Jur. NHK 1985 01/03/04/85

1/85, 3/85 en 4/85

In het kader van het verlenen van ongevraagd verlof heeft het breed modera­men van de provinciale kerkvergadering besluiten genomen, waarbij in sommi­ge ver­gaderingen 5 van de 7 leden aanwezig waren, en in sommige 4 van de 7. In het laatste geval voldeed de vergadering niet aan de vereisten voor het quorum.

Toch zijn de besluiten in al deze vergaderingen geldig. De GCBG overweegt:

Ord. 1-26-2 en ord. 1-26-3 bepalen dat kerkelijke lichamen bevoegd zijn om aan door hen te benoemen commissies onder hun verantwoorde­lijkheid op te dra­gen, om namens hen werkzaamheden te verrichten, daaromtrent besluiten te ne­men en deze ten uitvoer te leggen, en dat met name brede moderamina van de ambtelijke vergaderingen van die bevoegdheid gebruik maken ter be­vordering van een goede gang van zaken en naar door hen gegeven richtlij­nen.

Het ongevraagd verlof is bevoegd verleend, toen het breed moderamen het horen van belanghebbende en ook het naar aanleiding daarvan nemen van een besluit overgedragen heeft aan enkele leden uit zijn midden.
Daaraan doet niets af dat de vergadering door die leden is voorgesteld als een vergadering van het breed moderamen.
Dat een eerder besluit tot een maatregel van ongevraagd verlof door het PC werd vernietigd op daartegen ingebrachte bezwaren, staat niet in de weg dat daarna een nieuw besluit werd genomen.
De beslissing of de verhoudingen het verlenen van ongevraagd verlof recht­vaar­digen is voorbehouden aan het BM en staat slechts aan vernietiging bloot, in­dien het breed moderamen daartoe op grond van de feiten en bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid had kunnen komen.

Uitspraak: alle beslissingen van de PC worden bevestigd.