Kerkorde Dordrecht (1578) IV.

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 53

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
53

1. Om eendrachticheyt in der leere te betuyghen achten wij dat men in allen kercken der Nederlanden de Belijdenisse des gheloofs in seven en dertich artykelen begrepen, in dit jaer 1578 herdruckt21 ende den coninck Philippo over vele iaren overghegheven, onderschrijven sal. Ende ghelijck dit van den dienaren des Woordts ende professoren der theologie ghedaen sal worden, soo ware oock goet dat hetselfde van en ouderlinghen gheschiedde.22


21 Vgl. J.N. Bakhuizen van den Brink, De Nederlandse Belijdenisgeschriften in authentieke teksten met inleiding en tekstvergelijkingen, Amsterdam2, 1976, blz. 23.
22 De Waalse kerken stelden voor ook de diakenen de belijdenis te doen ondertekenen.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 54

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
54

2. In den Duytschen ghemeynten sal men den catechismum ghebruycken, die metten psalmen, door Petrum Dathenum overghesett, ende in den Walschen die metten Franchoyschen psalmen tot noch toe ghedruckt is.23 Het sal oock den Duytschen ghemeynten vrij staen het Corte ondersoeck des gheloofs, uut den cathechismo tesamen ghetrocken24 ende met den voorseyden psalmen Datheni ghedruckt, te ghebruycken om die te onderwijsen die hen totter ghemeynte begheven.


23 De provinciale synode te Dordrecht (1574) had besloten dat men een en dezelfde catechismus zou gebruiken in de Nederlandse kerken: de Heidelbergse Catechismus (art. 2). De Waalse synode en de Engelse kerken deden een soortgelijk voorstel aan deze synode. Men zal dit besluit hebben te zien als voortvloeiend uit de twee-taligheid der Nederlandse gereformeerde kerken.
24 Bedoeld is Een corte undersouckinghe des gheloofs/ ouer de ghene/ die haer tot de Duytsche Ghemeynte/ die te Londen is/ begheuen willen, waarvan Micronius de auteur is. Vgl. J.H. Gerretsen, Micronius, zijn leven, zijn geschriften, zijn geestesrichting, Nijmegen 1895, blz. 74v.; D. Nauta, Twee geschriften uit de begintijd van de Gereformeerde Kerk in Nederland, Amsterdam 1974.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 55

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
55

3. Niemant en sal eenich boeck, van hemselven ofte van yemant anders ghemaeckt in hetwelcke van de religie ghehandelt wordt, laten drucken ofte in ’t licht brenghen door hemselven ofte door anderen eer hetselfde van den dienaren der classe ofte professoren der theologie onser belijdenisse oversien ende voor goet bekent sal wesen.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 56

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
56

4. De dienaers sullen een gheheel boeck der H. Schrift ordentlick totten eynde toe der ghemeynte verclaren. Dogh sullen sij meest de boecken des Nieuwen Testaments voornemen, hoewel het nochtans hen vrij staen sal de materie harer predicatie uut den boecken des Ouden Testaments te nemen, met advyse des kerckenraets dewelcke op de stichtinghe ende gaven der dienaren acht nemen sal. Ende in den plaetsen daer de sondaeghsche Evangelien noch ghebruyckt worden, sal men sulckes duden der tijt toe dat men hetselfde bequamelick sal konnen affsetten.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 57

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
57

5. In den ghemeynten daer het ghebruyck der avontghebeden inghevoert is ende predicanten ghenoegh sijn om die te doen, sal hetselfde ghedraghen worden, dogh alsoo dat daerdoor het nootsakelick ghebruyck der huysghebeden niet naghelaten en worde.
Ende sullen oock de dienaers op het ghebet meer acht nemen dan om een langhe predicatie ende wijtloopighe verclaringhe te doen op het gheheel ofte halve capittel datse in den avontghebeden ghewonelicken nemen sullen.
Maer daerse noch niet inghevoert en sijn, en sal mense niet lichtelick toelaten tenware in tijden van ghemeyne nooden, opdat de ordinaire predicatien ende huysghebeden niet in verachtinghe en koemen.
Ende het sal allen kercken vrij blijven te ordineren of men vele of weynich avontghebeden doen sal.
Ende daer men acht datse beter affghedaen waren, sal men het advys van der classe ende van der overicheyt der ghereformeerde religie hierover ghebruycken.25


25 De synode blijft in de lijn van Dordrecht 1574, waarbij op de gewone kerkdienst alle nadruk valt en ook de betekenis van de gezinsdiensten wordt erkend (die een ieghelick huijsvader met sijn huijsghesin schuldig is te doen) terwijl de gebeden op algemene vastendagen beter tot hun recht zouden kunnen komen, wanneer er geen avondgebeden werden gehouden (art. 51).

