Kerkorde GKN (1971) H2.

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

Kerkorde GKN (1971) H2.I.

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Kerkorde GKN (1971) Art. 27

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
27

1. De regering van de kerk en het opzicht en de tucht in de kerk zijn toevertrouwd aan haar vergaderingen.
2. Er zijn vier gewone vergaderingen: de kerkeraad, de classis, de particuliere synode en de generale synode. Van de kerkeraad worden de drie andere vergaderingen onderscheiden als meerdere vergaderingen.
3. Van deze gewone vergaderingen wordt onderscheiden de oecumenische synode, die een buitengewoon karakter draagt en waarop uitsluitend het in artikel 66 bepaalde van toepassing is.

Kerkorde GKN (1971) Art. 28

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
28

1. Deze vergaderingen hebben, elk naar eigen aard, een kerkelijk gezag, haar door Christus verleend.
2. Hetzelfde gezag, dat de classis heeft over de kerkeraad, heeft de particuliere synode over de classis en de generale synode over de particuliere synode.

Kerkorde GKN (1971) Art. 29

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
29

1. Deze vergaderingen zullen geen andere dan kerkelijke zaken behandelen.
2. De behandeling van deze zaken zal steeds geschieden in overeenstemming met het kerkelijk karakter van deze vergaderingen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 30

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
30

1. Door een meerdere vergadering zullen behalve de zaken, die de in haar bijeenkomende kerken gemeenschappelijk aangaan, uitsluitend zaken behandeld worden, die door de mindere vergaderingen niet afgehandeld konden worden en daarom door deze in de vorm van een vraag, van een instructie, van een bezwaarschrift of op andere wijze aan de orde worden gesteld, alsook zaken, ten aanzien waarvan een lid ener kerk of een vergadering bij haar in appèl is gekomen.
2. Zaken, welker behandeling tot de taak van een meerdere vergadering behoort, kunnen, behalve op grond van voorstellen van mindere vergaderingen, ook door die vergadering zelf aan de orde worden gesteld.

Kerkorde GKN (1971) Art. 31

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
31

1. De besluiten van de vergaderingen zullen steeds na gemeenschappelijk overleg en zoveel mogelijk met eenparige stemmen worden genomen. Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan zal de minderheid zich voegen naar het gevoelen der meerderheid. De besluiten van de vergaderingen dragen een bindend karakter.
2. Degenen, die enige uitspraak of handeling van een vergadering in strijd achten met de bepalingen van de kerkorde, of op andere wijze door zulk een uitspraak of handeling het welzijn der kerk geschaad achten, of menen dat hun daardoor onrecht aangedaan is, kunnen in appèl gaan bij de naastvolgende meerdere vergadering. Indien zij zulk een uitspraak of handeling in strijd achten met duidelijke uitspraken van Gods Woord, zijn zij gehouden in appèl te gaan; in welk geval de vergadering, hangende dit appèl, hen niet zal verplichten tot het verrichten van of tot het medewerken aan enige handeling, die naar hun gevoelen tegen de bedoelde uitspraken zou ingaan, met dien verstande dat zij zich voor het overige te gedragen hebben naar de door de desbetreffende vergadering gegeven aanwijzingen.
3. Ten aanzien van grensgeschillen tussen kerken reikt, voorzover niet meer dan één particuliere synode erbij betrokken is, het recht van appèl niet verder dan tot de particuliere synode.
4. Degenen, die bij een meerdere vergadering in appèl gaan, zijn verplicht daarbij de door de generale synode vastgestelde bepalingen aangaande vorm en termijn van dat appèl in acht te nemen.
5. Een vergadering kan in geval van appèl de uitvoering van een door haar genomen besluit opschorten.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 31

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

bij Artikel
31

Hoger beroep tegen enige uitspraak ener kerkelijke vergadering moet vóór de eerstvolgende samenkomst der meerdere vergadering, waarop men zich beroept, geschieden, met kennisgeving aan de scriba der vergadering, door welker besluit men zich bezwaard acht. Bij elke uitspraak moet hiervan worden kennis gegeven aan de belanghebbenden.

Dordrecht 1893, art. 185

In de beslissingen over gevallen waarin van het recht van appèl kennelijk misbruik is gemaakt, zal niet met een eenvoudige afwijzing van het ingesteld appèl worden volstaan, doch daaraan steeds worden toegevoegd een ernstige vermaning en bestraffing vanwege dat misbruik.

