Kerkorde NHK (1951) Ord. 3.

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.
1. Voorbereiding en leiding.
2. Door wie de verkiezing geschiedt.
3. Het register van tot stemmen bevoegde lidmaten.

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.
4. De zesjaarlijkse stemming.
5. Verkiezing door de lidmaten.
6. Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.
7. Stemming over gehele of gedeeltelijke machtiging van de kerkeraad.
8. Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.
9. Verkiezing door de kerkeraad.
10. Algemene bepalingen.
11. De verkiezing van ouderlingen en diakenen.
12. De bevestiging.

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.
13. De voorbereiding van de verkiezing.
14. De bereidheid een beroeping in overweging te nemen.
15. De autorisatie.
16. Vereisten voor het beroepbaar zijn.
17. Consent voor de terugkeer tot het ambt.
18. Het uitbrengen van een beroep.
19. De beslissing op het beroep.
20. De approbatie.
21. De bevestiging.

IV. De verkiezing in bijzondere gevallen.
22. De verkiezing in buitengewone gemeenten.
23. De verkiezing in nieuwe gemeenten.

V. Bezwaren.
24. Bezwaren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3.I.

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel
1-3

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-1-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 1.

Voorbereiding en leiding.

Lid
1

Bij de voorbereiding en leiding van de verkiezing van ambtsdragers herinnert de kerkeraad de gemeente aan de plaats en het werk van de ambten in de gemeente des Heren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-2-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 2.

Door wie de verkiezing geschiedt.

Lid
1

De bevoegdheid tot verkiezing van ouderlingen en diakenen berust bij de tot stemmen bevoegde lidmaten der gemeente.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-2-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 2.

Door wie de verkiezing geschiedt.

Lid
2

Aan de verkiezing van ouderlingen en diakenen wordt deelgenomen door die lidmaten, die binnen de grenzen der gemeente woonachtig zijn, in het lidmatenboek der gemeente zijn ingeschreven en de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, mits op hen niet een bijzonder middel tot handhaving van de kerkelijke tucht wordt toegepast en zij niet in gebreke zijn gebleven, over het voorafgaande kalenderjaar hun aandeel bij te dragen in de verplichte betalingen, bedoeld in het eerste lid van art. 7 van de ordinantie voor de kerkelijke financiën.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-2-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 2.

Door wie de verkiezing geschiedt.

Lid
3

De verkiezing van predikanten voor gewone werkzaamheden geschiedt door de kerkeraad met uitzondering van die gemeenten, waar het register, bedoeld in art. 3 van deze ordinantie, op 1 November minder dan 200 namen bevat, in welk geval de verkiezing ook van de herder en leraar door de lidmaten der gemeente geschiedt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-2-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 2.

Door wie de verkiezing geschiedt.

Lid
4

De verkiezing van een predikant door de lidmaten geschiedt in een vergadering van lidmaten, uitgeschreven en geleid door de kerkeraad, op welke vergadering van toepassing is het bepaalde in het tiende en elfde lid van art. 21 en dat in art. 25 van de ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-2-5

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 2.

Door wie de verkiezing geschiedt.

Lid
5

De verkiezing van andere dienaren des Woords geschiedt naar de regelen, daarvoor opgenomen in de op hun arbeid betrekking hebbende ordinanties der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-3-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 3.

Het register van tot stemmen bevoegde lidmaten.

Lid
1

De werkzaamheden ten behoeve van de verkiezing van ouderlingen en diakenen worden verricht door het college van kerkvoogden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-3-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 3.

Het register van tot stemmen bevoegde lidmaten.

Lid
2

Dit college maakt elk jaar vóór 1 September een register met de namen van de tot stemmen bevoegde lidmaten op, naar de toestand van 1 Juli van dat jaar.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-3-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 3.

Het register van tot stemmen bevoegde lidmaten.

Lid
3

Dit register wordt van 1-8 September voor de leden der gemeente ter inzage gelegd, gedurende welk tijdvak zij bezwaren over het al of niet daarin voorkomen van namen van lidmaten bij de kerkeraad, schriftelijk en ondertekend, kunnen indienen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-3-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 3.

Het register van tot stemmen bevoegde lidmaten.

Lid
4

De kerkeraad geeft vóór 15 September daaraanvolgende van zijn beslissing schriftelijk en met opgave van redenen kennis aan de betrokkenen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-3-5

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 3.

Het register van tot stemmen bevoegde lidmaten.

Lid
5

Hij, die zulk een kennisgeving ontvangt, kan zich vóór 25 September met een gemotiveerd bezwaar, waarvan tegelijkertijd een afschrift aan de kerkeraad moet worden gezonden, om nadere voorziening wenden tot de provinciale commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen, die vóór 10 October een eindbeslissing geeft.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-3-6

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 3.

