Kerkorde Dordrecht (1619)

Kerkorde opgesteld in de Nationale Synode van de Gereformeerde Kerken gehouden te Dordrecht 1618/1619

Bron: 

Kercken-ordeninge;

Gestelt indê Nationalen

Synode der Ghereformeerde Kercken /

te samen beroepen / gehouden by laste

vande Hooghmo : Heeren Staten

Generael van de Veree-

nighde Neder-

landen/

Binnen Dordrecht, inden Iare

1618. ende 1619.

 

Ende alsoo goet ghevonden ende gear-

resteert by de Ed : Mo : Heeren Staten

s’Landts van VTRECHT.

 

Opden vj. Augusti des voorsz Iaers 1619.

 

TOT VTRECHT,

By Salomon de Roy / ordinaris Drucker

der Heeren Staten s’Landts van Vtrecht.

-------------------

Anno 1620.


 

Bij de nieuwe uitgave van de tekst van de Dordtse Kerkorde door de Gereformeerde Gemeenten, vastgesteld door de Generale Synode van 1907, werd gebruik gemaakt van de oorspronkelijke tekst van de oudst bekende gedrukte uitgave van de Dordtse Kerkorde. Deze werd vastgesteld en onderschreven op de Dordtse Synode op 28 mei 1619, op 6 augustus 1619 aanvaard door de Heren Staten van de provincie Utrecht en in 1620 gedrukt bij Salomon de Roy, “ordinaris Drucker der Heeren Staten s’Landts van Vtrecht”.

Waarschijnlijk  is dit ook werkelijk de oudste gedrukte uitgave van de Dordtse Kerkorde.


In deze digitale versie zijn de volgende drukfouten van de oorspronkelijke versie gehandhaafd:

artikel 4:         bevestinge (eerder in dezelfde zin: Bevestiginge)

artikel 10:       in dienst ende Ouderling-schap (i.p.v. in dienst van Ouderling-schap)

artikel 37:       sluithaakje achter by ghebeurte (i.p.v. tussen zijn en by)

artikel 41:       instllinghe (i.p.v. instellinghe)

artikel 43:       hbben (i.p.v. hebben)

artikel 44:       ervarenst (i.p.v. ervarenste)
geschichtste (i.p.v. geschicktste)
autorisern (i.p.v. autoriseren)

artikel 53:       (mogelijjk: Belijdenissen i.p.v. Belijdenisse)
onderteecken (i.p.v. onderteeckenen)

artikel 58:       den jonger kinderen (i.p.v. der jonger kinderen)

artikel 62:       (mogelijk: formulaer i.p.v. formulier)

artikel 69:       Arciculen (i.p.v. Articulen)

artikel 70 :      ordinautien (i.p.v. ordinantien)

artikel 76 :      andesins (i.p.v. andersins)

NB
In artikel 8 staat: en dan voorts met hem handelen…. Het woord hem (waar wij nu hen zouden gebruiken) is niet fout. In het zeventiende-eeuwse Nederlands kan hem voor meervoudige personen gebruikt worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 1

Artikel
1

Om goede ordre inder Ghemeente Christi te onderhouden / zijn daer inne noodigh de Diensten / t’Samencomsten / Opsicht der Leere / Sacramenten ende Ceremonien / ende Christelijcke straffe. Waer van hier na ordentlijck sal ghehandelt worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) I.

Vande Diensten

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 2

Vande Diensten

Artikel
2

De Diensten zijn vierderley: Der Dienaren des Woordts / der Doctoren / der Ouderlinghen / ende der Diaconen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 3

Vande Diensten

Artikel
3

Het sal niemandt / al-hoe-wel hy eê Doctor / Ouderlingh ofte Diaken is / gheoorloft zijn den dienst des Woords ende der Sacramenten te betreden / sonder wettelijck daer toe beroepen te zijn : Ende wanneer yemandt daer teghen doet / ende meermael vermaent zijnde niet af en staet / soo sal de Classe oordeelen / ofmen hem voor eenen scheurmaecker verclaren / ofte op eenighe ander wijse straffen sal.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 4

Vande Diensten

Artikel
4

De Wettelijcke Beroepinge der gener die te vooren in den Dienst niet gheweest en zijn / soo wel inde Steden als ten platten Lande / bestaet. Ten eersten inde Verkiesinghe, de welcke na voorgaende vasten ende bidden gheschieden sal door den Kercken-Raet ende Diaconen / ende dat niet sonder goede correspondentie met de Christelijcke Overheyt der plaetse respectivelijck / ende voorwetê ofte advijs vandê Classe / daer’t selve tot noch toe gebruyckelijck is geweest. Ten anderen / inde Examinatie ofte ondersoeckinghe beyde der Leere eñ des Levens / de welcke staê sal by de Classe ten overstaê vande Gedeputeerde des Synodi ofte eenige der selver. Ten derdê / inde Approbatie / eñ goet-kenninge vande Overheyt / eñ daer na oock vande litmatê der Gereformeerde Ghemeente vande plaetse / wanneer den name des Dienaers den tijdt van veerthien dagen inder Kercken vercondight zijnde /geen hindernisse daer teghen en comt. Ten laetsten / inde opentlijcke Bevestiginge voor de Ghemeynte / de welcke met behoorlijcke stipulatie ende af-vraginghen / vermaninghen / Ghebedt ende oplegginghe der handen vanden Dienaer die de bevestinge doet (ofte eenighen anderen / daer meer Dienaren zijn) toegaen sal / naer het Formulier daer van zijnde. Wel-verstaende dat de oplegginge der handen sal mogen gedaen worden inde Classicale vergaderinge aenden nieuwen gepromoveerden Dienaer / die gesonden wordt inde Kercken onder t’Cruyce.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 5

