Kerkorde PKN (2004)

Bron: 

Kerkorde en ordinanties van de Protestantse Kerk in Nederland inclusief de overgangsbepalingen, Zoetermeer (Uitgeverij Boekencentrum) 2003
en
Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland inclusief de ordinanties, overgangsbepalingen en generale regelingen (bijgewerkt tot mei 2013), Zoetermeer (Uitgeverij Boekencentrum) 2013

De overgangsbepalingen zijn bijgewerkt tot op 2015 (via www.pkn.nl)

Kerkorde PKN (2004) KO

Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland

Kerkorde PKN (2004) KO-a

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Artikel
I-VI

Kerkorde PKN (2004) Art. I-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
1

De Protestantse Kerk in Nederland is
overeenkomstig haar belijden
gestalte van
de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk
die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
2

Levend uit Gods genade in Jezus Christus vervult de kerk de opdracht van haar Heer om het Woord te horen en te verkondigen.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
3

Betrokken in Gods toewending tot de wereld, belijdt de kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-4

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
4

Het belijden van de kerk geschiedt in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht, zoals die is verwoord
in de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius − waardoor de kerk zich verbonden weet met de algemene christelijke Kerk −,
in de Onveranderde Augsburgse confessie en de catechismus van Luther − waardoor de kerk zich verbonden weet met de lutherse traditie −,
in de catechismus van Heidelberg, de catechismus van Genève en de Nederlandse geloofsbelijdenis met de Dordtse leerregels − waardoor de kerk zich verbonden weet met de gereformeerde traditie.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-5

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
5

De kerk erkent de betekenis van de theologische verklaring van Barmen voor het belijden in het heden.
De kerk erkent met de Konkordie van Leuenberg dat de lutherse en gereformeerde tradities door een gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie bijeenkomen.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-6

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
6

De kerk belijdt telkens opnieuw in haar vieren, spreken en handelen Jezus Christus als Heer en Verlosser van de wereld en roept daarmee op tot vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat.
De kerk getuigt voor mensen, machten en overheden van Gods beloften en geboden en zoekt daarbij de samenspraak met andere kerken.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-7

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
7

De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.
Als Christus-belijdende geloofsgemeenschap zoekt zij het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende de komst van het Koninkrijk van God.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-8

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
8

Gezonden in de wereld en geroepen tot de bediening van de verzoening, getuigt de kerk in verkondiging en dienst aan alle mensen en aan alle volken van het heil in Jezus Christus.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-9

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
9

De kerk is bij haar getuigenis in woord en daad gehouden om zich te bewegen in de weg van haar belijden.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-10

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
10

De kerk en al haar leden zijn geroepen het belijden te toetsen bij het licht van de Heilige Schrift.

Kerkorde PKN (2004) Art. I-11

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
11

De kerk weert wat haar belijden weerspreekt.

Kerkorde PKN (2004) Art. II-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel II

Lid
1

De Protestantse Kerk in Nederland is de voortzetting van
de Nederlandse Hervormde Kerk,
de Gereformeerde Kerken in Nederland en
de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Kerkorde PKN (2004) Art. II-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel II

Lid
2

De Protestantse Kerk in Nederland bestaat uit al de gemeenten, te weten
de protestantse gemeenten, de hervormde gemeenten, de gereformeerde kerken en de evangelisch-lutherse gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Art. III-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
1

Vanwege Gods genade
en krachtens zijn verbond
worden gemeenten vergaderd
rondom Woord en sacramenten.

Kerkorde PKN (2004) Art. III-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
2

Tot een gemeente
− en daarmee tot de Protestantse Kerk in Nederland −
behoren zij van wie de inlijving in de gemeenschap van de Kerk
is bekrachtigd door de heilige doop
en die als zodanig zijn ingeschreven als lid van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Art. III-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
3

Zij die de doop ontvangen,
worden geroepen tot belijden van Jezus Christus en tot verantwoordelijkheid in de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Art. III-4

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
4

Gedachtig aan de trouw van de God van het verbond
rekent de gemeente voorts tot haar gemeenschap
de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden
alsmede degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Art. III-5

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
5

De kerk kent doopleden en belijdende leden.
Doopleden, belijdende leden, gastleden, de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden alsmede zij die blijk geven van verbondenheid met de gemeente, worden als zodanig ingeschreven in het register van de gemeente.
De evangelisch-lutherse leden worden bovendien ingeschreven in een register dat bijgehouden wordt door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. IV-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel IV

Lid
1

De gemeente, daartoe begenadigd door de Geest, is geroepen tot de dienst aan het Woord van God
in de prediking van het Evangelie en de viering van doop en avondmaal in de openbare eredienst,
in de dienst van de gebeden,
in de missionaire arbeid,
in het diaconaat,
in de herderlijke zorg,
in de geestelijke vorming
en ook in alle andere arbeid
tot opbouw van het lichaam van Christus.

Kerkorde PKN (2004) Art. IV-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel IV

Lid
2

Alle leden van de gemeente zijn geroepen en gerechtigd hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan de gemeente geeft.

Kerkorde PKN (2004) Art. IV-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel IV

Lid
3

De gemeente geeft gehoor aan haar roeping door onder leiding van de kerkenraad de samenhang in haar leven en werken te bevorderen en alles te richten op de lofprijzing van de Naam des Heren en de dienst in de wereld.

Kerkorde PKN (2004) Art. V-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
1

Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven.
Met het oog op deze dienst onderscheidt de kerk
het ambt van predikant,
het ambt van ouderling,
het ambt van diaken
alsmede andere diensten in kerk en gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Art. V-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
2

De ambtsdragers zijn gemeenschappelijk verantwoordelijk voor de opbouw van de gemeente in de wereld door zorg te dragen voor
de dienst van Woord en sacramenten,
de missionaire, diaconale en pastorale arbeid,
de geestelijke vorming,
het opzicht,
het rentmeesterschap over de vermogensrechtelijke aangelegenheden
en andere arbeid tot opbouw van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Art. V-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
3

De predikanten zijn in het bijzonder geroepen tot
de bediening van Woord en sacramenten,
de verkondiging van het Woord in de wereld,
de herderlijke zorg en het opzicht
en het onderricht en de toerusting.

De ouderlingen zijn in het bijzonder geroepen tot
de zorg voor de gemeente als gemeenschap,
het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van Woord en sacramenten,
de herderlijke zorg en het opzicht
en de toerusting van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping
en zij die daartoe zijn aangewezen
bovendien tot de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard.

De diakenen zijn in het bijzonder geroepen tot
de dienst aan de Tafel van de Heer en het inzamelen en uitdelen van de liefdegaven,
de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in gemeente en wereld,
de toerusting van de gemeente tot het vervullen van haar diaconale roeping
en de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van diaconale aard.

Kerkorde PKN (2004) Art. V-4

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
4

De roeping tot het ambt geschiedt van Christuswege, plaatselijk door de gemeente en overigens door de kerk bij monde van de daartoe bevoegde vergaderingen.

Kerkorde PKN (2004) Art. V-5

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
5

Een ambt in de kerk kan uitsluitend worden vervuld door hen die daartoe naar de orde van de kerk geroepen zijn, belijdenis van het geloof hebben afgelegd en in het ambt bevestigd zijn, onder aanroeping van de Geest.
De bevestiging in het ambt vindt plaats in het midden van de gemeente, met gebruikmaking van een orde uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Art. V-6

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
6

De andere diensten omvatten in de orde van de kerk als zodanig aan te duiden bedieningen en functies, die in samenwerking met de ambtsdragers worden uitgeoefend tot vervulling van de roeping van kerk en gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
1

Opdat niet het ene ambt over het andere, de ene ambtsdrager over de andere, noch de ene gemeente over de andere heerse, maar alles wordt gericht op de gehoorzaamheid aan Christus, het Hoofd van de Kerk, is de leiding in de kerk toevertrouwd aan ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
2

Deze vergaderingen zijn
voor de gemeente de kerkenraad;
voor de tot een classis behorende gemeenten de classicale vergadering;
voor de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen bovendien de evangelisch-lutherse synode;
voor alle gemeenten tezamen en mitsdien voor de gehele kerk de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
3