Sneek 1939, art. 133

Kerkorde GKN (1971) Art. 32

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
32

1. Onverminderd het recht van appèl bestaat de mogelijkheid bij enige vergadering een verzoek tot revisie van een door haar gedane uitspraak in te dienen.
2. Geen vergadering is verplicht een verzoek tot revisie in behandeling te nemen, indien niet een element in geding wordt gebracht, dat bij het doen van de uitspraak, waarvan revisie wordt verlangd, buiten beschouwing was gebleven of onvoldoende was overwogen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 33

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
33

Indien iemand zich bezwaard gevoelt over een besluit of uitspraak van de generale synode, als naar zijn oordeel in strijd met duidelijke uitspraken van Gods Woord, zullen de vergaderingen jegens hem tolerantie gebruiken, tenzij zijn wijze van optreden een bedreiging zou inhouden voor de goede werking van de kerkelijke gemeenschap ter plaatse of in het kerkverband.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 33

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

bij Artikel
33

De kerkelijke vergaderingen kunnen een broeder in diens afwijkend gevoelen dragen,  evenwel op deze voorwaarden:
a. dat dit gevoelen geen fundamenteel punt der waarheid raakt;
b. dat deze broeder dit gevoelen niet propageert en bereid is zich door de kerk te laten onderwijzen.

Utrecht 1946, art. 220

Kerkorde GKN (1971) Art. 34

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
34

1. Elke vergadering zal haar bijeenkomsten met aanroeping van de naam Gods beginnen en beëindigen.
2. Zij zal in elke bijeenkomst aan haar leden de gelegenheid geven om zo nodig elkander onderling te vermanen, in het bijzonder in verband met de vervulling van hun ambten.
3. Zij zal een regeling maken voor haar werkzaamheden, waarin onder meer voorzieningen worden getroffen voor de archieven en het toezicht op en de contrôle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 34

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

bij Artikel
34

Bepalingen betreffende het archief van de generale synode:

1. De Gereformeerde Kerken in Nederland, samenkomende in generale synode, hebben te Utrecht ter plaatse van het Algemeen Kerkelijk Bureau het archief. De generale synode kan bepalen dat het archief, geheel of ten dele, tijdelijk elders wordt gedeponeerd.

2. De bewaring en verzorging van het archief wordt door de generale synode toevertrouwd aan een archivaris, die een behoorlijke instructie ontvangt en onder toezicht staat van ten minste drie door de generale synode benoemde deputaten.

3. In het archief worden, behalve de bij de vaststelling van deze bepalingen reeds aanwezige stukken uit het verleden, voorts gedeponeerd alle geschreven en gedrukte acta van de generale synoden, alsmede alle rapporten en andere stukken van haar commissies, voor zover deze niet in de acta opgenomen zijn of worden; alle stukken toegezonden aan deze synoden en de copieën van de stukken van haar uitgegaan;
voorts alle rapporten, notulen en andere schrifturen van deputaten, door de generale synode benoemd.
In afwijking van het in het vorige lid bepaalde worden alle stukken van de deputaten voor de zending opgenomen in een afzonderlijk archief, dat gevestigd is in het Zendingscentrum te Baarn.

4. Het raadplegen van de in het archief opgenomen stukken wordt slechts onder bepaalde voorwaarden toegestaan, welke aangegeven worden in de instructie van de archivaris.

Leeuwarden 1955, art. 153;
Amsterdam 1967, art. 354

Bepalingen betreffende het inleveren van stukken voor het archief:

1. Alle deputaten zullen in hun respectieve rapporten aan de synode een clausule opnemen, waarin zij mededelen, of zij buiten het door hen ingediende rapport met de eventueel daarbij gevoegde bijlagen, nog andere stukken onder hun berusting hebben en zo ja, van welke aard deze stukken zijn.

2. De deputaten, die wegens beëindiging van hun opdracht door de synode gedéchargeerd zijn, zullen, wanneer niet opnieuw voor dezelfde taak deputaten worden benoemd, terstond na hun décharge de zich onder hun berusting bevindende stukken, voorzover deze niet bij de scriba van de synode zijn ingeleverd, doen toekomen aan de archivaris.

3. Wanneer voor een bepaald doel na décharge van deputaten weer deputaten benoemd worden, zullen zij op dezelfde wijze handelen als de onder 2 bedoelde deputaten, met dien verstande echter dat zij de vrijheid hebben lopende stukken onder hun berusting te behouden. Zij zullen hiervan nauwkeurige opgave vertrekken aan de archivaris.