Vande Diensten

Artikel
5

Nopende die Dienaers die nu alreede indê dienst des Woordts zijnde / tot een ander Gemeente beroepen werden / sal desgelijcx soodanighe beroepinghe met correspondentie als vooren / gheschieden / soo wel inde Steden / als ten platte Lande / by den Kercken-Raet ende Diaconen met advijs ofte approbatie vandê Classe: alwaer de voorsz beroepene verthoonen sullen goede Kerckelijcke Attestatie van Leere ende Leven : Ende alsoo by den Magistraet vander plaetse respectivelijck gheapprobeert / ende der Ghemeynte den tijdt van veerthiê daghen voor-ghestelt zijnde / als boven / sullen met voorgaende Stipulatien ende Ghebeden bevestight werden. Onvercort int ghene vooren gheseyt is yemanden zijn deughdelijck recht van presentatie / ofte eenigh ander recht / voor zoo veel ‘tzelve stichtighlijck can worden gebruyckt / sonder nadeel van Gods Kercke / ende goeden Kercken ordre ; waerop de Hooghe Overheden ende Synoden der respective Provincien / wel gelieve te letten / eñ ten besten vande Kercken noodighe Orden te stellen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 6

Vande Diensten

Artikel
6

Sal oock geen Dienaer dienst moghen aen-nemen in eenige particuliere Heerlijckhedê / Gast-huysen ofte andersins / ten sy dat hy voorhenen gheadmitteert ende toe-ghelaten sy / volghende de voorgaende Artijckelen : en sal oock niet min als ander der Kercken-ordeninghe onderworpen zijn.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 7

Vande Diensten

Artikel
7

Niemandt en sal tot dê Dienst des Woords beroepen worden / sonder hem in een seker plaetse te stellen / ten waer dat hy gesondê worde om hier oft daer te predicken inde Gemeente onder ’t Cruyce / ofte andersins om Kerckê te vergaderen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 8

Vande Diensten

Artikel
8

Men zal geen School-meesters / Hant-wercks liedê ofte andere die niet gestudeert en hebben / tot het Predick-ampt toelaten / ten sy datmen verzekert is / van hare singuliere gaven / Godtzaligheyt / ootmoedigheyt / zedicheyt / goet verstant ende discretie / mitsgaders gaven van welsprekentheyt. Soo wanneer dan soodanighe persoonen sich tot den dienst presenteren / zal de Classis de selve (indien’t de Synodus goet vint) eerst examineren / ende na datse de zelve int examê bevint / haer een tijt langh laten int prive proponeren / ende dan voorts met hem handelen / als sy oordeelen zal stightelijck te wesen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 9

Vande Diensten

Artikel
9

Nieuwelingen / Mis-priesters / Monicken / ende die andersins eenighe secten verlaten / zullen niet toeghelaten worden totten Kercken dienst / dan met groote sorghvuldigheyt eñ voorsichtigheyt / na datse oock eenen sekeren tijt eerst wel beproeft zijn.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 10

Vande Diensten

Artikel
10

Een Dienaer eens Wettelijcken beroepen zijnde / mach die Ghemeynte daer hy sonder Conditie aenghenomen is / niet verlaten / om elders een beroepinge aen te nemê / sonder bewilligingh des Kercken-Raedts met de Diaconen / ende de ghene die te voren in dienst eñ Ouderling-schap ende Diaken-schap gheweest zijn / mitsgaders die van de Magistraet / ende met voorweten vande Classe / ghelijck oock geen ander Kercke hem sal moghen ontvanghen / eer hy wettelijcke getuygenisse zijns afscheyts vande Kercke eñ Classe / daer hy gedient heeft / verthoont hebbe.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 11

Vande Diensten

Artikel
11

Op d’ander zijde sal den Kercken-Raedt / als representerende die Ghemeynte / oock ghehouden zijn haere Dienaers van behoorlijcke onderhoudt te versorghen / ende sonder kennisse ende oordeel des Classis niet te verlaten / de welcke oock by ghebreecke van onderhoudt / sal oordeelen of die voorschreven Dienaers te versetten zijn / ofte niet.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 12

Vande Diensten

Artikel
12

Dewijle een Dienaer des Woords eens Wettelijck / als boven / beroepen zijnde / zijn leven langh aenden Kercken-dienst verbonden is soo sal hem niet geoorloft zijn hem tot een anderen staet des levens te begheven : ten sy om groote ende wichtige oorsaecken / daer van die Classe kennisse nemen ende oordeelen sal.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 13

Vande Diensten

Artikel
13

Soo het geschiedt dat eenige Dienaers door ouderdom / sieckte ofte andersins onbequaem worden tot oeffeninge hares Dienstes / soo sullen sy nochtans des niet te min de eere eñ den name eens Dienaers behouden / ende van de Kercke die sy ghedient hebben / eerlijcken in haren nootdruft (ghelijck oock de Weduwen eñ Weesen der Dienaren int gemeen) versorget worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 14

Vande Diensten

Artikel
14

Soo eenighe Dienaers om die voorschreven ofte eenighe ander oorsaecken / haren dienst voor eenen tijdt onderlaten moesten (t’welck sonder advijs des Kercken-Raets niet geschieden en sal) soo zullen sy nochtans tot allen tijden de beroepinghe der Gemeenten onderworpê zijn ende blijven.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 15