De kerkenraad wordt gevormd door de bij de gemeente dienstdoende predikanten, de ouderlingen en de diakenen.
De classicale vergadering wordt gevormd door de afgevaardigde ambtsdragers van de kerkenraden van de tot de classis behorende gemeenten.
De samenstelling van de evangelisch-lutherse synode geschiedt volgens afzonderlijk daarvoor gestelde regels.
De generale synode wordt gevormd door de ambtsdragers afgevaardigd door de classicale vergaderingen en de afgevaardigden van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-4

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
4

De kerkenraad geeft leiding aan het leven en werken van de gemeente.
De classicale vergadering geeft leiding aan het leven en werken van de classis en geeft daarin gestalte aan de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor elkaar en voor de gehele kerk, alsmede aan de verantwoordelijkheid van de kerk voor de gemeenten.
De evangelisch-lutherse synode geeft leiding aan het leven en werken van de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen en draagt zorg voor het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie.
De generale synode geeft leiding aan het leven en werken van de kerk in haar geheel.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-5

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
5

De kerkenraad neemt geen besluiten in aangelegenheden die voor het leven van de gemeente van wezenlijk belang zijn, zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-6

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
6

De kerkenraad kan, onder behoud van zijn uiteindelijke verantwoordelijkheid, de zorg voor de opbouw van de gemeente delen met door hem in te stellen werkgroepen.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-7

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
7

De classicale vergaderingen werken voor gezamenlijk te verrichten arbeid ten dienste van de gemeenten samen in algemene classicale vergaderingen, volgens de regels bij ordinantie gesteld.
Een algemene classicale vergadering wordt gevormd door leden van de in haar samenwerkende classicale vergaderingen.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-8

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
8

De ambtelijke vergaderingen laten zich met het oog op de vervulling van de roeping van de kerk en de gemeenten, bijstaan door organen van bijstand.
Een orgaan van bijstand wordt ingesteld door een ambtelijke vergadering en is, onder verantwoordelijkheid van die vergadering, belast met hetgeen dit orgaan op zijn arbeidsveld tot taak wordt gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-9

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
9

Een ambtelijke vergadering kan uit haar midden een aantal leden aanwijzen die tezamen een breed moderamen vormen waaraan de ambtelijke vergadering de uitoefening van bepaalde bevoegdheden kan delegeren, volgens regels bij ordinantie gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-10

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
10

Voor het verrichten van werkzaamheden die voor een classis, voor de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of voor de kerk in haar geheel van algemeen belang zijn, kunnen door de betreffende ambtelijke vergaderingen predikanten in algemene dienst worden beroepen dan wel functionarissen worden benoemd, die verbonden worden aan respectievelijk de classis, de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of de kerk in haar geheel.

Kerkorde PKN (2004) Art. VI-11

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
11

In de meerdere vergaderingen zullen alleen zaken worden behandeld die naar de orde van de kerk tot het werk van de meerdere vergaderingen behoren, dan wel die in de mindere vergaderingen niet kunnen worden afgedaan.

Kerkorde PKN (2004) KO-b

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Artikel
VII-XVI

Kerkorde PKN (2004) Art. VII-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De eredienst

Artikel VII

Lid
1

Geroepen door haar Heer komt de gemeente samen tot de lezing van de Heilige Schrift en de prediking van het Evangelie, de bediening en viering van de doop en het avondmaal, de dienst van lofzang en gebed en de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid.
De gemeente komt samen tot boete-, dank- en gebedsdiensten, leerdiensten, trouwdiensten en diensten van rouwdragen en gedenken.
Daarnaast kent de kerk dagelijkse getijdendiensten met lofprijzing en gebeden.

Kerkorde PKN (2004) Art. VII-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De eredienst

Artikel VII

Lid
2

De eredienst wordt geleid door hen die daartoe in de orde van de kerk zijn aangewezen.
De inrichting van de eredienst wordt vastgesteld door de kerkenraad met inachtneming van de bijzondere verantwoordelijkheid van de voorgangers en hen die zorgdragen voor de kerkmuziek.
Ten behoeve van de eredienst worden, naar regels bij ordinantie gegeven, door de generale synode aangewezen, aangeboden of vastgesteld
de bijbelvertaling,
het psalm- en gezangboek
en het dienstboek met orden van dienst.

Kerkorde PKN (2004) Art. VII-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De eredienst

Artikel VII

Lid
3

De kerk viert de dag des Heren.
De kerk viert en gedenkt op bijzondere dagen
de komst, de geboorte en de verschijning van Christus,
zijn lijden, sterven en opstanding,
zijn hemelvaart en
de uitstorting van de Heilige Geest.
De kerk viert de zondag van de Drie-eenheid.
De kerk gedenkt de dag van de kerkhervorming.

Kerkorde PKN (2004) Art. VIII-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De heilige doop

Artikel VIII

Lid
1

De heilige doop wordt bediend
in het midden van de gemeente
door een predikant,
met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Art. VIII-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De heilige doop

Artikel VIII

Lid
2

De doop wordt bediend aan hen
voor wie of door wie de doop begeerd wordt,
nadat het geloof door en met de gemeente beleden is.

Kerkorde PKN (2004) Art. VIII-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De heilige doop

Artikel VIII

Lid
3

De doop wordt bediend onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, met inachtneming van de richtlijnen die de kerk daarvoor stelt.

Kerkorde PKN (2004) Art. IX-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het heilig avondmaal

Artikel IX

Lid
1

Het heilig avondmaal wordt door de gemeente gevierd
en door een predikant bediend,
met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Art. IX-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het heilig avondmaal

Artikel IX

Lid
2

Tot de maaltijd van de Heer zijn genodigd
zij die Jezus Christus belijden en instemmen met de lofprijzing
en door geloofsonderricht tot dit geheimenis zijn toegeleid.

Kerkorde PKN (2004) Art. IX-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het heilig avondmaal

Artikel IX

Lid
3

De kerkenraad bepaalt na beraad in de gemeente
op welke wijze de leden op de deelname aan het heilig avondmaal worden voorbereid
en tevens of de leden alleen na openbare geloofsbelijdenis aan de maaltijd kunnen deelnemen.

Kerkorde PKN (2004) Art. IX-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het heilig avondmaal

Artikel IX

Lid
4

De maaltijd van de Heer wordt gevierd onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, met inachtneming van de richtlijnen die de kerk daarvoor stelt.

Kerkorde PKN (2004) Art. X-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
1

De gemeente is vanwege haar missionaire opdracht, in heel haar bestaan gericht op getuigenis en dienst aan hen die het Evangelie niet kennen of daarvan vervreemd zijn, opdat ook zij delen in het heil in Jezus Christus.

Kerkorde PKN (2004) Art. X-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
2

De gemeente vervult haar diaconale roeping in de kerk en in de wereld door in de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid te delen wat haar aan gaven geschonken is, te helpen waar geen helper is en te getuigen van de gerechtigheid van God waar onrecht geschiedt.

Kerkorde PKN (2004) Art. X-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
3

De gemeente volbrengt haar pastorale taak in de herderlijke zorg aan de leden en anderen die deze zorg behoeven, opdat zij elkaar opbouwen in geloof, hoop en liefde.

Kerkorde PKN (2004) Art. X-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
4

De gemeente zoekt bij de vervulling van haar missionaire, diaconale en pastorale roeping samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen ter plaatse.