Leeuwarden 1955, art. 153;
Amsterdam 1967, art 354

Kerkorde GKN (1971) H2.II.

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Kerkorde GKN (1971) Art. 35

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
35

1. In elke gemeente zal een kerkeraad zijn, die gevormd wordt door haar ambtsdragers.
2. Indien het getal der ouderlingen meer dan drie bedraagt, zal het vrij staan onderscheid te maken tussen de brede kerkeraad, waartoe alle ambtsdragers behoren, en de smalle kerkeraad, waarvan de diakenen geen deel uitmaken.

Kerkorde GKN (1971) Art. 36

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
36

1. De kerkeraad heeft de leiding der gemeente, in het bijzonder het opzicht over en de tucht in de gemeente, alsmede de zorg voor de dienst der barmhartigheid in het algemeen.
2. Indien er onderscheid gemaakt wordt tussen de brede en de smalle kerkeraad, zal het opzicht over en de tucht in de gemeente bij de smalle kerkeraad berusten.
3. In het in lid 2 bedoelde geval zullen de diakenen onder leiding van één van hen afzonderlijk bijeenkomen om de zaken, die tot hun taak behoren, te behandelen.
4. De diakenen doen verantwoording van hun beleid en beheer in de kerkeraad.

Kerkorde GKN (1971) Art. 37

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
37

1. Het praesidium van de kerkeraad berust bij de dienaar des Woords of, indien er in een gemeente meer dienaren zijn, in de regel beurtelings bij ieder van hen.
2. In geval een gemeente geen dienaar des Woords heeft, berust het praesidium bij een van de ouderlingen, daartoe door de kerkeraad aangewezen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 38

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
38

1. De kerkeraad zal in de regel ten minste éénmaal per maand bijeenkomen.
2. De kerkeraad zal in een bijeenkomst, voorafgaande aan het heilig Avondmaal en met het oog op de viering daarvan, aan zijn leden de vraag voorleggen, of er reden is elkander onderling te vermanen, in het bijzonder in verband met de vervulling van hun ambten.
3. De kerkeraad bepaalt in zijn regeling van werkzaamheden de wijze van samenroeping van een buitengewone bijeenkomst.

Kerkorde GKN (1971) Art. 39

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
39

1. In geval een kerk ten minste drie dienaren des Woords heeft, op geen van wie het in artikel 9, lid 3 bepaalde van toepassing is, kan de kerkeraad zijn taak ten dele toevertrouwen aan een aantal in te stellen wijkkerkeraden; zelf zal hij dan als kerkeraad voor algemene zaken optreden.
2. De kerkeraad voor algemene zaken zal worden gevormd door de dienaren des Woords alsmede een aantal ouderlingen en diakenen, die in de regel door de gemeente zijn verkozen en die tevens deel uitmaken van een der wijkkerkeraden, zulks met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.
3. De aanwijzing van de aan de kerkeraad voor algemene zaken voor te behouden en van de aan de wijkkerkeraden toe te vertrouwen zaken zal geschieden bij plaatselijke regeling, zulks met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.
4. Voor wat de aan hem toevertrouwde zaken betreft is op de wijkkerkeraad van toepassing hetgeen voor de kerkeraad is bepaald.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 39

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

bij Artikel
39

Richtlijnen voor de verhouding van de kerkeraad voor algemene zaken en de wijkkerkeraden.

1.a. Het zal niet geoorloofd zijn aan niet-ambtsdragers zitting te geven in de kerkeraad voor algemene zaken noch om deze samen te stellen door afvaardiging door en uit de wijkkerkeraden; de leden van beide college zullen hun opdracht ontvangen rechtstreeks door verkiezing en benoeming.
b. Candidering, verkiezing en benoeming van ambtsdragers, die uitsluitend zitting zullen hebben in één van de wijkkerkeraden, zal binnen de wijken geschieden.
c. De leden van de kerkeraad voor algemene zaken zullen worden gecandideerd door deze kerkeraad zelf na overleg met de wijkkerkeraden, waarin zij tevens zitting (zullen) hebben; zij zullen worden verkozen door de gemeente en benoemd door de kerkeraad voor algemene zaken. Van de regel dat zij verkozen zullen worden door de gehele gemeente mag alleen worden afgeweken, indien deze wijze van verkiezing naar het oordeel van de kerkeraad voor algemene zaken — na gunstig advies van de meerderheid van de wijkkerkeraden — niet op verantwoorde wijze kan plaats vinden. Zij zullen dan worden verkozen binnen de wijken, met dien verstande, dat toch de gehele gemeente de gelegenheid behoudt haar goedkeuring te hechten aan de bevestiging van de aldus verkozen ambtsdragers naar artikel 4, lid 5 der kerkorde.

