Kerkorde NHK (1951) Ord. 7.

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.
1. De opleiding en vorming van de dienaar des Woords.
2. De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.
3. De kerkelijke hoogleraren.
4. De inschrijving in het album.
5. Het onderzoek naar de geschiktheid voor het predikambt.
6. De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.
7. De fondsen voor het theologisch hoger onderwijs.

II. Het kerkelijk examen.
8. Het kerkelijk examen.
9. De opleiding van theologen in het buitenland.
10. De vorming van hen, die bij een andere Kerk in de evangeliebediening zijn werkzaam geweest.
11. De opleiding en vorming tot zendingspredikant.

III. De toelating tot de evangeliebediening.
12. De gedelegeerden voor de toelating tot de evangeliebediening.
13. Het seminarium.
14. De aanvrage van een colloquium.
15. De vereisten voor de toelating tot het colloquium.
16. Het colloquium.
17. Singuliere gaven.
18. Het testimonium van candidaat tot de Heilige Dienst.

IV. De theologische arbeid der Kerk.
19. De raad voor de zaken van Kerk en theologie.
20. De werkzaamheden van de raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7.I.

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel
1-7

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-1-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 1.

De opleiding en vorming van de dienaar des Woords.

Lid
1

De opleiding van de dienaar des Woords geschiedt aan de theologische faculteit van de Rijksuniversiteiten te Leiden, Groningen en Utrecht en aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-1-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 1.

De opleiding en vorming van de dienaar des Woords.

Lid
2

Aan de kerkelijke hoogleraren en aan andere, daartoe door de Kerk uitgenodigde, hoogleraren der universiteit is bij de theologische opleiding opgedragen bijzondere zorg te besteden aan de vorming tot het ambt van dienaar des Woords.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-1-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 1.

De opleiding en vorming van de dienaar des Woords.

Lid
3

Aan de kerkelijke en andere, daartoe door de generale synode uitgenodigde, hoogleraren is mede toevertrouwd het betonen van geestelijke zorg aan hen, die in het album der Kerk zijn ingeschreven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
1

Bij haar voortdurende zorg voor de opleiding en vorming van de dienaren des Woords wordt de generale synode bijgestaan door een commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
2

Deze commissie telt zeven leden, door de generale synode benoemd uit de lidmaten der Kerk, onder wie ten hoogste vier leden uit de predikanten en tenminste twee leden uit haar midden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
3

Men kan niet tegelijk lid van deze commissie zijn en kerkelijk hoogleraar of rector van het seminarium, bedoeld in art. 13 van deze ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
4

De commissie kiest zich een voorzitter, een vice-voorzitter en een secretaris.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-5

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
5

Zij heeft tot taak, in naam van en in verantwoordelijkheid aan de generale synode, de belangen te verzorgen van de opleiding en vorming van de dienaren des Woords, voorzover zulks niet behoort tot de opdracht der hoogleraren of van de rector van het seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-6

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
6

Zij is daarbij, nevens hetgeen haar verder in deze ordinantie is opgedragen, onder meer belast met
de voorlichting van synode en Kerk over de opleiding en vorming van de dienaren des Woords;
de zorg voor de belangen der Kerk bij de opleiding tot predikant gedurende de jaren van het voorbereidend hoger onderwijs;
de behartiging van de stoffelijke belangen aan opleiding en vorming verbonden;
de voorbereiding tot oprichting, al of niet in samenwerking met andere lichamen, van de instituten, aan welke bij opleiding en vorming blijkt behoefte te bestaan;
het besturen of doen besturen van deze instituten; en
de leiding van het seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-7

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
7

Het overleg, voortvloeiende uit de raadpleging van de Hervormde Kerk over de bezetting van leerstoelen in de theologische of litteraire faculteit ener universiteit, waar de Kerk haar dienaren des Woords doet opleiding, wordt namens haar gevoerd door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs in overleg met het breed moderamen der generale synode, de kerkelijke hoogleraren aan die universiteit gehoord.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-8

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
8

De commissie brengt telken jare vóór 1 October en mede aan de hand van haar door de kerkelijke hoogleraren en de rector van het seminarium verstrekte gegevens verslag uit aan de generale synode over de opleiding en vorming van de dienaren des Woords in het afgelopen academiejaar.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
1