Het register van tot stemmen bevoegde lidmaten.

Lid
6

Nadat de uit de toepassing van het vierde en vijfde lid van dit artikel voortvloeiende wijzigingen in het register zijn aangebracht, wordt het door het college van kerkvoogden van 20 tot 25 October wederom ter inzage gelegd, hetgeen vóór 20 October ter kennis van de gemeente wordt gebracht, en vervolgens vastgesteld, om te gelden van 1 November daaraanvolgend tot en met 31 October van het volgend jaar.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-3-7

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

I. Algemene bepalingen.

Artikel 3.

Het register van tot stemmen bevoegde lidmaten.

Lid
7

Gedurende de tijd, dat het register van kracht is, vindt aanvulling slechts plaats voor de gevallen, aangegeven in de artikelen 4, 5 en 8 van de ordinantie voor de vorming van gemeenten, en worden daaruit geschrapt de namen van hen, die afgevoerd moeten worden wegens grenswijziging, verhuizing, overlijden of aanwending van een maatregel tot handhaving van de kerkelijke tucht, benevens van hen, die tot een andere kerkgemeenschap zijn overgegaan of schriftelijk verklaard hebben zich van de gemeenschap der Kerk te hebben afgescheiden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3.II.

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel
4-12

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-4-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 4.

De zesjaarlijkse stemming.

Lid
1

De tot stemmen bevoegde lidmaten der (wijk)gemeente kunnen hun bevoegdheid tot verkiezing van ouderlingen en diakenen zichzelf voorbehouden of de kerkeraad machtigen namens hen deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk uit te oefenen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-4-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 4.

De zesjaarlijkse stemming.

Lid
2

In November 1951, daarna in November 1956 en vervolgens om de zes jaren, in de maand November, roept de kerkeraad deze lidmaten op tot een stemming, waarbij zij over de in het eerste lid van dit artikel gestelde mogelijkheden opnieuw een beslissing nemen met betrekking tot het op 1 Januari daaraanvolgende aanvangend tijdvak van zes kalenderjaren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-4-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 4.

De zesjaarlijkse stemming.

Lid
3

Deze stemming geschiedt, behalve waar de omstandigheden — zulks ter beoordeling van het breed moderamen der classicale vergadering — dit niet toelaten, in een vergadering van lidmaten, onder leiding van het moderamen van de kerkeraad, met gesloten stembiljetten, terwijl de meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen beslist en bij staking van stemmen de bestaande wijze van verkiezing gehandhaafd blijft.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-4-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 4.

De zesjaarlijkse stemming.

Lid
4

Van de uitslag der stemming wordt binnen acht dagen schriftelijke mededeling gedaan aan het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
1

Indien de lidmaten zich de bevoegdheid tot verkiezing van ouderlingen en diakenen hebben voorbehouden, worden zij, tenminste vier weken voor het houden ener verkiezing, door middel van een schriftelijke mededeling aan ieder persoonlijk of door een mededeling in het kerkblad en afkondiging in een kerkdienst, uitgenodigd binnen acht dagen na de genade mededeling bij de kerkeraad, schriftelijk en ondertekend, voor elke vacature afzonderlijk, aanbevelingen in te dienen van lidmaten, van wie zij menen, dat zij voor verkiezing in aanmerking komen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
2

De kerkeraad brengt de namen van alle aanbevolenen, voor elke vacature afzonderlijk, voorzover zij door tien of meer lidmaten der gemeente zijn aanbevolen of ook, waar het de verkiezing van een kerkvoogd betreft, door de vergadering van kerkvoogden en notabelen, alsmede de namen van hen, die naar het oordeel van de kerkeraad zelf voor verkiezing in aanmerking komen, in alphabetische volgorde op een verkiezingslijst.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
3

Zijn geen aanbevelingen bij de kerkeraad ingekomen voor een bepaalde vacature, dan kan door de kerkeraad zelf in die vacature worden voorzien.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
4

Bevat de verkiezingslijst voor een bepaalde vacature slechts één aanbeveling, dan wordt de aanbevolene door de kerkeraad verkozen verklaard.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-5

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
5

De kerkeraad brengt bij de oproep tot de verkiezing, welke ten minste acht dagen tevoren schriftelijk aan ieder persoonlijk of door een mededeling in het kerkblad en afkondiging in een kerkdienst geschiedt, tevens de verkiezingslijst ter kennis van de lidmaten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-6

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
6

De kerkeraad kan de bekendmaking van de verkiezingslijsten vergezeld doen gaan van zijn advies betreffende de verkiezing.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-7

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
7

De verkiezing geschiedt ter plaatse en ten tijde door de kerkeraad vast te stellen, terwijl de lidmaten zich daarbij in hun keuze beperken tot degenen, wier namen op de verkiezingslijst zijn vermeld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-8

