Akkoord NGK (2015)

Akkoord voor kerkelijk samenleven van de Nederlands Gereformeerde Kerken

aanvaard door de Landelijke Vergadering Breukelen 1981/82,
in haar samenkomst te Utrecht op 25 september 1982,
het laatst gewijzigd door de Landelijke Vergadering Zeewolde 2013 op 28 maart 2015

Bron: 

Akkoord voor Kerkelijk Samenleven van de Nederlands Gereformeerde Kerken - editie 2015

Akkoord NGK (2015) Verklaring

 

Verklaring

De kerken, door haar afgevaardigden bijeen in landelijke vergadering, betuigen haar onderlinge verbondenheid door het afleggen van de volgende verklaring:

1. Verklaring

Na al wat de gemeenten van de Here in de loop van de jaren en eeuwen in dit land hebben ondervonden door vervolging, overheidsbemoeiing, misleiding van de geesten, reglementenheerschappij en synodehiërarchie is het nu eens temeer haar hartelijke begeerte om onder de genadige bescherming van haar Heer en Heiland Jezus Christus, temidden van de verwarring van de tijd, in goede vrede en gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, met elkaar te leven onder de enige heerschappij en leiding van het Hoofd van de kerk, onze Zaligmaker.

Zoals sedert de dagen van de Reformatie in de 16de eeuw de eenheid van de kerken allereerst en ten diepste bestond in hetzelfde geloof, in de gehoorzaamheid aan het Woord van God en in de gemeenschappelijke belijdenis, zo willen de Gereformeerde Kerken in Nederland, die in deze vergadering bijeen zijn, elkaar als opnieuw beloven - zich gevend eerst aan de Here en ook aan elkaar - zich aan het Woord van God en aan de belijdenis van de kerk van alle eeuwen te houden. Zij verklaren in dat belijden van de Waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de drie Formulieren van Enigheid is uitgedrukt, haar eenheid en de grond voor haar samengaan te vinden.

Zij beloven ook, elkaar bij te staan in de strijd voor de Naam en de eer van de HERE, zich voegend naar het Schriftuurlijk onderwijs voor een geordend kerkelijk samenleven, opdat zij ook in de inrichting van het kerkelijk leven de wegen van het verbond van de HERE mogen houden, niet in tirannieke eenheidsdwang, maar in de vrijheid van Christus, in de eenheid van de Geest van God, die samenbindt in gehoorzaamheid aan Zijn gebod, in liefde tot God en de naaste.
Zij begeren zo ook in deze dingen als één in Christus naar buiten op te treden - met de bede dat alle in belijdenis en leven waarlijk gereformeerde kerken en allen die de HERE vrezen en Zijn getuigenissen kennen (Psalm 119: 79), zich met hen voegen tot één gemeenschap, één van zin en één van gevoelen (1 Cor. 1: 10), door de Geest van God.

2. Uitspraak

De kerken spreken uit, dat het al of niet aanvaarden van het (een) kerkelijk akkoord geen oorzaak van breuk of verwijdering mag zijn tussen gemeenten die één zijn in geloof en belijden.

3. Verzoek

De kerken verzoeken alle gemeenten die bezwaren hebben tegen aanvaarding van het (een) kerkelijk akkoord zich zoveel mogelijk te richten naar hetgeen met de meeste stemmen goedgevonden wordt, en inzonderheid haar medewerking te verlenen aan en haar stem te doen horen op de gemeenschappelijke vergaderingen, ook al kan voor hetgeen daar wordt besloten geen medeverantwoordelijkheid worden gedragen.

(Deze preambule is door kerken op 30 nov. 1974 vastgesteld op een landelijke vergadering van de kerken te Utrecht) 

 

Akkoord NGK (2015) Art. 1

Artikel
1

Doel en inhoud van het akkoord

In de gemeenten van Christus behoort alles in goede orde te gebeuren. Daartoe is overeengekomen een regeling met betrekking tot:
I. De ambten
II. Het opzicht over de leer en de eredienst
III. De tucht
IV. De kerkelijke vergaderingen

Akkoord NGK (2015) I.

I. De ambten

Artikel
2-16

Akkoord NGK (2015) Art. 2

I. De ambten

Artikel
2

Drie ambten, geen rangorde

Er zijn drie ambten te onderscheiden: het ambt van predikant of dienaar van het Woord, van ouderling en van diaken. Tussen deze ambten bestaat geen onderscheid in rangorde, alleen in dienstbetoon.

