Jur. NHK 1987 05/87

05/87

"Kan een centrale kerkenraad door een wijkkerkenraad gesignaleerde en in de praktijk van het gemeenteleven aangetoonde mogelijkheden voor het houden van meer kerkdiensten in de eigen wijkkerk door louter juridische inter­pretatie en toepassing van de kerkorde verdere ontwikkeling met betrekking tot deze diensten in de weg staan"?

De wijkkerkenraad meent belemmerd te worden in taak en verantwoordelijkheid met betrekking tot de zorg voor de dienst van woord en sacrament (ord. 2-12-1) nu de, naar het oordeel van de wijkkerkenraad redelijke wens met be­trekking tot twee diensten onder zijn verantwoordelijkheid per zondag als­ook diensten op bijzondere feestdagen, niet gehonoreerd wordt.

De GCBG acht deze klacht ongegrond.

Ord. 2-15-1 (de CK schrijft getal, tijd en plaats van de kerkdiensten in de centrale gemeente voor) komt niet tot zijn recht als de CK iedere wens van een wijkkerkenraad zou moeten inwilligen op de enkele grond dat voor de ge­wenste kerkdiensten belangstelling zou bestaan. Het oordeel van de PC dat hierbij aan de CK een ruime beslissingsvrijheid toekomt is juist, omdat die vrijheid noch in ord. 2-15-1 noch in enig ander voorschrift wordt beperkt.

De eenheid der kerk brengt in het algemeen mede dat de leden der kerk zich kunnen vinden in een kerkdienst welke plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een andere wijkkerkenraad dan de hunne en getuigt van een andere modaliteit dan die van de eigen wijk. Ook indien deze benadering in een feitelijke situatie niet algemeen wordt gedeeld, dient te worden aanvaard dat de centrale kerkenraad de belangen van de verschillende wijken en modaliteiten moet afwegen en dat daarbij niet altijd zal kunnen worden voldaan aan ieders verlan­gen, hoe redelijk bepaalde verlangens op zichzelf gezien ook mogen zijn.