De benoeming en het ontslag van kerkelijke hoogleraren geschiedt door de generale synode.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
2

Alvorens de generale synode tot zulk een benoeming overgaat, doet de commissie voor het theologisch hoger onderwijs — na overleg met de vergadering van de hoogleraren der Kerk en gehoord het advies van de theologische faculteit, waar de te benoemen hoogleraar zal werkzaam zijn — haar een aanbeveling met tenminste drie namen toekomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
3

De generale synode kan, indien de omvang van het werk dat vereist, overgaan tot de benoeming van docenten vanwege de Hervormde Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
4

Tot kerkelijk hoogleraar zijn benoembaar zij, die — behoudens door de generale synode van deze voorwaarde te verlenen ontheffing — tenminste vijf jaren als dienaar des Woords de Hervormde Kerk hebben gediend.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-5

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
5

Hij, die benoemd is tot kerkelijk hoogleraar, verklaart binnen vier weken, of hij deze benoeming aanvaardt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-6

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
6

Hij, die tot kerkelijk hoogleraar is benoemd of met een bepaalde opdracht is belast, belooft, vóór het tijdstip, waarop die benoeming of opdracht ingaat, ten overstaan van het moderamen der generale synode, dat hij bij zijn arbeid aan de opleiding en vorming van de dienaren des Woords zich naar art. X der kerkorde zal bewegen in de weg van het belijden der Kerk, het opzicht der generale synode daarover aanvaardt, zich zal onderwerpen aan de regelen van de orde der Kerk en zal medewerken aan de opbouw van de Hervormde Kerk als openbaring van de ene heilige katholieke of algemene christelijke Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-7

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
7

De synode kan, in bijzondere gevallen en in overleg met de betrokken kerkelijke hoogleraar, ook een rijks- of gemeentelijk hoogleraar uitnodigen een opdracht te aanvaarden tot het onderwijs in een of meer der vakken, welke als onderdeel van de opleiding en vorming door de kerkelijke hoogleraren zouden moeten worden gedoceerd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-8

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
8

De kerkelijke hoogleraren wijden zich geheel aan de opleiding en vorming van de dienaren des Woords, de kerkelijke docenten worden nevens hun eigen werkzaamheden belast met een taak ten aanzien van een bepaald onderdeel van deze opleiding en vorming en kunnen een leeropdracht ontvangen aan meer dan een universiteit.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-9

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
9

Het onderwijs vanwege de Kerk wordt gegeven in
bijbelse theologie,
dogmatiek,
christelijke ethiek,
wezen en geschiedenis van het apostolaat,
praktische theologie,
geschiedenis van de Nederlandse Hervormde Kerk en van haar symbolische en liturgische geschriften,
kerkrecht,
en voorts in die vakken, waarin de generale synode het onderwijs alsnog noodzakelijk of wenselijk acht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-10

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
10

De verdeling van deze vakken over de hoogleraren en de vaststelling van het aantal uren, waarin een bepaald vak zal worden gedoceerd, geschiedt onder goedkeuring van de generale synode door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, de vergadering der kerkelijke hoogleraren gehoord.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-11

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
11

De kerkelijke hoogleraren bij eenzelfde universiteit fungeren bij toerbeurt telkens gedurende een academisch jaar als voorzitter en regelen de zorg voor het bijhouden van het album der Kerk en voor de verdere administratieve aangelegenheden ter plaatse in onderling overleg.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-12

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
12

De kerkelijke hoogleraren komen onder leiding van de in diensttijd oudste aanwezige hoogleraar naar behoefte in vergadering bijeen ter behandeling van de hen gemeenschappelijk rakende aangelegenheden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-13

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
13

Een kerkelijk hoogleraar kan geen zitting hebben in een vertegenwoordigend lichaam van de staat, noch enige staatsrechtelijke functie vervullen, noch enige nevenbetrekking, waaraan regelmatige inkomsten zijn verbonden, dan met toestemming van het breed moderamen der synode, de commissie voor het theologisch hoger onderwijs gehoord, waarbij dat moderamen tevens beslist, of de hoogleraar geheel of ten dele op non-activiteit wordt gesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-14