Akkoord NGK (2015) Art. 3

I. De ambten

Artikel
3

Noodzaak van wettige roeping; bevestiging van een ambtsdrager

Niemand vervult een ambt zonder wettig geroepen en bevestigd te zijn.
De roeping geschiedt door de gemeente, onder leiding van de kerkenraad.
De bevestiging vindt in een openbare samenkomst van de gemeente plaats, met gebruikmaking van een daarvoor bestemd formulier.

Akkoord NGK (2015) Art. 4

I. De ambten

Artikel
4

Roeping tot het ambt van ouderling of diaken

De roeping tot het ambt van ouderling of diaken vindt in de regel op de volgende wijze plaats:
De kerkenraad stelt de gemeente in de gelegenheid de aandacht te vestigen op belijdende leden die zij acht te voldoen aan de in Gods Woord voor ambtsdragers gestelde eisen. Daarna stelt hij de gemeente zo mogelijk het dubbele van het aantal te verkiezen ambtsdragers voor, om haar daaruit te laten kiezen.
De verkiezing, waartoe de belijdende leden van de gemeente gerechtigd zijn, geschiedt na gebed om de leiding van de Heilige Geest.
De naam van degene die tot het ambt geroepen is, wordt op twee zondagen afgekondigd. Indien geen gegronde bezwaren worden ingebracht, vindt de bevestiging plaats.

Akkoord NGK (2015) Art. 5

I. De ambten

Artikel
5

Voorbereiding op het ambt van predikant

5.1 Opleiding

Wie verlangt tot het ambt van predikant te worden toegelaten, volgt als voorbereiding een deugdelijke opleiding en dient de voor de uitoefening van dit ambt vereiste gaven te bezitten.

5.2 Preekbevoegdheid

Wie de opleiding voor het ambt van predikant volgt, kan bij de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding preekbevoegdheid aanvragen volgens de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken. De preekbevoegdheid is van kracht tot het einde van de opleiding.

5.3 Beroepbaarstelling

Wie de opleiding voor het ambt van predikant met goed gevolg heeft afgesloten en predikant wil worden, onderwerpt zich aan een onderzoek naar leer en leven en bekwaamheid tot het ambt. Dit onderzoek vindt plaats op de regiovergadering van de gemeente waar hij zijn prioschap vervult, volgens de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken. Wie met goed gevolg dit onderzoek heeft afgesloten, wordt voor de duur van twee jaren als kandidaat beroepbaar gesteld en verkrijgt daartoe preekbevoegdheid voor die termijn.

5.4 Bijzondere gaven tot het ambt van predikant

Wie verlangt tot het ambt van predikant te worden toegelaten zonder de daartoe vereiste opleiding te hebben gevolgd, dient — behalve de in 5.1 genoemde gaven — bijzondere gaven tot het ambt van predikant te bezitten. Hij onderwerpt zich daartoe aan een onderzoek naar leer en leven en bekwaamheid tot het ambt overeenkomstig de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken. Wie met goed gevolg het onderzoek voor de beroepbaarstelling heeft afgesloten, wordt voor de duur van twee jaren als kandidaat beroepbaar gesteld en verkrijgt daartoe preekbevoegdheid voor die termijn.

5.5 Zelfstandige preekbevoegdheid

Wie verlangt om voor te gaan in een kerkdienst buiten de eigen gemeente maar niet de opleiding tot het ambt van predikant volgt of geen predikant (meer) is, kan daartoe preekbevoegdheid aanvragen bij de regiovergadering van de gemeente waartoe hij behoort volgens de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken.

Akkoord NGK (2015) Art. 6

I. De ambten

Artikel
6

Beroep en onderzoek van een kandidaat

Wanneer een kandidaat beroepen is door een gemeente en het beroep aanvaardt, stelt de regiovergadering waartoe de beroepende gemeente behoort een afsluitend onderzoek in overeenkomstig de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken. Wie met goed gevolg dit onderzoek heeft afgesloten, wordt in het ambt van predikant bevestigd.

Akkoord NGK (2015) Art. 7

I. De ambten

Artikel
7

Beroep van een predikant

Wie als predikant aan een gemeente verbonden is, kan door een andere gemeente beroepen worden. Wanneer de predikant het beroep aanvaardt, vindt de bevestiging plaats na goedkeuring van de regiovergadering waartoe de beroepende gemeente behoort. Hiervoor zijn vereist de beroepsbrief met een bewijs van aanneming van het beroep, een bewijs van ontslag, een goede attestatie aangaande leer en leven uit de gemeente waaraan hij tot dan toe verbonden was, alsmede een goed getuigenis van de regiovergadering waartoe deze gemeente behoort.

