Alg. Regl. NHK (1948) Wijz.GS

Wijziging in de artikelen 56, 57, 59, 60, 62, 65, 66-74 en de Slotbepaling van het Algemeen Reglement; toevoeging van VIII Additioneele Artikelen met bijbehoorende Invoeringsbepalingen bij het Algemeen Reglement ter zake van het bijeenkomen van de Nederlandsche Hervormde Kerk in Generale Synode.

De artikelen 56, 57, 59 en 60 van het Algemeen Reglement komen te vervallen.
In art. 62 van het Algemeen Reglement worden geschrapt van lid 2 in regel 13 de woorden „onderwerpt zij het aan”, voorts de regels 14-23 en in regel 24 het woord „verklaart”. 1)
Van art. 65 van het Algemeen Reglement vervalt de eerste alinea.
De artikelen 66-74 en de Slotbepaling van het Algemeen Reglement komen te vervallen. Na art. 65* van het Algemeen Reglement worden in plaats van de „Tweede Afdeeling: De Algemeene Synodale Commissie” toegevoegd de navolgende VIII Additioneele Artikelen met bijbehoorende Invoeringsbepalingen.
De samenstelling en de werkzaamheden der Algemeene Synodale Commissie worden op den grondslag van het VIe der Additioneele Artikelen beschreven in no. 12-no. 19 der Invoeringsbepalingen.


1) In verband met een andere regelbreedte in de nieuwe uitgave der Reglementen, moet deze al. worden gelezen als volgt: „In art. 62 van het Algemeen Reglement worden geschrapt van lid 2 de woorden onderwerpt zij het aan .... zich tegen verklaart,".

Alg. Regl. NHK (1948) AddA I

Additioneele Artikelen

bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel
I

Van de Generale Synode.

De Nederlandsche Hervormde Kerk komt in  Generale  Synode bijeen.
Deze Synode heeft, in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en staande op den bodem der belijdenisgeschriften, inzonderheid tot taak
de Kerkorde voor te bereiden en vast te stellen;
te getuigen, met de Kerk in al haar geledingen, van het Evangelie van Jezus Christus tegenover overheid en volk;
leiding en vorm te geven aan den arbeid, waartoe de Kerk wordt geroepen op alle terreinen des leyens;
gehoor te geven aan de roeping der Kerk inzake de eenheid der Christenheid.
Voorts zijn haar opgedragen de werkzaamheden genoemd in invoeringsbepaling no. 9.

Alg. Regl. NHK (1948) AddA II

Additioneele Artikelen

bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel
II

Van de afgevaardigden ter Synode.

De classes der Kerk en de Waalsche reunie vaardigen ter Synode ieder een dienaar des Woords of een ouderling af, doch zoo, dat bij beurte twee derden der classes gehouden zijn een dienaar des Woords aan te wijzen en een derde deel een ouderling.
De aanwijzing van den afgevaardigde vindt plaats door de Classicale Vergadering uit de ambtsdragers binnen de classis en geldt voor een tijdvak van drie kalenderjaren. Nevens eiken afgevaardigde worden een secundus en een tertius aangewezen, om hem bij verhindering te vervangen, terwijl opengevallen plaatsen op de eerstvolgende Classicale Vergadering worden vervuld.
De Classicale Vergadering stelt den afgevaardigde en zijn plaatsvervangers in het bezit van een geloofsbrief en doet van hun namen opgave aan de Algemeene Synodale Commissie.
Het mandaat van een afgevaardigde eindigt, wanneer hij de classis metterwoon verlaat, of ophoudt bekleed te zijn met het ambt, waarop zijn aanwijzing rust.
De door de Classis ter Synode afgevaardigde ouderling woont, zoo hij niet ter Classicale Vergadering mocht zijn afgevaardigd, de vergadering der classis bij en heeft daar een adviseerende stem.

Alg. Regl. NHK (1948) AddA III

Additioneele Artikelen

bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel
III

Van de adviseurs der Synode.