2.a. De kerkeraad voor algemene zaken en de wijkkerkeraden zullen ieder voor zich zelfstandige bevoegdheid en een eigen verantwoordelijkheid hebben in de zaken, die aan hen zijn toevertrouwd.
b. Behoudens dat reeds in de namen „kerkeraad voor algemene zaken” en „wijkkerkeraad” een zekere algemene richtlijn is gelegen voor de verdeling van de werkzaamheden over deze beide, zullen de kerken zelf deze werkzaamheden kunnen verdelen naar plaatselijke behoefte, met dien verstande, dat de werkzaamheden van elk van beide in een plaatselijke regeling zo nauwkeurig mogelijk zullen worden omgeschreven en vastgesteld, waarbij niet mag ontbreken een bepaling, hoe te handelen in alles, waarin niet is voorzien.
c. In belangrijke zaken, anders dan die genoemd worden in artikel 43, lid 2 K.O., zal de kerkeraad voor algemene zaken geen besluit kunnen nemen dan met gunstig advies van de meerderheid van de wijkkerkeraden; de plaatselijke regeling zal een omschrijving bevatten van wat tot deze belangrijke zaken gerekend wordt.
d. Beroeping van predikanten zal plaats vinden door de kerkeraad voor algemene zaken in overleg met de betrokken wijkkerkeraad.
e. De diakenen van de respectieve wijkkerkeraden kunnen voor het behandelen van zaken van algemene aard, voorzover deze niet behoren tot de bevoegdheid van de kerkeraad voor algemene zaken, een algemene diaconale vergadering vormen, welker bevoegdheid in de plaatselijke regeling omschreven zal worden.

3.a. In alle zaken van opzicht en tucht binnen de wijken, met inbegrip van de tucht over ambtsdragers, die alleen in de wijkkerkeraad zitting hebben, zullen de wijkkerkeraden bevoegd zijn; wat betreft de tucht over ambtsdragers evenwel niet dan na overleg met de kerkeraad voor algemene zaken.
b. De tucht over ouderlingen en diakenen, die zitting hebben in de kerkeraad voor algemene zaken, zal worden geoefend door deze kerkeraad in overleg met de wijkkerkeraad, waarin zij  tevens zitting hebben; de tucht over predikanten door de kerkeraad voor algemene zaken eveneens in overleg met hun wijkkerkeraden en bovendien na overleg met de andere wijkkerkeraden.

4.a. De afvaardiging naar de classis zal geschieden door en uit de kerkeraad voor algemene zaken; deze afgevaardigden zullen naar behoefte kunnen worden bijgestaan door adviseurs uit de wijkkerkeraden die dan in de classicale vergadering voor de hen regarderende zaken een adviserende stem zullen hebben.
b. Zaken, die vallen binnen het raam van hun bevoegdheden, zullen de kerkeraad voor algemene zaken en de wijkkerkeraden zelfstandig aan de orde kunnen stellen op de meerdere vergadering en een eventueel beroep tegen door hen genomen besluiten zal niet bij één van de andere colleges van dezelfde kerk kunnen worden ingesteld, maar rechtstreeks bij de classis.

Utrecht 1959, art. 452;
Apeldoorn 1961, art. 92;
Groningen 1963, art. 167;
Middelburg 1965, art. 441

Kerkorde GKN (1971) Art. 40

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
40

Het zal aan een kerkeraad vrij staan de voorbereiding of afdoening van bepaalde zaken in handen te leggen van commissies of van wijkraden; hij zal er echter op toezien, dat aan dergelijke colleges niet het gezag wordt toegekend, hetwelk aan de gehele kerkeraad toekomt.

Kerkorde GKN (1971) Art. 41

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
41

1. Wanneer een kerk geen dienaar des Woords heeft, zal de kerkeraad aan de classis verzoeken, volgens de door haar vastgestelde regeling, een dienaar des Woords uit een der naburige kerken als consulent aan te wijzen, om voorzover nodig aan de kerkeraad leidign en raad te verschaffen.
2. De kerkeraad zal in belangrijke aangelegenheden, met name in wat betrekking heeft op de beroeping van een dienaar des Woords, de consulent raadplegen.
3. De consulent woont, indien hij daartoe is uitgenodigd, de bijeenkomsten van de kerkeraad bij; aan hem kan dan het praesidium worden opgedragen.
4. De consulent is van zijn arbeid verantwoording schuldig aan de classis.