Akkoord NGK (2015) Art. 8

I. De ambten

Artikel
8

Band aan een bepaalde gemeente

Niemand vervult het ambt van predikant zonder verbonden te zijn aan een bepaalde gemeente, noch verricht hij in een andere gemeente enig ambtelijk werk zonder daartoe een verzoek te hebben ontvangen van of namens de kerkenraad van die gemeente.

Akkoord NGK (2015) Art. 9

I. De ambten

Artikel
9

Levensonderhoud van een predikant

Een gemeente voorziet haar predikant van behoorlijk levensonderhoud overeenkomstig de richtlijn. Deze verantwoordelijkheid omvat mede het levensonderhoud bij ziekte, bij ouderdom en voor nabestaanden.
Aan een predikant wordt ontheffing van zijn ambtelijk werk verleend vanaf het moment dat hij ouderdomspensioen of een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid ontvangt. Hij behoudt de naam en eer van dienaar van het Woord.

Akkoord NGK (2015) Art. 10

I. De ambten

Artikel
10

Ontslag van een predikant; op non-actief stelling

10.1 Ontslag op eigen verzoek

Het staat een predikant niet vrij het ambt neer te leggen. Een predikant kan evenwel op eigen verzoek eervol uit het ambt worden ontheven. Daarmee verliest hij de naam en eer van dienaar van het Woord. Dit ontslag op eigen verzoek wordt verleend door de kerkenraad na goedkeuring van de regiovergadering met verplicht advies van de Commissie Kerkrecht en beroepszaken.

10.2 Ontslag om gewichtige redenen

Een predikant die naar het oordeel van de kerkenraad om gewichtige, maar niet tuchtwaardig makende redenen zijn gemeente niet langer kan dienen, wordt ontslag verleend overeenkomstig de “Procedure voor ontslag van een predikant om gewichtige redenen”. Tenzij de regiovergadering tot het oordeel komt dat de predikant ook in een andere gemeente zijn ambt niet naar behoren zal kunnen vervullen, wordt hij voor een bepaalde termijn beroepbaar gesteld en blijft zolang als predikant verbonden aan de gemeente die hij diende.

10.3 Op non-actief stelling

Een predikant kan door de kerkenraad tijdelijk op non-actief worden gesteld overeenkomstig de daarvoor bestaande procedure.

Akkoord NGK (2015) Art. 11

I. De ambten

Artikel
11

Dienst van de predikant; bijzondere opdrachten

11.1 Dienst van de predikant

De dienst van de predikant houdt in:

  • het verkondigen van Gods Woord,
  • het bedienen van de sacramenten,
  • het voorgaan in de openbare gebeden van de gemeente,
  • het verdedigen en doorgeven van de zuivere leer en het onderwijzen van de jeugd van de gemeente en van allen die dit behoeven,
  • alsmede het samen met de medeambtsdragers herderlijk zorgen voor de gemeente en haar leden en haar toerusten tot dienstbetoon,
  • het toezien op leer en wandel van medeambtsdragers,
  • en het samen met de ouderlingen uitoefenen van de kerkelijke tucht.

11.2 Predikant met een bijzondere opdracht

Een predikant kan een bijzondere opdracht ontvangen, zoals ten behoeve van de opleiding tot predikant, geestelijke verzorging van bijzondere aard of verbreiding van het evangelie.
Een predikant met bijzondere opdracht blijft aan een gemeente verbonden. De verhouding waarin deze tot de betrokken gemeente staat, wordt geregeld met goedkeuring van de regiovergadering.

Akkoord NGK (2015) Art. 12

I. De ambten

Artikel
12

Ambtstermijn van ouderling en diaken

Een ouderling of diaken dient naar plaatselijke regeling twee of meer jaren. Na afloop van zijn ambtstermijn treedt hij af, tenzij de kerkenraad het wenselijk oordeelt dat hij langer dient. Voor dit oordeel wordt de instemming van de gemeente gevraagd.

Akkoord NGK (2015) Art. 13

I. De ambten

Artikel
13

Dienst van de ouderling

De dienst van de ouderling houdt in:

  • het herderlijk zorgen voor de gemeente en haar leden,
  • het toerusten tot dienstbetoon,
  • het toezien op leer en wandel van medeambtsdragers,
  • en het samen met de predikant uitoefenen van de kerkelijke tucht.

Akkoord NGK (2015) Art. 14

I. De ambten

Artikel
14

Dienst van de diaken

De dienst van de diaken houdt in:

  • het verlenen van christelijke ondersteuning aan de leden van de gemeente — en naar vermogen ook aan anderen — die in nood verkeren,
  • hen met raad en troost bijstaan
  • en het opwekken van de leden van de gemeente tot het bewijzen van barmhartigheid aan de naaste.

