56
5,121-126
01-11-2008

|121|

Missionair aspect onderbelicht

Vrouwenvraagstuk maakt kerk onaantrekkelijk

 

Al sinds een paar maanden bezoekt Marleen regelmatig op zondagavond een kerk midden in de stad. Een half jaar geleden ontmoette ze een medestudent waarmee ze in gesprek kwam over geloven in God. Na een aantal goede gesprekken nodigde deze student haar uit om mee te gaan naar de kerk. Ze woonde een kerkdienst bij, waarin allerlei vreemde dingen gebeurden, maar die ze zich toch vooral herinnert door de sfeer die er hing. Ze voelde zich er thuis en was verrast dat het precies ging over de dingen waar zij mee bezig was. Het verhaal van de man vooraan daagde haar uit om na te denken over de manier waarop ze haar leven vorm gaf en over de keuzes die ze maakte. En hij wist dat alles te verbinden met de God in wie hijzelf heel duidelijk geloofde. Ja, die kerkdiensten spraken aan en ook de bijbelkringen die ze door de week ging bezoeken, waren een verrijking.

Maar nu was er iets geks gebeurd: ze was er in een gesprek achter gekomen dat die kerk waar zij zich zo thuis voelde eigenlijk een vrouwonvriendelijke kerk was. Zo’n kerk waar vrouwen niet serieus genomen werden en waar ze alleen als vulling van de kerkzaal fungeerden. Mannen regelden hier de boel en verboden vrouwen om leiding te geven en voor te gaan in een dienst. Van zo’n kerk kon je als zelfstandige, hoogopgeleide vrouw toch geen lid worden? Hoe kon dat nou? Had ze zich dan zo vergist in deze mensen? Vrouwen als Marleen kom je in kerkplantingsprojecten regelmatig tegen. Ze willen Jezus gaan volgen en voelen zich thuis in de diensten, maar ervaren grote problemen wanneer ze erachter komen dat vrouwen in deze kerk niet dezelfde mogelijkheden hebben als mannen.

Bij het lezen van het rapport M/V viel mij op dat reacties uit de wereld om ons heen en problemen als die van Marleen, erg weinig aan bod komen. Veel onderzoek werd gedaan naar de mening van kerkleden, maar weinig werd ingegaan op de uitstraling die de kerk heeft naar buiten toe. Ten onrechte, want dit aspect mogen we naar mijn mening niet laten liggen.

 

Gelijkheid en vrijheid

In de Nederlandse samenleving anno 2008 is het heel moeilijk uit te leggen dat vrouwen geen ambtsdrager mogen worden in onze kerken. Dat komt voornamelijk doordat gelijkheid en vrijheid twee typisch Nederlandse idealen zijn. De uitwerking van het gelijkheidsideaal is te zien op veel plaatsen. Het Nederlandse bedrijfsleven kent bijvoorbeeld het vrij unieke systeem van een ondernemingsraad, waarin alle lagen van het personeel zijn vertegenwoordigd en die sommige beslissingen van

|122|

het management kan terugdraaien. Het Nederlandse poldermodel, het vleesgeworden gelijkheidsoverleg, is tot ver over onze grenzen bekend. Dit geldt ook als je het hebt over de verhouding tussen mannen en vrouwen. Beiden hebben gelijke rechten en plichten, beiden moeten financieel onafhankelijk zijn en moeten zich gelijk kunnen ontplooien. Ongelijkheid op grond van sekse wordt gezien als discriminatie.
Daarnaast is persoonlijke vrijheid volgens recent gepubliceerd onderzoek de hoogste waarde van veel Nederlanders. Mannen en vrouwen in Nederland zijn dus erg gevoelig voor zaken die hun persoonlijke vrijheid inperken. Tolerantie en niet-inmenging zijn heilige huisjes. Regels van bovenaf die mensen beperken in hun bewegingsvrijheid, zonder dat duidelijk is waarom, worden niet gepikt. Vanuit deze korte schets van de Nederlandse waarden is het wel begrijpelijk dat mensen die niet zijn groot geworden in de kerk, grote moeite hebben met de idee dat vrouwen, omdat ze vrouw zijn, beperkt worden binnen de kerk. Zij hebben niet dezelfde rechten als mannen en worden in hun ogen dus gediscrimineerd.

