Jur. NHK 1987 16/87

16/87

Bezwaar tegen de weigering ds. X, predikant van een andere gemeente, te la­ten voorgaan in een huwelijksdienst niet ontvankelijk verklaard omdat het huwelijk inmiddels is bevestigd en appellant geen belang meer heeft bij zijn beroep.

Ten overvloede: blijkens ord. 12-4 geschiedt de bevestiging door een dienstdoend predikant der gemeente, of, op verzoek van het bruidspaar in overleg met de kerkenraad door een ander, naar de orde der Kerk daartoe ge­rechtigd.

De wijkkerkenraad had overleg moeten plegen met het bruidspaar. De kerkenraad had daartoe het initiatief moeten nemen. De weigering kon niet plaatsvinden dan nadat overleg had plaatsgevonden.

Uit de stukken en het verhandelde blijkt dat de verhouding tussen de CK en de wijkkerkenraad met bedoelde predikant "niet is zoals die behoort te zijn. Bruidsparen behoren evenwel niet de gevolgen te ondervinden van bezwaren waar zij part noch deel aan hebben". Het is niet aan de GCBG te beoordelen of ds. X terughoudend zou moeten zijn bij toezeggingen aan bruidsparen in de betreffende gemeente.