Kerkorde PKN (2004) Art. X-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
5

Met het oog op de vervulling van haar roeping maakt de gemeente in een relatie van wederkerigheid dankbaar gebruik van inzichten en ervaringen die haar worden aangereikt door gemeenten waarvan de leden uit andere culturen afkomstig zijn.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
1

De gemeente is geroepen blijvend een lerende gemeenschap te zijn.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
2

De vorming en toerusting van haar leden krijgt gestalte in onderricht en bezinning, in meditatie en gebed, in beraad en daadwerkelijke inzet.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
3

De geestelijke vorming van de jonge gemeenteleden vindt plaats
in de geloofsopvoeding thuis en in de gemeente,
en in het werk met en ten behoeve van de jeugd.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
4

De gemeente heeft de opdracht mee te werken aan de geestelijke vorming van de jongeren op school en in andere instellingen waar zij worden gevormd en onderwezen, en zij zoekt naar mogelijkheden om het geloof tot uitdrukking te brengen in de sociale en culturele verbanden waarin de jeugd zich oriënteert.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
5

Door catechese wordt kerkelijk onderricht gegeven aan de jonge leden van de gemeente en verder aan allen die dit onderricht verlangen.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-6

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
6

Het doel van de catechese is
het leren leven uit Gods beloften en naar zijn geboden,
de toerusting tot het christelijk getuigenis in de wereld,
het ontdekken en leren aanwenden van de gaven voor de opbouw van de gemeente van Christus,
de toeleiding tot de viering van doop en avondmaal en
de voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-7

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
7

De catechese betreft
het lezen en verstaan van de Heilige Schrift,
de eredienst, de liederen en gebeden,
de belijdenis en de geschiedenis van de kerk,
het leven als christen in de wereld.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-8

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
8

De openbare geloofsbelijdenis wordt afgelegd
om de doop te ontvangen of te beamen,
als blijk van de bereidheid om van de Heer te getuigen,
medeverantwoordelijkheid te dragen in de gemeente van Christus
en te blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten.
De openbare geloofsbelijdenis vindt plaats in het midden van de gemeente, met gebruikmaking van een orde uit het dienstboek van de kerk.
De kerkenraad voert met hen die voornemens zijn belijdenis van het geloof af te leggen, een gesprek over hun motivatie en over de inhoud van hun geloof.

Kerkorde PKN (2004) Art. XI-9

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
9

De zorg voor de vorming, de toerusting en de catechese berust bij de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Art. XII-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
1

De gemeente is geroepen te blijven in de weg van het belijden van de kerk.
Het opzicht, gegrond in de barmhartigheid van Jezus Christus, geschiedt tot eer van God, tot bewaring van de gemeente en tot behoud van hen die dwalen.

Kerkorde PKN (2004) Art. XII-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
2

In de gemeente zijn de leden geroepen pastoraal en liefdevol naar elkaar om te zien en elkaar op te bouwen in geloof, hoop en liefde.

Kerkorde PKN (2004) Art. XII-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
3

Het opzicht dat wordt uitgeoefend door of in opdracht van de ambtelijke vergaderingen, betreft
het geestelijk leven van de gemeenten, het gehoor geven aan haar roeping en de vervulling van ambten en andere diensten;
de belijdenis en wandel van leden en ambtsdragers en van hen, die een andere dienst vervullen; en
de verkondiging, de catechese en de opleiding en vorming van predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Art. XII-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
4

Het opzicht over de gemeenten geschiedt in de visitatie en betreft haar geestelijk leven, het gehoor geven aan haar roeping en de vervulling van ambten en andere diensten en heeft ten doel de opbouw van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Art. XII-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
5

Het opzicht over belijdenis en wandel van leden en ambtsdragers en van hen die een andere dienst vervullen, wordt uitgeoefend door pastorale samenspreking en vermaan.

Kerkorde PKN (2004) Art. XII-6

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
6

Met het oog op de rechte bediening van Woord en sacramenten houdt de kerk opzicht over de verkondiging en de catechese, alsmede over de opleiding en vorming van predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Art. XII-7

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
7

Indien nodig gaat de kerk over tot toepassing van de middelen die met kerkelijke tucht gegeven zijn, volgens de regels bij ordinantie gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Art. XIII-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
1

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente berust bij de kerkenraad, die de verzorging van deze zaken toevertrouwt aan
het college van diakenen, voorzover het betreft de vermogensrechelijke aangelegenheden van diaconale aard en
de daartoe in het bijzonder aangewezen ouderlingen die − desgewenst aangevuld met andere leden van de gemeente − tezamen het college van kerkrentmeesters vormen, voorzover het betreft de andere vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Art. XIII-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
2

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de classis berust bij de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Art. XIII-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
3

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de evangelisch-lutherse synode, waaronder de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de evangelisch-lutherse gemeenten gemeenschappelijk, berust bij de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. XIII-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
4

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de kerk berust bij de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. XIII-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
5

Op de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden wordt toegezien door de daartoe aangewezen organen van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Art. XIV-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Bezwaren en geschillen

Artikel XIV

Lid
1

Bezwaren en geschillen voor de behandeling waarvan in de orde van de kerk niet een afzonderlijk orgaan of een bijzondere wijze van behandeling is aangegeven, worden voorgelegd aan de daartoe aangewezen colleges.

Kerkorde PKN (2004) Art. XIV-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Bezwaren en geschillen

Artikel XIV

Lid
2

Onverminderd het in lid 1 bepaalde kan bij een kerkelijk lichaam een verzoek tot herziening van een door dit lichaam genomen besluit worden ingediend.

Kerkorde PKN (2004) Art. XV-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
1

De zorg voor de opleiding en vorming van predikanten berust bij de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. XV-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
2

De opleiding en vorming van predikanten vindt plaats bij of aan universiteiten en seminaria die door de kerk zijn gesticht of aangewezen.

Kerkorde PKN (2004) Art. XV-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
3

De generale synode kan, in geval van een opleiding elders of bij singuliere gaven, een andere weg tot het ambt van predikant openen.

Kerkorde PKN (2004) Art. XV-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
4

Wie toelating tot het ambt van predikant verlangen dienen mee te werken aan onderzoek naar geschiktheid, bekwaamheid en roeping tot het ambt.

Kerkorde PKN (2004) Art. XV-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
5

Indien er geen bezwaren bestaan, verkrijgen zij na het afleggen van de daartoe bestemde belofte het recht om als proponent te staan naar het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVI-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Leven en werk van de kerk in oecumenisch perspectief

Artikel XVI

Lid
1

Als gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk, is de kerk geroepen om de eenheid, de gemeenschap en de samenwerking met andere kerken van Jezus Christus te zoeken en te bevorderen.
De kerk neemt deel aan en stimuleert de oecumenische arbeid in Nederland en in de wereld.
Zij zoekt en onderhoudt nauwere betrekkingen met kerken waarmee zij door banden van belijdenis of van geschiedenis verbonden is.
Zij zoekt vereniging met kerken waarmee eenheid of verwantschap bestaat in geloof en kerkorde.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVI-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Leven en werk van de kerk in oecumenisch perspectief

Artikel XVI

Lid
2

In de missionaire arbeid, in Nederland en in de wereld, vervult de kerk haar zendingsopdracht, samen met kerken en gemeenten ter plaatse, in ondersteuning van elkaar.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVI-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Leven en werk van de kerk in oecumenisch perspectief

Artikel XVI

Lid
3

In de diaconale arbeid, in Nederland en in de wereld, vervult de kerk haar opdracht om zich in te zetten voor wie lijden en hen bij te staan in het zoeken naar vertroosting en gerechtigheid, in samenwerking met kerken en gemeenten ter plaatse en met verwante instanties.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVI-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Leven en werk van de kerk in oecumenisch perspectief

Artikel XVI

Lid
4

De kerk verricht haar arbeid van getuigenis en dienst in respectvolle omgang met andere godsdiensten.

Kerkorde PKN (2004) KO-c

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Artikel
XVII-XIX

Kerkorde PKN (2004) Art. XVII-1

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
1

De orde van de kerk wordt nader geregeld bij of krachtens ordinantie.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVII-2

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
2

Een ordinantie wordt vastgesteld of gewijzigd door de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVII-3

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
3

Een voorstel tot vaststelling van of wijziging in een ordinantie kan worden ingediend, hetzij door een classicale vergadering, door de evangelisch-lutherse synode of door een orgaan van bijstand van de generale synode, hetzij in de generale synode zelf.
Tot het indienen van een dergelijk voorstel kan door de classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of het orgaan van bijstand van de generale synode echter niet worden besloten in dezelfde bijeenkomst als die waarin het voorstel werd gedaan.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVII-4

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
4

Nadat de generale synode een ordinantie of een wijziging in een ordinantie in eerste lezing heeft vastgesteld, legt zij deze voor aan de kerkenraden ter consideratie door de classicale vergaderingen en door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVII-5

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
5

Daarna kan de generale synode de desbetreffende ordinantie of wijziging in een ordinantie definitief vaststellen.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVIII-1

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
1

Wijzigingen in de kerkorde worden aangebracht door de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVIII-2

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
2

Een voorstel tot een wijziging in de kerkorde kan worden ingediend, hetzij door een classicale vergadering of door de evangelisch-lutherse synode, hetzij door de generale synode zelf.
Tot het indienen van een dergelijk voorstel kan door de classicale vergadering of de evangelisch-lutherse synode echter niet worden besloten in dezelfde bijeenkomst als die waarin het voorstel werd gedaan.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVIII-3

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
3

Een wijziging in de kerkorde betreffende de evangelisch-lutherse gemeenten en de evangelisch-lutherse synode kan eerst in eerste lezing worden vastgesteld na instemmend advies van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVIII-4

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
4

Nadat de generale synode een wijziging in de kerkorde in eerste lezing heeft vastgesteld, legt zij deze voor aan de kerkenraden ter consideratie door de classicale vergaderingen en door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Art. XVIII-5

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
5

Daarna kan de generale synode de wijziging in de kerkorde definitief vaststellen, waartoe een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen vereist is.

