Kerkorde CGK (2010) HV.

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Kerkorde CGK (2010) Art. 71

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
71

Censuur over de leden

De kerkelijke tucht zal naar het Woord van God en tot Zijn eer uitgeoefend worden. Zij heeft ten doel, dat de zondaar met God, de gemeente en zijn naaste verzoend wordt en de gegeven ergernis uit de gemeente van Christus wordt weggenomen.
Aangezien de kerkelijke tucht geestelijk van aard is, ontslaat zij niet van de burgerlijke rechtspraak.

Kerkorde CGK (2010) Art. 72

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
72

Wanneer iemand tegen de zuiverheid van leer of wandel zondigt door heimelijke zonde, zodat hij geen openbare ergernis gegeven heeft, moet de regel gevolgd worden die Christus duidelijk voorschrijft in Matth. 18.

Kerkorde CGK (2010) Art. 73

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
73

Heimelijke zonden worden niet voor de kerkenraad gebracht, indien de zondaar na persoonlijke broederlijke vermaning (Matth. 18: 15) of na herhaling daarvan onder twee of drie getuigen (Matth. 18: 16), berouw toont.

Kerkorde CGK (2010) Art. 74

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
74

De kerkenraad zal handelen overeenkomstig Matth. 18: 17, wanneer iemand over een heimelijke zonde door twee of drie getuigen in liefde is vermaand en aan die vermaningen geen gehoor geeft of wanneer iemand een openbare zonde gedaan heeft.
De kerkenraad zal daarbij hoor en wederhoor toepassen.

Kerkorde CGK (2010) Art. 75

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
75

Wanneer iemand zich van zulke zonden, die vanwege hun aard openbaar zijn of door verachting van de kerkelijke vermaning openbaar zijn geworden, oprecht bekeert, zal de kerkenraad de schuldbelijdenis aanvaarden indien daarbij voldoende tekenen van berouw gezien worden.
Vervolgens zal de kerkenraad beoordelen of de verzoening in het openbaar zal plaatsvinden of op een andere wijze, zoals het meest tot stichting van iedere kerk dienstig geacht wordt.
Hierbij staat de mogelijkheid open dat de kerkenraad advies vraagt aan de classis of aan de kerkvisitatoren.

Kerkorde CGK (2010) Art. 76

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
76

De kerkenraad zal overgaan tot afhouding van het heilig avondmaal, indien iemand hardnekkig zijn vermaning verwerpt, en ook indien iemand een openbare of grove zonde gedaan heeft.
De kerkenraad zal tenslotte gebruik maken van het laatste middel om de zondaar tot inkeer te brengen, namelijk afsnijding volgens het formulier van de ban, indien deze desondanks na verscheidene vermaningen geen tekenen van oprecht berouw toont.

Kerkorde CGK (2010) Art. 77

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
77

Ban

Voordat de kerkenraad, na de afhouding van het heilig avondmaal en de daarop nog gevolgde herhaalde vermaningen, tot afsnijding overgaat, zal hij de gemeente bekend maken met de halsstarrigheid van de zondaar. Daarbij zullen genoemd worden de door hem bedreven zonde en de getrouwe pogingen hem tot inkeer te brengen door bestraffing, afhouding van het avondmaal en talrijke vermaningen. De gemeenteleden zullen worden aangespoord voor hem te bidden en bij hem aan te dringen op bekering.
Hiertoe zal driemaal een afkondiging plaatsvinden. In de eerste wordt de naam van de zondaar niet genoemd om hem nog enigszins te sparen. In de tweede zal met advies van de classis zijn naam bekend gemaakt worden. In de derde afkondiging zal de kerkenraad aan de gemeente meedelen dat hij buiten de gemeenschap van de kerk gesloten zal worden als hij zich niet bekeert. De afsnijding zal zo de stilzwijgende instemming van de gemeente hebben. De tijdsruimte tussen deze afkondigingen aan de gemeente wordt aan de beoordeling van de kerkenraad overgelaten.

Kerkorde CGK (2010) Art. 78

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
78

Wederopneming

Wanneer iemand, die buiten de gemeenschap der kerk gesloten is, in de weg van oprecht berouw verzoening met God en de gemeente wenst, zal dit aan de gemeente worden meegedeeld.
Indien niemand wettige bezwaren inbrengt, zal hij volgens het daarvoor vastgestelde formulier openbare belijdenis van zijn bekering afleggen en op die wijze weer in de gemeente worden opgenomen. In die weg zal hij weer toegelaten zijn tot het heilige avondmaal.

Kerkorde CGK (2010) Art. 79

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
79

Censuur over ambtsdragers

Wanneer dienaren des Woords, ouderlingen of diakenen een openbare grove zonde bedrijven, zullen ouderlingen en diakenen na voorafgaand onderzoek terstond uit hun ambt gezet worden door de kerkenraden van de plaatselijke en dichtstbijgelegen gemeente. De dienaren des Woords zullen in zo’n geval geschorst worden, waarna de classis met advies van deputaten naar art. 49 K.O. beoordeelt of zij afgezet dienen te worden.
Zowel bij schorsing als afzetting zal een kerkenraad c.q. classis hoor en wederhoor toepassen.

Kerkorde CGK (2010) Art. 80

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
80

Onder de grove zonden die met schorsing of afzetting behoren gestraft te worden, zijn deze de voornaamste: het aanhangen en verbreiden van onschriftuurlijke leringen, openbare scheurmaking, openlijke godslastering, trouweloze verlating van de dienst of het indringen in het dienstwerk van een ander, meineed, echtbreuk, overspel, seksueel misbruik, diefstal, het plegen van lichamelijk en psychisch geweld, drankmisbruik, oneerlijk winstbejag. Kortom alle zonden en grove feiten, die voor ieder lid grond voor afsnijding zouden zijn en het getuigenis van de kerk naar de wereld toe schaden (1 Tim. 3: 7).

Kerkorde CGK (2010) Art. 81

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
81

De predikanten, ouderlingen en diakenen zullen in de kerkenraadsvergadering voorafgaande aan de viering van het heilig avondmaal onderlinge christelijke censuur oefenen met name door elkaar met betrekking tot hun ambtsbediening in liefde te vermanen.

Kerkorde CGK (2010) Art. 82

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
82

Attestaties

De kerkenraad zal aan leden, die naar een andere gemeente vertrekken, op hun verzoek een attestatie of getuigenis aangaande belijdenis en wandel meegeven, door de preses en de scriba ondertekend.

Kerkorde CGK (2010) Art. 83

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
83

Armen

Indien leden, die naar een andere gemeente vertrekken, diaconale bijstand ontvangen, zullen de diakenen op vertrouwelijke wijze de diakenen van de ontvangende gemeente daarvan in kennis stellen. De diaconie van de ontvangende gemeente zal zonodig na onderling overleg de diaconale zorg overnemen.