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
8

Behalve waar de omstandigheden dit niet toelaten — zulks ter beoordeling van het breed moderamen der classicale vergadering — vindt de verkiezing plaats in een vergadering van lidmaten, onder leiding van het moderamen van de kerkeraad, in welke vergadering gestemd wordt met inachtneming van het bepaalde in art. 25 van de ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-9

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
9

Vindt de verkiezing niet plaats in een vergadering van lidmaten, dan wordt bij de vaststelling van de geldig uitgebrachte stemmen hij verkozen verklaard, die bij eerste stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-10

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
10

Indien in een vacature niemand der aanbevolenen de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt — zo nodig na loting door de kerkeraad tussen hen, die een gelijk aantal stemmen op zich verenigd hebben — een herstemming plaats tussen de twee aanbevolenen, die het hoogste aantal stemmen verkregen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-11

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
11

In de mededeling, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, en op de verkiezingslijst, bedoeld in het vijfde lid van dit artikel, wordt uitdrukkelijk bij elke vacature vermeld, of zij de verkiezing betreft van een ouderling, een kerkvoogd of een diaken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-5-12

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 5.

Verkiezing door de lidmaten.

Lid
12

Nadere bepalingen betreffende de verkiezingen kunnen door de kerkeraad in de plaatselijke regeling, bedoeld in het vijfde lid van art. 3 van de ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen, worden opgenomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-6-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 6.

Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.

Lid
1

In de plaatselijke regeling, bedoeld in het vijfde lid van art. 3 van de ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen, is de kerkeraad bevoegd bepalingen op te nemen, krachtens welke de gemeente wordt ingedeeld in een aantal geographische onderdelen, waarvan de lidmaten de bevoegdheid tot verkiezing hebben van één of meer der ouderlingen, die geen kerkvoogd zijn, van één of meer der kerkvoogden en van één of meer der diakenen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-6-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 6.

Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.

Lid
2

De verhouding van het getal ouderlingen, die geen kerkvoogd zijn, dat door de lidmaten, woonachtig binnen de grenzen van zulk een geographisch onderdeel, verkozen wordt, tot het getal ouderlingen, die geen kerkvoogd zijn, dat in de kerkeraad zitting moet hebben, is evenredig, of ten naaste bij evenredig, aan de verhouding van het getal lidmaten van dat geographisch onderdeel tot het getal der lidmaten van de gehele gemeente.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-6-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 6.

Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.

Lid
3

Het in het tweede lid van dit artikel bepaalde geldt op overeenkomstige wijze voor het getal der kerkvoogden en eveneens voor het getal der diakenen, dat door lidmaten van een geographisch onderdeel der gemeente verkozen wordt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-6-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 6.

Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.

Lid
4

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde bepalingen bevatten een beschrijving van de grenzen van elk geographisch onderdeel en vermelden daarbij het getal ouderlingen, die geen kerkvoogd zijn, het getal kerkvoogden en het getal der diakenen, dat de lidmaten van elk onderdeel verkiezen, alsmede het getal lidmaten, dat ten tijde van de vaststelling der bepalingen in elk onderdeel woonachtig is.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-6-5

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 6.

Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.

Lid
5

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde bepalingen worden herzien, zodra de kerkeraad besluit tot uitbreiding van het getal der ouderlingen, die geen kerkvoogd zijn, der kerkvoogden of der diakenen, doch blijft overigens van kracht gedurende de periode van zes jaren, bedoeld in het tweede lid van art. 3 dezer ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-6-6

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 6.

Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.

Lid
6

Indien bij de zesjaarlijkse stemming, bedoeld in het tweede lid van art. 3 dezer ordinantie, de lidmaten zich de verkiezing van ouderlingen en diakenen voor de volgende periode opnieuw voorbehouden, wordt de indeling der gemeente in geographische onderdelen, zoals deze in de plaatselijke regeling is opgenomen — waar nodig — overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel opnieuw aangepast aan gewijzigde omstandigheden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-6-7

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 6.

Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.

Lid
7

Wanneer het bepaalde in het zesde lid van dit artikel geen aanleiding geeft tot het aanbrengen van een wijziging in de indeling der gemeente in geographische onderdelen, geeft de kerkeraad daarvan kennis aan het breed moderamen van de classicale vergadering, onder mededeling van het getal der lidmaten, die op dat tijdstip in elk der geographische onderdelen der gemeente woonachtig zijn.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-6-8

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 6.

Verkiezing door de lidmaten naar geographische indeling.

Lid
8

Alle bepalingen van art. 4 dezer ordinantie zijn mede van toepassing op de verkiezingen, welke gehouden worden in elk der geographische onderdelen, waar de lidmaten geroepen worden tot vervulling van één of meer vacatures, met dien verstande, dat alle verkiezingen plaatsvinden in vergaderingen en onder leiding staan van het moderamen van de kerkeraad of van ambtsdragers der gemeente, door het moderamen aangewezen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-7-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 7.