Kerkorde PKN (2004) Art. XIX-1

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De orde van de kerk in tijden van nood

Artikel XIX

Lid
1

Indien en voor zover buitengewone omstandigheden van land en volk het normaal functioneren van het leven van de kerk onmogelijk maken, treffen de daarvoor in aanmerking komende lichamen van de kerk of hun leden de door de omstandigheden tijdelijk geboden, van de orde van de kerk afwijkende maatregelen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1

Ordinantie 1 Het belijden

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-1-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 1.

Het belijden van kerk en gemeenten

Lid
1

In het belijden van de kerk zijn de gemeenten verbonden met de belijdenis van het voorgeslacht, waarbij de hervormde gemeenten en de gereformeerde kerken zich in het bijzonder verbonden weten met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie en de evangelisch-lutherse gemeenten in het bijzonder met de belijdenisgeschriften van de lutherse traditie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-1-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 1.

Het belijden van kerk en gemeenten

Lid
2

De kerk erkent en respecteert deze bijzondere verbondenheid van de gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-1-3

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 1.

Het belijden van kerk en gemeenten

Lid
3

De gemeenten erkennen en respecteren de (bijzondere) verbondenheid van andere gemeenten ten aanzien van de belijdenisgeschriften en zijn geroepen om in gehoorzaamheid aan het Woord van God te volharden en te groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-1-4

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 1.

Het belijden van kerk en gemeenten

Lid
4

Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-2-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 2.

Het gesprek met Israël

Lid
1

De kerk is geroepen in al haar geledingen het gesprek met Israël te zoeken en gestalte te geven aan de verbondenheid met het volk Israël.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-2-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 2.

Het gesprek met Israël

Lid
2

De generale synode − daarin bijgestaan door organen van de kerk die op dit terrein werkzaam zijn − heeft hierbij in het bijzonder tot taak:
- het onderzoek van de Heilige Schrift ten aanzien van de vragen met betrekking tot Israël te bevorderen,
- leiding te geven aan
  - de verdieping en verbreding van het inzicht van de kerk in de weg van God met Israël en
  - het gesprek met Israël,
- het inzicht in en bestrijding van antisemitisme te bevorderen,
- de gemeenten toe te rusten tot de ontmoeting met Israël,
- de aandacht voor de plaats van joodse leden van de kerk te bevorderen,
- de arbeid ten behoeve van Israël in de verschillende geledingen van de kerk te coördineren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-2-3

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 2.

Het gesprek met Israël

Lid
3

De arbeid met en ten behoeve van Israël wordt zoveel mogelijk verricht in samenwerking met organen van andere kerken die in deze arbeid werkzaam zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-3-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
1

Door haar belijden van Jezus Christus als Heer en Verlosser van de wereld roept de kerk in al haar geledingen op tot vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-3-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
2

Op grond van dit belijden bevordert de kerk de meningsvorming in de gemeenten over maatschappelijke vragen, in de eigen omgeving en wereldwijd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-3-3

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
3

Met het oog op de vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat kan de kerk zich uitspreken over maatschappelijke vragen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-3-4

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
4

Gehoor gevend aan haar opdracht te getuigen van Gods beloften en geboden kan de kerk een getuigenis doen uitgaan terzake van maatschappelijke vragen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-3-5

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
5

De ambtelijke vergaderingen kunnen zich uitspreken over dan wel een getuigenis doen uitgaan terzake van maatschappelijke vragen die hun ressort betreffen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-3-6

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
6

De generale synode laat zich in de regel, wanneer zij een getuigenis tot overheid en volk doet uitgaan, bijstaan door de organen van de kerk die op het desbetreffende terrein werkzaam zijn. Zij zoekt daarbij naar mogelijkheden dit getuigenis samen met andere kerken te doen uitgaan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-4-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 4.

Uitdrukking van het belijden van de kerk

Lid
1

De generale synode bepaalt welke uitingen van de kerk naast de in artikel I-4 van de kerkorde genoemde belijdenisgeschriften als uitdrukking van het belijden van de kerk worden aangemerkt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-4-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 4.

Uitdrukking van het belijden van de kerk

Lid
2

Het besluit om een uiting van de kerk aan te merken als uitdrukking van het belijden van de kerk kan door de generale synode eerst genomen worden, nadat de classicale vergaderingen − de kerkenraden in hun ressort gehoord − en de evangelisch-lutherse synode de gelegenheid hebben gekregen daarover te considereren. In de regel treedt zij daarover ook in overleg met andere daarvoor in aanmerking komende kerken.
Een besluit als bedoeld in dit lid behoeft een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-5-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
1

Bezwaren inzake het belijden van de kerk kunnen door leden van de kerk − onder beroep op de Heilige Schrift − worden voorgelegd aan het oordeel van de kerk, die zich daarover uitspreekt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-5-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
2

Een gravamen als bedoeld in lid 1 kan alleen worden ingediend tegen de in artikel I-4 van de kerkorde genoemde belijdenisgeschriften alsmede tegen uitingen van de kerk die overeenkomstig het in het vorige artikel bepaalde door de generale synode zijn aangemerkt als uitdrukking van het belijden van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-5-3

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
3

Een gravamen wordt schriftelijk en met redenen omkleed ingediend bij de classicale vergadering van de classis waartoe de gemeente waarbij de bezwaarde als lid is ingeschreven, behoort.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-5-4

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
4

De classicale vergadering vraagt advies aan de kerkenraad van bezwaarde en benoemt uit haar midden een commissie die de bezwaarde hoort. De bezwaarde kan zich daarbij laten bijstaan door een raadsman of -vrouw.
Bij de behandeling van het gravamen in de classicale vergadering wordt een aantal deskundigen op het terrein van kerk en theologie betrokken die door de classicale vergadering worden aangewezen in overleg met het orgaan van de kerk dat op het terrein van kerk en theologie werkzaam is, maar die geen deel uitmaken van dat orgaan.
Bij de behandeling in de classicale vergadering wordt de bezwaarde als toehoorder uitgenodigd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-5-5

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
5

De classicale vergadering zendt het gravamen met een advies door naar de generale synode, teneinde te komen tot een eindoordeel van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-5-6

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
6

De generale synode benoemt − na ontvangst van het door de classicale vergadering doorgezonden gravamen − uit haar midden een commissie van voorbereiding, die de bezwaarde hoort en het advies vraagt van het orgaan van de kerk dat op het terrein van kerk en theologie werkzaam is.
Indien het gravamen de belijdenisgeschriften waardoor de kerk zich verbonden weet met de lutherse traditie betreft vraagt deze commisie tevens advies aan de evangelisch-lutherse synode.
Indien het gravamen de belijdenisgeschriften waardoor de kerk zich verbonden weet met de gereformeerde traditie betreft vraagt deze commissie tevens advies aan de raad van advies voor het gereformeerde belijden.
Zo nodig vraagt deze commissie het oordeel van daarvoor in aanmerking komende andere kerken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-5-7

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
7

De generale synode geeft vervolgens een eindoordeel over het gravamen, zendt daarvan een afschrift toe aan de indiener, de betrokken kerkenraad en classicale vergadering en brengt het eindoordeel ter kennis van de kerk.
Een besluit waarin de synode erkent dat een bezwaar grond vindt in de Heilige Schrift behoeft een meerderheid van twee derde van uitgebrachte geldige stemmen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 1-5-8

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
8

Is de generale synode van oordeel dat het ingediende bezwaar niet als een gravamen kan worden aangemerkt, dan wordt het bezwaar ter behandeling doorgezonden naar het bevoegde college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2

Ordinantie 2 De gemeenten

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.I.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel
1-5

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-1-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 1.

