Kerkorde NHK (1951) Ord. 10

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

1. De nodiging tot het Avondmaal.
2. De toelating tot het Avondmaal.
3. De attestatie over belijdenis en wandel.
4. Censura morum.
5. De viering van het Avondmaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-1-1

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 1.

De nodiging tot het Avondmaal.

Lid
1

De leden van de kerkeraad wekken bij het huisbezoek de lidmaten der gemeente op tot getrouwe viering van het Avodmaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-1-2

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 1.

De nodiging tot het Avondmaal.

Lid
2

De nodiging tot iedere Avondmaalsviering geschiedt in de prediking en bij de herderlijke zorg.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-1-3

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 1.

De nodiging tot het Avondmaal.

Lid
3

Bij de opwekking en nodiging worden de lidmaten geroepen tot zelfonderzoek en verootmoediging, en vermaand om uit hun midden weg te doen, wat aan de deelneming aan het Avondmaal in de weg zou kunnen staan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-1-4

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 1.

De nodiging tot het Avondmaal.

Lid
4

De in deze ordinantie aan de kerkeraad opgedragen zaken worden namens deze verricht door het consistorie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-2-1

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 2.

De toelating tot het Avondmaal.

Lid
1

Tot de deelneming aan het Avondmaal worden toegelaten de lidmaten der gemeente, met uitzondering van hen, die bij bijzondere maatregel ter handhaving van de kerkelijke tucht daarvan zijn uitgesloten; voorts zij, die een reisattestatie overleggen, terwijl zij, die als belijdende leden tot een andere gemeente der Kerk behoren, door de kerkeraad als gast kunnen worden toegelaten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-2-2

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 2.

De toelating tot het Avondmaal.

Lid
2

Belijdende leden van andere Kerken worden tot het Avondmaal toegelaten naar de regelen daarvoor gesteld in de ordinantie voor het verband met andere Kerken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-1

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
1

Een lidmaat, uit een andere gemeente overgekomen, heeft toegang tot het Avondmaal, indien hij van de kerkeraad zijner vorige gemeente een attestatie, ingericht naar een door het breed moderamen der generale synode vastgesteld model, overlegt, dat hij belijdend lid der Kerk is en dat op hem geen bijzondere maatregel ter handhaving van de kerkelijke tucht wordt toegepast.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-2

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
2

Wordt op de aanvrager van een attestatie een bijzonder middel toegepast ter handhaving van de kerkelijke tucht, dan doet de kerkeraad daarvan mededeling en draagt hij het opzicht over de naleving van deze maatregel over aan de kerkeraad van diens nieuwe woonplaats.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-3

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
3

Degene, die geen attestatie overlegt, kan niet worden ingeschreven in het lidmatenboek en dientengevolge niet deelnemen aan de verkiezing van ambtsdragers of tot ambtsdrager verkozen worden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-4

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
4

Een nieuw ingekomene, die nog geen attestatie heeft ingediend, kan door de kerkeraad éénmaal als gast tot de viering van het Avondmaal worden toegelaten en vraagt onverwijld de attestatie aan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-5

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
5

Een attestatie wordt slechts afgegeven en blijft van kracht gedurende de zes kalendermaanden na die, waarin de verandering van woonplaats heeft plaatsgevonden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-6

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
6

Heeft een kerkeraad redenen om niet tot het afgeven van een attestatie over te gaan, dan bericht hij dit met opgave van die redenen aan de andere kerkeeraad, onder toezending van een bewijs van lidmaatschap.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-7

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
7

In afwijking van het in het derde lid van dit artikel bepaalde kan degene, die niet tijdig een attestatie heeft ingeleverd, door de kerkeraad krachtens eigen opzicht en aan de hand van een bewijs van lidmaatschap alsnog in het lidmatenboek worden ingeschreven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-8

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
8

Van het aanvragen van een attestatie doet de kerkeraad mededeling aan de gemeente, evenals van de namen der van elders overgekomen en in het lidmatenboek ingeschreven lidmaten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-9

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
9

Tot het afgeven van een aangevraagde attestatie wordt eerst overgegaan acht dagen na de afkondiging van de aanvrage, indien gedurende die tijd geen bezwaren betreffende belijdenis en wandel van de aanvrager zijn ingekomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-3-10

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 3.

De attestatie over belijdenis en wandel.

Lid
10

Aan een lidmaat, die gedurende langere tijd van zijn woonplaats afwezig is, kan op diens verzoek een reisattestatie worden afgegeven, ingericht naar een model, door het breed moderamen der synode vastgesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-4-1

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 4.

Censura morum.

Lid
1

Vóór elke viering van het Avondmaal geeft de kerkeraad, na afkondiging of mededeling hiervan, in een kerkeraadsvergadering aan ambtsdragers en lidmaten der gemeente de gelegenheid tot het inbrengen van bezwaren over belijdenis en wandel van lidmaten, waarna de kerkeraad tot behandeling van de ingekomen bezwaren overgaat.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-4-2

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 4.

Censura morum.

Lid
2

In het bijzonder zullen ook de ambtsdragers der gemeente voor de bediening van het Avondmaal zichzelve en elkander beproeven en uit hun midden wegnemen, wat voor de rechte viering van het Avondmaal een beletsel zou kunnen zijn.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-5-1

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 5.

De viering van het Avondmaal.

Lid
1

Het Avondmaal wordt op gezette tijden, doch tenminste vier maal per jaar, gevierd in een kerkdienst der gemeente, ten tijde en ter plaatse door de kerkeraad vastgesteld; in bijzondere gevallen kan de viering van het Avondmaal minder dan vier maal per jaar plaats vinden, doch niet dan na overleg met kerkvisitatoren-provinciaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-5-2

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 5.

De viering van het Avondmaal.

Lid
2

De bediening geschiedt, onder gebruikmaking van een daartoe bestemd formulier uit het dienstboek der Kerk en op de wijze door de kerkeraad vastgesteld, door hen, die daartoe in de orde der Kerk zijn aangewezen, bij aanwezigheid van tenminste twee der ouderlingen, die toezien, dat niet tot de dis des Heren toegaat, die daarvan geweerd moet worden en twee der diakenen, die aan de tafel dienen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-5-3

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 5.

De viering van het Avondmaal.

Lid
3

De voorbereiding tot en de dankzegging na het Avondmaal geschieden, zo de kerkeraad dit wenselijk oordeelt, in een kerkdienst voorafgaande aan en volgende op de viering van het Avondmaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 10-5-4

Ordinantie voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Artikel 5.

De viering van het Avondmaal.

Lid
4

Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding zijn, kan de kerkeraad ook buiten een kerkdienst, zij het onder deelneming van vertegenwoordigers van de kerkeraad en zo mogelijk van de gemeente, het Avondmaal doen vieren, bij voorkeur — ter beoordeling van de kerkeraad — in aansluiting aan de regelmatige viering van het Avondmaal door de gemeente.