Kerkorde GKv (1978) II

II. De vergaderingen

Kerkorde GKv (1978) Art. 28

II. De vergaderingen

Artikel
28

Vier vergaderingen

Vier kerkelijke vergaderingen zullen regelmatig gehouden worden: de kerkeraad, de classis, de particuliere en de generale synode.

Kerkorde GKv (1978) Art. 29

II. De vergaderingen

Artikel
29

Opening en sluiting van de vergaderingen

Bij de opening en de sluiting van alle vergaderingen zal de Here met gebed en dankzegging aangeroepen worden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 30

II. De vergaderingen

Artikel
30

Bevoegdheid van de vergaderingen

Deze vergaderingen mogen alleen kerkelijke zaken behandelen en dat op kerkelijke wijze.
Een meerdere vergadering mag slechts zaken in behandeling nemen die de kerken in haar ressort gemeenschappelijk aangaan of die in de mindere vergadering niet konden worden afgehandeld. Betreft het een nieuwe zaak die vanuit de kerken aan de orde wordt gesteld, dan kan deze alleen in de weg van voorbereiding door de mindere vergadering op de agenda van de meerdere vergadering worden geplaatst.

Kerkorde GKv (1978) Art. 31

II. De vergaderingen

Artikel
31

Beroep op een meerdere vergadering

Als iemand van oordeel is dat hem door een uitspraak van een mindere vergadering onrecht is aangedaan, kan hij zich beroepen op de meerdere vergadering.
De uitspraak die bij meerderheid van stemmen gedaan is, zal als bindend worden aanvaard, tenzij bewezen wordt dat zij in strijd is met het Woord van God of met de kerkorde.

Kerkorde GKv (1978) Art. 32

II. De vergaderingen

Artikel
32

Afvaardiging naar meerdere vergaderingen

Afgevaardigden naar meerdere vergaderingen zullen hun geloofsbrieven, ondertekend door hun zenders, meebrengen en op grond daarvan stemrecht hebben. Bij zaken die henzelf of hun eigen kerken betreffen, moeten zij echter buiten stemming blijven.

Kerkorde GKv (1978) Art. 33

II. De vergaderingen

Artikel
33

Instructies en voorstellen voor meerdere vergaderingen

Een mindere vergadering zal een instructie of een voorstel voor een meerdere vergadering niet vaststellen voordat de eventuele besluiten van voorgaande synoden betreffende de voorgestelde zaak nauwkeurig gelezen zijn. Wat eenmaal afgehandeld is, moet niet opnieuw aan de orde worden gesteld, tenzij men van oordeel is dat wijziging noodzakelijk is.

Kerkorde GKv (1978) Art. 34

II. De vergaderingen

Artikel
34

Taak van praeses en scriba

Het behoort tot de taak van de praeses de zaken die behandeld moeten worden, duidelijk aan de orde te stellen. Hij moet zorgen dat de discussies ordelijk verlopen. Sprekers die een woordenstrijd voeren over kleinigheden of die zich door heftige emoties laten meeslepen, moet hij het woord ontnemen en hen berispen als ze geen gehoor geven. Zijn taak is beëindigd wanneer de vergadering gesloten is.
Naast de praeses zal een scriba worden aangewezen, die noteert wat voor schriftelijke vastlegging van waarde is.

Kerkorde GKv (1978) Art. 35

II. De vergaderingen

Artikel
35

Bevoegdheid van de meerdere vergaderingen ten opzichte van de mindere

De classis heeft de bevoegdheid rechtsgeldige uitspraken te doen ten opzichte van de kerkeraad. Dit geldt eveneens voor de particuliere synode ten opzichte van de classis en voor de generale ten opzichte van de particuliere synode.