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
14

Bij afwezigheid of ontstentenis van een kerkelijk hoogleraar regelen de overige kerkelijke hoogleraren, onder goedkeuring van de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, de wijze, waarop in de waarneming van zijn werkzaamheden wordt voorzien.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-15

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
15

Behoudens dispensatie in bijzondere gevallen door het moderamen der generale synode te verlenen, heeft de kerkelijke hoogleraar zijn woonplaats binnen de grenzen van de burgerlijke gemeente, in welke de betrokken universiteit is gevestigd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-16

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
16

Aan de kerkelijke hoogleraren worden jaarwedde en pensieonrechten verzekerd tot eenzelfde bedrag als zijn of zullen worden toegekend aan de rijkshoogleraren, terwijl voor de verplichting tot aftreden na volbrachte diensttijd gelijke bepalingen gelden als voor de rijkshoogleraren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-4-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 4.

De inschrijving in het album.

Lid
1

Zij, die begeren tot dienaar des Woords in de Hervormde Kerk te worden gevormd, laten zich van de aanvang hunner studie af telken jare inschrijven in het album der Kerk, met dien verstande, dat de inschrijvingsgelden niet meer dan viermaal verschuldigd zijn.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-4-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 4.

De inschrijving in het album.

Lid
2

Voor de inschrijving in het album en voor het afleggen van de kerkelijke examens zijn inschrijvings- en examengelden verschuldigd, waarvan het bedrag, onder goedkeuring van het breed moderamen der synode, wordt vastgesteld door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-4-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 4.

De inschrijving in het album.

Lid
3

In het album der Kerk worden ook ingeschreven vrouwelijke theologische studenten, die het kerkelijk examen wensen af te leggen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-5-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 5.

Het onderzoek naar de geschiktheid voor het predikambt.

Lid
1

Zij, die voor de eerste maal in het album der Kerk zijn ingeschreven, maken binnen drie maanden na die inschrijving persoonlijk kennis met de kerkelijke hoogleraren der universiteit en onderwerpen zich op verlangen dier hoogleraren aan een onderzoek, betrekking hebbende op de aanvankelijke geschiktheid voor het predikambt of vicariaat.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-5-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 5.

Het onderzoek naar de geschiktheid voor het predikambt.

Lid
2

De hoogleraren vragen daarbij desgewenst het getuigenis van rectoren, leraren, predikanten en anderen, onder wier leiding de ingeschrevene voordien heeft gestaan, alsmede van de andere hoogleraren der faculteit.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-5-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 5.

Het onderzoek naar de geschiktheid voor het predikambt.

Lid
3

Aan hem, die naar het oordeel van de kerkelijke hoogleraren de aanvankelijke geschiktheid tot het predikambt of vicariaat mist of op een later tijdstip van de vorming blijk geeft deze geschiktheid toch niet in voldoende mate te bezitten, wordt daarvan — indien de commissie voor het theologich hoger onderwijs dit inzicht deelt — door deze commissie mondeling mededeling gedaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
1

De onkosten der Kerk, aan opleiding en vorming verbonden, worden bestreden uit een kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
2

De beslissing over de besteding van de gelden van deze kas berust bij de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, met dien verstande, dat haar begroting de goedkeuring behoeft van de generale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
3

Voor deze kas geldt het bepaalde in art. 19 van de ordinantie voor de kerkelijke financiën.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
4

In deze kas worden gestort
de wettelijke en andere bijdragen van de overheid voor de opleiding van de dienaren des Woords, voorzover deze niet rechtstreeks aan de kerkelijke hoogleraren worden uitbetaald;
de inschrijvings- en examengelden van hen, die in het album der Kerk zijn ingeschreven;
de internaats- en lesgelden van hen, die aan het seminarium deelnemen;
renten van ten name der kas belegde gelden en van daarvoor aangewezen generale fondsen der Kerk;
bijdragen van kerkeraden en andere kerkelijke organen;
de opbrengst van collecten; en
andere inkomsten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-5

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
5

Uit deze kas worden bestreden
de administratie- en andere kosten van de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, van de kerkelijke hoogleraren en docenten en andere uitgaven ten behoeve van het theologisch hoger onderwijs en van het seminarium; en
de traktementen der kerkelijke hoogleraren en docenten, voorzover deze hun niet rechtstreeks door rijk of gemeente worden uitbetaald, benevens de traktementen van de rector en docenten van het seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-7-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 7.