Algemeen

Lid
1

Een gemeente is de gemeenschap die, geroepen tot eenheid, getuigenis en dienst, samenkomt rondom Woord en sacramenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-2-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 2.

De leden van de gemeente

Lid
1

Tot een gemeente behoren
als doopleden:
- zij die in een gemeente van de kerk de doop hebben ontvangen of die in een andere kerk de doop hebben ontvangen en naar de Protestantse Kerk in Nederland zijn overgekomen
- en die als zodanig zijn ingeschreven in het register van deze gemeente;
als belijdende leden:
- zij die in een gemeente van de kerk belijdenis van het geloof hebben gedaan of die de doop hebben ontvangen, belijdenis van het geloof hebben gedaan in een andere kerk en naar de Protestantse Kerk in Nederland zijn overgekomen
- en die als zodanig zijn ingeschreven in het register van deze gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-2-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 2.

De leden van de gemeente

Lid
2

De leden zijn — behoudens toepassing van het in artikel 5-3 bepaalde — ingeschreven in het register van de gemeente, binnen welker grondgebied zij hun vaste woonplaats hebben.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-3-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
1

Tot een gemeente behoren — naast de in artikel 2 bedoelde leden van de gemeente — tevens zij die in het register van deze gemeente als gastlid zijn ingeschreven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-3-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
2

In het register van een gemeente kunnen als gastlid worden ingeschreven leden van kerken waarmee de Protestantse Kerk in Nederland bijzondere betrekkingen onderhoudt, alsmede van andere kerken ten aanzien waarvan de generale synode dit heeft bepaald, onder overeenkomstige toepassing van artikel 2-2.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-3-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
3

Het gastlidmaatschap wordt nader geregeld bij generale regeling.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-4-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 4.

Zij die met de gemeente verbonden zijn

Lid
1

Tot de gemeenschap van een gemeente worden — naast de in artikel 2 bedoelde leden van de gemeente en de in artikel 3 bedoelde gastleden — voorts gerekend de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden alsmede degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-5-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
1

Bij verhuizing worden de leden ingeschreven in het register van een gemeente binnen welker grondgebied zij hun vaste woonplaats hebben,
een en ander met inachtneming van het hierna bepaalde:
a. Zij die ingeschreven waren in het register van een protestantse gemeente, worden ingeschreven in het register van de protestantse gemeente in de plaats van vestiging.
Is in de plaats van vestiging geen protestantse gemeente, dan ontvangen zij bericht vanwege de generale synode dat zij zullen worden ingeschreven in het register van de daartoe — volgens een door de classicale vergadering te maken regeling — aangewezen gemeente in de plaats van vestiging,
onder vermelding van de andere tot de kerk behorende gemeenten ter plaatse.
Indien betrokkenen binnen een maand  geen voorkeur kenbaar maken, worden zij ingeschreven in de door de classicale vergadering aangewezen gemeente.
b. Zij die ingeschreven waren in het register van een hervormde gemeente respectievelijk een gereformeerde kerk, worden ingeschreven in het register van de hervormde gemeente respectievelijk de gereformeerde kerk in de plaats van vestiging.
Is in de plaats van vestiging geen hervormde gemeente respectievelijk gereformeerde kerk, dan vindt de inschrijving plaats in het register van de protestantse gemeente in de plaats van vestiging.
c. Zij die ingeschreven zijn in het register van de evangelisch-lutherse leden als bedoeld in artikel 10, worden ingeschreven in het register van de evangelisch-lutherse gemeente in de plaats van vestiging dan wel van de protestantse gemeente die door vereniging met een evangelisch-lutherse gemeente is ontstaan.
d. Indien er in een plaats van vestiging meer dan één protestantse gemeente respectievelijk hervormde gemeente respectievelijk gereformeerde kerk respectievelijk evangelisch-lutherse kerk is, dan ontvangen betrokkenen bericht vanwege de generale synode dat zij zullen worden ingeschreven in het register van de daartoe — volgens een door de classicale vergadering te maken regeling — aangewezen gemeente in de plaats van vestiging, onder vermelding van de andere tot de kerk behorende gemeenten ter plaatse.
Indien betrokkenen binnen een maand geen voorkeur kenbaar maken, worden zij ingeschreven in de door de classicale vergadering aangewezen gemeente.

 

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-5-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
2

Indien er op een bepaald grondgebied meer dan een tot de kerk behorende gemeente is, kunnen de leden die in het register van een van deze gemeenten zijn ingeschreven zich op hun verzoek laten overschrijven naar het register van een van de andere in hetzelfde gebied gelegen gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-5-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
3

a. Als lid van een gemeente kunnen — op hun schriftelijk en gemotiveerd verzoek en met instemming van de kerkenraden van de betrokken gemeenten — in het register van een gemeente ook worden ingeschreven de in artikel 2-2 bedoelde leden van de kerk die hun vaste woonplaats hebben in een andere tot de kerk behorende gemeente.
Voor de gedoopte en niet-gedoopte kinderen beneden de leeftijd van 18 jaar wordt het verzoek tot inschrijving in een andere gemeente dan de woongemeente ingediend door de ouders of verzorgers.
b. Weigert een van de betrokken kerkenraden de gevraagde instemming, dan kunnen betrokkenen een beslissing ter zake vragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis, waartoe de gemeente waarbinnen zij hun vaste woonplaats hebben, behoort.
Alvorens een beslissing te nemen, hoort dit breed moderamen — indien de gemeente waarbij de inschrijving wordt verzocht, tot een andere classis behoort — het breed moderamen van de classicale vergadering van die andere classis.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-5-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
4

Bij verhuizing naar het buitenland kan een verklaring van lidmaatschap of een attestatie als bedoeld in ordinantie 14-4-3 worden afgegeven, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 6-4-3.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.II.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel
6-10

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van gemeenten en kerk worden de volgende registers bijgehouden:
a. het register van de gemeente dat bestaat uit
 - het register van de gemeenteleden
 - het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente;
b. het register van de leden van alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland;
c. het register van de evangelisch-lutherse leden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
2

Het doel van de registratie is het kunnen beschikken over persoonsgegevens ten behoeve van het functioneren van het kerkelijk leven en werken in de ruimste zin van het woord.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
3

De in lid 1 bedoelde registers worden ingericht en bijgehouden naar regels bij generale regeling vastgesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
4

Ieder die in een register als bedoeld in lid 1 is opgenomen heeft recht op inzage van hetgeen omtrent betrokkene is geregistreerd en op correctie van onjuistheden in de geregistreerde gegevens.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
5

Van de gegevens van de registers wordt geen gebruik gemaakt dan met voorafgaande toestemming van de houder van het register, behalve voor het verstrekken van gegevens voor de kerkvisitatie of voor de tenuitvoerlegging van andere bij of krachtens ordinantie voorgeschreven werkzaamheden. Ten aanzien van het gebruik van gegevens van de door of vanwege de kerkenraad bijgehouden registers kan de in dit lid bedoelde toestemming alleen worden gegeven door deze kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-7-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van de gemeente wordt door of vanwege de kerkenraad een register van gemeenteleden ingericht en bijgehouden, alsmede in een gemeente met wijkgemeenten een register van de leden van de wijkgemeente. In deze registers worden ingeschreven de doopleden en de belijdende leden die tot de (wijk)gemeente behoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-7-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
2

Allen die als leden zijn ingeschreven in het register van een gemeente blijven tot haar behoren zolang zij niet
- in een andere gemeente worden opgenomen door verandering van woonplaats,
- ingeschreven worden in een andere gemeente van de kerk,
- metterwoon zich vestigen in het buitenland,
- tot een andere kerkgemeenschap overgaan,
- zichzelf onttrekken aan de gemeenschap van de kerk door middel van een uitdrukkelijke verklaring aan de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-7-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
3