Kerkorde GKv (1978) Art. 36

II. De vergaderingen

Artikel
36

Samenstelling en bijeenkomsten van de kerkeraad

In alle kerken zal een kerkeraad zijn, die bestaat uit de predikant(en) en de ouderlingen. Hij zal regelmatig bijeenkomen onder voorzitterschap van de predikant of van de predikanten bij toerbeurt. De kerkeraad zal eveneens regelmatig met de diakenen vergaderen. Deze vergadering zal de zaken behandelen die de kerkorde daarvoor aanwijst, de materiële aangelegenheden van de kerk, het financieel beheer en alles wat naar het oordeel van de kerkeraad tot het algemeen beleid gerekend kan worden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 37

II. De vergaderingen

Artikel
37

Samenwerking waar het aantal ambtsdragers klein is

Waar het aantal ouderlingen en diakenen klein is, kan de kerkeraad krachtens plaatselijke regeling altijd samen met de diakenen vergaderen. In dat geval wordt in zaken van opzicht en tucht gehandeld met advies van de diakenen en in zaken van het diakenambt met advies van de ouderlingen. Deze regeling zal in elk geval getroffen worden wanneer zowel het aantal ouderlingen als het aantal diakenen op minder dan drie is bepaald.

Kerkorde GKv (1978) Art. 38

II. De vergaderingen

Artikel
38

Instelling van de ambten

Slechts met instemming van de classis kunnen in een plaats voor het eerst of opnieuw de ambten worden ingesteld.

Kerkorde GKv (1978) Art. 39

II. De vergaderingen

Artikel
39

Plaatsen zonder kerkeraad

Plaatsen waar nog geen kerkeraad kan zijn, zal de classis onder de zorg van een naburige kerkeraad stellen.

Kerkorde GKv (1978) Art. 40

II. De vergaderingen

Artikel
40

Bijeenkomsten van de diakenen

De diakenen zullen regelmatig bijeenkomen om onder aanroeping van de Here de diaconale aangelegenheden te behandelen.
Zij zullen verantwoording van hun beleid en beheer doen aan de kerkeraad.

Kerkorde GKv (1978) Art. 41

II. De vergaderingen

Artikel
41

Classicale vergaderingen

Een classicale vergadering wordt gevormd door de kerken van het classicaal ressort, die elk een predikant en een ouderling zullen afvaardigen met de vereiste geloofsbrieven.
Minstens eenmaal in de drie maanden zal een dergelijke vergadering worden belegd. Elke vergadering zal vaststellen waar en wanneer de kerken opnieuw zullen samenkomen. De predikanten zullen bij toerbeurt het voorzitterschap bekleden. De vergadering mag ook haar praeses kiezen, maar niet tweemaal achtereen dezelfde. De praeses zal vragen of de ambtelijke diensten voortgang hebben, of de besluiten van de meerdere vergaderingen nageleefd worden en of er iets is, waarbij de kerkeraden het oordeel of de hulp van de classis nodig hebben voor de goede voortgang van hun plaatselijk kerkelijk leven.
In de laatste vergadering voor een particuliere synode zullen de afgevaardigden naar die synode verkozen worden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 42

II. De vergaderingen

Artikel
42

Niet afgevaardigde predikanten in de classis

Als aan een kerk twee of meer predikanten zijn verbonden, mogen zij die niet voglens het voorgaande artikel werden afgevaardigd, in de classicale vergadering aanwezig zijn, waar ze een adviserende stem hebben.

Kerkorde GKv (1978) Art. 43

II. De vergaderingen

Artikel
43

Consulenten

De classis zal voor elke vacante gemeente een predikant als consulent aanwijzen die ter wille van de goede orde de kerkeraad met advies zal dienen, in het bijzonder bij het beroepingswerk. Beroepsbrieven dienen mede door hem ondertekend te worden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 44

II. De vergaderingen

Artikel
44

Kerkvisitatie

De classis zal elk jaar enkele van haar ervarenste en bekwaamste predikanten machtigen in alle kerken van haar ressort visitatie te doen. Indien nodig kan zij naast predikanten een voor deze taak bekwame ouderling benoemen.
De visitatoren zullen onderzoeken of de ambtsdragers ieder voor zich en gezamenlijk hun ambt trouw vervullen, zich houden aan de zuivere leer, de aangenomen orde in alles naleven en de opbouw van de gemeente zo goed ze kunnen met woord en daad bevorderen.
Het doel van de visitatie is het tijdig vermanen van ambtsdragers bij wie in een of ander opzicht nalatigheid geconstateerd wordt, en het met raad en daad meewerken aan de vrede, de opbouw en het welzijn van de kerken.
De visitatoren zullen van hun werk schriftelijk rapport uitbrengen aan de classis.