Kerkorde GKN (1971) Art. 42

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
42

1. Wanneer in een plaats een kerkeraad moet worden ingesteld, zal dit niet gebeuren dan met medewerking en goedvinden van de classis.
2. Een zodanige kerkeraad zal ten minste uit drie leden bestaan.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 42

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

bij Artikel
42

Er wordt van uitgegaan, dat de kerkeraad zelf aan de Hoge Overheid bericht doet van de instituering, met verzoek tot plaatsing op de lijst van De Gereformeerde Kerken in Nederland. De bevestiging van zulk een bericht geschiedt door de deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid, nadat hun gebleken is dat de desbetreffende classis haar goedkeuring heeft verleend.
Hetzelfde is van toepassing voor besluiten van een kerkeraad tot splitsing van de kerk, tot ineensmelting met een andere kerk, tot wijziging in de naam van de kerk en voor andere dergelijke besluiten.

Dordrecht 1893, art. 74;
Amsterdam 1967, art. 354

De aandacht van kerkeraden van pas geïnstitueerde of samengesmolten of uit combinatie getreden kerken wordt gevestigd op de noodzakelijkheid om spoedig na haar optreden of gewijzigd bestaan hiervan schriftelijk kennis te doen aan het dagelijks bestuur der burgerlijke gemeente.
Voorts van kerkeraden in het algemeen op de mogelijkheid dat zij voor kerkgebouwen en pastorieën welke op naam van hun kerken staan, overeenkomstig artikel 25 der Wet van 26 mei 1870, vrijdom van grondbelasting kunnen verkrijgen. Ook van kerkeraden en andere kerkelijke vergaderingen op de noodzakelijkheid, dat in adressen aan Hare Majesteit de Koningin, bij het bekendmaken van de geïnstitueerde kerk, wordt verwezen naar de kerkorde van De Gereformeerde Kerken in Nederland, gelijk zij herzien is en vastgesteld door de synode van Assen (1957).

Middelburg 1896, art. 178;
Amsterdam 1967, art. 354

Kerkorde GKN (1971) Art. 43

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
43

1. In belangrijke zaken, die niet vallen onder het opzicht over en de tucht in de gemeente, met name in zaken, waarmede het bestaan zelf van de kerk of haar plaats in het kerkverband gemoeid kan zijn, zal de kerkeraad geen besluiten nemen zonder vooraf de gemeente er in gekend en er over gehoord te hebben.
2. Onverminderd het in lid 1 bepaalde zal in kerken, waar wijkkerkeraden zijn ingesteld, in zaken waarmede het bestaan zelf van de kerk of haar plaats in het kerkverband gemoeid kan zijn, de kerkeraad voor algemene zaken geen besluit nemen zonder gunstig advies van alle wijkkerkeraden.

Kerkorde GKN (1971) H2.III.

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

Kerkorde GKN (1971) Art. 44

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
44

1. Elke meerdere vergadering bestaat uit ambtsdragers, die afgevaardigd zijn door de in haar bijeenkomende mindere vergaderingen.
2. De mindere vergaderingen zullen zorg dragen, dat haar afgevaardigden in het bezit zijn van deugdelijke credentiebrieven, op vertoon waarvan zij stemrecht hebben, met dien verstande dat dit recht hun niet toekomt in zaken, welke hen persoonlijk of de vergaderingen door welke zij afgevaardigd zijn, in het bijzonder aangaan.

Kerkorde GKN (1971) Art. 45

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
45

De diakenen, die afgevaardigd zijn naar een meerdere vergadering, zullen niet deelnemen aan de behandeling van zaken welke betrekking hebben op het opzicht en op de tucht.