Stemming over gehele of gedeeltelijke machtiging van de kerkeraad.

Lid
1

Indien de lidmaten besluiten de kerkeraad te machtigen de bevoegdheid tot verkiezing van ouderlingen en diakenen uit te oefenen, wordt — zo de zesjaarlijkse stemming in een vergadering van lidmaten wordt gehouden, terstond in dezelfde vergadering, en zo zulks niet het geval is, vóór 1 Januari eerstvolgende — een tweede stemming gehouden, waarin de lidmaten beslissen, of voor de periode van zes jaren de verkiezing van ouderlingen en diakenen geheel aan de kerkeraad zal worden opgedragen, dan wel of de kerkeraad alleen recht van voordracht zal hebben.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-7-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 7.

Stemming over gehele of gedeeltelijke machtiging van de kerkeraad.

Lid
2

De stemming geschiedt met gesloten stembiljetten, terwijl de meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen beslist en bij staking der stemmen de lidmaten geacht worden de kerkeraad het recht van voordracht gegeven te hebben.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-7-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 7.

Stemming over gehele of gedeeltelijke machtiging van de kerkeraad.

Lid
3

Van de uitslag der stemming wordt binnen acht dagen schriftelijk mededeling gedaan aan het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
1

Indiende de lidmaten besluiten de kerkeraad het recht van voordracht te geven, worden zij ten minste vier weken voor het houden van een verkiezing, door middel van een schriftelijke mededeling aan ieder persoonlijk of door een mededeling in het kerkblad en afkondiging in een kerkdienst, uitgenodigd, binnen acht dagen na de gedane mededeling bij de kerkeraad, schriftelijk en ondertekend, voor elke vacature afzonderlijk, aanbevelingen in te dienen van lidmaten, van wie zij menen, dat die voor verkiezing in aanmerking komen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
2

Na kennisneming van deze aanbevelingen stelt de kerkeraad in alphabetische volgorde dubbeltallen op voor iedere vacature.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
3

Betreft een op te stellen dubbeltal de vacature voor een kerkvoogd, dan wordt dat dubbeltal door de kerkeraad opgesteld op voordracht van het college van kerkvoogden of in wijkgemeenten door de wijkraad van kerkvoogden, aan wie de kerkeraad tevoren de voor die vacature ingekomen aanbevelingen doet toekomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
4

De kerkeraad brengt bij de oproep tot een verkiezing, welke ten minste acht dagen tevoren schriftelijk aan ieder persoonlijk of door een mededeling in het kerkblad en afkondiging in een kerkdienst geschiedt, tevens de voorgedragen dubbeltallen ter kennis van de lidmaten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-5

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
5

De verkiezing geschiedt ter plaatse en ten tijde door de kerkeraad vast te stellen, terwijl de lidmaten zich daarbij in hun keuze beperken tot hen, wier namen op het dubbeltal zijn vermeld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-6

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
6

De verkiezing vindt bij voorkeur plaats in een vergadering van lidmaten, in welke vergadering gestemd wordt met inachtneming van het bepaalde in art. 25 van de ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-7

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
7

Vindt de verkiezing niet in een vergadering plaats, dan wordt bij het staken der stemmen de in leeftijd oudste van het dubbeltal geacht te zijn gekozen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-8

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
8

In de mededeling, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, en in de voordracht, bedoeld in het derde lid van dit artikel, wordt uitdrukkelijk bij elke vacature vermeld, of zij de verkiezing betreft van een ouderling, een kerkvoogd of een diaken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-8-9

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 8.

Verkiezing op voordracht van de kerkeraad.

Lid
9

Nadere bepalingen betreffende de verkiezingen kunnen door de kerkeraad in de plaatselijke regeling, bedoeld in het vijfde lid van art. 3 van de ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen, worden opgenomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-9-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 9.

Verkiezing door de kerkeraad.

Lid
1

Indien de lidmaten besluiten de verkiezing van ouderlingen en diakenen geheel aan de kerkeraad op te dragen, worden zij ten minste twee weken voordat de kerkeraad één of meer vacatures voornemens is te vervullen, door middel van een schriftelijke mededeling aan ieder persoonlijk of door een mededeling in het kerkblad en afkondiging in een kerkdienst, uitgenodigd binnen acht dagen na de gedane mededeling bij de kerkeraad, schriftelijk en ondertekend, voor elke vacature afzonderlijk, aanbevelingen in te dienen van lidmaten van wie zij menen, dat zij voor verkiezing in aanmerking komen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-9-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 9.

Verkiezing door de kerkeraad.

Lid
2

Na kennisneming van de ingekomen aanbevelingen gaat de kerkeraad over tot vervulling van de vacature.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-9-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 9.