Als adviseurs worden ter Synode geroepen
de secretaris van de Algemeene Synodale Commissie;
bij beurte twee der hoogleeraren in de godgeleerdheid vanwege de Nederlandsche Hervormde Kerk;
twee vertegenwoordigers van den algemeenen diaconalen Raad;
twee vertegenwoordigers van den algemeenen Kerkvoogdijraad;
een vertegenwoordiger van den Raad voor uitwendige zending;
een vertegenwoordiger van den Raad voor inwendige zending;
een vertegenwoordiger van den Raad voor Kerk en Kerken;
een vertegenwoordiger van den Jeugdraad.
De vertegenwoordigers van de Raden, met voor ieder zijn secundus, worden, na gepleegd overleg met elk van deze Raden, telkens voor het eerstvolgende kalenderjaar benoemd door de Generale Synode.

Alg. Regl. NHK (1948) AddA IV

Additioneele Artikelen

bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel
IV

Van de bijeenkomsten der Svnode.

Ten minste eenmaal per jaar wordt een Synode gehouden ten tijde en ter plaatse door haar of — zoo zij daarover geen besluit genomen heeft — door het Moderamen vastgesteld.
De Synode kiest zich in haar eerste bijeenkomst van het kalenderjaar, onder leiding van den in diensttijd oudste der afgevaardigde predikanten uit dezen een praeses en een assessor, die den praeses bijstaat en vervangt, alsmede voor den assessor een secundus en een tertius, die allen als zoodanig fungeeren tot aan de eerstvolgende Synode in het nieuwe kalenderjaar.
Als scriba van de Synode fungeert de secretaris van de Algemeene Synodale Commissie, bijgestaan door den tweeden secretaris dier Commissie.
Praeses, assessor en scriba vormen tezamen het moderamen.
De werkwijze der Synode wordt, onder haar goedkeuring, door het moderamen geregeld.
De Synode neemt haar besluiten bij volstrekte meerderheid van stemmen. Besluiten, betrekking hebbende op de belijdenisgeschriften, behoeven tenminste 2/3 van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.
Zij kan niet vergaderen, zoo geen dertig afgevaardigden tegenwoordig zijn, tenzij zij ten tweeden male is opgeroepen.
Van hare acta wordt aanteekening gehouden.

Alg. Regl. NHK (1948) AddA V

Additioneele Artikelen

bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel
V

Van de orde der Kerk.

De Synode benoemt een commissie tot voorbereiding van een nieuwe kerkorde, welke haar ontwerpen bij de Synode ter behandeling indient.

Alg. Regl. NHK (1948) AddA VI

Additioneele Artikelen

bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel
VI

Van de Algemeene Synodale Commissie.

De Synode benoemt een Algemeene Synodale Commissie, die tot taak heeft hetgeen haar in de reglementen der Kerk of door de Synode wordt opgedragen en die deswege aan de Synode verantwoording schuldig is.

Alg. Regl. NHK (1948) AddA VII

Additioneele Artikelen

bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel
VII

Van de organen van bijstand.

De Synode doet zich bijstaan door raden, werkgroepen, commissies, deputaten en gedelegeerden. Zij stelt hun taak vast en doet de vereischte benoemingen.

Alg. Regl. NHK (1948) AddA VIII

Additioneele Artikelen

bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel
VIII

Van het overleg met andere Kerken.

De Synode benoemt — op voordracht van den Raad voor Kerk en Kerken — deputaten voor het overleg en de samenspreking met de Kerken in het Rijk buiten Europa, met de Kerken in Nederland en met die in het buitenland.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 1

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

Artikel
1

De additioneele artikelen van het Algemeen Reglement met de daarbij behoorende invoeringsbepalingen treden in werking op den 20sten September 1945, met dien verstande, dat de bevoegdheden van de Algemeene Synode, totdat de Generale Synode voor de eerste maal is bijeengekomen, nog door de Algemeene Synode worden uitgeoefend.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 2

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

A. Betreffende het bijeenkomen van de Generale Synode.

Artikel
2

Binnen vier weken na den sub 1 genoemden datum roept de Algemeene Synodale Commissie, op een door haar vast te stellen datum, de Classicale Vergaderingen bijeen ter aanwijzing van de afgevaardigden ter Generale Synode.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 3