Vande Diensten

Artikel
15

Het sal niemandt geoorloft zijn / den Dienst zijnder Kercken onderlatende / ofte in geenen sekeren dienst zijnde / hier ende daer te gaen predicken buyten consent eñ authoriteyt des Synodi ofte Classis : Ghelijck oock niemandt in een ander Kercke eenige Predicatie sal moghê doen ofte Sacramenten bedienen / sonder bewillinghe des Kercken-Raedts.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 16

Vande Diensten

Artikel
16

Der Dienaren Ampt is inde Ghebeden ende bedieninghe des Woords aen te houden / de Sacramenten uyt te reycken / op haer Mede-broeders / Ouderlinghen ende Diakenen / mitsgaders de Ghemeenten goede acht te nemen / ende ten laetsten met die Ouderlingen de Kerckelijcke Discipline te oeffenen / ende te besorghen dat alles eerlijck ende met order gheschiede.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 17

Vande Diensten

Artikel
17

Onder de Dienaren des Woords sal ghelijckheyt ghehouden worden / aengaende de Lasten hares Dienstes / mitsgaders oock in andere dinghen soo veel moghelijcken is / volgende het oordeel des Kerken-Raets / ende (dies van noode zijnde) des Classis : het welcke oock in Ouderlinghen ende Diakenen te onderhouden is.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 18

Vande Diensten

Artikel
18

Het Ampt der Doctoren ofte Professoren inder Theologie is / de Heylighe Schriftuere uyt te legghen / ende de suyvere Leere teghen de Ketteryen ende doolinghen voor te staen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 19

Vande Diensten

Artikel
19

De Gemeynten zullen Arbeyden datter Studenten inder Theologie zijn / die ex bonis publicis onderhouden werden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 20

Vande Diensten

Artikel
20

Inde Kercken daer meer bequame Predicanten zijn / salmen t’gebruyck der Propositien aenstellen / om door sulcke oeffeninghen eenighe tot den dienst des Woords te bereyden / volghende in desen de ordre daer van by desen Synodo specialijck ghestelt.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 21

Vande Diensten

Artikel
21

De Kercken-Raden sullen al-omme toe-sien datter goede School-Meesters zijn / die niet alleen de Kinderê leeren lesen / schrijven / spraecken eñ vrye Consten / maer oock die selfde inder Godsalicheyt eñ indê Catechismo onderwijsen. 

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 22

Vande Diensten

Artikel
22

De Ouderlinghen sullen door het oordeel des Kercken-Raets ende der Diakenen vercoren worden : Soo dat het na de ghelegentheydt van een yeder Kercke vry sal zijn / soo veel Ouderlinghen alsser van noode zijn de Ghemeente voor te stellen / om van die selve (ten ware datter eenigh beletsel voor-viele) gheapprobeert ende goet ghekent zijnde / met openbare Ghebeden ende stipulatien bevestight te worden : ofte een dobbel getal / om het halve deel by der Ghemeente vercoren te worden / ende opde selve wijse inden Dienst te bevestigen / volgende het formulier daer van zijnde.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 23

Vande Diensten

Artikel
23

Der Ouderlinghen Ampt is / behalven ’t ghene dat boven / Artijckel sesthien / geseyt is / hen met den Dienaer des Woords gemeyn te zijn / opsicht te hebben dat de Dienaren / mitsgaders hare ander medehulpers ende Diakenen hare Ampt getrouwelijcken bedienen / ende de besoeckinghe te doen / naer dat de geleghentheyt des tijdts ende der plaetsen / tot stichtinge der Ghemeente soo voor als naer het Nachtmael can lijden / om bysonder de Lidtmaten der Ghemeenten te vertroosten ende te onderwijsen / ende oock andere tot de Christelijcke Religie te vermanen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 24

Vande Diensten

Artikel
24

De selve wijse die vande Ouderlingen gheseyt is / salmen oock onderhouden inde Verkiesinghe / approbatie ende bevestinghe der Diakenen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 25

Vande Diensten

Artikel
25

Der Diakenen eygen Ampt is / de Aelmoessen ende ander Armen-goederen neerstelijck te versamelen / ende de selve ghetrouwelijcken eñ vlijtighlijck naer den eysch der behoeftighen / beyde der Inghesetenê ende vreemden met ghemeyn advijs uyt te deelen / de benauden te besoecken ende te vertroosten / ende wel toe te sien dat de Aelmoessen niet misbruyckt en worden / waer van sy rekeninge sullen doen inden Kercken-Raet / ende oock (soo yemandt daer by wil zijn) voor der Gemeenten / tot sulcken tijdt als het de Kercken-Raet goet vinden sal.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 26

Vande Diensten

Artikel
26

De Diakenen sullen ter plaetse daer Huys-zitte-Meesters ofte andere Aelmoesseniers zijn / op de selve begeerê goede Correspondentie met hen te willen houden / ten eynde de Aelmoessen te beter uytghedeelt moghen worden onder de ghene die meest ghebreck hebben.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 27

Vande Diensten

Artikel
27

De Ouderlinghen ende Diakenen sullen twee Jaren dienen / ende alle Jaer sal het halve deel verandert / ende andere in de plaetse gestelt werden / ten ware dat de gheleghentheydt ende t’proffijt van eenighe Kercken anders vereyschte.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 28

Vande Diensten

Artikel
28

Ghelijck het Ampt der Christelijcke Overheden is / den H. Kercken-dienst in alle manieren te bevorderen / den selven met haer exempel den onderdanen te recommanderen / eñ den Predicanten / Ouderlingen eñ Diaconen in alle voorvallende noodt de hant te biedê / ende by hare goede ordeningen te beschermen ; Alsoo zijn alle Predicantê / Ouderlinghen ende Diaconen schuldigh de gantsche Gemeente vlijtighlijck eñ oprechtighlijck in te scherpen de ghehoorsaemheyt / liefde eñ eerbiedinghe die sy den Magistraten schuldigh zijn : ende zullen alle Kerckelijcke persoonen met haer goet exempel in desen de Ghemeente voor gaen / ende door behoorlijck respect eñ correspondentie / de gunst der Overheden tot de Kercken zoecken te verwecken ende te behouden : ten eynde een yeder het zijne in des Heerê vreese / aen wederzijden doende / alle achterdencken eñ wantrouwen moge werden voorgecomê / eñ goede eendracht tot der Kercken welstant onderhouden.

