Jur. NHK 1997 04/97

04/97

Bezwaren, overwegingen en beslissing sterk verwant met 09/96, 10/96 en 18/96.

In 04/97 is een nieuw element vergeleken bij de genoemde:

de PKC heeft bepaald dat de kerkenraad dient zorg te dragen dat de thans in afzonderlijke stichtingen ondergebrachte vermogens worden ondergebracht in de ene kerkekas onder het beheer van het college van kerkvoogden.

Het bezwaar van de gemeente houdt in dat de kerkenraad geen verantwoordelijkheid draagt voor de door de kerkvoogden voor de datum van 1-1-96 verrichte beheersdaden en dat het bezwaarschrift ten onrechte tegen haar is gericht. De besluiten waren volgens de gemeente rechtsgeldig.

De generale commissie oordeelt dat het huidige college van kerkvoogden (de kerkvoogdijen zijn 'zij het onder protest' aangepast) de rechtsopvolger is van de oude colleges en de hervormde gemeente in alle vermogensrechtelijke zaken vertegenwoordigt (ord. 16-5-1). Maar aangezien het terugdraaien van de vermogensoverheveling, welke hier aan de orde is, als geheel kan worden geacht te vallen onder de werking van ovb 323 heeft naast het college van kerkvoogden de kerkenraad hier een eigen verantwoordelijkheid.