Verkiezing door de kerkeraad.

Lid
3

In de mededeling, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt uitdrukkelijk bij elke vacature vermeld, of zij de verkiezing van een ouderling, een kerkvoogd of een diaken betreft.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-9-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 9.

Verkiezing door de kerkeraad.

Lid
4

De aanbevelingen voor de vacatures van een kerkvoogd worden door de kerkeraad aan het college van kerkvoogden der gemeente of, in wijkgemeenten, aan de wijkraad van kerkvoogden toegezonden, op welks voordracht de kerkeraad vervolgens overgaat tot vervulling van de vacature.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-10-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 10.

Algemene bepalingen.

Lid
1

Waar in dit hoofdstuk sprake is van ouderlingen en diakenen, zijn daaronder niet begrepen die ouderlingen en diakenen, die krachtens het bepaalde in het vierde lid van art. 4 van de ordinantie voor het presbyteraat en krachtens art. 4 van de ordinantie voor het diaconaat met een bepaalde opdracht belast of voor bijzondere werkzaamheden aangewezen zijn.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-10-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 10.

Algemene bepalingen.

Lid
2

Waar in dit hoofdstuk sprake is van lidmaten, zijn steeds bedoeld de tot stemmen bevoegde lidmaten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-10-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 10.

Algemene bepalingen.

Lid
3

Voor vergaderingen van lidmaten, als in dit hoofdstuk bedoeld, is geen quorum vereist, terwijl bij de berekening van het aantal geldig uitgebrachte stemmen blanco stemmen niet meetellen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-11-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 11.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen.

Lid
1

Bij de verkiezing van ouderlingen en diakenen geschiedt de keuze uit de tot stemmen bevoegde mannelijke lidmaten der (wijk)gemeente.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-11-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 11.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen.

Lid
2

De bevoegdheid tot het verkiezen van ouderlingen en diakenen in centrale gemeenten berust bij de tot stemmen bevoegde lidmaten der wijkgemeente; de verkiezing of aanwijzing van ouderlingen en diakenen met een bepaalde opdracht geschiedt door de centrale kerkeraad tezamen met het betrokken orgaan van bijstand; die van ouderlingen en diakenen voor bijzondere werkzaamheden door de centrale kerkeraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-11-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 11.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen.

Lid
3

Hij, die gekozen is tot ouderling of diaken, ontvangt van de kerkeraad daarvan schriftelijk bericht onder mededeling, dat hem een tijd van beraad wordt gegeven van zeven dagen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-11-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 11.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen.

Lid
4

Wie zijn roeping tot het ambt aanvaardt, wordt, nadat de uitslag van de stemming van kracht is geworden, op de eerstvolgende Zondag in een kerkdienst der gemeente aan haar voorgesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-11-5

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 11.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen.

Lid
5

Bezwaren tegen belijdenis en wandel van de voorgestelde, zo deze mochten bestaan, kunnen door leden der gemeente uiterlijk op de vijfde dag na die kerkdienst schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend, worden ingediend bij de kerkeraad, die daarmede handelt naar de ordinantie voor het opzicht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-11-6

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 11.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen.

Lid
6

Daarbij wordt tevens beslist, of de keuze van kracht blijft, terwijl, zo dit niet het geval is, tot het houden van een nieuwe verkiezing wordt overgegaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-12-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 12.

De bevestiging.

Lid
1

Zijn geen bezwaren ingekomen of werden de ingediende bezwaren ongegrond bevonden, dan vindt de bevestiging binnen vier weken plaats in een kerkdienst der gemeente.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3.III.

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel
13-21

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-13-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 13.

De voorbereiding van de verkiezing.

Lid
1

Binnen een maand, nadat een predikantsplaats vacant is geworden of is komen vast te staan, dat men zulk een vacature kan verwachten, wordt met de voorbereiding van de verkiezing van een predikant een aanvang gemaakt en binnen twee maanden, nadat de vacature is ingegaan, tot het uitbrengen van een beroep overgegaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-13-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 13.

De voorbereiding van de verkiezing.

Lid
2

Alvorens tot de verkiezing over te gaan, roept de kerkeraad in zijn vergadering de leden van zijn organen van bijstand, om hen over de keuze van een predikant te raadplegen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-13-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 13.

De voorbereiding van de verkiezing.

Lid
3

De verkiezing van predikanten in centrale gemeenten geschiedt — nadat de voorbereiding van de verkiezing, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, heeft plaats gevonden door de kerkeraad der wijkgemeente — door de centrale kerkeraad, tezamen met de kerkeraad der wijkgemeente, welker predikantsplaats vacant is, waarna de wijkkerkeraad het beroep uitbrengt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-13-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 13.

De voorbereiding van de verkiezing.