Kerkorde Dordrecht (1619) II.

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 29

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
29

Vierderley Kerckelijcke t’samen-comstê sullen onderhouden worden / de Kercken-Raet / de Classicale vergaderinghen / de particuliere Synodus / ende de Generale ofte Nationale.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 30

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
30

In dese t’samen-comstê sullen geen ander dan Kerckelijcke saecken / ende t’selfde op Kerckelijcke wijze ghehandelt worden. In meerder vergaderinge salmen niet handelen / dan ’tgeen dat in mindere niet en heeft af-gehandelt connen werden / ofte dat tot de Kercken der meerder vergaderinge int gemeyn behoort.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 31

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
31

Soo yemant hem beclaeght deur de uytspraecke der minder Vergaderinghe veronghelijckt te zijne / die selve sal hem tot een meerder Kerckelijcke vergaderinghe beroepen moghen : ende ’tghene door de meeste stemmen goet ghevonden is / sal voor vast ende bondigh ghehouden werden. Ten sy dattet bewesen worde te strijden teghen het Woort Gods / ofte teghen de Artijckulen in desen Generalen Synodo besloten / soo langhe als de selve door geen ander Generale Synode verandert zijn.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 32

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
32

De handelinghen aller t’samen-comsten sullen met aenroepinghe des Naems Gods aenghevanghen / ende met een dancksegginghe besloten worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 33

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
33

Die tot de t’samen-comste af-ghesonden worden / sullen hare Credentz-brieven ende instructien / onderteeckent zijnde vanden ghenen diese senden mede-bringhen / ende dese zullen alleene keur-stemmen hebben.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 34

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
34

In allen t’samen-comsten sal by den Praeses een Scriba ghevoeght werden / om neerstelick op te schrijven ’tghene waerdigh is opgeteeckent te zijn.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 35

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
35

Het Ampt vanden Praeses is / voor te stellen ende te verclaren ’tgene te handelen is / toe te sien dat een yeghelijck zijn ordre houde in’t spreken : Den knibbelachtighen ende die te heftigh zijn int spreecken / te bevelen datse swijghen. Ende over de selve geen gehoor ghevende / de behoorlijcke Censure te laten gaen. Voort sal zijn Ampt uytgaen / wanneer die t’samen-comste scheydet.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 36

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
36

t’Selfde segghen heeft de Classis over den Kercken-Raet / ’twelck de particuliere Synode heeft over de Classe / ende de Generale Synode over de particuliere.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 37

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
37

In allen Kercken sal een Kercken-Raet zijn / bestaende uyt Dienaren des Woords ende Ouderlinghen / de welcke ten minsten alle weke eens t’samen comen zullen / al-waer den Dienaer des Woords (ofte Dienaren / soo daer meer zijn) by ghebeurte presiderê ende die Actie regeren sal. Eñ sal oock de Magistraet vande plaetse respectivelijck / indient haer ghelieft / een ofte twee vanden haren / wesende Lidtmaten der Ghemeente / by den Kercken-Raet moghen hebben / om te aenhooren ende mede vande voor-vallende saecken te delibereren.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 38

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
38

Wel-verstaende dat inde plaetsen daer den Kercken-Raet vã nieus is op te rechten / ’tselfde niet en geschiede / dã met advijs vande Classe. Ende daer ‘tghetal vandê Ouderlinghê seer cleyn is / sullê de Diakenê mede tot den Kercken-Raet mogen ghenomen worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 39

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
39

In die plaetsen daer noch geen Kercken-raet  en is / sal middelertijdt by de Classe ghedaen worden ‘tghene anders den Kercken-Raedt nae uyt-wijsen dezer Kercken-ordeninghe opgheleyt is te doen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 40

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
40

Insgelijcx sullen de Diaconen alle weken t’samen comen / om met aenroepinge des Naems Gods vande saecken harê Ampte betreffende te handelen / daer toe die Dienaren goede opsicht sullen nemen / ende des noot zijnde haer daer by laten vinden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 41

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
41

De Classicale Vergaderinghen sullen bestaen uyt ghena-buerde Kercken / de welcke elck eenê Dienaer eñ eenen Ouderlingh ter plaetse eñ tijde by hen / int scheyden van elcke Vergaderinghe goet gevonden (soo nochtans / datmen’t boven de drie maendê niet uyt en stelle) daer henen met behoorlijcke Credentie af-veerdigen sullen / in welcke t’samen-comstê de Dienaers by gebeurte / ofte andersins die vande selfde Vergaderinge vercoren wort / presiderê sullen / so nochtans dat d’selve tweemael aen een niet en sal moghen vercoren worden. Voort sal de Praeses onder anderen eenen yegelijcken af-vraghen / of sy in hare Kerckê / hare Kercken-Raedts vergaderinge houden : Of de Kerckelijcke Discipline geoeffent wort : of de Armê ende Schoolen besorght worden : Ten laetsten / ofter yet is / daer inne sy het oordeel eñ hulpe der Classe tot rechte instllinghe harer Kercke behoeven. De Dienaer dien ’t inde voorgaende Classe opgheleyt was / sal een corte Predicatie uyt Gods Woordt doen / van welcke die andere oordelen / eñ soo daer yet in ontbreeckt / aenwijsen sullen. Ten laetsten / zullen inde leste vergaderinge voor den particulieren Synode vercoren werden / die op den selven Synodum gaen zullen. 

