Kerkorde NHK (1951) Ord. 6.

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

1. De kerkdiensten der gemeente.
2. Bijzondere kerkdiensten.
3. Hulp en voorlichting bij de predikdienst.
4. Het kerkgebouw.
5. De koster.
6. De cantor-organist of de organist.
7. De raad voor de eredienst.
8. De huisdiensten.

Artikel

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-1-1

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 1.

De kerkdiensten der gemeente.

Lid
1

In haar kerkdiensten verenigt zich de gemeente des Heren onder de bediening van Woord en sacramenten en tot de dienst der gebeden en der barmhartigheid.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-1-2

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 1.

De kerkdiensten der gemeente.

Lid
2

Buitengewone kerkdiensten kunnen worden gehouden naar aanleiding van belangrijke gebeurtenissen in het leven van Kerk, staat en volk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-1-3

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 1.

De kerkdiensten der gemeente.

Lid
3

Getal, plaats en tijd van de kerkdiensten worden vastgesteld door de kerkeraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-1-4

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 1.

De kerkdiensten der gemeente.

Lid
4

Een kerkdienst wordt niet geleid dan
door een dienaar des Woords of een emeritus-predikant der Kerk;
door hem, die de bevoegdheid van een emeritus heeft;
door hen, die daartoe naar de bepalingen van hoofdstuk VIII van de ordinantie voor het pastoraat bevoegd zijn; of
door een predikant als bedoeld in de artikelen 3 en 7 van de ordinantie voor het verband met andere Kerken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-1-5

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 1.

De kerkdiensten der gemeente.

Lid
5

In noodgevallen kan een ouderling een kerkdienst leiden, onder gebruikmaking van een daartoe bestemde orde van dienst uit het dienstboek der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-1-6

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 1.

De kerkdiensten der gemeente.

Lid
6

In een kerkdienst wordt slechts gebruik gemaakt van een — in overleg met de kerkeraad gekozen — orde uit het dienstboek der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-1-7

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 1.

De kerkdiensten der gemeente.

Lid
7

De pastor loci laat zich in de door hem te leiden kerkdiensten niet vervangen dan in overleg met de kerkeraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-1-8

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 1.

De kerkdiensten der gemeente.

Lid
8

De kerkeraad doet in het openbaar — ook door middel van de plaatselijke nieuwsbladen en zonder daarvoor van deze betaling te verlangen — mededeling van plaats en tijd der kerkdiensten en desgewenst van de naam van degene, die daarin zal voorgaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-2-1

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 2.

Bijzondere kerkdiensten.

Lid
1

De kerkeraad kan besluiten tot het houden van bijzondere kerkdiensten, zoals voor de jonge leden der gemeente en voor hen, die buiten het kerkelijk leven staan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-2-2

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 2.

Bijzondere kerkdiensten.

Lid
2

De kerkeraad kan, al of niet in samenwerking met andere Kerken, besluiten tot het houden van oecumenische kerkdiensten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-2-3

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 2.

Bijzondere kerkdiensten.

Lid
3

In bijzondere kerkdiensten kan worden afgeweken van het bepaalde in het vierde en zesde lid van art. 1 dezer ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-2-4

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 2.

Bijzondere kerkdiensten.

Lid
4

In oecumenische kerkdiensten kan ook gezongen worden uit het liederenboek van andere Kerken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-3-1

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 3.

Hulp en voorlichting bij de predikdienst.

Lid
1

De generale synode doet zich bij haar zorg voor de predikdienst bijstaan door de raad voor de zaken van Kerk en theologie, die hulp en voorlichting geeft, zowel ten aanzien van de voorbereiding van de predikdienst en de leerdienst, als ten behoeve van de huisdiensten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-4-1

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 4.

Het kerkgebouw.

Lid
1

De zorg voor de kerkgebouwen der gemeente en voor de orde daarin tijdens de kerkdiensten berust bij de kerkvoogden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-4-2

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 4.

Het kerkgebouw.

Lid
2

Met inachtneming van de bepalingen, terzake gesteld in de ordinantie voor het toezicht, beslist de kerkeraad in zijn geheel, onder goedkeuring — behoudens beroep op het breed moderamen der generale synode — van het provinciaal college van toezicht, hetwelk de bouw- en restauratiecommissie hoort, over het bouwplan en over de inrichting bij restauratie of bouw van een kerkgebouw en de schikking der kerkmeubelen, een en ander niet strijdig met de liturgische grondgedachten der Reformatie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-4-3

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 4.

Het kerkgebouw.

Lid
3

De kerkgebouwen der gemeente worden door kerkvoogden, in overleg met de kerkeraad, niet dan voor gemeentelijke en kerkelijke doeleinden beschikbaar gesteld, behoudens afwijking in bijzondere gevallen onder goedkeuring van het breed moderamen der provinciale kerkvergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-5-1

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 5.

De koster.