Bij vertrek dan wel overschrijving van een lid van een gemeente naar een andere gemeente worden de desbetreffende gegevens uit het register van gemeenteleden toegezonden aan de gemeente van inschrijving.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-7-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
4

Op hun verzoek kunnen leden van een andere kerk door of vanwege de kerkenraad in het register van gemeenteleden als gastlid worden ingeschreven, een en ander naar regels bij generale regeling vastgesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-8-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van de gemeente wordt voorts door of vanwege de kerkenraad een register bijgehouden van degenen die de gemeente tot haar gemeenschap rekent.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-8-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
2

In dit register worden ingeschreven de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en zij die blijk geven van verbondenheid met de gemeente, tenzij daartegen door of namens betrokkenen of hun wettelijke vertegenwoordigers bezwaar wordt gemaakt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-8-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
3

Van de inschrijving van niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente worden betrokkenen of hun wettelijke vertegenwoordigers binnen vier weken op de hoogte gesteld. Voor deze ingeschrevenen is het bepaalde in artikel 7-3 van toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-9-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
1

Ten behoeve van de continuïteit van de registratie van de leden van de gemeenten en van de onderlinge uitwisselbaarheid van de verzamelde gegevens doet de generale synode een registratie onderhouden van de leden van alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-9-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
2

De gemeenten zijn gehouden ten behoeve van de landelijke ledenregistratie alle mutaties op het ledenbestand van de gemeente die haar ter kennis komen, aan de generale synode ter beschikking te stellen, terwijl de gemeenten een opgave ontvangen van de in de landelijke ledenregistratie aangebrachte mutaties die hun gemeente betreffen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-9-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
3

Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het register als bedoeld in artikel 8 van deze ordinantie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-10-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 10.

Het register van evangelisch-lutherse leden

Lid
1

De evangelisch-lutherse leden van de kerk worden tevens ingeschreven in een daartoe door de evangelisch-lutherse synode bijgehouden register.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-10-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 10.

Het register van evangelisch-lutherse leden

Lid
2

In het register van de evangelisch-lutherse leden worden opgenomen
- zij die als dooplid of belijdend lid zijn ingeschreven in het register van een evangelisch-lutherse gemeente en
- zij die als dooplid of belijdend lid in het register van een andere tot de kerk behorende gemeente zijn ingeschreven en − op een daartoe strekkend verzoek − zijn ingeschreven door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.III.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel
11-19

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
1

Elke gemeente heeft haar door de kerk vastgestelde grenzen en wordt aangeduid als respectievelijk de Protestantse gemeente te ...., de Hervormde gemeente te ...., de Gereformeerde kerk te ...., de Evangelisch-Lutherse gemeente te ....,
waar nodig met een bijzondere aanduiding om haar kerkordelijk, postaal en in het rechtsverkeer te onderscheiden van de andere plaatselijke gemeente(n).

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
2

De protestantse gemeenten, de hervormde gemeenten — waartoe ook gerekend worden de Waalse, de Presbyteriaans-Engelse en Schotse gemeenten in Nederland —, de gereformeerde kerken en de evangelisch-lutherse gemeenten, alsmede de hervormde, de gereformeerde en de evangelisch-lutherse wijkgemeenten van een protestantse gemeente worden opgenomen in een door de generale synode bijgehouden register van de gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
3

De aanduiding en de naam van de gemeente worden door de kerkenraad niet gewijzigd dan nadat de leden van de gemeente daarin gekend en hierover gehoord zijn. Bedoelde wijziging kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van de classicale vergadering, die in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode hoort.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
4

De grenzen van de gemeenten worden vastgesteld en gewijzigd door de classicale vergadering, die de kerkenraden van de betrokken gemeenten en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — de evangelisch-lutherse synode hoort en de betrokken leden van de kerk in de gelegenheid stelt hun oordeel kenbaar te maken.
Indien het grenzen betreft met een gemeente die behoort tot een andere classis geschiedt deze vaststelling en wijziging in overleg met de betreffende classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
5

De kerkenraden van gemeenten waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt zijn gehouden elkaar op de hoogte te stellen van de werkzaamheden die door of vanwege de gemeente worden verricht, met name waar deze werkzaamheden de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en het jeugdwerk van de gemeente betreffen, en op deze terreinen te zoeken naar samenwerking.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
6

De in het vorige lid bedoelde gemeenten kunnen op verschillende terreinen van het kerkelijk leven nauw samenwerken.
Een besluit tot zulk een samenwerking, waarin vastgelegd dient te worden welke arbeid geheel of gedeeltelijk onder gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zal worden verricht, wordt genomen door de kerkenraden van de betrokken gemeenten, nadat de leden van de gemeenten daarin gekend en daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
7

Op de samenwerking als bedoeld in lid 5 en 6 zijn de bepalingen van de generale regeling voor samenwerking en federatie van toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
8

Waar in de ordinanties of generale regelingen sprake is van gemeente respectievelijk kerkenraad wordt in het geval van een gemeente met wijkgemeenten steeds de wijkgemeente respectievelijk de wijkkerkenraad bedoeld, tenzij nadrukkelijk anders wordt vermeld of uit de bepaling blijkt dat kennelijk de gemeente als geheel respectievelijk de algemene kerkenraad wordt bedoeld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
1

Een protestantse gemeente wordt gevormd door vereniging van twee of meer tot de kerk behorende gemeenten waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
2

Een besluit tot vereniging wordt genomen door de kerkenraden van de betrokken gemeenten, nadat de leden van de gemeenten daarin gekend en daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
3

Een besluit tot vereniging kan, indien het betreft de vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren, niet genomen worden dan nadat
- de wijkkerkenraden zijn gehoord en
- de leden van de wijkgemeenten daarin gekend en door de wijkkerkenraden daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
4

Vereniging van twee of meer gemeenten tot een protestantse gemeente kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
5

Een voorstel tot vereniging gaat gepaard met een voorstel voor de vaststelling van de grenzen van de te vormen protestantse gemeente respectievelijk voor de wijziging van de grenzen van de andere betrokken gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
6

Indien het voor een gemeente niet mogelijk is door vereniging een protestantse gemeente te vormen, hetzij omdat er geen andere tot de kerk behorende gemeente ter plaatse is, hetzij omdat door de andere gemeente(n) te kennen is gegeven niet bereid te zijn tot vereniging te komen, kan de classicale vergadering, gehoord de kerkenraad van de andere gemeente, de eerstgenoemde gemeente op haar verzoek aanmerken als protestantse gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
7

Het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 is van overeenkomstige toepassing op wijkgemeenten die deel uitmaken van een protestantse gemeente, met dien verstande dat in dat geval de vereniging plaatsvindt met medewerking en goedvinden van de algemene kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
8

Indien er bij de vereniging van gemeenten die tezamen een protestantse gemeente gaan vormen op hetzelfde gebied een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente blijft bestaan kan de classicale vergadering op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten besluiten de grenzen van de op hetzelfde gebied naast elkaar bestaande gemeenten te wijzigen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-9

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
9

Indien de vorming van een protestantse gemeente betreft een vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren die redenen hebben om niet zelf tot zulk een vereniging met een andere wijkgemeente over te gaan, worden de betrokken wijkgemeenten op verzoek van de desbetreffende wijkkerkenraden aangemerkt als respectievelijk hervormde, gereformeerde of evangelisch-lutherse wijkgemeente van de protestantse gemeente.
Voor zulke wijkgemeenten gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde bepalingen als voor andere wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-10

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
10

Indien de vorming van een protestantse gemeente betreft een vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren die zwaarwegende bezwaren hebben tegen de vorming van de desbetreffende protestantse gemeente, kan de classicale vergadering — met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 — ten behoeve van de tot deze wijkgemeente behorende gemeenteleden overgaan tot de vorming van respectievelijk een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente naast de protestantse gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
1

De vorming van een nieuwe gemeente geschiedt — hetzij op verzoek van belanghebbende leden van de kerk die in een bepaald gebied woonachtig zijn, hetzij op verzoek van een of meer kerkenraden van de betrokken gemeenten — door de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
2

Een daartoe strekkend verzoek dient, als het wordt gedaan door leden van de betrokken gemeenten, ingediend te worden bij de kerkenraad van hun gemeente, die het verzoek met een advies ter zake doorzendt naar de classicale vergadering.
Is het verzoek afkomstig van een kerkenraad van een van de betrokken gemeenten, dan wordt het verzoek ingediend bij de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
3