De fondsen voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
1

De voor het theologisch hoger onderwijs der Kerk nodige generale fondsen worden gevormd bij besluit van de genereale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-7-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 7.

De fondsen voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
2

Als zodanig zullen er in ieder geval zijn een fonds voor het theologisch hoger onderwijs der Kerk en een studiefonds.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-7-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 7.

De fondsen voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
3

Voor het beheer, de administratie en de beslissing over de besteding van de gelden dezer fondsen zijn dezelfde bepalingen van kracht als terzake gegeven ten aanzien van de kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7.II.

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel
8-11

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-8-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 8.

Het kerkelijk examen.

Lid
1

Het kerkelijk examen wordt met open deuren en gedurende één uur afgenomen door de daarvoor door de synode aangewezen hoogleraren aan de betrokken universiteit.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-8-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 8.

Het kerkelijk examen.

Lid
2

Tot dit examen worden toegelaten zij, die in het album der Kerk zijn ingeschreven en met goed gevolg het candidaatsexamen in de godgeleerdheid hebben afgelegd aan een der daarvoor aangewezen universiteiten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-8-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 8.

Het kerkelijk examen.

Lid
3

Het examen betreft
bijbelse theologie,
dogmatiek,
christelijke ethiek,
wezen en geschiedenis van het apostolaat,
praktische theologie,
geschiedenis van de Nederlandse Hervormde Kerk en van haar symbolische en liturgische geschriften,
kerkrecht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-8-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 8.

Het kerkelijk examen.

Lid
4

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs, de vergadering der kerkelijke hoogleraren gehoord, bepaalt voor elke universiteit afzonderlijk en telkens voor een tijdvak van tenminste drie jaren, in welke van deze vakken examen zal worden afgenomen en in welke vakken afdoend tentamen, met dien verstande nochtans, dat steeds drie dezer vakken op het examen zullen worden gevraagd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-8-5

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 8.

Het kerkelijk examen.

Lid
5

Hij, die met gunstig gevolg het doctoraal examen in de godgeleerdheid heeft afgelegd, is bij het kerkelijk examen vrijgesteld van de vakken, waarin hij bij zijn doctoraal examen door de kerkelijke hoogleraren is geëxamineerd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-8-6

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 8.

Het kerkelijk examen.

Lid
6

Afwijzing bij het kerkelijk examen geschiedt tenminste voor drie en ten hoogste voor twaalf maanden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-8-7

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 8.

Het kerkelijk examen.

Lid
7

Binnen drie maanden nadat het examen met goed gevolg is afgelegd, houdt de geëxamineerde, ter beoordeling van zijn homiletische bekwaamheid, ten overstaan van een der kerkelijke hoogleraren een proefpreek, waarna hij voor een tijdvak van drie jaren de bevoegdheid ontvangt tot de prediking van het Evangelie in een kerkdienst met gebruikmaking van een daarvoor bestemde orde van dienst uit het dienstboek der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-9-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 9.

De opleiding van theologen in het buitenland.

Lid
1

De generale synode kan — de commissie voor het theologisch hoger onderwijs gehoord — bepalen, dat de theologische studie aan door haar met name aangewezen inrichtingen voor theologisch hoger onderwijs in het buitenland gelijk gesteld wordt met die aan een der daarvoor aangewezen Nederlandse universiteiten, onder vaststelling tevens van de graden of bewijsstukken, die in dat geval behaald of verkregen moeten zijn.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-9-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 9.

De opleiding van theologen in het buitenland.

Lid
2

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs treft in overleg met de betrokken kerkelijke hoogleraren dan tevens een regeling inzake de vorming van de betrokkene tot het ambt van dienaar des Woords.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-10-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 10.