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 58

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
58

6. Overmidts het ghebruyck der lijckpredicken seer sorgerlick is, soo ghevoelen wij, datse in de plaetsen daer sij niet en sijn, niet en behooren inghevoert te werden.26
Maer daerse ghewoonlick sijn ghehouden te worden ende het ghetal der dienaren ghenoeghsaem is, dewelcke metgaders den ouderlinghen deselvighe oordeelen niet onnut te sijn, sullense gheduldet worden, ter tijt toe datse ter bequamer gheleghentheyt sonder erghernisse sullen moghen affghesett worden.
Nochtans met dezer waerschouwinghe datse meer een forme hebben van een onghepremediteerde vermaninghe dan van eene predicatie dewelcke van den ghebeden beghonnen ende met dancksegghinghe ghesloten wordt.
Dat men oock in denselvigen der affghestorvener loff niet en vercondighe.
Het sal oock der dienaren ampt sijn sorghe te draghen dat het ghebruyck der clocken dewelcke in den pausdom soo in’t verscheyden als in’t begraven der mensschen gheluyt worden, weghghenomen werde.


26 De synode wil zo veel mogelijk alle vormen van bijgeloof afschaffen.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 59

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
59

7. Het verbont Gods sal in den kinderen der christenen met den heylighen doop soo haest als men denselvighen bekoemen kan, beseghelt werden, tenware dat yemant eenighe ghewichtighe oorsake hadde om denselven uut te stellen, van dewelcke de dienaers metten ouderlinghen oordeelen sullen.27


27 Vgl. H.J. Olthuis, De doopspractijk der Gereformeerde Kerken in Nederland 1568-1618, Utrecht 1908.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 60

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
60

8. Men sal den Doop niet bedienen dan in der predicatie.
Dogh in den dorpen daer weynich predicatien ghedaen worden, sal men eenen sekeren dagh in de weke verordenen om den Doop te bedienen.
Alsoo nochtans dat hetselfde sonder korte predicatie niet en gheschiede.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 61

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
61

9. De vader des kints dat te doopen is sal in sonderheyt bij den Doop wesen, tenware dat hij een wichtighe oorsake sijns affwesens hadde.28
Opdat hij voor sijn kint bidde ende hetselvighe den Heere opdraghe ende belove te doen ’tghene dat hem van den kerckendienaer voorghehouden wordt, volghende het formulaer, in de bedieninghe des Doops ghestelt.
Dogh de ghetuyghen en sal men soo nauwe niet verbinden maer men salse hares ampts teghen het kint vermanen.
Ende de ouders, eer sij hare kinderen te Doope brenghen, sullen bij den kerckendienaer ofte eenen ouderlinck gaen opdat de ghemeynte kennisse hebben magh van denghenen die ghedoopt worden.


28 De bedoeling van de synode om de vaders direct te betrekken bij de doop van hun kind stuitte op een nog jarenlang durend verzet, vgl. Olthuis, a.w., blz. 192.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 62

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
62

10. Het is raetsamer ende sekerder dat alle dienaers het formulaer der instellinghe ende des ghebruycks des h. Doops welck daertoe beschreven is, volghen, dan eenen yeghelicken sijn eyghen verclaringhe vrij te laten.29


29. De synode ontwierp zelf een verkort formulier, vgl. Olthuis, a.w., blz. 138vv. Zie ook de bijlagen aldaar, blz. 251.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 63

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
63

11. Het is vrij sulcke namen den kinderen te gheven als men wil, nochtans sal een yeghelick vermaent sijn dat hij die namen die of Gode ofte Christo eyghen sijn als daer sijn Emanuel, Salvator etc. ofte der officien ende bijsondere diensten als Enghel, Baptista etc. of dewelcke andersins superstitieus sijn, den kinderen niet en late ghegheven worden.30