 

Scheiding binnen/buiten

Op grond van veelgehoorde uitspraken als: ‘Bij mensen in de kerk speelt precies hetzelfde als bij mensen buiten de kerk’ of: ‘De cultuur waarin wij kerkmensen leven beïnvloedt ons heel duidelijk’, zou je nu verwachten dat het ‘vrouwenprobleem’ binnen de kerk ook echt als een probleem ervaren wordt. Wat echter uit het onderzoek van deputaten blijkt, is dat een heel groot deel van de mensen binnen de kerk helemaal niet vindt dat er sprake is van een probleem. Zij hebben niet het gevoel dat vrouwen direct in het ambt van diaken, ouderling of predikant zouden moeten worden toegelaten. En ze hebben zeker niet het gevoel dat vrouwen in de kerk ondergewaardeerd worden. Er is een soort scheiding opgetreden tussen het leven in en het leven buiten de kerk. In de samenleving zijn ze voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen, in de kerk kunnen ze er prima mee leven dat dat niet zo is.

 

We doen toch alles al...

Voor een deel komt deze ongevoeligheid voor de problematiek doordat in dat dagelijks leven de urgentie van het probleem door de meeste vrouwen niet gevoeld wordt. Zoals het rapport ook uitwijst, worden vrouwen eigenlijk voor alle taken in de kerk wel ingezet. Ze zijn catecheet, diacones, pastoraal-bezoeker, jeugdwerker of lid van een stuurgroep of commissie. Ze maken beleid en voeren dat uit, op allerhande vlak wordt van hun gaven gebruik gemaakt. Uiteindelijk is het enige dat ze niet mogen: tucht uitoefenen en preken maken. En laten we eerlijk zijn, er zijn maar weinig vrouwen die deze klussen ambiëren. Bovendien, en daar zijn ze misschien wel vrouw voor, zitten ze er niet zo mee dat ze deze dingen uitvoeren zonder dat ze daarvoor waardering in de vorm van status krijgen. Kortom: waarom zouden ze zich druk maken, in de praktijk doen ze toch bijna alles wel.
Daarnaast valt op dat wanneer je met hen in gesprek gaat veel vrouwen direct komen met

|123|

opmerkingen als: ‘Ach, ik wil toch niet in de kerkenraad’. Of: ‘Als wij dat zouden mogen doen, dan zouden al die mannen het toch direct laten afweten? Dat is ook niet goed. Het is maar gelukkig dat alleen mannen ambtsdrager mogen worden, anders zag je ze nergens meer.’ Dit zijn geen principiële argumenten, maar praktische bezwaren of puur persoonlijke overwegingen.

 

Verlegenheid

De vraag is of deze argumenten wel zo ter zake doen of dat ze een bepaalde verlegenheid rond dit onderwerp maskeren. Het zou dan zo zijn dat vrouwen, omdat ze geen principiële argumenten hebben, hun toevlucht nemen in praktische bezwaren. In mijn omgeving signaleer ik veel dat mensen eigenlijk niet zo goed weten wat ze aanmoeten met de zwijgteksten en de teksten die aangeven dat de man het hoofd is van zijn vrouw. Ze zijn er nog steeds aan gewend om te vinden dat vrouwen geen ambtsdrager mogen worden en dat de man het hoofd is, maar wanneer je hen vraagt naar praktische invulling van beide uitspraken, blijft het stil. Bijna niemand durft nog hardop te zeggen dat de man in het huwelijk uiteindelijk de beslissingen neemt of dat mannen nu eenmaal meer talent hebben voor leiding geven dan vrouwen.

Veel mensen in de kerk zijn steeds meer gaan denken vanuit de gaven die God ieder mens geeft. Het doel in hun leven is die gaven zo goed mogelijk in te zetten en te ontwikkelen. Die gedachte valt heel moeilijk te combineren met de idee dat vrouwen met leidinggevende capaciteiten die niet zouden mogen inzetten in de gemeente van Christus. Men wil graag recht doen aan alle Schriftwoorden, maar weet op dit punt niet goed hoe.

Vanuit verlegenheid met het onderwerp ontstaat dan zomaar de praktijk, dat men moeilijke teksten maar liever vergeet en aan de slag gaat met teksten en godsbeelden die meer aanspreken.