Akkoord NGK (2015) Art. 15

I. De ambten

Artikel
15

De kerkenraad

De ambtsdragers vormen gezamenlijk de kerkenraad. Deze is belast met de leiding en verzorging van de gemeente. Voor overleg daartoe vergadert de kerkenraad regelmatig.
Van genomen besluiten wordt nauwkeurig aantekening gemaakt.
De uitoefening van de tucht is voorbehouden aan de ouderlingen samen met de predikant.

Akkoord NGK (2015) Art. 16

I. De ambten

Artikel
16

De kerkelijk werker

16.1 Kerkelijk werker (algemeen)

Een gemeente kan een dienstverband aangaan met een kerkelijk werker om de praktijk van het gemeenteleven te begeleiden of daarin zelf werkzaam te zijn. De aanstelling geschiedt volgens de richtlijn voor kerkelijke werkers. De kerkenraad ziet toe op leer en leven van de kerkelijk werker in de arbeid die hij binnen de gemeente verricht.

16.2 Missionair kerkelijk werker

Onverminderd het bepaalde in 16.1 kan een kerkenraad die wil toewerken naar de stichting van een nieuwe gemeente daartoe een kerkelijk werker benoemen met de missionaire opdracht om als gemeentestichter leiding te geven aan de opbouw van een nieuwe gemeenschap van gelovigen.
De kerkenraad kan er voor kiezen om deze missionaire kerkelijk werker onder zijn verantwoordelijkheid het Woord en de sacramenten te laten bedienen binnen de nieuw te stichten gemeenschap.
De kerkenraad zal dit, al dan niet met hulp van de regio, slechts doen na onderzoek naar de kennis en gaven van betrokkene en met geregelde begeleiding bij de vervulling van diens taken. Van dit onderzoek en deze begeleiding legt hij verantwoording af aan de regio voordat het voornemen in praktijk wordt gebracht.

Akkoord NGK (2015) II.

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
17-24

Akkoord NGK (2015) Art. 17

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
17

Ondertekening Formulieren van Enigheid

Als blijk van instemming met de leer van de kerk geldt de ondertekening van de drie Formulieren van Enigheid: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus, en de Dordtse Leerregels.
Deze instemming wordt gevraagd na bevestiging van de ambtsdrager en na het regio-examen tot verlening van preekconsent, beroepbaarstelling of toelating tot het ambt van predikant.
Wie de ondertekening weigert of niet langer voor zijn rekening kan nemen, legt verantwoording af aan de kerkenraad. Totdat de kerkenraad met deze verantwoording genoegen neemt, wordt de uitoefening van het ambt, het preekconsent of de beroepbaarstelling opgeschort. De kerkenraad doet hiervan mededeling aan de gemeente en de regio en geeft desgewenst nader rekenschap.

Akkoord NGK (2015) Art. 18

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
18

De eredienst

De kerkenraad roept de gemeente op de zondag in de regel tweemaal samen voor het houden van een eredienst.
In elke samenkomst wordt Gods Woord bediend.
Regelmatig wordt de gemeente in de leer van de kerk onderwezen aan de hand van de Heidelbergse catechismus.
Over de viering van de christelijke feest- en gedenkdagen beslist de kerkenraad.

Akkoord NGK (2015) Art. 19

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
19

Bediening van de heilige doop

Het verbond van de Here wordt, zodra mogelijk, aan de kinderen van de gelovigen betekend en verzegeld door de doop in een openbare samenkomst van de gemeente, met gebruikmaking van een daarvoor bestemd formulier.
Een volwassene die niet gedoopt is en opneming in de gemeente verlangt, ontvangt de doop na het afleggen van openbare belijdenis van het geloof, met gebruikmaking van een daarvoor bestemd formulier.
De kerkenraad houdt van elke doopbediening nauwkeurig aantekening.

Akkoord NGK (2015) Art. 20

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
20

Toelating tot het heilig avondmaal

Tot het avondmaal wordt toegelaten wie openbare belijdenis heeft gedaan van het geloof en een gelovige levenswandel vertoont.
Een belijdend lid van een andere gemeente wordt tot het avondmaal toegelaten, indien op goede gronden kan worden aangenomen dat hij zich in leer en leven als goed christen gedraagt.

Akkoord NGK (2015) Art. 21

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
21

Bediening van het heilig avondmaal

Het avondmaal als teken en zegel van de gemeenschap met Christus wordt ten minste eens in de drie maanden in een openbare samenkomst van de gemeente bediend met gebruikmaking van een daarvoor bestemd formulier.

Akkoord NGK (2015) Art. 22

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
22

Catechese en geloofsbelijdenis

22.1 Catechese

De kerkenraad draagt zorg voor het catechetisch onderwijs aan de jeugd van de gemeente.
Dit onderwijs is gericht op het afleggen van openbare belijdenis van het geloof.