Lid
4

Bij vertraging in het beroepingswerk kan het breed moderamen der classicale vergadering de kerkeraad op diens verzoek voor een te bepalen tijd terzake diligent verklaren en anders maatregelen vorderen of nemen ter voortzetting en voltooiing van het beroepingswerk

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-14-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 14.

De bereidheid een beroeping in overweging te nemen.

Lid
1

Predikanten, die op een standplaats der Kerk gevestigd zijn, prediken niet op beroep, doch kunnen hun bereidheid tot het in overweging nemen van een beroeping kenbaar maken aan kerkvisitatoren, die tot taak hebben op verzoek van kerkeraden of predikanten voorlichting te geven bij het opmaken van nominaties.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-14-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 14.

De bereidheid een beroeping in overweging te nemen.

Lid
2

Proponenten geven voor het vervullen van een predikbeurt de kerkeraad inzage van hun testimonium van candiaat tot de Heilige dienst en ontvangen, zo zij zijn uitgenodigd op beroep te prediken, vergoeding van reiskosten, terwijl voor hun ontvangst wordt zorg gedragen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-14-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 14.

De bereidheid een beroeping in overweging te nemen.

Lid
3

In een centrale gemeente kan, met goedvinden van de centrale kerkeraad, ruiling van standplaats geschieden, nadat daarover overeenstemming is verkregen tussen de betrokken predikanten en wijkkerkeraden, terwijl in dat geval de vacatures op eenzelfde datum geacht worden te zijn vervuld en de bevestiging van beide predikanten plaats vindt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-15-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 15.

De autorisatie.

Lid
1

Alvorens een beroep uit te brengen, vraagt de kerkeraad, onder overlegging van de verlangde stukken en gegevens, daartoe de autorisatie van het breed moderamen der classicale vergadering, welke hem wordt verleend, zo gebleken is
dat de ligger van de inkomsten en rechten, aan de standplaats verbonden, voldoet aan de daarvoor in de ordinanties der Kerk gestelde vereisten;
dat de gemeente in het bezit is van een door het college van kerkvoogden aan te vragen bewijs van het daartoe aangewezen ministerieel departement, dat de ten laste van het rijk komende inkomsten en rechten van de standplaats ter beschikking van de te beroepen predikant staan;
dat zij heeft voldaan aan alle bij of krachtens ordinantie vastgestelde financiële verplichtingen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-15-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 15.

De autorisatie.

Lid
2

Een door het breed moderamen der classicale vergadering verleende autorisatie blijft van kracht gedurende de eerstvolgende elf kalendermaanden volgende op die, waarin zij werd afgegeven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-16-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 16.

Vereisten voor het beroepbaar zijn.

Lid
1

Om beroepbaar te zijn als predikant is van node
a. dat men is toegelaten tot de bediening van het Evangelie in de Nederlandse Hervormde Kerk;
b. dat men de leeftijd van drie en twintig jaren heeft bereikt;
c. dat men — op een standplaats gevestigd — daar tenminste vier jaren heeft gestaan;
d. dat men — beroepen door een gemeente met drie of meer predikantsplaatsen — tenminste vier jaren dienstdoend predikant is geweest, waarbij in een centrale gemeente het totaal van de standplaatsen der wijkgemeenten geldt;
e. dat men — beroepen naar een ongeklassificeerde standplaats — tenminste vijf jaren dienstdoend predikant is geweest;
f. dat men niet beroepen wordt in de vacature, die men zelf veroorzaakte of door afwijzing van het beroep deed voortduren, tenzij deze afwijzing minstens twee jaren geleden heeft plaats gehad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-16-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 16.

Vereisten voor het beroepbaar zijn.

Lid
2

Van de in het vorige lid van dit artikel sub c, d en e genoemde voorwaarden kan het breed moderamen der synode, het breed moderamen der betrokken classicale vergadering en der provinciale kerkvergadering gehoord, vrijstelling verlenen, terwijl die sub d en e niet van toepassing zijn op predikanten, beroepen voor bijzondere of buitengewone werkzaamheden, noch op hen, die tenminste vijf jaren een andere kerkformatie als predikant of voorganger hebben gediend.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-17-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 17.

Consent voor de terugkeer tot het ambt.

Lid
1

Hij, die om welke reden ook opgehouden heeft dienstdoend predikant der Kerk te zijn, is niet beroepbaar dan met consent van het breed moderamen der synode, hetwelk een besluit tot weigering van dit consent met redenen omkleedt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-17-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 17.

Consent voor de terugkeer tot het ambt.

