Kerkorde GKN (1971) Art. 31

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
31

1. De besluiten van de vergaderingen zullen steeds na gemeenschappelijk overleg en zoveel mogelijk met eenparige stemmen worden genomen. Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan zal de minderheid zich voegen naar het gevoelen der meerderheid. De besluiten van de vergaderingen dragen een bindend karakter.
2. Degenen, die enige uitspraak of handeling van een vergadering in strijd achten met de bepalingen van de kerkorde, of op andere wijze door zulk een uitspraak of handeling het welzijn der kerk geschaad achten, of menen dat hun daardoor onrecht aangedaan is, kunnen in appèl gaan bij de naastvolgende meerdere vergadering. Indien zij zulk een uitspraak of handeling in strijd achten met duidelijke uitspraken van Gods Woord, zijn zij gehouden in appèl te gaan; in welk geval de vergadering, hangende dit appèl, hen niet zal verplichten tot het verrichten van of tot het medewerken aan enige handeling, die naar hun gevoelen tegen de bedoelde uitspraken zou ingaan, met dien verstande dat zij zich voor het overige te gedragen hebben naar de door de desbetreffende vergadering gegeven aanwijzingen.
3. Ten aanzien van grensgeschillen tussen kerken reikt, voorzover niet meer dan één particuliere synode erbij betrokken is, het recht van appèl niet verder dan tot de particuliere synode.
4. Degenen, die bij een meerdere vergadering in appèl gaan, zijn verplicht daarbij de door de generale synode vastgestelde bepalingen aangaande vorm en termijn van dat appèl in acht te nemen.
5. Een vergadering kan in geval van appèl de uitvoering van een door haar genomen besluit opschorten.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 31

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

bij Artikel
31

Hoger beroep tegen enige uitspraak ener kerkelijke vergadering moet vóór de eerstvolgende samenkomst der meerdere vergadering, waarop men zich beroept, geschieden, met kennisgeving aan de scriba der vergadering, door welker besluit men zich bezwaard acht. Bij elke uitspraak moet hiervan worden kennis gegeven aan de belanghebbenden.

Dordrecht 1893, art. 185

In de beslissingen over gevallen waarin van het recht van appèl kennelijk misbruik is gemaakt, zal niet met een eenvoudige afwijzing van het ingesteld appèl worden volstaan, doch daaraan steeds worden toegevoegd een ernstige vermaning en bestraffing vanwege dat misbruik.

Sneek 1939, art. 133