Rapport dHKO (2011) B30

[B30 kerkelijk werkers
B30.1 De kerkenraad kan één of meer kerkelijk werkers benoemen om een deel van het dienstwerk in de gemeente uit te voeren. De kerkenraad stelt daarvoor een plaatselijke regeling vast met inachtneming van de generale regelingen.]

B30 kerkelijkwerkers
B30.1 De kerkenraad kan een of meer kerkelijk werkers benoemen om een deel van het dienstwerk in de gemeente uit te voeren.
B30.2 De kerkenraad houdt zich voor wat betreft profiel, taken en positie van de kerkelijk werkers aan de generale regelingen.

Toelichting B30

1. Blijkens de reacties wordt het gedeeld om de kerkelijk werkers een plaats te geven in de KO en hen niet aan te merken als ambtsdragers. Dit is in lijn met de uitspraak in art. 36 besluit 1 Acta GS Amersfoort-C 2005: “uit te spreken dat er in de gemeente van Christus naast de ambtsdragers een wettige plaats is voor kerkelijk werkers”. Volgens hetzelfde besluit is ‘kerkelijk werker’ hierbij “de

|90|

overkoepelende aanduiding voor allerlei soorten professionele werkers in de kerken, die en qua opleiding gekwalificeerd zijn en gesalarieerd worden voor pastoraal, missionair, catechetisch, diaconaal of gemeenteopbouw werk”.

2. B30.2 regelt de aansluiting voor profiel, taken en positie van de kerkelijk werkers bij de generale regelingen. Het gaat bij dit laatste om een uitwerking van reeds bestaande basisregels volgens art. 36 besluit 3 Acta GS Amersfoort-C 2005.

3. Het opnemen van de kerkelijk werkers in de KO betekent niet dat er niet ook andere functies in de gemeente denkbaar zijn, zoals die van wijkwerkers, bezoekbroeders, evangelisten of dergelijke. Zij behoeven echter ons inziens geen afzonderlijke vermelding in de KO. Hun positie kan plaatselijk geregeld worden.