Lid
2

Alvorens dit consent te ontvangen
verstrekt de aanvrager zo nodg het bewijs, dat hij lidmaat is der Kerk;
toont hij zo nodig aan nog bevoegd te zijn tot de evangeliebediening in de Nederlandse Hervormde Kerk;
legt hij een verklaring over van de kerkeraad der gemeente(n), tot welke hij gedurende de laatste drie jaren heeft behoord, inzake zijn belijdenis en wandel; en
ondertekent hij de verklaring, dat hij volhardt bij de belofte door hem bij zijn toelating tot de evangeliebediening afgelegd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-17-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 17.

Consent voor de terugkeer tot het ambt.

Lid
3

Zulk een consent blijft van kracht gedurende het lopende en de daarop volgende twee kalenderjaren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-17-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 17.

Consent voor de terugkeer tot het ambt.

Lid
4

Een consent, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is ook van node voor degene, die binnen vier jaren na de ontvangst van zijn testimonium van candidaat tot de Heilige Dienst nog niet tot dienstdoend predikant is bevestigd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-18-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 18.

Het uitbrengen van een beroep.

Lid
1

Degene, op wie bij de verkiezing de keuze is gevallen, ontvangt daarvan mededeling van de kerkeraad door middel van een aangetekend per post te verzenden beroepsbrief, opgesteld naar het model, vastgesteld bij generale regeling, en vergezeld van een afschrift van de ligger der aan de bij de gemeente gevestigde predikantsplaats(en) verbonden inkomsten en rechten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-18-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 18.

Het uitbrengen van een beroep.

Lid
2

Deze beroepsbrief wordt niet verzonden vóór afloop van de termijn, genoemd in het eerste lid van art. 24 dezer ordinantie, of, zo een bezwaar, als daar bedoeld, mocht zijn ingediend, niet voordat daarover een eindbeslissing is gegeven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-18-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 18.

Het uitbrengen van een beroep.

Lid
3

In geval een vrijstelling van node is, als bedoeld in het tweede lid van art. 16 dezer ordinantie, wordt dit de gekozene medegedeeld en met het verzenden van de beroepsbrief gewacht, totdat deze vrijstelling is verleend.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-19-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 19.

De beslissing op het beroep.

Lid
1

De beroepene geeft van het ontvangen van de beroepsbrief kennis aan de scriba van de kerkeraad der roepende gemeente, onder mededeling op welke datum de beroepsbrief door hem in ontvangst is genomen en zendt binnen drie weken na deze datum, eveneens per aangetekende brief, aan die scriba een stellige verklaring of hij al dan niet bereid is de beroeping op te volgen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-19-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 19.

De beslissing op het beroep.

Lid
2

De beroeping aanvaardende, richt hij deze verklaring in naar het model, bij generale regeling vastgesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-19-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 19.

De beslissing op het beroep.

Lid
3

Mocht de beroepene binnen de gestelde termijn geen stellige verklaring hebben afgelegd, zo wordt hij geacht het beroep te hebben afgewezen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-19-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 19.

De beslissing op het beroep.

Lid
4

Bij afwijzing van het beroep wordt binnen drie maanden een nieuwe verkiezing gehouden en dienovereenkomstig een beroep uitgebracht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-19-5

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 19.

De beslissing op het beroep.

Lid
5

Indien buitengewone omstandigheden achteraf een ernstig beletsel voor de beroepene vormen om tot opvolging van het beroep over te gaan, kan de kerkeraad der gemeente, die hem beriep, hem zijn woord teruggeven, mits de kerkeraad der gemeente, die hij dient, daarin berust.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-19-6

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 19.

De beslissing op het beroep.

Lid
6

Is dit laatste niet het geval, dan wordt de zaak ter eindbeslissing voorgelegd aan de generale commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-19-7

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 19.

De beslissing op het beroep.

Lid
7

Zolang deze beslissing niet is gevallen, is de beroepene niet in een andere vacature beroepbaar en gaat hij niet over tot het aanvaarden van een reeds op hem uitgebracht beroep.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-19-8

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 19.

De beslissing op het beroep.

Lid
8

Indien de beroepene zich bereid verklaard heeft de beroeping op te volgen, wordt dit op de eerstvolgende Zondag in een kerkdienst der gemeente afgekondigd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-20-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 20.

De approbatie.

Lid
1

Indien het beroep is aanvaard, vraagt de kerkeraad onder overlegging van de verlangde stukken en gegevens daarop de approbatie van het breed moderamen der classicale vergadering, welke verleend wordt, zo gebleken is,
dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 13-19 van deze ordinantie;
dat — blijkens een door het breed moderamen van de provinciale kerkvergadering der kerkprovincie, tot welke de beroepene behoort, afgegeven verklaring — tegen deze geen ingebrachte bezwaren terzake van diens belijdenis of wandel, verkondiging of kerkelijk onderricht in behandeling zijn, of een bijzondere maatregel ter handhaving van de kerkelijke tucht op hem wordt toegepast;
dat de gemeente heeft voldaan aan alle bij of krachtens ordinantie opgelegde financiële verplichtingen;
dat de beroepene heeft voldaan aan zijn pensioenlasten en zijn verplichtingen jegens de door hem bezette standplaats.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-21-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 21.