Lid
1

De kerkvoogden kunnen zich bij de zorg voor het kerkgebouw en de orde daarin tijdens de kerkdiensten doen bijstaan door een koster, door het college van kerkvoogden, na overleg met de kerkeraad in zijn geheel, bij voorkeur benoemd uit de lidmaten der Kerk, die — naar een regeling in zijn instructie opgenomen — tevens kan worden belast met werkzaamheden ten dienste van de kerkeraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-6-1

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 6.

De cantor-organist of de organist.

Lid
1

De gemeente wordt in de kerkdienst terzijde gestaan door de cantor-organist of de organist, die, met inachtneming van de aanwijzingen van de kerkeraad, zich richt naar de redelijke wensen van hem, die de leiding van de kerkdienst heeft.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-6-2

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 6.

De cantor-organist of de organist.

Lid
2

De cantor-organist verleent op verzoek van de kerkeraad en naar een in zijn instructie op te nemen regeling zijn medewerking bij het onderricht van de jonge leden der gemeente in het geestelijk en kerkelijk lied en bij het kerkelijke muziekleven der gemeente.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-6-3

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 6.

De cantor-organist of de organist.

Lid
3

De cantor-organist of de organist wordt benoemd door het college van kerkvoogden, na overleg met de kerkeraad in zijn geheel, zo mogelijk uit de lidmaten der Kerk, en bij voorkeur uit hen, die in het bezit zijn van een der testimonia voor kerkorganist, namens de raad voor de eredenst afgegeven door de commissie voor de kerkmuziek.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-6-4

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 6.

De cantor-organist of de organist.

Lid
4

Deze testimonia zijn onderscheiden naar de eenvoudige, gewone of buitengewone geoefendheid van de organist, zoals deze ook kan blijken uit hem, vanwege door de commissie voor de kerkmuziek daartoe bevoegd geachte opleidingsinstituten, uitgereikte diploma’s.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-6-5

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 6.

De cantor-organist of de organist.

Lid
5

Een testimonium wordt afgegeven, indien de cantor-organist of de organist voldoet aan door de commissie voor de kerkmuziek gestelde, met zijn technische opleiding overeenkomende, eisen inzake de kennis van
de orden van de dienst,
het psalm- en gezangboek,
het geestelijk lied,
de geschiedenis van het orgel en de orgelmuziek
en indien hij zich bekwaam heeft getoond in het begeleidend en zelfstandig orgelspel overeenkomstig de aard van de Hervormde eredienst.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-6-6

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 6.

De cantor-organist of de organist.

Lid
6

De cantor-organist of de organist ontvangt een aanstelling, ingericht naar een der door de raad voor de eredienst daarvoor vastgestelde modellen, waarin zijn taak, plichten en rechten nader worden geregeld, terwijl de raad voor de traktementen in overleg met de algemene kerkvoogdijraad bevoegd is een minimumregeling vast te stellen voor de bezoldiging van de cantor-organist of de organist.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-7-1

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 7.

De raad voor de eredienst.

Lid
1

De generale synode doet zich, bij haar zorg voor de eredienst in de Kerk in haar geheel, bijstaan door een raad voor de eredienst, bestaande uit negen leden, onder wie één lid gekozen uit de raad voor de zaken van Kerk en theologie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-7-2

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 7.

De raad voor de eredienst.

Lid
2

De raad voor de eredienst heeft tot taak
synode en Kerk voor te lichten over het hun toegewezen arbeidsveld;
leiding te geven aan de zorg voor de eredienst in gemeente en Kerk; en
de uitgaven te verzorgen van boeken en geschriften op het terrein van de eredienst.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-7-3

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 7.

De raad voor de eredienst.

Lid
3

De raad voor de eredienst wordt bijgestaan door vaste commissies voor bepaalde onderdelen van zijn arbeidsveld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-7-4

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 7.

De raad voor de eredienst.

Lid
4

De leden dezer commissies worden benoemd uit de generale synode, uit de raad voor de eredienst en uit de lidmaten der Kerk, terwijl haar voorzitters en secretarissen — telkens voor een tijdvak van drie jaren — door de raad worden aangewezen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-7-5

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 7.

De raad voor de eredienst.

Lid
5

Er zullen in ieder geval vaste commissies zijn voor
het dienstboek der Kerk,
het psalm- en gezangboek,
de kerkmuziek,
de beginselen van kerkbouw, en
de huisdiensten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 6-8-1

Ordinantie voor de kerkdienst.

 

Artikel 8.

De huisdiensten.

Lid
1

Predikanten en ouderlingen wekken, met name bij het huisbezoek, de leden der gemeente op tot het getrouw onderhouden van de huisdienst met Schriftlezing, gebed en gezongen of gelezen lied, waarvoor de commissie voor de huisdiensten, in samenwerking met de raad voor de zaken van Kerk en theologie, handleidingen uitgeeft, ingesteld op de verschillende groepen der bevolking.