Rapport dHKO (2011) B31

[B31 preekconsent
B31.1 Aan niet-predikanten kan een preekbevoegdheid worden verleend met inachtneming van de generale regeling.]

B31 voorgaan in kerkdiensten
B31.0 Een voorganger mag het Woord of de sacramenten niet elders bedienen zonder toestemming van de kerkenraad daar ter plaatse.
B31.1 Aan niet-predikanten kan een bevoegdheid tot het spreken van een stichtelijk woord worden verleend in overeenstemming met de generale regeling.

Toelichting B31

1. De strekking van B31 is in Werkorde 2 verbreed wegens toevoeging van B31.0 en heeft daarom geleid tot aanpassing van het opschrift.

2. B31.0 is de opvolger van art. 10 KO1978. De regel van art. 10 KO1978 blijft in verschillende opzichten van betekenis.
Richting de voorganger: een voorganger dient zichzelf niet op te dringen, maar heeft toestemming nodig van de kerkenraad ter plaatse om voor te gaan. Het is immers de kerkenraad die de kerkdiensten belegt. Zie C2. Er moet geen ongeordende Woord- of sacramentsbediening plaats vinden: geen dominocratie.
Maar ook richting gemeenteleden: in een tijd waarin men wat gemakkelijker het ‘eigen’ kerkgebouw inruilt voor een aansprekender entourage, bijvoorbeeld voor een huwelijksdienst, is het goed om het uitgangspunt helder te houden: geen privé-diensten elders zonder toestemming van de kerkenraad aldaar: geen particularisme.

3. In B31.1 is in Werkorde 2 de ‘preekbevoegdheid’ vervangen door de ‘bevoegdheid tot het spreken van een stichtelijk woord’. Deze op zich wat verouderde uitdrukking is een zuiverder weergave van wat het preekconsent is. De generale regeling is recent vastgesteld door de GS Zwolle-Z 2008 (Art. 16 besluit 5 Acta GS Zwolle-Z 2008).