22.2 Geloofsbelijdenis

De kerkenraad onderzoekt leer en leven van degene, die voornemens is belijdenis af te leggen.
Zijn naam wordt op twee zondagen afgekondigd. Indien geen gegronde bezwaren worden ingebracht, vindt de belijdenis van het geloof plaats in een openbare samenkomst van de gemeente met gebruikmaking van een daarvoor bestemd formulier.

Akkoord NGK (2015) Art. 23

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
23

Attestatie

Aan elk lid dat de gemeente verlaat wegens overgang naar een zustergemeente, geeft de kerkenraad een getuigenis aangaande leer en leven mee, bestemd voor de kerkenraad van die gemeente.
Voor wie nog geen openbare belijdenis heeft afgelegd wordt een doopattest toegezonden aan die kerkenraad.

Akkoord NGK (2015) Art. 24

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
24

Huwelijk

De kerkenraad ziet erop toe dat leden van de gemeente hun huwelijk aangaan overeenkomstig Gods Woord.
Na de burgerlijke voltrekking van het huwelijk vindt, indien gewenst, de kerkelijke bevestiging of voorbede plaats in een openbare samenkomst van de gemeente met gebruikmaking van een daartoe bestemd formulier.
De namen van hen die een kerkelijke bevestiging van hun huwelijk aanvragen, worden op twee zondagen afgekondigd. Indien geen gegronde bezwaren worden ingebracht, vindt de bevestiging of voorbede plaats.

Akkoord NGK (2015) III.

III. De tucht

Artikel
25-30

Akkoord NGK (2015) Art. 25

III. De tucht

Artikel
25

Karakter van de tucht

De kerkelijke tucht draagt een geestelijk karakter en is er op gericht de leden van de gemeente die zondigen te behouden, hen met God, de gemeente en hun naaste te verzoenen en de gemeente te bewaren bij de heiligheid van het verbond met de Here.

Akkoord NGK (2015) Art. 26

III. De tucht

Artikel
26

Onderling toezicht

Heeft iemand een zonde bedreven die geen openbaar karakter draagt, dan wordt hij hierover vermaand (naar de regel van Matt. 18: 15, 16 en Galaten 6: 1).
Indien de zondaar geen berouw toont, wordt de kerkenraad hierin gekend (Matt. 18: 17).
Heeft iemand een openbare zonde bedreven, dan wordt dit ter kennis van de kerkenraad gebracht.

Akkoord NGK (2015) Art. 27

III. De tucht

Artikel
27

Vermaan en verzoening

27.1 Onderzoek en vermaan

De kerkenraad onderzoekt de beschuldiging en stelt de betrokkene in de gelegenheid zich te verantwoorden.
Indien de beschuldiging gegrond is, vermaant de kerkenraad hem de zonde te belijden en zich te bekeren.

27.2 Berouw en verzoening

Wanneer het vermaan van de kerkenraad berouw tot gevolg heeft, vindt verzoening plaats op een wijze die de kerkenraad juist oordeelt.

Akkoord NGK (2015) Art. 28

III. De tucht

Artikel
28

Voortgaande tucht

Wie geen blijk geeft van berouw en de vermaningen van de kerkenraad verwerpt, wordt van het heilig avondmaal afgehouden. Indien na herhaalde vermaning geen bekering volgt, wordt tot afsnijding overgegaan.
De kerkenraad past dit laatste redmiddel slechts toe nadat mededeling is gedaan aan de gemeente met het oog op haar instemming.
De afsnijding vindt plaats in een openbare samenkomst van de gemeente met gebruikmaking van een daarvoor bestemd formulier.

Akkoord NGK (2015) Art. 29

III. De tucht

Artikel
29

Wederopneming

Indien iemand die afgesneden is van de gemeente, na bekering begeert weer te worden opgenomen, wordt hiervan aan de gemeente mededeling gedaan met het oog op haar instemming.
Wederopneming vindt onder dankzegging aan de Here plaats in een openbare samenkomst van de gemeente met gebruikmaking van een daarvoor bestemd formulier.

Akkoord NGK (2015) Art. 30

III. De tucht

Artikel
30

Tucht over een ambtsdrager

30.1 Schorsing en afzetting

Wanneer een ambtsdrager een onschriftuurlijke leer brengt of een openbare ernstige zonde bedrijft, wordt hij door de kerkenraad in de uitoefening van zijn ambt geschorst of uit zijn ambt gezet.