Kerkorde GKN (1971) Art. 46

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
46

1. Elke meerdere vergadering zal worden samengeroepen door de kerk, welke daartoe in haar laatstgehouden bijeenkomst is aangewezen.
2. Op de kerkeraad van de samenroepende kerk rust de zorg voor de voorbereiding van de desbetreffende bijeenkomst. Hij kan daarbij advies vragen aan de classis, indien de particuliere synode, en aan de particuliere synode, indien de generale synode moet worden samengeroepen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 47

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
47

1. De mindere vergaderingen zullen aan de samenroepende kerk zoveel mogelijk tijdig mededeling doen van de zaken, die zij wensen behandeld te zien.
2. De samenroepende kerk stelt uit de in lid 1 bedoelde gegevens, uit opgave van deputaten en uit andere bij haar ingekomen stukken een voorlopig agendum samen.
3. De meerdere vergadering zelf stelt het definitief agendum vast, mede aan de hand van instructies, bezwaarschriften, vragen en mededelingen, die aan de afgevaardigden zijn medegegeven. Zij zal op het agendum geen stukken plaatsen, ingezonden door leden van de gemeenten, wanneer niet blijkt dat dit stukken tevoren aan het oordeel van een mindere vergadering onderworpen zijn.

Kerkorde GKN (1971) Art. 48

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
48

1. De meerdere vergaderingen zullen, naast de praeses en de scriba, één of meer leden aanwijzen, die met hen het moderamen vormen.
2. De leden van het moderamen van de particuliere en de generale synode zullen door vrije verkiezing worden aangewezen.
3. De leden van het moderamen van de classis zullen naar de huishoudelijke regeling worden aangewezen, met dien verstande dat beurtelings alle dienaren des Woords als praeses zullen optreden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 49

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
49

1. Het ressort van een classis wordt gevormd tenminste door zes in elkanders nabijheid gelegen kerken.
2. Indien het aantal kerken meer dan twintig bedraagt, zal, en indien het meer dan twaalf bedraagt, kan tot splitsing van het ressort van een classis worden overgegaan.
3. Splitsing van het ressort van een classis en wijziging in zijn omvang kunnen niet tot stand komen zonder medewerking en goedvinden van de particuliere synode.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 49

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

bij Artikel
49

Aan particuliere synoden en classes, in welker ressort grote steden voorkomen, wordt geadviseerd om, zo mogelijk in nauw contact met andere kerkgenootschappen en met advies van deputaten voor „Kerkopbouw” een zodanige correctie in de begrenzing aan te brengen dat het classicaal ressort zoveel mogelijk met de grootsteedse agglomeratie samenvalt.

Amsterdam 1967, art. 310

Kerkorde GKN (1971) Art. 50

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
50

1. Naar de classis zal de kerkeraad van elke kerk een dienaar des Woords, een ouderling en een diaken afvaardigen, of indien de kerk vacant is, twee ouderlingen en een diaken.
2. Ambtsdragers, die niet afgevaardigd zijn, kunnen door de vergadering worden toegelaten als adviserende leden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 51

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
51

1. De classis zal ten minste eens in het kwartaal samenkomen ter behandeling van de voorkomende zaken.
2. Het behoort met name tot haar taak toe te zien, dat de kerken haar roeping en taak nakomen, zoals die in de kerkorde staan omschreven; advies en hulp te bieden aan de kerkeraden, in het bijzonder deze bij gebleken behoefte in staat te stellen een dienaar des Woords te beroepen; en de grenzen tussen de kerken van haar ressort vast te stellen.
3. De taak van het afgeven en het in ontvangst nemen van het getuigenis van vertrek alsmede van het verlenen van approbatie met betrekking tot dienaren des Woords kan de classis, voor de periode tussen haar gewone bijeenkomsten, toevertrouwen aan twee of meer kerken. Deze kerken zullen van de daartoe te houden bijeenkomst kennis geven aan de overige kerken, in geval van ingebrachte wettige bezwaren geen beslissing nemen en voorts van haar handelingen op de eerstvolgende bijeenkomst der classis verantwoording afleggen.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 51

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

bij Artikel
51

Richtlijnen voor de steunverlening aan hulpbehoevende kerken

1. Geen steun wordt verleend aan kerken, welker ledental minder dan 300 zielen bedraagt, tenzij de betrokken kerk een combinatie heeft aangegaan of een regeling heeft getroffen, waarbij haar predikant voor een gedeelte van zijn tijd aan een naburige gemeente of voor een bijzondere taak wordt afgestaan.

2. Geen steun wordt verleend, wanneer de gemiddelde bijdragen der leden van de desbetreffende kerk voor de kerkelijke arbeid lager liggen dan het landelijk gemiddelde, zoals dit blijkt uit de laatst bekende gegevens van het Algemeen Kerkelijk Bureau.