De vorming van hen, die bij een andere Kerk in de evangeliebediening zijn werkzaam geweest.

Lid
1

Zo iemand, die tot predikant of geestelijke is opgeleid, of als zodanig heeft dienst gedaan bij een andere Kerk hier te lande of in het buitenland, begeert tot de evangeliebedieninig in de Nederlandse Hervormde Kerk te worden toegelaten, beoordeelt de commissie voor het theologisch hogere onderwijs — de kerkelijke hoogleraren gehoord — voor elk geval afzonderlijk de waarde van de wetenschappelijke opleiding door de aanvrager genoten; stelt zij, in overleg met de betrokken kerkekelijke hoogleraren, zo nodig de vereisten voor een bijzonder kerkelijk examen, waaraan hij zich heeft te onderwerpen, vast; en bepaalt zij van welke vereisten voor de toelating tot het colloquium hem dispensatie wordt verleend.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-10-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 10.

De vorming van hen, die bij een andere Kerk in de evangeliebediening zijn werkzaam geweest.

Lid
2

Is dit examen met goed gevolg afgelegd, dan wordt de aanvrager opgeroepen voor het colloquium, doch niet, dan nadat hij — zo dit nog niet geschied is — onder de belijdende leden der Kerk is opgenomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-10-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 10.

De vorming van hen, die bij een andere Kerk in de evangeliebediening zijn werkzaam geweest.

Lid
3

Een gemeente kan in een bestaande vacature aan degene, die naar de bepalingen van dit artikel tot de Hervormde Kerk wil overkomen, de — haar gedurende zes maanden bindende — toezegging doen hem te beroepen, zodra hem het testimonium van candidaat tot de Heilige Dienst zal zijn uitgereikt, terwijl de aldus voorlopig beroepene haar binnen vier weken de stellige verklaring doet toekomen, of hij zich verbindt deze toekomstige beroeping op te volgen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-11-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 11.

De opleiding en vorming tot zendingspredikant.

Lid
1

Inzake de opleiding en vorming van de zendingspredikant, voor wiens academische opleiding gelijke bepalingen gelden als voor de andere dienaren des Woords, worden — de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, de kerkelijke hoogleraren en de raad voor de zending gehoord — bepalingen gesteld in een generale regeling der synode betreffende die onderdelen van de vorming tot het ambt van dienaar des Woords, die worden vervangen of aangevuld met het oog op de bijzondere eisen door de arbeid als zendingspredikant gesteld, waarbij het kerkelijk examen dienovereenkomstig wordt gewijzigd en waarin tevens wordt bepaald, door wie dit examen zal worden afgenomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-11-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 11.

De opleiding en vorming tot zendingspredikant.

Lid
2

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs kan deze vorming — onder medewerking van de kerkelijke hoogleraren bij een der universiteiten — doen plaats vinden aan een in overleg met de raad voor de zending daarvoor aangewezen instituut of seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-11-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

II. Het kerkelijk examen.

Artikel 11.

De opleiding en vorming tot zendingspredikant.

Lid
3

Voor hen, die tot zendingspredikant zijn gevormd, gelden de bepalingen inzake het colloquium, maar niet die betreffende de verplichte leertijd in het pastoraat en het verblijf in het seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7.III.

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel
12-18

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-12-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 12.

De gedelegeerden voor de toelating tot de evangeliebediening.

Lid
1

De toelating tot de bediening van het Evangelie en het recht om te staan naar het ambt van dienaar des Woords worden — na een colloquium met hem, die deze toelating en dit recht begeert — verleend door gedelegeerden van de provinciale kerkvergaderingen voor de toelating tot de evangeliebediening, waartoe iedere provinciale kerkvergadering uit de predikanten en ouderlingen van haar ressort voor een tijdvak van vier jaren drie gedelegeerden, waaronder steeds tenminste één predikant en één ouderling, aanwijst, met voor ieder hunner een secundus en een tertius, die hetzelfde ambt dragen als de primusl

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-12-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 12.

De gedelegeerden voor de toelating tot de evangeliebediening.