30 Olthuis, a.w., blz. 211.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 64

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
64

12. Niemant en sal in de ghemeynte ontfanghen worden dan die voorhenen van den kerckenraet ofte ymmers eenen dienaer ende ouderlinck van de hooftsomme der christelicker leere ondervraeght sij, Ende eer sij ten Avontmale des Heeren gaen, sullen sij in den kerckenraet ofte in der kercke na der predicatie dewelcke recht voor de bedienghe des Avontmaels gheschiet, opentlick betuyghen datse de leere in der ghemeynte ontfanghen, die van den dienaer cortelick verclaert sal worden, voor goet houden ende door de hulpe des Heeren in derselvighe volstandich blijven willen ende hen selven der christelicker vermaninghe onderwerpen.31


31 Toelating tot de gemeente is toelating tot het Heilig Avondmaal.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 65

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
65

13. Aengaende deghene die met ghetuyghenissebriefven uut anderen kercken koemen, sullen sonder nieuwe belijdenisse des gheloofs te doen toeghelaten werden, maer deghene die gheen gheschreven noch levendighe ghetuyghenisse van gheloofwerdighe personen hebben, sal men op dat mael niet toelaten.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 66

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
66

14. De dienaers des Woordts, ouderlinghen ende diakenen sullen voor het houden des avontmaels onder malcanderen een christelicke censure ofte ondersoeckinghe doen, soo wel over de leere als over den wandel, ende sullen de christelicke vermaninghen in der liefde opnemen.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 67

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
67

15. Voor het Avontmael sullen de dienaers ende ouderlinghen de lidtmaten der kercke besoecken, voornemelick de swackste, ende deghene die ’t meest van doene hebben, opdatse, soo vele in hen is, met leeren, vermanen, troosten ende opgheresen swaricheden neder te legghen de ghemeynte tot deze hoogwerdighe handelinghe recht bereyde.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 68

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
68

16. Men sal voor de bedieninghe des Avontmaels een predicatie doen in dewelcke van de bekeeringhe des mensschen beproevinghe sijns selfs, ende sijne versoeninghe met God ende den naesten ende dierghelijcke andere materien ghehandelt sullen werden.
Maer op den dagh des Avontmaels selve, sal het nut sijn dat men van den sacramenten ende met name van de verborghentheyt des Avontmaels het volck leere ende tot dien eynde eenen bequamen text neme, tenware dat de ghewoonlicke text daertoe bequaemelick gheschickt konde werden.
Dogh na den middagh sal men met de ghewoonlicke predicatie ofte catechismo voortvaren.32


32 De Engelse kerken stelden voor op de Avondmaalszondag de catechismuspreek na te laten: ‛achten wij alderstichtelicxt te sijne, dat men das namiddaghs, als het Nachtmael ghehouden sal sijn, de predicatie op den Catechismum naelaeten sal ende in stede van die nemen eenen bequamen text, dienende tot den handel des Avontmaels, iae ’t ooc seer stichten soude, dat men in de weeckelicke predicatie voor het Avontmael van dier materie leerde tot beter voorbereidynghe’.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 69

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
69

17. Overmidts wij middelmatich achten in de bedieninghe des Avontmaels te staen of te sitten (het knyelen nemen wij uut om der superstitie ende het perykels wille van het broot aen te bidden) soo sullen de ghemeynten die wijse ghebruycken die een yeghelick de alderbequaemste sal duncken.33


33 De Engelse kerken: de broeders achten ‛het sitten stichtelicxt ende dat men het sonder noot niet behoorde nae te lateten, maer veel meer in te voeren, daer het bequaemelick can gheschieden’.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 70

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
70

18. De woorden des Avontmaels sullen uut den 10 Capit. des eersten totten Corinthen ghenomen werden, daerbij voeghende dese woorden: Neemt, eet, ghedenckt, ende ghelooft etc.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 71

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
71

19. Terwijle het H. Avontmael bedient wordt, sal men somighe capittelen uut den Propheten ofte Evangelisten van het lijden Christi voorlesen ofte eenighe Psalmen singhen na en dat eene yeghelicke kercke oorboerlick te sijn oordeelen sal.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 72

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
72

20. In allen middelmatighen dinghen sullen gheen kercken verachtet worden, die een ander wijse gebruycken dan wij doen.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 73

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
73

21. Ghelijckerwijs het Avontmael des Heeren in die plaetsen niet behoort bedient te worden daer noch gheen kerckelicke ordeninghe ghestelt en is, alsoo sal men’t in den welghestelden kercken alle twee maenden soo vele moghelick is bedienen.
Dogh sal men den kercken in sonderheyt den heymelicken ende die onder het cruyse sitten, hare vrijheyt laten dat soo dickmael te houden alset haer ghelegen is.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 74