30.2 Schorsingsprocedure

De kerkenraad gaat slechts tot schorsing over nadat:
a. het voorgenomen besluit tot schorsing door of namens de kerkenraad is besproken met de betrokken ambtsdrager;
b. goedkeuring is verkregen van de naastgelegen naburige kerk.
De kerkenraad stelt de betrokken ambtsdrager zo spoedig mogelijk, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn beslissing en vermeldt daarbij de door de naburige kerk gegeven goedkeuring.
Van de schorsing wordt mededeling gedaan aan de gemeente met het oog op haar instemming.
Van de schorsing van een predikant wordt tevens mededeling gedaan aan de zusterkerken.

30.3 Afzettingsprocedure

De kerkenraad gaat slechts tot afzetting over nadat:
a. het voorgenomen besluit tot afzetting door of namens de kerkenraad is besproken met de betrokken ambtsdrager;
b. goedkeurig is verkregen van de regiovergadering.
De goedkeuring van de regiovergadering wordt verkregen in een besloten vergadering, waarin de betrokken ambtsdrager en kerkenraad gelegenheid krijgen in elkaars aanwezigheid te worden gehoord.
De kerkenraad, ambtsdrager en de overige afgevaardigden die bij de tuchtoefening betrokken zijn geweest of belang hebben, nemen niet deel aan de beraadslagingen.
De goedkeuring behoeft de medewerking van een naburige regio, waaruit tenminste een tweetal afgevaardigden de vergadering bijwoont.
De kerkenraad stelt de betrokken ambtsdrager zo spoedig mogelijk, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn beslissing en vermeldt daarbij de door de regiovergadering gegeven goedkeuring.
Van de afzetting wordt mededeling gedaan aan de gemeente met het oog op haar instemming.
Van de afzetting van een predikant wordt tevens mededeling gedaan aan de zusterkerken.

Akkoord NGK (2015) IV.

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
31-39

Akkoord NGK (2015) Art. 31

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
31

Samenwerking van de kerken

31.1 Eendrachtig samenwerken

De kerken, die van Christus zijn, werken eendrachtig samen. Zij wekken elkaar op Gods Woord te bewaren en te blijven bij de leer van de kerk naar de drie Formulieren van Enigheid. Zij helpen en dienen elkaar en behartigen in regionaal en landelijk verband de zaken die zij gemeenschappelijk hebben. Zij heersen daarbij niet over elkaar, maar hebben geduld met elkaar en verwachten samen de tijd van God waarin Hij de weg duidelijk zal maken.

31.2 Regio, regiovergadering en landelijke vergadering; commissies

Naburige kerken vormen gezamenlijk een regio.
De kerken van een regio komen door afgevaardigden bijeen in een regiovergadering.
Alle kerken gezamenlijk komen door afgevaardigden bijeen in een landelijke vergadering.
Deze vergadering wordt samengeroepen door de kerk die door de laatstgehouden vergadering daartoe werd aangewezen. Van genomen besluiten wordt nauwkeurig aantekening gemaakt.
Een regiovergadering en een landelijke vergadering zijn bevoegd commissies te benoemen en te ontslaan. Een commissie ontvangt bij haar benoeming een duidelijke opdracht en rapporteert tijdig aan de betrokken kerken. Het rapport van een commissie komt aan de orde op de eerstkomende regiovergadering dan wel landelijke vergadering.

31.3 Vertegenwoordiging van de kerken in vermogensrechtelijke aangelegenheden

a. De kerken worden ten aanzien van vermogensrechtelijke aangelegenheden die zij als regio of in landelijk verband gemeenschappelijk hebben, vertegenwoordigd door hun regiovergadering respectievelijk door de landelijke vergadering of door commissies die door deze vergaderingen zijn benoemd. Een commissie heeft slechts vertegenwoordigingsbevoegdheid voor zover die in de opdracht aan haar is toegekend.
b. De landelijke vergadering wordt vertegenwoordigd door het moderamen van de laatstgehouden reguliere vergadering, dan wel door ten minste twee leden van dit moderamen. Zij zijn hierbij gebonden aan de genomen besluiten van de landelijke vergadering.
c. Een regiovergadering wordt vertegenwoordigd door de voorzitter van de laatstgehouden regiovergadering samen met een andere afgevaardigde, die niet uit dezelfde kerk afkomstig is. Zij zijn hierbij gebonden aan de genomen besluiten van de regiovergadering.
d. Een commissie als onder a genoemd wordt vertegenwoordigd door twee uit haar midden te benoemen personen. Een commissie en haar vertegenwoordigers zijn aan hun opdracht gebonden.