3. Van het onder 1 bepaalde kan worden afgeweken, wanneer de classis en de particuliere synode hebben uitgesproken dat een combinatie of regeling als aldaar bedoeld (nog) niet mogelijk is, met dien verstande dat generale deputaten de bevoegdheid hebben te bepalen dat deze uitzondering voor de desbetreffende kerk slechts zal gelden voor een door hen te bepalen aantal jaren. Wanneer er in die kerk een vacature bestaat, zal de steunverlening slechts worden voortgezet, indien classis, particuliere synode en generale deputaten als hun oordeel hebben uitgesproken, dat daartoe genoegzame aanleiding bestaat.

4. Bij de aanvraag om steun aan classis en particuliere synode moet worden gevoegd een door de kerkeraad, onder goedkeuring van de classis, vastgestelde taakomschrijving voor de desbetreffende predikant. Door de generale deputaten kan slechts steun worden verstrekt, wanneer uit deze taakomschrijving blijkt dat de omvang van de te verrichten werkzaamheden voldoet aan de door deputaten in acht te nemen normen, waarbij gelet zal worden zowel op het zielental der kerk als op taken buiten deze kerk, zoals met betrekking tot de evangelisatie, geestelijke verzorging in inrichtingen en dergelijke.

Groningen 1963, art. 468;
Amsterdam 1967, art. 245

Kerkorde GKN (1971) Art. 52

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
52

1. De classis zal ieder jaar in een van haar bijeenkomsten ten minste twee van de meest ervaren en geschikte dienaren des Woords aanwijzen, om in alle kerken visitatie te verrichten. Zij kan naast deze dienaren des Woords een voor die taak bekwame ouderling aanwijzen.
2. De visitatoren zullen onderzoeken, of de ambtsdragers zowel persoonlijk als gezamenlijk hun taak getrouw vervullen, zich aan de zuivere leer houden, de bepalingen van de kerkorde en de overige besluiten der meerdere vergaderingen onderhouden en naar vermogen het hunne doen om met woord en daad de opbouw en de uitbreiding der gemeente te bevorderen. Voorts zullen zij nalatigen broederlijk vermanen, en allen met raad en daad bijstaan.
3. De visitatoren zullen van hun bevindingen schriftelijk rapport uitbrengen aan de classis.

Kerkorde GKN (1971) Art. 53

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
53

1. Het ressort van een particuliere synode wordt gevormd door de kerken van ten minste drie in elkanders nabijheid gelegen classes.
2. Indien het aantal classicale ressorten meer dan zes bedraagt, kan tot splitsing van het ressort van een particuliere synode worden overgegaan.
3. Splitsing van het ressort van een particuliere synode en wijziging in zijn omvang kunnen niet tot stand komen zonder medewerking en goedvinden van de generale synode.

Kerkorde GKN (1971) Art. 54

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
54

Naar de particuliere synode zal elke classis twee dienaren des Woords, twee ouderlingen en een diaken afvaardigen, of indien er niet meer dan vier classes zijn en zulks door die synode bepaald is, drie dienaren des Woords, drie ouderlingen en twee diakenen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 55

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
55

1. De particuliere synode zal ieder jaar eenmaal worden samengeroepen in gewone bijeenkomst ter behandeling van de voorkomende zaken.
2. Zij kan ook in buitengewone bijeenkomst worden samengeroepen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 56

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
56

1. De particuliere synode zal enige dienaren des Woords, uit elke classis één, aanwijzen als deputaten, met de opdracht:
a. de classes desgevraagd in moeilijkheden bij te staan en van advies te dienen;
b. de vereiste medewerking te verlenen bij het afnemen van de peremptoire examens;
c. de vereiste medewerking te verlenen bij alles wat betrekking heeft op elke vorm van ontslag uit de dienst, overgang tot een andere staat des levens, emeritusverklaring, en afzetting van dienaren des Woords.
2. Deze en alle overige door de particuliere synode met wel omschreven opdrachten benoemde deputaten zullen van hun handelingen rapport uitbrengen aan de eerstvolgende particuliere synode en zijn aan deze ook overigens verantwoording schuldig.