 

Zelfbeeld van vrouwen

Deze trend zag ik ook toen ik naar aanleiding van een workshop op een vrouwencongres van de CU, met een aantal vrouwen doorpraatte over hun zelfbeeld. De workshop ging over het zelfbeeld van vrouwen in bijbels perspectief. Ik had een heel aantal teksten geselecteerd die iets zeiden over vrouwen, over mens-zijn en over het leven door de Geest.

Opvallend was dat bijna al deze vrouwen hun zelfbeeld lieten bepalen door teksten die gingen over mens-zijn voor Gods aangezicht en beeld van God zijn. Ook spraken teksten die gingen over het leven door de Geest hen erg aan. Wanneer ze die lazen wisten ze dat ze zondig waren maar dat ze door de kracht van de Geest steeds verder mochten groeien in geloof en liefde. Teksten als 1 Kor. 14 of 1 Tim 2 deden ze af als niet ter zake doende voor hun zelfbeeld en de praktijk van hun leven.

Het zou de moeite waard zijn om eens onderzoek te doen naar de vraag in hoeverre mensen deze verlegenheid inderdaad ervaren en wat er precies de oorzaak van is. Is het misschien zo dat mensen geneigd zijn in de praktijk van hun leven een selectie te maken van bijbelteksten die hen aanspreken of op dat moment goed uitkomen?

|124|

Vreemde ogen dwingen

Zolang mensen binnen de kerk niet geconfronteerd worden met anders denkenden, kunnen ze hun ogen sluiten voor het feit dat ze eigenlijk niet zo goed weten wat de positie van de vrouw in de kerk is. Maar in de confrontatie met mensen van buiten ontdek je de zwakke plekken binnen. Pas wanneer je aan een ander moet uitleggen waarom vrouwen in jouw kerk geen preek mogen maken maar wel catecheet mogen zijn. Of dat ze niet in het leidinggevend college mogen zitten maar wel beleidsstukken mogen schrijven, pas dan ontdek je datje geen duidelijk en overtuigend verhaal hebt. Het brengt ook je eigen twijfels en onzekerheden aan het licht. Want hoe heeft God het nu bedoeld? Hoe zit het met gaven die vrouwen krijgen? Kunnen ze die inzetten? En hoe dan? Is het gelijkheidsideaal van de Nederlander ook een ideaal dat God heeft of juist niet?

De vreemde ogen van de buitenstaander dwingen je na te denken over het ‘verhaal’ dat je hebt over mannen en vrouwen die Gods beeld zijn. En dat niet alleen. Ze laten je ook zien dat het belangrijk is om een duidelijke visie te hebben. Omdat je zonder zo’n visie een stuk van je geloofwaardigheid en aantrekkelijkheid voor buiten verliest. Mensen van buiten hebben recht op onze christelijke visie op mannen en vrouwen en hun leven in het Koninkrijk.

Wanneer je intern redeneert, kun je zoals de synode heeft besloten de tijd nemen om fundamentele studie op lange termijn te gaan doen en om een studiegroep te gaan laten kijken of er besluiten moeten worden genomen op korte termijn. Extern geredeneerd is die tijd er niet. We hebben snel een duidelijk en overtuigend verhaal nodig, is het niet kerkbreed, dan in ieder geval plaatselijk.

 

Kerkbreed of plaatselijk?

Kan dat wel, een plaatselijk verhaal? Kunnen we op zo’n belangrijk punt als de positie van de vrouw verschillende meningen accepteren? Begrijpt u mij goed: ik houd hier geen pleidooi om iedere plaatselijke kerk dit maar lekker zelf te laten uitzoeken. Zo van, wat je ook vindt, het maakt niet uit. Of: ieder zoekt een clubje waar hij of zij zich prettig bij voelt. Ik erken zeker het belang van een kerkbrede bezinning. Ik onderstreep dan ook het advies van de deputaten, dat door de synode is overgenomen, om te proberen bezinning binnen de kerken op gang te brengen.