31.4 Kerkelijke instelling

De landelijke vergadering is bevoegd voor de uitvoering van taken die behoren tot de arbeid van de kerken gezamenlijk, een kerkelijke instelling op te richten overeenkomstig de “Regeling voor commissies en kerkelijke instellingen”. Op haar is genoemde Regeling van toepassing. Een kerkelijke instelling bezit als zelfstandig onderdeel van de gezamenlijke kerken rechtspersoonlijkheid.
De landelijke vergadering is bevoegd een door haar opgerichte kerkelijke instelling — gehoord het bestuur van die instelling — te ontbinden, onder regeling van de (rechts)gevolgen daarvan.

Akkoord NGK (2015) Art. 32

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
32

Uitsluitend kerkelijke zaken

De agenda van een regiovergadering of landelijke vergadering bevat uitsluitend kerkelijke zaken. De agenda wordt door de kerken samengesteld.
Een regiovergadering behandelt alleen wat niet door een kerkenraad, een landelijke vergadering alleen wat niet door een regiovergadering kan worden afgehandeld en verder wat tot de regio respectievelijk alle kerken gemeenschappelijk behoort.
Aan de samengeroepen kerken wordt vroegtijdig medegedeeld welke zaken worden voorgelegd, opdat zij haar oordeel kenbaar kunnen maken en haar afgevaardigden behoorlijk kunnen instrueren.

Akkoord NGK (2015) Art. 33

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
33

Besluitvorming

Een regiovergadering of landelijke vergadering behandelt de haar voorgelegde zaken op kerkelijke wijze, waarbij zij naar overeenstemming streeft voordat een zaak door stemming wordt beslist.

Akkoord NGK (2015) Art. 34

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
34

Bekrachtiging en nakoming van besluiten

Een besluit van een regiovergadering of landelijke vergadering wordt door de plaatselijke kerken bekrachtigd en in onderlinge liefde nagekomen, tenzij dit besluit strijdig wordt bevonden met Gods Woord of ook als het niet overeenstemt met de leer van de kerk of met dit Akkoord voor Kerkelijk Samenleven.
Een kerkenraad die een besluit niet bekrachtigt om bovengenoemde redenen of niet kan uitvoeren om redenen die het welzijn van de gemeente betreffen, geeft hiervan rekenschap aan de zusterkerken.

Akkoord NGK (2015) Art. 35

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
35

Beroep op een meerdere vergadering

Tegen een besluit van de kerkenraad staat beroep open op de regiovergadering, en tegen een besluit van de regiovergadering op de landelijke vergadering. De regiovergadering behandelt een beroep overeenkomstig de “Richtlijn voor de behandeling van beroepschriften door de regiovergadering”.
Tegen elk besluit is slechts één beroep mogelijk. In afwijking van de voorgaande zin staat tegen de volgende besluiten beroep open tot op de landelijke vergadering:
a. een besluit dat de leer der kerk betreft;
b. een besluit inzake schorsen van een andere ambtsdrager dan de predikant;
c. een besluit inzake schorsen of op non-actief stellen van een predikant.
Een gemeentelid, kerkenraad of regiovergadering die bij een besluit betrokken zijn geweest of belang hebben, krijgen gelegenheid in elkaars aanwezigheid te worden gehoord, maar nemen niet deel aan de beraadslagingen.
Naar de verkregen uitspraak voegt men zich, tenzij dit niet recht zou zijn voor God.

Akkoord NGK (2015) Art. 36

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
36

Afvaardiging naar de regiovergadering

Naar de regiovergadering zendt elke kerk uit die regio twee stemhebbende afgevaardigden, voorzien van een bewijs van afvaardiging en eventuele instructies. Deze vergadering wordt ten minste twee maal per jaar gehouden, waarbij een afgevaardigde van telkens een andere kerk voorzitter is.

Akkoord NGK (2015) Art. 37

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
37

Regionale hulp en bijstand

37.1 Oordeel en hulp

In de regiovergadering wordt gevraagd of een kerk het oordeel en de hulp van de zusterkerken nodig heeft.

37.2 Op elkaar acht geven

De regiovergadering draagt er zorg voor dat de kerken elkaar op de hoogte stellen van de arbeid van de ambtsdragers, opdat deze kerken elkaar bijstaan, op elkaar acht geven en elkaar tijdig vermanen wanneer een kerk nalatig bevonden wordt.
De regiovergadering kan hiertoe enigen uit de kerken aanwijzen die de kerkenraden bezoeken en over hun bevinding aan de regio rapporteren.

37.3 De consulent

Een regiovergadering verleent een gemeente in haar midden op verzoek hulp, door een predikant als consulent aan te wijzen om deze gemeente met raad en daad bij te staan.