Kerkorde GKN (1971) Art. 57

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
57

1. Het zal aan elke particuliere synode vrij staan, samen te werken met andere particuliere synoden of met classes van andere particuliere synoden, zulks evenwel niet zonder goedvinden van deze synoden, ter behartiging van belangen, die deze vergaderingen in het bijzonder aangaan, of tot het verrichten van gezamenlijke arbeid van evangelisatie, zending of anderszins.
2. Van een dergelijke samenwerking zal steeds aan de eerstvolgende generale synode kennis worden gegeven.
3. Geschillen ter zake zullen aan de beslissing van de generale synode onderworpen worden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 58

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
58

Het ressort van de generale synode wordt gevormd door de gezamenlijke kerken van de particuliere synoden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 59

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
59

1. Naar de generale synode zal elke particuliere synode twee dienaren des Woords, twee ouderlingen en een diaken afvaardigen.
2. De hoogleraren van de Theologische Hogeschool en van de Faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit zullen, overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, zitting hebben als praeadviserende leden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 60

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
60

1. De generale synode zal om de twee jaar samenkomen.
2. Als samenroepende kerk wordt in de regel beurtelings uit elk van de particuliere ressorten der particuliere synoden in Nederland een kerk aangewezen.
3. De synode kan haar zittingen verdagen, met dien verstande, dat de voortgezette zittingen zich niet mogen uitstrekken over een periode, welke verder gaat dan de tijd, waarop de particuliere synoden, die de afgevaardigden benoemd hebben, opnieuw haar gewone bijeenkomst plegen te houden.

Zie Bijlage X

Kerkorde GKN (1971) Art. 61

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
61

1. Het oordeel over de vraag, of het nodig is de generale synode te doen samenkomen binnen de twee jaren, zal staan aan de particuliere synode, tot welke de samenroepende kerk behoort.
2. De samenroepende kerk is evenwel tot samenroeping verplicht, indien het verzoek daartoe ingediend wordt ten minste door vijf classes, welke behoren ten minste tot twee particuliere synoden, of door een deputaatschap, dat daartoe door de synode gemachtigd is.

Kerkorde GKN (1971) Art. 62

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
62

1. Tot de taak van de generale synode behoort met name de aanwijzing van de door de kerken te gebruiken Bijbelvertaling alsook de vaststelling van de belijdenisgeschriften, van de kerkorde, van het psalm- en gezangboek, van de liturgische formulieren en van de orde van dienst.
2. De generale synode zal ten aanzien van deze zaken geen definitieve beslissingen nemen, zonder de mindere vergaderingen in de gelegenheid te hebben gesteld van haar gevoelen blijk te geven. Voorts zal een dergelijke belissing een meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen behoeven.

Kerkorde GKN (1971) Art. 63

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
63

De leden van het moderamen van de generale synode zullen, na de sluiting van haar zitting, als haar deputaten de kerken vertegenwoordigen of doen vertegenwoordigen in alle gevallen, waarvoor geen andere deputaten aangewezen zijn, en waarin zij dit wenselijk achten, en voorts alles verrichten, wat in de huishoudelijke regeling van de generale synode ten aanzien van hun taak is bepaald. Zij zijn verantwoording schuldig aan de eerstvolgende synode.

Kerkorde GKN (1971) Art. 64

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
64

De taak om onder buitengewone omstandigheden, als in tijden van oorlog, van algemene volksrampen en van grote druk voor de kerk alsook in tijden van grote zegen voor kerk, volk en land, dagen of uren van boete, gebed of dankzegging uit te schrijven, alsook om getuigenissen op te stellen, zal de generale synode toevertrouwen aan deputaten die door haar worden benoemd.

Kerkorde GKN (1971) Art. 65

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
65

1. De generale synode kan deputaten benoemen voor het uitvoeren van besluiten en het uitbrengen van adviezen.
2. Deze deputaten zullen welomschreven opdrachten ontvangen, waaraan zij gebonden zijn. Zij zullen van hun handelingen rapport uitbrengen aan de eerstvolgende synode, tenzij anders bepaald wordt. Zij zijn verplicht hun uitgaven te houden binnen de grenzen van de hun toegestane bedragen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 66

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

e. De oecumenische synode

Artikel
66

1. De kerken zullen met andere kerken van gereformeerde belijdenis, die deze belijdenis handhaven, in gemeenschap treden door op geregelde tijden samen te komen in vergaderingen, die gereformeerde oecumenische synoden worden genoemd.
2. De afgevaardigden naar deze synoden worden benoemd door de generale synode.
3. De generale synode kan zaken van algemene aard, met name die waarbij het belang van Gods koninkrijk in de gehele wereld gemoeid is, aan de oecumenische synode voorleggen.
4. Uitspraken van de oecumenische synode zullen door de kerken binnen door de generale synode vast te stellen grenzen, als bindend aanvaard worden.

Zie Bijlage XI