Kerkorde GKv (1978) Art. 45

II. De vergaderingen

Artikel
45

Particuliere synoden

Een particuliere synode wordt gevormd door een groep bij elkaar gelegen classes, die elk twee predikanten en twee ouderlingen afvaardigen. Dit aantal kan op drie gesteld worden wanneer een synode door twee of drie classes gevormd wordt. De particuliere synode zal eenmaal per jaar samenkomen, tenzij er dringende redenen zijn dit vaker te doen.
Aan het einde van zowel de particuliere als de generale synode zal tijd en plaats van de volgende synode worden vastgesteld en de samenroepende kerk voor deze vergadering worden aangewezen.

Kerkorde GKv (1978) Art. 46

II. De vergaderingen

Artikel
46

De generale synode

De generale synode zal eens in de drie jaar worden gehouden, tenzij er dringende redenen zijn eerder bijeen te komen.
Elke particuliere synode vaardigt twee predikanten en twee ouderlingen af.
Indien de generale synode naar het oordeel van ten minste twee particuliere synoden binnen de drie jaar moet worden samengeroepen, zal de aangewezen samenroepende kerk tijd en plaats daarvan vaststellen onder goedkeuring van haar particuliere synode.

Kerkorde GKv (1978) Art. 47

II. De vergaderingen

Artikel
47

Relatie met buitenlandse kerken

Over de relatie met kerken in het buitenland beslist de generale synode.
Met kerken van gereformeerde belijdenis in het buitenland zal, zoveel mogelijk, kerkelijke gemeenschap geoefend worden.
Op ondergeschikte punten van kerkorde en kerkelijke praktijk zullen buitenlandse kerken niet veroordeeld worden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 48

II. De vergaderingen

Artikel
48

Censuur in meerdere vergaderingen

Aan het einde van classicale en andere meerdere vergaderingen zal censuur geoefend worden over hen die zich in de vergadering misgaan hebben.

Kerkorde GKv (1978) Art. 49

II. De vergaderingen

Artikel
49

Deputaten van meerdere vergaderingen

Elke meerdere vergadering zal voor de uitvoering van haar opdrachten deputaten benoemen. Zoveel mogelijk zullen voor onderscheiden zaken afzonderlijke groepen deputaten aangesteld worden.
De particuliere synode zal bovendien deputaten benoemen die de classes moeten bijstaan in alle gevallen waarbij de kerkorde dit voorschrijft, en − op verzoek van de classes − bij bijzondere moeilijkheden. Ook zullen zij, of enkele van hen, toezicht houden op het peremptoir examen van de aanstaande predikanten.
De deputaten zullen nauwkeurig aantekening houden van hun werkzaamheden en daarvan rapport uitbrengen.
Zij zullen zich, als dit gevraagd wordt, verantwoorden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 50

II. De vergaderingen

Artikel
50

Archieven

De kerkeraden en de meerdere vergaderingen behoren goed te zorgen voor de archieven.

Kerkorde GKv (1978) Art. 51

II. De vergaderingen

Artikel
51

Vertegenwoordiging van de kerkeraad in stoffelijke zaken

Ten aanzien van het bestuur van de stoffelijke goederen wordt een kerk in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee personen, die daartoe bij het nemen van het uit te voeren besluit door de kerkeraad en de diakenen zijn aangewezen.

Kerkorde GKv (1978) Art. 52

II. De vergaderingen

Artikel
52

Vertegenwoordiging van de kerken in vermogensrechtelijke aangelegenheden

De kerken worden voor het burgerlijk recht ten aanzien van vermogensrechtelijke aangelegenheden, die zij in classicaal, particulier-synodaal of generaal-synodaal verband gemeenschappelijk hebben, vertegenwoordigd door de respectieve classicale, particulier-synodale of generaal-synodale vergaderingen, òf door deputaten die door deze vergaderingen worden benoemd, geïnstrueerd en ontslagen en die in al hun handelingen aan hun instructie gebonden zijn.