Ik vind echter ook dat de roep van de buitenwereld om een duidelijke visie erg serieus genomen moet worden. En die roep zal op de ene plaats duidelijker en harder zijn dan op de andere. In de inleiding noemde ik de kerkplantingsprojecten al; binnen dergelijke projecten kan men niet wachten op een brede bezinning die waarschijnlijk behoorlijk veel tijd gaat vragen. Men moet daar aan de slag kunnen en duidelijkheid kunnen geven.

Wat mij betreft is het in ieder geval het

|125|

overwegen waard of er binnen een kerkverband ruimte is om op verschillende manieren het getuige-voor-de-wereld-zijn vorm te geven. Vooral omdat de context van iedere gemeente verschilt.

 

Hermeneutiek

De deputaten geven mijns inziens terecht aan dat de materie complex is. Als christenen geloven we dat God ons in de Bijbel laat zien hoe we Hem moeten dienen. Maar dat betekent niet datje bijbelteksten zonder enig nadenken direct in de praktijk kunt toepassen. Wanneer je met de bijbel bezig bent, ben je voortdurend op zoek naar Gods bedoeling: wat wil Hij ons leren in de Bijbel? Hoe moeten we wat er geschreven staat uitleggen? De manier waarop je bepaalde teksten uitlegt, heeft alles te maken met je visie op de Bijbel en de toepassing daarvan vandaag oftewel met de hermeneutiek.

Volgens mij is het zeer terecht om hermeneutische kwesties ter sprake te brengen als het gaat om de exegese van de zwijgteksten. De keerzijde is echter dat de discussie zo wel heel beladen wordt. Het standpunt over ‘de vrouw in het ambt’ fungeert dan als een sjibbolet voor vrijzinnigheid. En dat werkt niet mee aan een open discussie over dit onderwerp.

 

Angst

En een open discussie is nodig om met elkaar verder te komen. Om te leren zien dat verschillen van mening niet beangstigend hoeven zijn maar juist ook heel verrijkend kunnen werken. Want dat is tenslotte wat ik proef in het rapport: angst om op welke manier dan ook uitspraken te doen. Het lijkt erop dat de deputaten en de synode zo weinig mogelijk de kans willen lopen dat ze mensen tegen zich in het harnas jagen. Misschien is dat in dezen een wijze manier van doen, maar ik krijg wel eens de idee dat hierin vooral gehandeld wordt vanuit angst. Angst voor boze brieven en ingezonden stukken. Angst voor discussies op hoge toon waarin mensen elkaar niet begrijpen. Angst om in de vrijzinnige hoek te worden geplaatst. Angst voor wat komen gaat: als we onze standpunten op dit van oudsher belangrijke punt herzien, wat is er dan nog wel duidelijk. Lopen dan niet alle standpunten de kans om herzien te worden? Waar kunnen we elkaar dan nog op aanspreken? Wat bindt ons dan nog samen?

Als we de discussie over de positie van de vrouw intern blijven voeren, dan kunnen we de confrontatie met onze angst nog wel even uit de weg gaan. En zolang we niet naar buiten treden, worden we ook niet in verlegenheid gebracht. Maar dat gaat dan wel ten koste van Gods bedoeling met de kerk. Hij heeft ons namelijk bij elkaar gebracht om in de wereld te getuigen van Zijn Koninkrijk.

 

Conclusie

De deputaten geven in dit rapport een mooi en duidelijk overzicht van de problemen die spelen rondom de vraag naar de positie van de vrouw in de kerk. Wat mij betreft is vooral opmerkelijk datgene wat er niet speelt.

|126|

Vrouwen (en mannen) binnen de kerk voelen de problemen veel minder dan mensen buiten de kerk. En dat terwijl je in de praktische vertaling van relevante Bijbelteksten een grote verlegenheid ziet.
Conclusies en aanbevelingen van de deputaten zijn goed te begrijpen, maar hebben wat mij betreft te weinig oog voor de wereld waarin wij kerk zijn en de vragen die vanuit die wereld aan ons gesteld worden. Het besluit van de synode onderstreept naar mijn mening nog eens dat er in dezen voornamelijk intern geredeneerd wordt.
Daarbij wordt dan echter vergeten dat de kerk een roeping heeft in de wereld. We hebben een duidelijke en overtuigende bijbelse visie op man en vrouw nodig en financiële problemen of angst voor onenigheid binnen onze eigen geledingen mag ons daar niet van afhouden.