nr. 883
25-11-1894

|3a|

De officieele tekst van de Liturgie der Geref. Kerken in Nederland

 

In het vorige nummer van dit blad is in het artikel over den Doop van kinderen, die de eerste kindsheid reeds ontwassen zijn, ook gesproken over den officieelen tekst van de Liturgie onzer kerken; en daarbij gewezen op Art. 20 van de Acta der Zuid-Hollandsche Synode, die in 1621 te Rotterdam gehouden is; waaruit volgt, dat die tekst dezelfde is als de tekst der uitgave, die in 1611 bij Richard Schilders het licht zag; behoudens eene nog al groote uitbreiding van het Doopformulier voor bejaarden, en een aantal kleinere wijzigingen in de andere Formulieren; welke laatste alle zijn opgenomen in het rapport, dat Festus Hommius, uit naam van de voor die aangelegenheid door de Dordtsche Synode benoemde Deputaten, bij de Zuid-Hollandsche Synode inbracht.

Dit rapport is echter in het bedoelde stukje niet opgenomen. En het schijnt ook nergens te zijn afgedrukt. Wel worden de Acta der oude Provinciale en Particuliere Synoden thans door de HH. Reitsma en Van Veen op uitnemende wijze uitgegeven, en bevat die belangrijke verzameling, in de drie Deelen die van 1892 tot 1894 verschenen zijn, juist de Hollandsche Synoden. Maar zij gaat vooreerst nog niet verder

|3b|

dan tot het jaar 1620. En het aangehaalde rapport is eerst van het volgende jaar.

Daarom zal het lezers, die in den officieelen tekst onzer Liturgie belangstellen, zeker niet onwelkom zijn, op gemakkelijke wijze van genoemd rapport te kunnen kennisnemen. En voor den ondergeteekende is het gemakkelijk, hen daaraan te helpen, daar hij in het bezit is van een foliant, waarin de Acta der Zuid-Hollandsche Synoden, van 1618 tot 1655, met eene hand van de zeventiende eeuw, op keurige wijze zijn overgeschreven.

Ten aanzien van de Liturgie was door de Dordtsche Synode, in hare 178e Sessie, besloten:

„De Nederlandtsche Liturgie, waerin begrepen zyn de publyke Gebeden ende Formulieren van de bedieninge der Sacramenten, oeffeninge der Kerkelijke discipline, bevestiging der Kerken-Dienaren, Ouderlingen ende Diaconen, insegeninge des Huwelijcx, sal van de Reviseurs der bekorte handelingen des Synodi oversien zijnde, by de andere publijcque Schriften gevoegt werden.”

De bedoelde Reviseurs waren, blijkens de acta van diezelfde Sessie: uit de Professoren Doctor Johannes Polyander; uit Gelderland Elhardus Menhius; uit Zuid-Holland Balthasar Lydius; uit Noord-Holland Jacobus Rolandus; uit Zeeland Cornelius Regrius; uit Utrecht Johannes Dibbetius; uit Friesland Johannes Bogermannus; uit Overijsel Hieronimus Vogelius; uit Groningen Cornelius Hillenius, of, bij ontstentenis van dezen, Wigboldus Homerus; en uit de Waalsche Kerken Daniël Colonius.

Van hunnentwege werd door Festus Hommius, die in de Dordtsche Synode scriba geweest was en in de Zuid-Hollandsche Synode van 1621 assessor was, bij die Synode het rapport der genoemde Deputaten ingeleverd, blijkens Art. 20 van de Acta dier Synode, aldus luidende:

„Om te onderhouden eenparicheijt in het Doopen, in de Liturgie, ende in het Trouwen, heeft D. Assessor de vergaderinghe overgelevert t’ geene tot conciliatie der Formulieren in den Sijnodo Nationali, bij de Broederen daartoe gestelt, was geconcipieert, waernae alle Kercken-dienaeren haer voortaen sullen hebben te reguleeren.”

