Jur. NHK 1985 16/85

16/85

Bezwaar tegen een besluit van het moderamen van de generale synode, dat een aanvankelijke toezegging van benoeming introk en weigerde door de aanvanke­lijk benoemde gemaakte kosten ter vervulling van de functie te vergoeden.

Uitspraak: het moderamen dient de kosten te vergoeden die werden gemaakt op grond gerechtvaardigde verwachtingen.

De GCBG laat in het midden of door het benoemingsbesluit een arbeids­overeenkomst tot stand is gekomen, maar acht de wijze waarop het moderamen ach­terwege heeft gelaten aan dat benoemingsbesluit uitvoering te geven in strijd met eisen van redelijkheid en billijkheid.