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

A. Betreffende het bijeenkomen van de Generale Synode.

Artikel
3

De volgorde waarin de classes gehouden zijn een dienaar des Woords dan wel een ouderling af te vaardigen is aldus dat, van de classes

1. Arnhem
2. Tiel
3. ’s-Gravenhage
4. Dordrecht
5. Amsterdam
6. Hoorn
7. Zierikzee
8. Utrecht
9. Leeuwarden
10. Dokkum
11. Deventer
12. Winschoten
13. ’s-Hertogenbosch
14. Eindhoven
15. Meppel
16. Nijmegen
17. Bommel
18. Rotterdam
19. Gouda
20. Haarlem
21. Edam
22. Goes
23. Amersfoort
24. Sneek
25. Heerenveen
26. Kampen
27. Appingedam
28. Breda
29. Maastricht
30. Emmen
31. Zutphen
32. Harderwijk
33. Leiden
34. Brielle
35. Alkmaar
36. Middelburg
37. IJzendijke
38. Wijk
39. Franeker
40. Zwolle
41. Groningen
42. Winsum
43. Heusden
44. Assen
45. Waalsche reünie

in het kalenderjaar, waarin de additioneele artikelen in werking treden en de daarop volgende twee kalenderjaren een dienaar des Woords wordt afgevaardigd door de classes 1-15 en 16-30 en een ouderling door de classes 31-45;
in de daarop volgende drie kalenderjaren een dienaar des Woords door de classes 1-15 en 31-45 en een ouderling door de classes 16-30;
in de dan volgende drie kalenderjaren een dienaar des Woords door de classes 16-30 en 31-45 en een ouderling door de classes 1-15;
in de daarna volgende drie kalenderjaren wederom een ouderling door de classes 31-45 en zoo voortgaande.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 4

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

A. Betreffende het bijeenkomen van de Generale Synode.

Artikel
4

De Classicale Vergaderingen doen, binnen acht dagen nadat de sub 2 bedoelde vergadering is gehouden, aan de Algemeene Synodale Commissie mededeeling van de namen van de afgevaardigden en hunne plaatsvervangers.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 5

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

A. Betreffende het bijeenkomen van de Generale Synode.

Artikel
5

Eveneens binnen het sub 2 genoemde tijdvak van vier weken richt zich de Algemeene Synodale Commissie tot de daarvoor aangewezen Raden om het overleg, bedoeld in Additioneel Artikel III, te plegen, vóór denzelfden datum als onder 4 der Invoeringsbepalingen ten aanzien van het bericht van de Classicale Vergaderingen is gesteld.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 6

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

A. Betreffende het bijeenkomen van de Generale Synode.

Artikel
6

De hoogleeraren in de godgeleerdheid vanwege de Nederlandsche Hervormde Kerk worden opgeroepen naar den vóór het in werking treden van de Additioneele Artikelen laatstelijk gevolgden rooster, welke van kracht blijft.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 7

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

A. Betreffende het bijeenkomen van de Generale Synode.

Artikel
7

De Generale Synode komt, binnen twee maanden nadat de onder 2 bedoelde Classicale Vergaderingen zijn gehouden, op een door de Algemeene Synodale Commissie vast te stellen datum voor de eerste maal bijeen in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, nadat op den daaraan voorafgaanden dag in het midden der gemeente van Amsterdam voor den arbeid der Synode een bidstond is gehouden.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 8

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

A. Betreffende het bijeenkomen van de Generale Synode.

Artikel
8

De Algemeene Synodale Commissie neemt de bovenomschreven maatregelen voor het voor de eerste maal bijeenkomen der Generale Synode in de samenstelling en krachtens de bevoegdheid, haar gegeven ingevolge de vóór het in werking treden dezer Additioneele Artikelen en Invoeringsbepalingen gegolden hebbende artikelen 66-74 van het Algemeen Reglement.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 9