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 42

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
42

Daer in een plaetse meer Predicanten zijn als een / zullen die altesamen in de Classe moghen verschijnen eñ keur-stemmen hebben / ten ware in saken / die hare persoonen ofte Kercken int bysonder aengaen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 43

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
43

Int eynde vande Classicale eñ andere meerder t’samen-comstê / salmen Censuere houden over de ghene die yet straf-waerdighs inde vergaderinghe ghedaen / ofte de vermaninghen der minder t’samen-comsten versmadet hbben.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 44

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
44

Sal oock de Classis eenighe harer Dienaren / ten minsten twee van de outste / ervarenst / ende geschichtste authorisern / om in alle Kerckê / vande steden soo wel als van het platte lant / alle jaer visitatie te doen / ende toe te sien / oft de Leeraers Kercken-raden ende School-meesters haer ampt trouwelijck waernemen / by de zuyverheyt der leere verblyven / d’aengenomene ordre in alles onderhouden / ende de stichtinge der Gemeente / mitsgaders der jongher jeught / na behooren / soo veel haer moghelijck is / met woorden ende wercken bevorderen: ten eynde sy de ghene die nalatigh in d’een oft d’ander bevonden worden / in tijdts moghen broederlijck vermanen / ende met raedt ende daedt alles tot vrede / opbouwinghe / ende t’meeste profijt der Kercken / ende Schoolen helpen dirigeren. Ende sal yeder Classis deze Visitatoren mogen continueren in hare bedieninghe / soo langhe het haer sal goet duncken / ten ware dat de Visitatores selve om redenen / vande welcke de Classis oordeelen sal / versochten ontslagen te werden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 45

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
45

De Kercke in de welcke de Classis / Item de particuliere ofte Generale Synode t’samen comt / sal sorge dragen datse de Acten der voorgaende vergaderinghe opde naest-comende bestelle.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 46

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
46

De instructien der dingen die in de meerdere vergaderingen te handelen zijn / sullen niet eer geschreven worden / voor dat die besluytingen der voorgaende Synoden ghelesen zijn / op dat t’gene eens af-ghehandelt is / niet wederom voor gesteld en worde / ten ware dat men yet achtede verandert te moeten zijn.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 47

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
47

Alle Jaers (ten ware dat den noot eenen corteren tijdt vereyschte) sullen vier ofte vijf / ofte meer naghe-buerde Classis te samen comen / tot welcke particuliere Synode uyt yder Classe twee Dienaers ende twee Ouderlingen af-gevaerdight sullen werden. Int scheyden soo wel des particulierê als des Generalen Synode sal een Kercke verordent worden / die last hebben sal / om met advijs des Classis den tijt eñ plaetse des naesten Synodi te stellen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 48

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
48

Het sal yeghelijcken Synodo vry staen / correspondentie te soecken ende te houden met zijnen Bena-buerden Synodo ofte Synodis / in suclker forme / als sy meest profijtigh achten zullen / voor de ghemeene stichtinghe.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 49

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
49

Yeder Synodus sal oock eenighe deputeren / om alles wat de Synodus geordonneert heeft / te verrichten / soo wel byde Hooge Overheyt / als by de respective Classen / onder haer sorterende / mede om t’samen oft in minder ghetal over alle examina der aencomender Predicanten te staê : ende voorts in alle andere voorvallende swarigheden dê Classen de hant te bieden / op dat goede eenigheyt / ordre ende suyverheyt der leere behouden ende gestabilieert worden. Eñ zullen dese van alle hare handelinghen / goede notitie houden / om den Synodo rapport daer van te doen / ende soo’t geeyscht werdt / redenen te geven. Oock en zullen sy niet ontslagen wesen van harê dienst / voor eñ aleer de Synodus selfs haer daer van ontslaet.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 50

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
50

De Nationale Synode sal ordinaerlijck alle drie Jaren eens ghehouden werden / ten ware datter eenighe dringhende noot ware om den tijt corter te nemen. Tot dese sullen twee Dienaren eñ twee Ouderlingen uyt elcke particuliere Synode beyde der Duytscher ende Walscher spraecke af-gesonden werden. Voorts sal de Kercke die last heeft om den tijdt ende plaetse des Generalen Synodi te benoemen (soo de selfde binnen de drie Jaren te beroepen ware) haer particuliere Synode vergaderen / ende t’selfde oock der naest-gheleghener Kercke die van een ander Tale is laten weten / de welcke vier persoonen daer henê senden sal / om met gemeynen advijse vanden tijt ende plaetse te besluyten. Deselve Kercke die vercoren is om de Generale Synode te samen te beroepen / wanneer sy met de Classe vanden tijt ende plaetse beraet-slagen sal / sal ‘tselfde de hooghe Overheydt in tijts te kennen geven / op dat met haren weten / ende (soo het haer gelieft mede eenige te sendê tot den Classe) vander saecke in teghenwoordicheyt ende met advijs van hare Gedeputeerde besloten werde.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 51

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
51

Alsoo inde Nederlandê tweederley spraecke gesproken wert / is voor goet gehouden / dat de Kercken der Duytscher ende Walscher tale op haer selven harê Kercken-Raet / Classicale vergaderingen ende particuliere Synoden hebben sullen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 52

Vande Kerckelijcke t’samen-comsten

Artikel
52

Is niet te min goet gevonden / dat in de Steden daer de voorsz Walsche Kercken zijn / alle Maenden sommighe Dienaren ende Ouderlingen van beyde zijden vergaderen zullen om goede eendraght eñ correspondentie met malcanderen te houden / eñ soo veel moghelijck is na gelegentheydt des noodts met rade malcanderen by te staen.