Voordat een besluit tot vorming van een nieuwe gemeente wordt genomen, wordt het advies ingewonnen van de betrokken kerkenraden, voorzover het verzoek daartoe niet van zulk een kerkenraad zelf afkomstig is, en worden de betrokken leden van de kerk in de gelegenheid gesteld hun oordeel kenbaar te maken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
4

De classicale vergadering kan tot vorming van een nieuwe gemeente besluiten als daartoe een zodanig aantal gemeenteleden zal behoren, dat de te vormen gemeente in staat geacht mag worden een kerkenraad te vormen en de in de orde van de kerk aangegeven taken van een gemeente te verrichten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
5

De classicale vergadering kan — op verzoek en ten behoeve van leden van de kerk die in een bijzondere situatie verkeren en gehoord de kerkenraden van de betrokken gemeenten — deze leden samenbrengen in een gemeente van bijzondere aard.
Voor deze gemeente gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde regels als voor andere gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
6

Indien het verzoek tot vorming van een nieuwe gemeente betreft de vorming van een nieuwe gemeente naast een ter plaatse reeds bestaande gemeente dan wel de vorming van een nieuwe hervormde gemeente, gereformeerde kerk of evangelisch-lutherse gemeente, kan een classicale vergadering daartoe eerst besluiten na tevens het advies ingewonnen te hebben van het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — van de evangelisch-lutherse synode.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-14-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 14.

Samenvoeging van gemeenten

Lid
1

Twee of meer aangrenzende gemeenten dan wel twee of meer gemeenten die in een zelfde gebied gelegen zijn, waaronder ten minste een gemeente van bijzondere aard, kunnen — op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten en nadat de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken — door de classicale vergadering worden samengevoegd tot een nieuwe gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-14-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 14.

Samenvoeging van gemeenten

Lid
2

In bijzondere omstandigheden kan de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenvoegen met een andere gemeente. Het besluit daartoe kan eerst genomen worden nadat de betrokken kerkenraden zijn gehord en de betrokken gemeenteleden de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
1

Twee of meer gemeenten kunnen een combinatie van gemeenten vormen. In een combinatie van gemeenten is de predikant verbonden aan de gemeenten gezamenlijk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
2

Een combinatie komt tot stand door een daartoe strekkend besluit van de classicale vergadering op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
3

Bij de vorming van een combinatie worden de betrokken gemeenten, zo dit nog niet het geval is, ingedeeld bij een zelfde classis.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
4

In bijzondere omstandigheden kan de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenbrengen in een combinatie met een of meer andere gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
5

Een besluit tot samenbrengen van gemeenten in een combinatie bevat tevens de voorzieningen die zijn getroffen ten aanzien van de verdeling van de kerkdiensten, de indeling van het pastorale werk, het aandeel van elke gemeente in de keuze van de predikant en het aandeel van elke gemeente in de kosten, die uit de combinatie voortvloeien,
en kan eerst genomen worden nadat
- de kerkenraden van de betrokken gemeenten en de betrokken predikant daarover zijn gehoord en
- de leden van de betrokken gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
6

De kerkenraden van de gemeenten die met elkaar een combinatie vormen komen ten minste eenmaal per jaar bijeen om de zaken te bespreken die hen gezamenlijk raken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
7

Wijzigingen in de in lid 5 bedoelde voorzieningen kunnen worden aangebracht onder overeenkomstige toepassing van het in dat lid bepaalde.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
8

Een combinatie kan worden beëindigd op verzoek van een of meer betrokken kerkenraden, indien naar het oordeel van de classicale vergadering daartoe gegronde redenen bestaan en een redelijke oplossing is gevonden ten aanzien van de pastorale verzorging van de betrokken gemeenten en ten aanzien van de predikant die aan de combinatie van gemeenten is verbonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
1

Indien aan een gemeente meer dan twee predikanten voor gewone werkzaamheden zijn verbonden wordt de gemeente in de regel ingedeeld in wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
2

Een gemeente met wijkgemeenten heeft een algemene kerkenraad; de wijkgemeenten hebben elk een wijkkerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
3

Indien in een niet in wijkgemeenten ingedeelde gemeente de behoefte bestaat tot vorming van wijkgemeenten, kan de kerkenraad daartoe besluiten met inachtneming van het in lid 4 bepaalde ten aanzien van elk van de te vormen wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
4

De algemene kerkenraad kan — hetzij op verzoek van belanghebbende leden van de gemeente, hetzij op verzoek van een of meer kerkenraden van de betrokken wijkgemeenten — tot vorming van een nieuwe wijkgemeente besluiten, als daartoe een zodanig aantal gemeenteleden zal behoren dat de te vormen wijkgemeente in staat geacht mag worden een wijkkerkenraad te vormen en de in de orde van de kerk aangegeven taken van een wijkgemeente te verrichten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
5

De algemene kerkenraad kan ten behoeve van een goede vervulling van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente — nadat de betrokken wijkkerkenraden zijn gehoord en de leden van de betrokken wijkgemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daarover kenbaar te maken — ook eigener beweging overgaan tot de vorming van (nieuwe) wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
6

Het aantal en de grenzen van de wijkgemeenten worden, nadat de betrokken wijkkerkenraden zijn gehoord en de leden van de betrokken wijkgemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken, vastgesteld en gewijzigd door de algemene kerkenraad.
Vaststelling en wijziging van het aantal wijkgemeenten kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
7

De algemene kerkenraad kan eigener beweging, en gehoord de betrokken wijkkerkenraden, dan wel op verzoek van de betrokken wijkkerkenraden twee of meer wijkgemeenten samenbrengen in een combinatie van wijkgemeenten ten behoeve waarvan een predikant verbonden wordt of is aan de gemeente,
nadat tussen de betrokken wijkkerkenraden en de algemene kerkenraad overeenstemming is verkregen over een regeling van de kerkdiensten, de indeling van het pastorale werk en het aandeel van elke wijkgemeente in de keuze van de predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
8

De algemene kerkenraad kan — op verzoek en ten behoeve van leden van de gemeente die in een bijzondere situatie verkeren en gehoord de kerkenraden van de betrokken wijkgemeenten — deze leden samen brengen in een wijkgemeente van bijzondere aard. Een besluit tot vorming van een wijkgemeente van bijzondere aard behoeft de goedkeuring van de classicale vergadering, die daarover het advies inwint van het regionale college voor de visitatie.
Voor deze gemeente gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde regels als voor andere wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-9

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
9

a. Tot een wijkgemeente behoren zij die in het ten behoeve van de wijkgemeente bij te houden register van leden van de wijkgemeente zijn ingeschreven.
b. In het register van de wijkgemeente worden — behoudens toepassing van het in artikel 5-3 bepaalde — ingeschreven de leden van de gemeente die binnen het grondgebied van de wijkgemeente hun vaste woonplaats hebben.
c. Als lid van een wijkgemeente kunnen — op hun schriftelijk en gemotiveerd verzoek en met instemming van de kerkenraden van de betrokken wijkgemeenten — in het register van de wijkgemeente ook worden ingeschreven de leden van de gemeente die hun vaste woonplaats hebben binnen een andere tot dezelfde gemeente behorende wijkgemeente.
Weigert een van de betrokken wijkkerkenraden de gevraagde instemming, dan kunnen betrokkenen een beslissing ter zake vragen aan de algemene kerkenraad.
d. Tot de gemeenschap van een wijkgemeente worden gerekend — naast de onder b en c bedoelde leden van de wijkgemeente en de in artikel 3 bedoelde gastleden — de niet-gedoopte kinderen van de leden van de wijkgemeente alsmede degenen die blijk geven van verbondenheid met de wijkgemeente. Het bepaalde in artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.
e. Het bepaalde in artikel 5-1 en 2 is van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-10

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
10

De vorming en inrichting van een gemeente met wijkgemeenten wordt verder geregeld in een door de algemene kerkenraad na overleg met de wijkkerkenraden vast te stellen regeling.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
1