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

B. Betreffende het overnemen van de werkzaamheden der Algemeene Synode.

Artikel
9

Van de werkzaamheden en bevoegdheden, welke in de, bij het in werking treden van de Additioneele Artikelen en de daarbij behoorende Invoeringsbepalingen geldende reglementen der Kerk naar art. 4 van het Algemeen Reglement aan de Algemeene Synode als algemeen kerkbestuur toevertrouwd waren, gaan over op de Generale Synode:
a. de wetgevende macht, bedoeld in art. 62 Alg. Regl.;
b. de rechtsprekende macht, voorzoover de uitoefening daarvan in art. 15 van het Alg. Regl. is opgedragen aan de Synodus plena, met dien verstande, dat zij deze rechtspraak in haar naam doet uitoefenen door een uit de afgevaardigden telkens voor een kalenderjaar aan te wijzen commissie van negen leden, waarvan het lidmaatschap niet vereenigbaar is met dat van de Algemeene Synodale Commissie;
c. de rechten tot het doen van benoemingen, voorzoover zij deze niet aan de Algemeene Synodale Commissie delegeert;
d. de bevoegdheid, aangegeven in art. 65* van het Algemeen Reglement.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 10

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

B. Betreffende het overnemen van de werkzaamheden der Algemeene Synode.

Artikel
10

De overige werkzaamheden en bevoegdheden der Algemeene Synode gaan over op de, als algemeen kerkbestuur fungeerende, Algemeene Synodale Commissie, op welke mede de uitoefening van de rechtsprekende macht overgaat, voorzoover deze in art. 15 Alg. Regl. is opgedragen aan de Synodus Contracta, met dien verstande, dat de Algemeene Synodale Commissie deze rechtspraak in haar naam doet uitoefenen door een door haar uit haar midden, telkens voor een kalenderjaar aan te wijzen commissie van vijf leden met twee plaatsvervangende leden.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 11

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

B. Betreffende het overnemen van de werkzaamheden der Algemeene Synode.

Artikel
11

De op de Algemeene Synodale Commissie en de Algemeene Synode betrekking hebbende bepalingen in de bijzondere reglementen der Kerk, welke door het opdragen van het algemeen Kerkbestuur aan de Algemeene Synodale Commissie niet langer kunnen worden nageleefd, zijn buiten werking gesteld. Waar in de reglementen der Kerk aan de Algemeene Synodale Commissie handelingen zijn opgedragen ter voorbereiding van een op die Commissie overgegane bestuurshandeling der Algemeene Synode, geschiedt deze voorbereiding zoo noodig door het Moderamen van de Algemeene Synodale Commissie.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 12

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

C. Betreffende de Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
12

De Algemeene Synodale Commissie, bedoeld in Additioneel Artikel VI, bestaat uit acht dienstdoende predikanten, onder wie de praeses en de assessor der Generale Synode  ambtshalve, vijf ouderlingen, twee  adviseerende leden, benevens den Secretaris. De predikanten en ouderlingen worden naar een op te maken rooster gekozen uit de verschillende provinciale ressorten en het kerkressort van de Waalsche gemeenten en worden met de adviseerende leden benoemd voor een tijdvak van drie jaren. Aan ieder der benoemde en der adviseerende leden wordt een secundus toegevoegd.
Op den laatsten dag van het kalenderjaar treden naar een op te maken rooster twee predikanten en twee ouderlingen, doch om de drie jaren twee predikanten en één ouderling af.
Een aftredende is éénmaal terstond herkiesbaar.
Het lidmaatschap van de Commissie eindigt voorts, indien het lid ophoudt bekleed te zijn met het ambt, waarop zijn benoeming rust.
De adviseerende leden worden benoemd door de Generale Synode en wel één, met zijn secundus, uit een voordracht van den algemeenen diaconalen Raad en één, met zijn secundus, uit een voordracht van den Algemeenen Kerkvoogdijraad.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 13

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

C. Betreffende de Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
13

De Generale Synode wijst uit de leden der Commissie een voorzitter aan, een vice-voorzitter en een secundus van den vice-voorzitter, die gedurende den verderen duur van hun zittingstijd als zoodanig fungeeren.
Voorzitter, vice-voorzitter en secretaris vormen tezamen het moderamen der commissie.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 14