Kerkorde Dordrecht (1619) III.

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 53

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
53

De Dienaers des Woords Gods / Item die Professorê inde Theologie (‘twelck oock den anderen Professoren wel betaemt) zullen de Belijdenissen des Geloofs der Nederlantscher Kercken onderteecken / ende de Dienaers die sulcx sullen refuseren / sullen de facto van haren Dienst by den Kercken-Raet / ofte de Classe opgeschorst werden / ter tijdt toe sy haer daer inne gheheelijcken verclaert sullen hebben : ende indien sy opstinatelijcken in weygheringhe blijven / sullen sy van harê Dienst geheelijcken afgestelt werden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 54

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
54

Insghelijcx sullen oock de School-Meesters ghehouden zijn de Artijckelen als boven / ofte in de plaetse van dien den Christelijcken Catechismum te onderteeckenen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 55

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
55

Niemandt vande Gereformeerde Religie sal hem onderstaê eenigh boeck ofte schrift van hem ofte van eenê anderen gemaeckt ofte overgheset / handelende van de Religie / te laten drucken ofte andersins uyt tegheven / dan ‘tselfde voor henen doorsien ende goet gekent zijnde van de Dienaren des Woords zijns Classis / ofte particulierê Synodi ofte Professoren der Theologie van deze Provincien / doch met voorweten zijnes Classis.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 56

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
56

Het verbondt Gods sal aen den kinderen der Christenen met den Doop / soo haest alsmen die bedieninghe des selven hebben can / bezegelt worden / ende dat inde openbare versamelinghe / wanneer Gods Woordt ghepredickt wort. Doch ter plaetsen daer niet soo veel Predicatien ghedaen worden / salmen eenen sekeren dagh ter weke verordenen / om den Doop extraordinaerlijck te bedienen / so nochtans dat ‘tselve sonder Predicatie niet en gheschiede.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 57

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
57

De Dienaers sullen haer beste doen ende daer toe arbeyden / dat de Vader zijn kint ten Doop presentere. Ende inde Ghemeenten daermen neffens den Vader oock ghevaders ofte ghetuygen by den Doop neemt (welcke ghebruyck / in hem selven vry zijnde / niet lichtelijck te veranderen en is) betaemt het datmen neme die de suyvere Leere toegedaen ende vroom van wandel zijn.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 58

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
58

De Dienaers zullen int doopen soo den jonger kinderen als der bejaerder persoonen / die formulieren vande instellinghe ende ghebruyck des Doops / welck tot dien eynde onderscheydentlijck beschreven zijn / ghebruycken.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 59

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
59

De bejaerde worden door den Doop der Christelicke Gemeente inghelijft / ende voor Lidtmaten der ghemeente aenghenomen / ende zijn daerom schuldich het Avontmael des Heeren oock te ghebruycken / t’welck sy by haren Doop sullen beloven te doen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 60

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
60

De namen der ghedoopten / mitsgaders der Ouderen ende Getuyghen / Item den tijdt des Doops / zullen opgeteeckent worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 61

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
61

Men sal niemandt ten Avontmael des Heeren toelaten / dan die na der ghewoonheydt der Kercken / tot de welck hy hem voeght / belijdenisse der Ghereformeerde Religie gedaen heeft / mitsgaders hebende ghetuyghenisse eens vromen wandels / sonder welcke oock de ghene die uyt andere Kercken comen / niet zullen toegelaten worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 62

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
62

Een yerder Kercke sal sulcke maniere van bedieninghe des Avontmaels houden / als sy oordeelt tot de meeste stichtinghe te dienen. Welverstaende nochtans dat de uytwendighe Ceremonien in Gods Woord voor-geschreven / niet verandert / ende alle supersitie vermijdet werde / ende dat nae voleyndinghe der Predicatie ende der gemeyne Gebeden op den Predick-stoel / het formulaer des Avontmaels / mitsgaders het Gebedt daer toe dienende / voor de Tafel sal wordê gelesen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 63

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
63

Het Avontmael des Heeren sal ten twee Maenden eens / soo veel het mogelijck is / ghehouden werden : ende sal stichtelijck zijn daer het de gelegentheyt der Kercken lijden can / dat op den Paesdagh / Pincxterdagh ende Christ-dagh hetselve gheschiede. Doch ter plaetsen daer noch gheen Kerckelijcke ordre en is / salmen eerst Ouderlinghen ende Diakenen by provisie stellen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 64

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
64

Alsoo de Avont-gebeden in veel plaetsen vruchtbaer bevondê worden / soo sal in ’t ghebruyck der selver elcke Kercke volghen t’ghene sy achtet tot haere meeste stichtinghe te dienen. Doch wanneermense begheeren soude wegh te nemen / sal t’selfde niet zonder ’t oordeel der Classe / mitsgaders der Overheyt / de Gereformeerde Religie toe-gedaen / gheschieden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 65

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
65

Daer de Lijck-Predicatien niet en zijn / salmense niet instellen : Eñ daerse nu alreede zijn aen ghenomen / sal neersticheydt gedaen werden om de selve met de ghevoeghlijcxste middelen af te doen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 66