Lid
2

Met een jaarlijks volgens rooster plaats vindende opschuiving vormen de gedelegeerden uit hun midden zes delegaties, ieder van vijf leden, welke delegaties, naar een door de gedelegeerden te maken regeling, bij toerbeurt en in verschillende delen van het land bijeenkomen voor het houden van — door elke delegatie telkens ten hoogste zes — colloquia.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-12-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 12.

De gedelegeerden voor de toelating tot de evangeliebediening.

Lid
3

De verdeling van de aangevraagde colloquia over de delegaties geschiedt door de gedelegeerden naar volgorde van de ingekomen aanvragen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-12-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 12.

De gedelegeerden voor de toelating tot de evangeliebediening.

Lid
4

De gedelegeerden en de delegaties wijzen ieder uit hun midden een voorzitter en een secretaris aan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-12-5

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 12.

De gedelegeerden voor de toelating tot de evangeliebediening.

Lid
5

Een gedelegeerde is niet meer dan eenmaal terstond herkiesbaar.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-12-6

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 12.

De gedelegeerden voor de toelating tot de evangeliebediening.

Lid
6

Voor het colloquium met hen, die begeren dienaar des Woords te worden bij een Waalse gemeente, wijst de Waalse Commissie voor elk geval afzonderlijk drie gedelegeerden aan, die in tegenwoordigheid van voorzitter en secretaris van de gedelegeerden der provinciale kerkvergadering het colloquium afnemen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-12-7

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 12.

De gedelegeerden voor de toelating tot de evangeliebediening.

Lid
7

De gedelegeerden der Waalse Commissie kunnen, zo zij dit begeren, een colloquium van een der andere delegaties bijwonen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-13-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 13.

Het seminarium.

Lid
1

Na beëindiging van de verplichte leertijd, bedoeld in art. 15 dezer ordinantie sub e en mede ter voorbereiding van het colloquium, ontvangen de candidaten gedurende een tijdvak van vier maanden en in internaatsverband gemeenschappelijk de nadere voorbereiding voor hun ambtsbediening aan een seminarium, welks rector en docenten worden benoemd door de generale synode, waartoe de commissie voor het theologisch hoger onderwijs een aanbeveling indient.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-13-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 13.

Het seminarium.

Lid
2

Door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs worden vrouwelijke studenten, zo zij  de stukken overleggen, genoemd in art. 15 van deze ordinantie sub a, b, d en e op haar verzoek, tot de deelneming aan een viermaandelijkse leergang van het seminarium toegelaten; mannelijke studenten, die de leeftijd van vijf en dertig jaren hebben bereikt, worden op hun verzoek vrijgesteld van de verplichting tot deelneming aan de vorming in het seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-13-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 13.

Het seminarium.

Lid
3

Onder goedkeuring van de commissie voor het theologisch hoger onderwijs maken rector en docenten telkens voor de eerstvolgende leergang van vier maanden een werkplan op, dat steeds in het bijzonder gericht zal zijn op
de praktijk van het gemeentelijk leven,
de pastorale zorg in de gemeente,
het werk onder de jeugd, en
de arbeid onder hen, die van het Evangelie zijn vervreemd,
dit laatste onder inschakeling van het instituut „Kerk en wereld”.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-14-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 14.

De aanvrage van het colloquium.

Lid
1

Tot het colloquium wordt de gelegenheid geboden in de eerste volle week van de maanden Februari, Juli en October op tijd en plaats, tenminste een week van te voren door de betrokken delegatie ter kennis van de aanvrager gebracht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-14-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 14.

De aanvrage van het colloquium.

Lid
2

De aanvrage geschiedt bij de secretaris-generaal der Kerk uiterlijk op de zestiende dag van de maand, voorafgaand aan de maand, waarin het colloquium, waaraan de aanvrager wenst deel te nemen, wordt gehouden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-14-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 14.

De aanvrage van het colloquium.

Lid
3

De aanvrager zendt tegelijkertijd met de aanvrage bij de secretaris-generaal in vijfvoud een preek in over een door de aanvrager gekozen tekst uit de bijbel, vergezeld van een orde van dienst met de daarbij gekozen Schriftlezing en liederen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-15-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 15.

De vereisten voor de toelating tot het colloquium.