Dat stuk nu, waarin als bekend ondersteld en dus niet opgenomen is hetgeen de Dordtsche Synode zelve reeds ten aanzien van het Doopformulier voor bejaarden besloten had, waarheen het slot ook verwijst, is in zijn geheel van den volgenden inhoud.

„Copije der Conciliatie van de formulieren, etc. waervan wort gementioneert in den XXen Art. der voorgaender Acten.
Animadversa in Liturgiam Ecclesiae, volgende het Exemplaar in Quarto in Zeelandt gedruckt.
Fol. a. 4: voor Dienaer moet gestelt worden Kerckendienaer. Fol. b, verso, lin. 1: voor gedaen te setten belooft. Fol. b, 2, in t’formulier des Avondmaels: voor mits dat hij het lichaem, etc., overmits. Fol. b, 3: geliefde broeders, adde ende susters. Fol. c, 3: blijven hangende, ponatur hangen. Ibid. fol. verso: stichtelijcke, pone stichtelijck. Fol. c, 4, in fine der Dancksegginge: pro hem versoent ponatur met hem versoent.
Is goet gevonden dat nae het formulier des Avontmaels sal immediatelijck volghen het formulier van den Ban.
In t’ formulier des Houwelijcx: Fol. d., verso, ende elders: pro voor de Christelijcke gemeente ponatur opentlijck alhier in de Kercke. Fol. d, 2: pro manninne ponatur na den man. Fol. d, 4: op uwe kinderen ende huijshoudinge, stelt op uwe huijshoudinge. Fol. e, 2: pro wiltse oock segenen pone wiltse alsdan oock segenen. Ibid.: pro heijlige kinderen sullen krijgen ende de selve godsaelichlijck, etc. pone de kinderen die het u belieft haer te geven godsaelichlijck opbrengen, etc. Fol. f, verso: pro voor sijn Princ. Excellentie Graef Mauritz van Nassouwen salmen setten voor zijn Excellentie den Prince van Oraignen. Ibid. omittatur voor den Koninck van Vranckrijck. Ibid. voor van Zeelant set van N.N. Ibid. voor de achtbare. Fol. f, 2, verso: voor haer eijgen affairen te stellen haer selfs eerlijcke affairen. Fol. f, 4: gehoorsaem zijn, doet daerbij soo het betaemt. Ibid., fol. verso: pro ende in alle dingen stelt in alle cruijs ende tegenspoet. Fol. g, 4, verso: voor Kerckendienaers stelt getrouwe Kerckendienaers. Fol. h, verso: voor bedeckt hebt set bedeckt, ende doet uijt het woordeken nu datter voorgaet. Fol. k, 2, verso: voor discipline Christelijcke stelt Christelijcke discipline. Fol. l, verso: laet uijt ofte sijnen naesten geweest is tot last. Fol. l, 3: voor bergen ponatur verbergen. Ibid: tot beschaemtheijt gebracht stelt tot schaemte over zijn zonde gebracht. Ibid: voor verrotte stelt verrottende. Ibid., verso: nae de woorden belooft ende bewijst voeght bij deese woorden soo lange hij hartneckich ende onboetveerdich blijft in sijne sonden, ende is daeromme van u lieden te houden. Fol. l, 4: lieve broeders, adde ende susters. Ibid., verso: onse medelitmaet set onse gewesene medelitmaet. Ibid.: nae beschaemt worde set bij over sijn zonde. Fol. m: voor onsen afgesneden broeder set afgesneden persoon. Fol. verso: voor tot de vrede pone tot de gemeenschap. Ibid.: voor ghij set ghijlieden. Fol. m, 2: onses medebroeders, set in margine ofte zusters. Fol. m, 3: belovende u voortaen set belovende van nu voortaen u.
Naer het formulier van den Ban ende wederopneminghe salmen stellen het formulier van den Doop der kinderen, gelijck het in Nationali Sijnodo herstelt is.

F.L. Rutgers.