37.4 Instellen en opheffen van een gemeente

a. Groepen gelovigen waaruit nog geen kerkenraad gevormd kan worden, vallen na overleg met de regio onder de verantwoordelijkheid van een naburige gemeeente.
b. Wanneer voor de eerste keer een kerkenraad wordt ingesteld, gebeurt dit in goed overleg met de regio waarvan de nieuwe gemeente deel gaat uitmaken.
c. Wanneer een kerkenraad of gemeente besluit zichzelf op te heffen, overlegt deze daarover tevoren met de regio. Hetzelfde geldt voor de fusie van gemeenten. De regio besteedt daarbij expliciete aandacht aan de positie van eventuele predikanten.

Akkoord NGK (2015) Art. 38

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
38

Landelijke vergadering

38.1 Afvaardiging, leiding en frequentie

Naar de landelijke vergadering zendt elke regiovergadering vijf stemhebbende afgevaardigden, voorzien van een bewijs van afvaardiging en eventuele instructies. Van deze vijf afgevaardigden worden, zo mogelijk, geen twee uit dezelfde kerk gekozen.
De leiding van de landelijke vergadering berust bij een uit de vergadering gekozen moderamen.
Een landelijke vergadering wordt in de regel elke drie jaar gehouden. Vervroegde bijeenroeping vindt plaats:

  • indien beroep is ingesteld inzake tucht over of ontslag van een predikant, of
  • indien beroep is ingesteld op grond van een van de toepasselijke artikelen van de regeling voor de Kerkelijke Onderzoeken, of
  • op verzoek van twee regiovergaderingen, of
  • op verzoek van het bestuur van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding overeenkomstig de in haar Reglement omschreven wijze, of
  • op verzoek van het bestuur van de Nederlands Gereformeerde Instelling Arbeidszaken overeenkomstig de in haar Reglement omschreven wijze.

38.2 Agenda en voorlopig oordeel

Een landelijke vergadering wordt gesloten nadat haar agenda is afgehandeld.
Zij kan echter ook in een haar voorgelegde gewichtige zaak slechts een voorlopig oordeel geven. In dit geval wordt de landelijke vergadering, nadat de agenda voor het overige is afgehandeld, voorlopig gesloten.
Een landelijke vergadering wordt voorlopig gesloten indien ten minste twaalf kerken de wens hiertoe voor opening van de landelijke vergadering kenbaar gemaakt hebben, of indien een derde deel van de aanwezige afgevaardigden zich hiervoor ter vergadering uitspreekt.

38.3 Voortgezette landelijke vergadering

Een voorlopig gesloten landelijke vergadering wordt voortgezet om de zaken waarover zij een voorlopig oordeel gaf, af te handelen.
Naar de voortgezette landelijke vergadering zendt elke kerk rechtstreeks één stemhebbende afgevaardigde, voorzien van een bewijs van afvaardiging.
Een oorspronkelijke afgevaardigde naar deze landelijke vergadering heeft in de voortgezette vergadering een adviserende stem. Hij kan door de kerk waarvan hij lid is, echter ook worden aangewezen als haar stemhebbende afgevaardigde.
De notulen betreffende de zaken waarover een voorlopig oordeel is gegeven, worden uiterlijk twee maanden na het uitspreken van het voorlopige oordeel naar de kerken gezonden. De voortgezette vergadering vindt binnen vier maanden na de voorlopige sluiting plaats.
Een voortgezette landelijke vergadering kan een voorlopig besluit — eventueel geamendeerd — aannemen of verwerpen, maar niet vervangen.

Akkoord NGK (2015) Art. 39

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
39

Kerk en wereld

39.1 Relatie met andere kerken

De kerken dienen de eenheid van alle in belijdenis en leven gereformeerde kerken in Nederland en daarbuiten, ook als die een ander gebruik hebben.

39.2 Zending en evangelisatie

Om de opdracht van Christus uit te voeren stimuleert elke kerkenraad de leden van de gemeente om in woord en daad getuigen te zijn  van Christus en het missionaire werk in binnen- en buitenland te ondersteunen door gebed, giften en betrokkenheid.
Elke gemeente zal onder leiding van de kerkenraad het evangelie in woord en daad uitdragen in haar directe omgeving.

Akkoord NGK (2015) Art. 40

Artikel
40

Functionering van het kerkelijk akkoord

De kerken beloven elkaar dit akkoord naar vermogen te onderhouden, met inachtneming van wat Gods  Woord gebiedt.
De artikelen behoren gewijzigd, vermeerderd of verminderd te worden wanneer de kerken daarmee gediend zijn, zo ook als dit bevorderlijk is voor de oefening van de gemeenschap met kerken van eenzelfde belijdenis, mits niet strijdig met Gods Woord; slechts een landelijke vergadering is bevoegd hiertoe te besluiten.