Lid
1

Bij zijn aanvrage om een colloquium, tot hetwelk alleen mannelijke lidmaten der Kerk worden toegelaten, legt de aanvrager de volgende stukken over
a. een attestatie over belijdenis en wandel, afgegeven door de kerkeraad der gemeente(n), tot welke hij in de afgelopen vier en twintig maanden heeft behoord, en een verklaring, dat hij vóór die tijd onder de belijdende leden der Kerk werd opgenomen;
b. het bewijs, dat hij met goed gevolg het kerkelijk examen heeft afgelegd en een proefpreek heeft gehouden;
c. een verklaring van de kerkelijke hoogleraren bij de universiteit, waar hij het kerkelijk examen heeft afgelegd, over zijn geschiktheid voor het predikambt, welke verklaring, zo zij ongunstig luidt, met redenen omkleed en door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs van haar visum voorzien dient te zijn;
d. een testimonium, dat hij gedurende drie jaren de colleges heeft gevolgd in de exegese van het Oude en Nieuwe Testament en gedurende één jaar in de encyclopedie der godgeleerdheid;
e. een verklaring, dat hij tenminste vier maanden, onder leiding van een door hem met toestemming van de rector van het seminarium, na overleg met de betrokken kerkelijke hoogleraren, gekozen predikant, werkzaam is geweest in het praktische pastorale werk, tenzij de commissie voor het theologisch hoger onderwijs hem in het belang der Kerk of uit hoofde van bijzondere omstandigheden of in verband met een andere pastorale opdracht van deze verplichte leertijd heeft vrijgesteld;
f. een verklaring van de rector, afgegeven namens de vergadering van docenten van het seminarium, bedoeld in art. 13 van deze ordinantie, dat hij de voorgeschreven tijd daar getrouw en met vrucht is werkzaam geweest.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-16-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 16.

Het colloquium.

Lid
1

Het colloquium, bedoeld als gesprek over het ambt van de dienaar des Woords in het geheel van het leven en werken der Kerk, vindt plaats voornamelijk aan de hand van de door de candiaat ingezonden preek.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-16-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 16.

Het colloquium.

Lid
2

Vindt de delegatie het resultaat van het colloquium niet bevredigend, dan wordt dit op verzoek van de aanvrager bij een latere gelegenheid voortgezet.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-16-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 16.

Het colloquium.

Lid
3

Is de delegatie daarna van oordeel, dat tegen diens toelating, ter zake van geschiktheid, bekwaamheid of roeping, onoverkomelijke bezwaren bestaan, dan deelt zij dit de candidaat onder opgave van redenen mede, terwijl zij dit oordeel en de redenen bovendien schriftelijk bevestigt, in welk geval hij zich kan beroepen op de generale synode, die na ingewonnen advies van de commissie voor het theologisch hoger onderwijs in deze eindbeslissing geeft.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-17-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 17.

Singuliere gaven.

Lid
1

Een lidmaat der Kerk, wie naar het oordeel van het breed moderamen der generale synode singuliere gaven zijn geschonken voor het ambt van dienaar des Woords, kan — zo hij voldoet aan voor elk geval afzonderlijk door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs gestelde eisen van ontwikkeling en kennis der theologie — door dat moderamen tot het colloquium worden toegelaten, zonder dat is voldaan aan de vereisten, in de artikelen 8 en 15 letter b-f van deze ordinantie gesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-18-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 18.

Het testimonium van candidaat tot de Heilige Dienst.

Lid
1

Hij, die na het colloquium is toegelaten tot de evangeliebediening wordt bevoegd verklaard als proponent te staan naar het ambt van dienaar des Woords en ontvangt het testimonium van candidaat tot de Heilige Dienst.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-18-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 18.

Het testimonium van candidaat tot de Heilige Dienst.

Lid
2

Candidaten tot de Heilige Dienst zijn bevoegd tot
de verkondiging des Woords,
de dienst der gebeden, en
de leiding van kerkdiensten, met gebruikmaking van een daarvoor in het dienstboek der Kerk aangegeven orde van dienst.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-18-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

III. De toelating tot de evangeliebediening.

Artikel 18.

Het testimonium van candidaat tot de Heilige Dienst.

