Kerkorde GG (1907) Art. 50

Artikel
50

De Nationale Synode

De nationale synode zal ordinaarlijk alle drie jaren eens gehouden worden, ten ware dat er enige dringende nood ware, om de tijd korter te nemen. Tot deze zullen twee dienaren en twee ouderlingen uit elke particuliere synode, [beide van de Duitsche en Waalse sprake,] afgezonden worden. Voorts zal de kerk, die last heeft om de tijd en de plaats der generale synode te benoemen — zo dezelve binnen de drie jaren te beroepen ware — haar particuliere synode vergaderen, [en dit ook der naast gelegen kerk, die van een andere taal is, laten weten, dewelke vier personen daar henen zenden zal,] om met gemeen advies van de tijd en de plaats besluiten. [Dezelfde kerk die verkoren is om de generale synode tezamen te beroepen, wanneer zij met de classis van de tijd en plaats beraadslagen zal, zal dit der hoge overheid intijds te kennen geven, opdat met haar weten, en [zo het haar gelieft mede enige te zenden tot de classis] van de zaak in tegenwoordigheid en met advies van hare gedeputeerden besloten worde.]