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

C. Betreffende de Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
14

De Secretaris van de Algemeene Synodale Commissie wordt uit de dienstdoende of oud-predikanten der Kerk voor onbepaalden tijd benoemd door de Generale Synode, de Commissie gehoord. Hij heeft in de Commissie adviseerende, in haar moderamen concludeerende stem.
De plichten en rechten van den Secretaris worden vastgesteld door de Algemeene Synodale Commissie.
De Algemeene Synodale Commissie kan tot bijstand van den Secretaris een tweeden secretaris benoemen, wiens plichten en rechten eveneens door haar worden vastgesteld.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 15

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

C. Betreffende de Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
15

De Commissie vergadert ten tijde en ter plaatse door haar of — zoo zij geen besluit daarover heeft genomen — door haar moderamen vastgesteld.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 16

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

C. Betreffende de Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
16

Aan de Algemeene Synodale Commissie is, nevens hetgeen haar verder in de bijzondere reglementen der Kerk tot taak is gesteld, opgedragen:
1e. het uitvoeren van hetgeen de Generale Synode haar in last heeft gegeven;
2e. het toezicht op de naleving van de kerkelijke reglementen en van de besluiten der Generale Synode;
3e. het beslissen in vorderingen tot vernietiging van in hooger beroep genomen besluiten, gedane uitspraken en genomen beslissingen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 14 en 15 van het Algemeen Reglement;
4e. de zorg voor de synodale fondsen naar het bepaalde daaromtrent in Invoeringsbepaling 17 van dit reglement;
5e. het bijhouden van de gegevens betrekking hebbende op den staat der Nederlandsche Hervormde Kerk;
6e. het geven van voorlichting aan de kerkelijke colleges inzake algemeene zaken het bestuur der Kerk betreffende;
7e. de behandeling van de loopende zaken met de in additioneel art. VII bedoelde organen van bijstand en het treffen van de noodige maatregelen voor een vruchtbare samenwerking tusschen deze organen en de kerkelijke vergaderingen en besturen;
8e. het uitbrengen van een verslag over haar belangrijkste werkzaamheden aan de Generale Synode;
9e. het doorzenden — met de haar dienstig voorkomende opmerkingen — aan de Generale Synode van de verslagen, welke krachtens de reglementaire bepalingen bij de Commissie worden ingezonden.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 17

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

C. Betreffende de Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
17

In afwijking van hetgeen daaromtrent in de bijzondere reglementen der Kerk is bepaald, geldt, ten aanzien van de algemeene kerkelijke fondsen in beheer bij de Synode, dat de zorg voor deze fondsen berust bij de Algemeene  Synodale  Commissie,  bijgestaan  door  een  door haar te benoemen commissie voor de synodale fondsen. Deze commissie, welke drie leden telt, voert het beheer over de synodale fondsen en is aan de Algemeene Synodale Commissie rekenplichtig.
Eén lid dezer commissie wordt benoemd uit een voordracht van den algemeenen Kerkvoogdijraad.
Op den laatsten dag van elk jaar treedt een hunner naar een te maken rooster af, doch is terstond herkiesbaar.
De administratie van de synodale fondsen wordt gevoerd door een, door de Algemeene Synodale Commissie te benoemen, Quaestor-Generaal onder toezicht van de commissie voor de synodale fondsen.
De administratie van de commissie voor de synodale fondsen en van den Quaestor-Generaal staat onder voortdurende controle van een door de Algemeene Synodale Commissie aangewezen accountant.
De taak, bevoegdheden en verplichtingen, volgens de reglementen der Kerk, rustende op den Quaestor-Generaal, gaan, al naar het beheersdaden of administratieve handelingen betreft, over op de commissie voor de synodale fondsen of op den Quaestor-Generaal.
De voor uitkeering aan te wenden bedragen en de besteding van de uit de fondsen voor uitkeering beschikbare gelden worden vastgesteld door de Algemeene Synodale Commissie, welke daarbij in het bijzonder te rade gaat met haar door de Generale Synode kenbaar gemaakte wenschen.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 18

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

C. Betreffende de Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
18

Alle kerkelijke colleges zijn verplicht aan de Algemeene Synodale Commissie de door haar gevraagde inlichtingen te geven en aan hare aanschrijvingen te voldoen, behoudens het bepaalde bij art. 14 van het Algemeen Reglement.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 19