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
66

In tijden van Oorloghe / Pestilentie / dieren tijt / sware Vervolginghe der Kercken ende andere alghemeyne swaricheden / zullen de Dienaers der Kercken de Overheydt bidden dat door haer authoriteyt eñ bevel openbaer Vast ende Bid-daghen aenghestelt ende gheheylight moghen werden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 67

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
67

De Gemeenten zullen onderhouden / beneffens den Sondach / oock den Christ-dagh / Paesschen eñ Pincxsterê / met dê navolgenden dagh : Ende dewijl inde meeste Steden eñ Provintien van Nederlandt / daerenboven noch ghehouden worden / den dagh vande Besnijdinghe ende Hemelvaert Christi / zullen de Dienaers overal daer dit noch niet int gebruyck en is / byde Overheden arbeyden / datse sich met de andere mogen conformeren.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 68

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
68

De Dienaers sullen alomme des Sondaeghs ordinaerlick inde namiddaeghsche Predicatie / de Somma der Christelijcke Leer inden Catechismo / die teghenwoordigh in de Nederlandtsche Kercken aenghenomen is / vervatet / cortelijck uytlegghen / alsoo dat de selve jaerlijcx magh gheeyndight worden / volghende de af-deelinghe des Catechismi selfs daer op gemaeckt.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 69

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
69

Inde Kercken zullen alleen die 150 Psal. Davids / de thien Geboden / het Vader onse / de 12 Arciculen des Geloofs / de Lofsanghen Mariae, Zachariae, Simeonis ghesongen worden. ‘Tghesangh / O Godt die onsen Vader bist / wort inde vryheyt der Kercken ghestelt / om ‘tzelve te gebruycken ofte naertelaten. Alle anderen gesangen salmen uyt de Kercken weren / ende daerder eenige albereets inghevoert zijn / salmen de selve / met de ghevoeghelijckste middelen afstellen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 70

Vande Leere, Sacramenten ende andere Ceremonien

Artikel
70

Alsoo bevonden wordt dat tot noch toe verscheyden gebruycken in houwelijcxsche saecken alomme onderhouden zijn / ende nochtans wel oirbaer is gelijckformicheyt daer inne gepleeght te worden : soo sullê de Kercken blijvê by het gebruyck ‘twelcke sy conform Gods Woordt ende voorgaende Kerckelijcke ordinautien tot noch toe onderhouden hebben / tot dat by der hoogher Overicheydt (diemen daer toe met den eersten sal versoecken) een Generale Ordinantie / met advijs der Kercken-Dienaren / daer op gemaeckt sal zijn / tot de welcke dese Kercken-ordeningh haer in dit stuck refereert.

Kerkorde Dordrecht (1619) IV.

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 71

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
71

Ghelijckerwijs de Christelijcke straffe Geestelijck is / ende niemant vanden Borgerlijcke gherichte ende straffe der Overheydt bevrijt / alsoo wordê oock beneffens de Borgerlijcke straffe de Kerckelijcke Censuren nootsaeckelijck vereyst / om den Sondaer met der Kercke ende zijnen naesten te versoenen / ende de ergernisse uyt de Gemeente Christi wegh te nemen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 72

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
72

Wanneer dã yemandt tegen de suyverheydt der Leere ofte vromicheyt des wandels sondight : soo verre als het heymelijck is / ende geen openbare erghernisse ghegheven heeft / soo sal den reghel onderhouden worden / welck Christus duydelijcken voorschrijft, Matth. 18.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 73

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
73

De heymelijcke sonden waer van de sondaer by eê int bysonder ofte by twee ofte drie ghetuyghen vermaent zijnde / berouw heeft / sullen voor den Kercken-Raet niet ghebracht werden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 74

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
74

Soo yemandt van een heymelijcke sonde van twee ofte drie persoonen inder liefde vermaent zijnde / geen ghehoor en geeft / ofte andersins een openbare sonde bedreven heeft / sulcx sal den Kercken-Raet aenghegheven worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 75

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
75

Van alsulcke sonden die van haer natueren weghen openbaer /ofte door verachtinghe der Kerckelijcke vermaninghen int openbaer ghecomen zijn / zal de versoeninghe (wanneermen seeckere teeckenen der boetvaerdicheydt siet) openbaerlijck gheschiedê / door het oordeel des Kercken-Raedts : Ende ten platten Lande / ofte in mindere Steden / daer maer eenen Dienaer en is / met advijs van twee ghenae-buerde Kercken / in sulcke forme ende maniere als tot stichtinghe van een yder Kercke bequaem sal gheoordeelt worden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 76

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
76

Soo wie hartneckelijck de vermaninghe des Kercken-Raets verwerpt / Item die een openbare ofte andesins een grove sonde ghedaen heeft / sal vanden Avontmael des Heeren afghehouden worden. Ende indien hij afgehouden zijnde / na verscheyden vermaningen geen teeckê der boetvaerdicheyt bewijst / soo salmen ten lesten tot de uyterste remedie / namelijck de af-snijdinghe / comen / volghende de forme nae den Woorde Gods daer toe ghestelt: Doch sal niemant af-gesneden werden / dan met voorgaende advijs der Classe.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 77