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
74

22. In tijden van oorloghe, pestilentie, diere tijden, sware vervolghinghen der kercke ende andere openbare ellendicheden sal men een vasten met bidden aenstellen ende heylighen door raet der kercke ende bewillinghe der overheyt, soo dat gheschieden kan.
Alsoo dat de ghemeynte haer van het ghewonelicke voetsel ende tijdelicke handelinghe onthoudende totten avont toe, met bidden, het Woordt Gods te hooren, de Heyl. Schrifture te lesen ende andere heylighe oeffeninghen hare boetveerdicheyt ende gheloove betuyghe ende in der warer godsalicheyt toeneme.
Dogh sal het raedtsamer sijn het vasten op andere daghen dan op den sondagh te heylighen.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 75

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
75

23. Het ware wel te wensschen dat de vrijheyt van ses daghen te aerbeyden, von God toeghelaten, in der kercke ghehouden ende de sondagh alleen ghevyert mocht worden.
Nochtans dewijle somighe andere feestdaghen door authoriteyt der overheyt onderhouden werden, te weten den Christdagh metten navolghenden dagh, item den tweeden Paeschdag ende tweede Pynxterdagh ende in somighe plaetsen den jaersdagh ende Hemelvaertsdagh, soo sullen de dienaers neersticheyt doen datse met predicatien in denwelcken sij in sonderheyt van de gheboorte ende verrijsenisse Christi, seyndinghe des H. Geestes ende derghelycke artykelen des gheloofs de ghemeynte leeren sullen den onnutten ende schadelicken ledichganck in een heylighe ende profijtelicke oeffeninghe veranderen. Hetselfde sullen de kerckendienaren in dien steden doen daer meer feestdaghen door de authoriteyt der overicheyt onderhouden worden.34
Hierentusschen sullen alle kercken aerbeyden, dat het ghewoonlick ghebruyck aller feestdaghen behalven den Christdagh (dewijle Paesschen ende Pyncxteren op den sondagh koemen) soo vele moghelick is, ende op het aldervoeghelickste affghedaen werden.


34 In de bekende Religievrede van 12 juli 1578 werden door de overheid de verschillende rooms-katholieke feestdagen ook voor protestanten voorgeschreven. De soberheid t.a.v. de christelijke gedenkdagen is grotendeels te herleiden tot de begeerte zich van de roomse gebruiken te distanciëren.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 76

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
76

24. De psalmen Davidts van Petro Datheno overgesett sullen in den christelicken tsamenkoemsten der Nederduytscher Kercke ghelijck men tot noch toe ghedaen heeft, ghesonden worden, achterlatende de ghesangen dewelcke in der H. Schrift niet en worden ghevonden.35


35 Vgl. S.J. Lenselink, De Nederlandse Psalmberijmingen in de 16e eeuw van de Souterliedekens tot Datheen met hun voorgangers in Duitsland en Frankrijk, Assen 1959, blz. 493vv. De kerken in Engeland: ‛achten wij dat gheraetsaem waere, dat D. Petrus Dathenus der eerster ghelegentheit wilde op nemen die selve Psalmen te oversien ende te verbeteren, daert van noode soude moghen sijn’.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 77

(Cap. IV) Van de leere, sacramenten ende ceremonien

Artikel
77

25. Het ghebruyck der orghelen in den kercken houden wij niet voor goet in sonderheyt voor de predicatien.
Daerom achten wij dat de dienaren behooren te aerbeyden, ghelijckse voor eenen tijt gheduldet worden, datse alsoo metten eersten ende op het aldervoeghelickste weghghenomen werden.36


36 Het gebruik van het orgel in de kerk was zowel voor, als vlak na de Reformatie gelijk: profaan. Vgl. M.A. Vente, Bouwstoffen tot de Geschiedenis van het Nederlandse Orgel in de 16de eeuw, Amsterdam 1942, blz. 50vv.; H. Hasper, Calvijns beginsel voor de zang in de eredienst, I, ’s-Gravenhage 1955, blz. 407vv.; II, ’s-Gravenhage 1976, blz. 719vv.; N.C. Kist, Het kerkelijk orgelgebruik. Bijzonder in Nederland, Archief voor Kerkelijke Geschiedenis, deel X, blz. 191vv.; vgl. Een compenium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken, samengesteld door de Prof. Dr. G. van der Leeuw-stichting, Amsterdam 1977, blz. 17-23.