden van de ouderling.
3. Bijeenkomsten van het presbyterie.
4. Ouderlingen met een bepaalde opdracht of voor bijzondere werkzaamheden.
5. De raad voor de herderlijke zorg.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-1-1

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 1.

Het presbyteraat.

Lid
1

Tot de opbouw van de gemeente als het Lichaam des Heren is aan de ouderlingen toebetrouwd
het vergaderen van de gemeente,
de zorg dat alles in de gemeente met orde geschiedt,
het dragen van de medeverantwoordelijkheid voor de bediening des Woords en het rechte gebruik van de sacramenten,
het samenbrengen van de gemeente rondom Woord en sacrament,
de ambtelijke tegenwoordigheid bij de kerkdiensten,
de verzorging van de stoffelijke belangen der gemeente, voorzover niet van diaconale aard, door daartoe in het bijzonder — onder de naam van kerkvoogd — aangewezen ouderlingen, en
zo zij daartoe geroepen worden, de leiding van de meerdere vergaderingen der Kerk;
voorts, met de herders en leraars tezamen,
het opzicht over de gemeente;
als ook, met de herders en leraars, bezig te zijn in
de herderlijke zorg,
de catechese,
de arbeid onder hen, die van het Evangelie zijn vervreemd, en
de geestelijke vorming van de jeugd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-2-1

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 2.

De werkzaamheden van de ouderling.

Lid
1

Het aandeel in de herderlijke zorg en het opzicht roept de ouderling mede tot het doen van huisbezoek bij de leden der gemeente en — tezamen met het diaconaat — tot de zorg bij moeilijkheden in het gezinsleven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-2-2

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 2.

De werkzaamheden van de ouderling.

Lid
2

Het aandeel in de zorg voor de catechese en het jeugdwerk brengt, naast het mededragen van de verantwoordelijkheid voor de catechese in haar geheel, voor de ouderlingen — zo de hun geschonken gaven dat mogelijk maken — mede
het geven van onderricht aan de leden der gemeente,
het geven van bijbelonderricht op de scholen, en
het geven van leiding aan het werk onder de jeugd,
een en ander in opdracht van het consistorie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-2-3

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 2.

De werkzaamheden van de ouderling.

Lid
3

Het aandeel in de arbeid onder de van het Evangelie vervreemden vraagt van de ouderling, dat hij zich in al zijn arbeid mede richt op hen, die buiten het kerkelijk leven staan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-2-4

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 2.

De werkzaamheden van de ouderling.

Lid
4

Indien het opzicht over de leden der gemeente zou moeten leiden tot een beslissing over de toepassing van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht, neemt het consistorie het opzicht over, daarbij handelende naar de bepalingen van het tweede en derde lid van art. 4 van de ordinantie voor het opzicht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-2-5

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 2.

De werkzaamheden van de ouderling.

Lid
5

In noodgevallen kan een ouderling een kerkdienst leiden, onder gebruikmaking van een daartoe bestemde orde van dienst uit het dienstboek der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-3-1

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 3.

Bijeenkomsten van het presbyterie.

Lid
1

In (centrale) gemeenten met drie of meer predikantsplaatsen kunnen de ouderlingen, onder leiding van één hunner, als presbyterie bijeenkomen, ter verdeling van de werkzaamheden en ter behandeling van de geestelijke vragen van hun ambtswerk in gemeente en Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-3-2

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 3.

Bijeenkomsten van het presbyterie.

Lid
2

Door de raad voor de herderlijke zorg worden streekvergaderingen van ouderlingen belegd, ter behandeling van die zaken, welke voor het presbyteraat van bijzonder belang zijn.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-4-1

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 4.

Ouderlingen met een bepaalde opdracht of voor bijzondere werkzaamheden.

Lid
1

In het bijzonder daartoe door de gemeente aangewezen ouderlingen worden, als kerkvoogden, belast met de zorg voor de stoffelijke, niet diaconale zaken der gemeente.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-4-2

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 4.

Ouderlingen met een bepaalde opdracht of voor bijzondere werkzaamheden.

Lid
2

De werkzaamheden van de kerkvoogden worden nader omschreven in de ordinantie voor de kerkelijke financiën.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-4-3

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 4.

Ouderlingen met een bepaalde opdracht of voor bijzondere werkzaamheden.

Lid
3

De kerkvoogd wordt, met het oog op zijn verantwoordelijkheid voor de stoffelijke belangen der gemeente, niet geroepen tot de werkzaamheden omschreven in de eerste drie leden van art. 2 dezer ordinantie, tenzij de kerkeraad hem op zijn verzoek met een of meer daarvan belast.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-4-4

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 4.

Ouderlingen met een bepaalde opdracht of voor bijzondere werkzaamheden.

Lid
4

Indien aan een predikant een bepaalde opdracht wordt gegeven of wordt overgegaan tot de beroeping van een predikant voor bijzondere werkzaamheden, als ook indien aard of omvang van een bepaald arbeidsveld der ouderlingen de behoefte daaraan doet gevoelen, kan de kerkeraad een ouderling aanwijzen of verkiezen, om hem te belasten met een bepaalde opdracht of om als ouderling voor bijzondere werkzaamheden met de predikant voor bijzondere werkzaamheden bezig te zijn in kerkelijke arbeid, welke niet van de gemeente uitgaat, in welk geval deze ouderlingen van andere werkzaamheden kunnen worden vrijgesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-4-5

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 4.

Ouderlingen met een bepaalde opdracht of voor bijzondere werkzaamheden.

Lid
5

Ook kunnen in het belang van kerkeraad en gemeente ouderlingen worden aangewezen of gekozen, die van het gewone werk ten dele zijn vrijgesteld, terwijl deze in een centrale gemeente boventallig in een wijkkerkeraad kunnen zitting hebben.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-5-1

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 5.

De raad voor de herderlijke zorg.

Lid
1

De generale synode doet zich bij haar zorg voor de pastorale arbeid der Kerk bijstaan door een raad voor de herderlijke zorg.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-5-2

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 5.

De raad voor de herderlijke zorg.

Lid
2

Deze raad bestaat uit negen leden, door de generale synode benoemd, waaronder twee predikanten, vier ouderlingen en één uit hen, die in een bediening zijn gesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 14-5-3

Ordinantie voor het presbyteraat.

 

Artikel 5.

De raad voor de herderlijke zorg.

Lid
3

Deze raad heeft tot taak
bijstand te verlenen aan allen, die in de Kerk tot pastorale arbeid geroepen zijn,
voorlichting te geven aan de ouderlingen inzake de hun toevertrouwde werkzaamheden,
het vormen van een geestelijk centrum voor hen, die als hulpprediker of vicaris werkzaam zijn,
het verspreiden van de bijbel,
het bestuderen van vraagstukken en het doen publiceren van uitgaven, de pastorale zorg betreffende,
zorg te dragen voor de arbeid tot opbouw van het persoonlijk geestelijk leven, onder meer door het organiseren van het retraite-werk,
leiding te geven aan de geestelijke verzorging van hen, die door tijdelijke of regelmatige afwezigheid uit hun woonplaats buiten de gewone pastorale zorg staan, en
te verrichten, wat hem in de ordinanties der Kerk verder tot taak wordt gesteld.