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
77

Al-eermen tot der af-snijdinge comt / salmen de hartneckicheydt des sondaers der Gemeente opentlijck te kennen geven / de sonden verclarende / mitsgaders de neersticheyt aen hem bewesen int bestraffen / afhouden vanden Avontmale / ende menighvuldige vermaninghen : Eñ sal de Gemeente vermaent wordê hem aen te spreecken ende voor hem te bidden. Soodanighe vermaningen sullender drie geschieden. Inden eersten / sal den sondaer niet ghenoemt worden / op dat hy eenigsins verschoont werde : Inden tweeden / sal met advijs der Classe zijnê name uytgedruckt werden. Inden derden / salmen de Gemeente te kennen gheven / dat men hem / ten zy dat hy hem bekeere / vande ghemeenschap der Kercken uytsluyten sal / op dat zijn af-snijdinge /soo hy hartneckigh blijft / met stilswijgende bewillinge der Kerckê geschiede. Den tijdt tusschen de vermaninge sal int oordeel des Kercken-Raets staen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 78

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
78

Wanneer yemandt / die gheexcommuniceert is / hem wederom wil versoenen met de Gemeente door boetvaerdicheyt : Soo sal het selfde voor de handelinghe des Avontmaels / ofte andersins nae gheleghentheyt / te vooren de Gemeente aengeseyt werden / ten eynde hy ten naestcomenden-Avontmale (soo verre niemandt yet weet voort te brenghen ter contrarie) openbaerlijck met professie zijner bekeeringe weder opgenomen werde / volgende het formulier daer van zijnde.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 79

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
79

Wanneer de Dienaers des Goddelijcken woorts Ouderlingen ofte Diakenen een openbare grove sonde bedrijven / die der Kercke schandelijck / ofte oock byder Overheyt straf-weerdigh is / sullen wel de Ouderlingen ende Diakenen terstont door voorgaende oordeel des Kercken-Raets der selver ende der naest gheleghener Gemeente van haren dienst afgeset / maer de Dienaers opgeschort worden. Maer of sy geheel vanden dienst af te setten zijn / sal int oordeel der Classe staen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 80

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
80

Voorts onder de grove sonden die weerdigh zijn met opschortinghe ofte afstellinghe vanden dienst ghestraft te worden / zijn dese de voornaemste. Valsche Leere of Ketterije : openbare scheur-maeckinghe : opentlijcke blasphemie : Symonie: trouloose verlatinge zijns diensts / ofte indringhinge in eens anders dienst : Meyneedicheyt : Eebreuck : Hoererije / Dieverije / gewelt / gewoonlijcke dronckenschap / vechterije / vuyl ghewin : Cortelijck alle de sonden ende grove feyten die den Autheur voor de Werelt eerloos maeckê / ende in een ander gemeen Lidtmaet der Kercken der af-snijdinghe weerdigh souden gherekent werden.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 81

Vande Censuere ende Kerckelijcke vermaninghe

Artikel
81

De Dienaeren des Woords / Ouderlingen ende Diakenen sullen onder hen de Christelijcke Censuere oeffenen / ende malcanderen vande bedieninghe hares Ampts vriendelijck vermanen.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 82

Artikel
82

Den ghenen die uyt der Gemeente vertrecken / sal een attestatie ofte getuyghenis hares wandels by advijs des Kercken-Raedts mede gegeven werden onder den Zegel der Kercken / ofte daer geen Zeghel en is / van tween onderteeckent.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 83

Artikel
83

Voorts sal den Armen / om genoeghsame oorsaecken vertreckende / vanden Diakenen bystandt ghedaen worden / na discretie / mits aenteeckenende opdê rugghe van hare Attestatie de plaetsen daerse henen willen / ende de hulpe diemen haer sal ghedaen hebben.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 84

Artikel
84

Geen Kercke sal over andere Kercken / geen Dienaer over andere Dienaren / geen Ouderlingh noch Diaken over andere Ouderlingen ofte Diakenen eenighe heerschappye voeren.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 85

Artikel
85

In middelmatighe dinghen salmen de buyten-Landtsche Kercken niet verwerpen / die een ander ghebruyck hebben dan wy.

Kerkorde Dordrecht (1619) Art. 86

Artikel
86

Dese Artijckelen / de wettelijcke Ordeninghe der Kercken aengaende / zijn alsoo ghestelt ende aenghenomen met gemeyn accoordt / datse (soo het profijt der Kercken anders vereyschte) verandert / vermeerdert ofte vermindert mogen ende behooren te worden. Ten sal nochtans gheen bysondere Gemeente / Classe ofte Synode toestaen sulcx te doen / maer sullen neersticheydt doen om die te onderhouden / tot dat anders vande Generale ofte Nationale Synode verordent wort.

Kerkorde Dordrecht (1619) Ondertekening

 

 

Aldus goet gevonden ende gearresteert by d’Ed : Mog : Heeren Staten s’Landts van Vtrecht, Opden vj-en dagh Augusti, int Iaer ons liefs Heeren, ende eenighen Saligh-maeckers Jesu Christi XVI-C ende negentien. Was geparapheert / Dirck van Eck, Vt.

Onder stondt/

Ter Ordonnantie van mijne voornoemde Heeren

die Staten s’Landts van Vtrecht.

Geteeckent/                                                 Ant: van Hilten.1

 


1 In de door ds. G.H. Kersten uitgegeven tekst in het Kerkelijk handboekje (waarvan hij de bron niet noemt) staat als onderschrift (in de door hem bewerkte tekst) vermeld:

Aldus gedaan en besloten in de Nationale Synode binnen Dordrecht de 28 mei anno 1619, in kennisse van ons onderschreven.

En was ondertekend:

JOHANNUS BOGERMANNUS, Synodi Praeses.
JACOBUS ROLANDUS, Assessor.
HERMANNUS FAUKELIUS, Praesidis Assessor.
SEBASTIANUS DAMMAN, Synodi Scriba.
FESTUS HOMMIUS, Synodi Scriba.