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

C. Betreffende de Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
19

De bij het in werking treden van deze bepalingen in functie zijnde leden van de Algemeene Synodale Commissie worden geacht met behoud van hun plaats op den rooster van aftreden door de Generale Synode te zijn benoemd, met dien verstande, dat de oud-ouderlingen onder hen hun zittingstijd voltooien en aan den op dat oogenblik fungeerenden voorzitter en vice-voorzitter op dien rooster alsnog een plaats wordt gegeven. De bij de invoering van deze bepaling dienstdoende Secretaris en zijn secundus en de tweede Secretaris van de Algemeene Synode worden geacht naar Invoeringsbepaling 14 van dit Reglement te zijn benoemd.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 20

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

D. Betreffende het totstandkomen van de nieuwe Kerkorde.

Artikel
20

Nadat de Generale Synode de haar door de commissie tot voorbereiding van een nieuwe Kerkorde aangeboden ontwerpen, zoo noodig na gepleegd overleg met de commissie, heeft behandeld, stelt zij de nieuwe Kerkorde in eerste lezing vast.
Over deze Kerkorde vraagt zij de consideraties van de Provinciale Kerkbesturen, de Classicale Vergaderingen en de overige, daarvoor in aanmerking komende organen der Kerk.
Nadat deze consideraties bij de Synode zijn ingekomen, overweegt zij — de commissie van voorbereiding gehoord — welke wijzigingen en aanvullingen in het ontwerp behooren te worden aangebracht.
Daarna wordt nevens elken afgevaardigde een door elke Classis bijzonderlijk daartoe uit haar midden aangewezen afgevaardigde ter Synode geroepen, in dier voege, dat de Classes, die als eerste afgevaardigde een predikant hadden afgevaardigd, volgens den rooster, thans een ouderling afvaardigen, en omgekeerd.
De aldus verdubbelde Synode stelt de Kerkorde, overeenkomstig het bepaalde in artikel 62 van het Algemeen Reglement, uiteindelijk vast, mits ten minste twee derden van de uitgebrachte geldige stemmen zich daarvóór verklaren. De Synode kan geen besluit tot vaststelling nemen dan bij tegenwoordigheid van ten minste twee derden der leden, waaruit zij moet bestaan, tenzij de vergadering wegens ongenoegzaam getal van leden reeds eenmaal was uiteengegaan en ten tweeden male tot behandeling van de zaak van de vaststelling der Kerkorde wettiglijk was opgeroepen.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 21

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

E. Betreffende de organen van bijstand.

Artikel
21

De bij het in werking treden van de Additioneele Artikelen bestaande bij of krachtens besluit van de Algemeene Synode in het leven geroepen Raden, werkgroepen en commissies worden geacht met de voor hun werkzaamheden geldende regelingen naar het bepaalde sub VII der additioneele artikelen te zijn ingesteld, terwijl de leden van deze organen geacht worden door de Generale Synode te zijn benoemd.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 22

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

E. Betreffende de organen van bijstand.

Artikel
22

Voorts wordt, zoo deze bij de invoering van dit reglement nog niet bestaat, een algemeene Kerkvoogdijraad in het leven geroepen van zeven leden, te benoemen door de Algemeene Synodale Commissie, waarvan drie leden uit een voordracht van het Algemeen College van Toezicht, drie leden uit een voordracht van het hoofdbestuur van de vereeniging van kerkvoogdijen en één lid naar vrije keuze, welke raad tot taak heeft het geven van leiding en voorlichting inzake het financieele leven van Kerk en Gemeenten.

Alg. Regl. NHK (1948) Invb 23

Invoeringsbepalingen

voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additioneele artikelen I-VIII.

F. Betreffende onvoorziene gevallen en vragen van uitlegging.

Artikel
23

In alle gevallen, waarin deze Invoeringsbepalingen niet of niet voldoende voorzien, alsmede bij geschillen over den uitleg ervan, beslist de commissie voor de rechtspraak, bedoeld in invoeringsbepaling 9 sub b 1).


1) Zie Hand. 1944 bl. 28-55, 147-213, 298-307.