De bevestiging.

Lid
1

Nadat de approbatie is verkregen, vindt — in een kerkdienst der gemeente — de bevestiging plaats en wel binnen drie maanden na de aanvaarding van het beroep, behoudens verlenging van deze termijn door het breed moderamen der classicale vergadering wegens bijzondere omstandigheden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-21-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 21.

De bevestiging.

Lid
2

De bevestiging geschiedt door de consulent en — behoudens overmacht — in tegenwoordigheid van twee ambtsdragers uit de classis, daartoe gedelegeerd door het breed moderamen der classicale vergadering, dat daartoe twee weken van te voren bericht ontvangt van tijd en plaats der bevestiging en de onkosten voor deze delegatie voor rekening der classis brengt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-21-3

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 21.

De bevestiging.

Lid
3

De te bevestigen predikant, van een andere standplaats komende, geeft aan de afgevaardigden van de classis vóór de bevestiging inzage van de acte van losmaking van zijn vorige standplaats.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-21-4

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 21.

De bevestiging.

Lid
4

De bevestiging kan op verzoek van de beroepene aan de kerkeraad, die hem beriep, geschieden door een dienaar des Woords der Kerk, door hem en de kerkeraad in onderling overleg uit te nodigen, in welk geval de consulent mede tegenwoordig is.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-21-5

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 21.

De bevestiging.

Lid
5

De bevestiging van hem, die voor de eerste maal in het ambt van dienaar des Woords bevestigd wordt, geschiedt met oplegging van handen, waartoe de bij de bevestiging aanwezige dienaren des Woords mede worden geroepen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-21-6

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 21.

De bevestiging.

Lid
6

Van de bevestiging geeft de kerkeraad kennis aan het breed moderamen ter classicale vergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3.IV.

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

IV. De verkiezing in bijzondere gevallen.

Artikel
22-23

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-22-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

IV. De verkiezing in bijzondere gevallen.

Artikel 22.

De verkiezing in buitengewone gemeenten.

Lid
1

Tenzij in het besluit, waarbij een buitengewone gemeente wordt gevormd, of bij ordinantie een regeling voor de verkiezing van predikanten, ouderlingen en diakenen wordt getroffen, geschiedt deze door het breed moderamen der ambtelijke vergadering, door hetwelk dat besluit wordt genomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-23-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

IV. De verkiezing in bijzondere gevallen.

Artikel 23.

De verkiezing in nieuwe gemeenten.

Lid
1

Na de vorming van een nieuwe gemeente benoemt het breed moderamen der classicale vergadering uit zijn midden een afgevaardigde, die met de consulent en twee door dat moderamen aan te wijzen lidmaten der nieuwe gemeente fungeren als commissie voor de verkiezingen en daar de taak vervullen, terzake in de hoofdstukken I en II van deze ordinantie opgedragen aan kerkvoogdij en kerkeraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-23-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

IV. De verkiezing in bijzondere gevallen.

Artikel 23.

De verkiezing in nieuwe gemeenten.

Lid
2

Deze commissie maakt het register op van de tot stemmen bevoegde lidmaten, naar de toestand op de dag, waarop de gemeente zelfstandig is verklaard en doet op een der wijzen, aangegeven in art. 5 of 6 van deze ordinantie, door de lidmaten ouderlingen, kerkvoogden en diakenen kiezen, waarna de aldus gevormde kerkeraad tot de verkiezing van een herder en leraar overgaat, tenzij ook deze verkiezing door de lidmaten geschiedt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3.V.

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

V. Bezwaren.

Artikel
24

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-24-1

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

V. Bezwaren.

Artikel 24.

Bezwaren.

Lid
1

Tot stemmen bevoegde lidmaten kunnen uiterlijk op de tweede dag na die, waarop de verkiezing plaats vond, of na de dag, waarop het resultaat van een verkiezing, waarbij geen stemming werd gehouden, is gepubliceerd, bezwaar maken tegen de wijze, waarop de verkiezing is geschied.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 3-24-2

Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

V. Bezwaren.

Artikel 24.

Bezwaren.

Lid
2

Zulk een bezwaar moet schriftelijk, ondertekend en met vermelding van redenen worden ingediend bij de kerkeraad, die dit, vergezeld van een toelichting zijnerzijds, binnen vier dagen doorzendt aan de provinciale commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen, die binnen veertien dagen na ontvangst van het bezwaarschrift over de ingediende bezwaren en over de geldigheid van de verkiezing een eindbeslissing geeft en haar ter kennis brengt van degene, die bezwaar heeft gemaakt en van de kerkeraad.