Lid
3

Het testimonium wordt aan de proponent niet uitgereikt, dan nadat hij verklaard heeft, ter verkrijging te eniger plaatse van het ambt van dienaar des Woords, nimmer zijn toevlucht te hebben genomen of te zullen nemen tot enige gift of andere overeenkomst en, nadat artikel X van de kerkorde zal zijn voorgelezen, de volgende vragen bevestigend beantwoord en dit antwoord met zijn ondertekening bekrachtigd heeft:
Belooft gij in geheel uw ambtelijk werk Christus Jezus te verkondigen naar uitwijzen van het Heilig Evangelie, daarmede blijvende in de weg van het belijden der Kerk?
Zijt gij van harte bereid, ijverig en getrouw te arbeiden in de Nederlandse Hervormde Kerk, als openbaring der ene heilige katholieke of algemene christelijke Kerk?
Zijt gij bereid, u te onderwerpen aan de regelen in de orde der Kerk voor haar apostolaat en belijden, haar leven en werken gesteld?

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7.IV.

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

IV. De theologische arbeid der Kerk.

Artikel
19-20

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-19-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

IV. De theologische arbeid der Kerk.

Artikel 19.

De raad voor de zaken van Kerk en theologie.

Lid
1

De generale synode doet zich bij haar zorg voor de theologische arbeid der Kerk bijstaan door een raad voor de zaken van Kerk en theologie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-19-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

IV. De theologische arbeid der Kerk.

Artikel 19.

De raad voor de zaken van Kerk en theologie.

Lid
2

Deze raad bestaat uit vijftien lidmaten der Kerk, onder wie tenminste vijf en ten hoogste tien doctores in de godgeleerdheid, en daarenboven de kerkelijke hoogleraren ambtshalve.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-19-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

IV. De theologische arbeid der Kerk.

Artikel 19.

De raad voor de zaken van Kerk en theologie.

Lid
3

Deze raad heeft tot taak:
hulp en voorlichting te geven zowel ten aanzien van de voorbereiding van de dienst des Woords en de leerdienst, als ten behoeve van de huisdiensten;
medewerking aan en beoordeling van de arbeid der bijbelvertaling;
bijstand te verlenen — in contact met de leiding van het seminarium — bij de voortgezette studie van de theologie;
theologisch werkzaam te zijn in de geestelijke strijd der Kerk tegen de machten van ongeloof en bijgeloof;
mede te werken aan de opbouw der Kerk in haar belijden;
voorlichting te geven aan de ambtelijke vergaderingen bij het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-20-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

IV. De theologische arbeid der Kerk.

Artikel 20.

De werkzaamheden van de raad.

Lid
1

Bij het verlenen van bijstand bij de voortgezette studie der theologie richt de raad zich zowel tot de brede ministeries als tot afzonderlijke predikanten ter behandeling van theologische en daaraan verwante onderwerpen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-20-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

IV. De theologische arbeid der Kerk.

Artikel 20.

De werkzaamheden van de raad.

Lid
2

De arbeid van de raad, theologisch werkzaam te zijn in de geestelijke strijd der Kerk en aan de opbouw der Kerk in haar belijden, vraagt van hem, mede gezien de verhouding van Kerk en cultuur, in het bijzonder het doen verschijnen van wetenschappelijke en eenvoudige geschriften en artikelen en het bevorderen van bijeenkomsten en conferenties.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-20-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

IV. De theologische arbeid der Kerk.

Artikel 20.

De werkzaamheden van de raad.

Lid
3

Het voorlichten van de ambtelijke vergaderingen door de raad ten behoeve van haar opzicht over de dienst des Woords en de catechese geschiedt naar de bepalingen daaromtrent gesteld in de ordinantie voor het opzicht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-20-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

IV. De theologische arbeid der Kerk.

Artikel 20.

De werkzaamheden van de raad.

Lid
4

De raad vraagt, buiten de voorlichting bij het opzicht, de medewerking van ambtsdragers en lidmaten der Kerk, met wie hij werkgemeenschappen vormt voor de bestudering en behandeling van bepaalde onderdelen van zijn arbeidsveld.