Een streekgemeente is een gemeente bestaande uit twee of meer binnen een classis gelegen gemeenten,
waarin de verzorging van de gemeenschappelijke belangen is opgedragen aan een streekkerkenraad, een streekcollege van kerkrentmeesters en een streekcollege van diakenen.
De predikanten zijn verbonden aan de streekgemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
2

Bij de vorming van een streekgemeente worden de betrokken gemeenten, zo dit nog niet het geval is, ingedeeld in eenzelfde classis.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
3

De tot een streekgemeente behorende gemeenten behouden een beperkte zelfstandigheid.
Tot de door de streekgemeente te verzorgen aangelegenheden behoort in elk geval het coördineren van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid in de gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
4

a. Een huisgemeente is een tot een streekgemeente behorende gemeente die niet in staat is alle in de orde van de kerk aangegeven taken van een gemeente te verrichten.
b. Een huisgemeente wordt gevormd door de kerkenraad van een streekgemeente op verzoek van de kerkenraad van de betreffende gemeente nadat de leden van deze laatstgenoemde gemeente de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken.
c. In bijzondere omstandigheden kan de streekkerkenraad — onder goedkeuring van het breed moderamen van de classicale vergadering en nadat de kerkenraad en de leden van de betreffende gemeente de gelegenheid hebben gehad hun oordeel kenbaar te maken — besluiten een gemeente die deel uitmaakt van de streekgemeente, aan te merken als huisgemeente.
d. Een besluit tot vorming van een huisgemeente bevat een regeling betreffende de taken die door de huisgemeente in overleg met en onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad van de streekgemeente worden verricht.
e. De kerkenraad van de streekgemeente wijst voor het contact met de huisgemeente uit zijn midden ten minste een van zijn leden aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
5

Twee of meer gemeenten kunnen — op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten en nadat de predikanten daarover zijn gehoord en de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken — door de classicale vergadering worden samengebracht in een streekgemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
6

In bijzondere omstandigheden kan de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenbrengen in een streekgemeente met een of meer andere in de classis gelegen gemeenten.
Het besluit daartoe kan eerst genomen worden nadat de kerkenraden van de betrokken gemeenten en de betrokken predikanten daarover zijn gehoord en de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
7

Het besluit tot vorming van een streekgemeente bevat een regeling ten aanzien van
- de verdeling van de werkzaamheden over enerzijds de streekgemeente en anderzijds de tot de streekgemeente behorende gemeenten,
- de samenstelling en bevoegdheden van de streekkerkenraad, het streekcollege van kerkrentmeesters en het streekcollege van diakenen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
8

Een voor een streekgemeente geldende regeling kan worden gewijzigd dan wel een streekgemeente kan worden opgeheven op verzoek van een of meer kerkenraden van de tot de streekgemeente behorende gemeenten,
indien naar het oordeel van de classicale vergadering daartoe gegronde redenen bestaan en een redelijke oplossing is gevonden ten aanzien van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de betrokken gemeenten en ten aanzien van de predikant(en) die aan de streekgemeente is (zijn) verbonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-18-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
1

De classicale vergadering is bevoegd ten behoeve van het werk van een (wijk)gemeente of van een (wijk)gemeente van bijzondere aard, gelegen in een grootstedelijk gebied, die naar het oordeel van de door de generale synode daartoe aangewezen organen van de kerk in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden verkeert, in het kader van een op die bijzondere omstandigheden gericht beleid — het regionale college voor de visitatie gehoord — voorzieningen te treffen, als daar zijn:
a. het verlenen van een of meer in overleg met de betrokken gemeente daartoe aangewezen ouderlingen of diakenen van de bevoegdheid om in deze (wijk)gemeente bij ontstentenis van de predikant ambtswerkzaamheden van een predikant te verrichten, waaronder het voorgaan in de kerkdiensten en de bediening van de sacramenten, een en ander onder supervisie van een daartoe aangewezen predikant;
b. andere maatregelen die de betrokken organen van de kerk wenselijk dan wel noodzakelijk achten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-18-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
2

De classicale vergadering neemt het besluit tot het treffen van voorzieningen op verzoek van de desbetreffende (wijk)gemeente of van leden van de kerk die in een dergelijke bijzondere situatie verkeren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-18-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
3

De classicale vergadering hoort, voordat zij een besluit als bedoeld in lid 2 neemt,
- de kerkenraad van de betrokken (wijk)gemeente, indien het verzoek niet van hemzelf afkomstig is en
- de algemene kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-18-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
4

De classicale vergadering kan ten behoeve van het werk van een (wijk)gemeente, die niet gelegen is in een grootstedelijk gebied als bedoeld in lid 1, maar die naar het oordeel van de door de generale synode daartoe aangewezen organen van de kerk eveneens in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden verkeert, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, besluiten tot het treffen van voorzieningen als bedoeld in lid 1.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode, het generale college voor de visitatie gehoord.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
1

Alle besluiten tot
- vereniging, vorming, samenvoeging of splitsing van gemeenten;
- het vormen van een gemeente met wijkgemeenten;
- het samenbrengen van gemeenten in een combinatie van gemeenten of in een streekgemeente;
- de vorming van een huisgemeente binnen een streekgemeente dan wel
- het beëindigen van een combinatie of het opheffen van een streekgemeente
voorzien ook in een regeling van de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen alsmede de gevolgen voor het gemeentelijk leven. Daarbij wordt in ieder geval een regeling getroffen ten aanzien van de positie van de betrokken predikant(en) en kerkelijke medewerkers alsmede van de diaconale en andere vermogensrechtelijke aangelegenheden van de betrokken gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
2

De classicale vergadering wint, alvorens een besluit te nemen inzake de regeling als bedoeld in lid 1, het advies in van het regionale college voor de behandeling van beheerszaken of, in daarvoor in aanmerking komende gevallen van de evangelisch-lutherse synode en — indien een van de betrokken gemeenten behoort tot een andere classis — van de andere betrokken classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
3

Indien twee of meer rechtspersoonlijkheid bezittende onderdelen van de kerk op basis van deze ordinantie worden samengevoegd of verenigd in een rechtspersoonlijkheid bezittend onderdeel — niet zijnde een combinatie van gemeenten of een streekgemeente — vervalt de rechtspersoonlijkheid van de samengevoegd of verenigde onderdelen, behalve voorzover een daarvan de verkrijgende rechtspersoon is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
4

Het door samenvoeging of vereniging ontstane onderdeel verkrijgt onder algemene titel het vermogen van de andere bij de samenvoeging en vereniging betrokken onderdelen zoals bedoeld in artikel 3:80 en artikel 2:309 Burgerlijk Wetboek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
5

Bij de vorming van een nieuw onderdeel van de kerk dat rechtspersoonlijkheid toekomt wordt — mits dat onderdeel eerder onzelfstandig deel uitmaakte van een rechtspersoonlijkheid bezittend onderdeel — krachtens het besluit tot vorming van het zelfstandige onderdeel, een deel van het vermogen van het voor de vorming van het nieuwe onderdeel reeds bestaande onderdeel, overeenkomstig een beschrijving, verkregen door het nieuw gevormde onderdeel op de wijze zoals aangegeven in artikel 2:334a e.v. Burgerlijk Wetboek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
6

Bij generale regeling worden regels gesteld met betrekking tot de procedure die moet worden gevolgd als van de in lid 3 en 5 geboden mogelijkheid gebruikt wordt gemaakt. De generale regeling voorziet in ieder geval in publicatie van het voornemen tot fusie of splitsing in een daartoe geëigend medium, in ter inzage legging van de relevante documenten en financiële jaarstukken, in de mogelijkheid van crediteuren om daartegen bezwaar te maken en in de verplichting om bij de uiteindelijke besluitvorming te verantwoorden in hoeverre die bezwaren zijn ondervangen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
7

De samenvoeging, vereniging of splitsing die op voet van lid 3 of 5 wordt gerealiseerd, geschiedt bij notariële akte en wordt van kracht met ingang van de dag na die waarop de akte is verleden. Artikel 2:318 Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.IV.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel
20

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-20-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel 20.

Indeling in classes en regionale verbanden

Lid
1

De gemeenten worden samengebracht in classes en de classes in regionale verbanden door de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-20-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel 20.

Indeling in classes en regionale verbanden

Lid
2

Wijzigingen in de kerkelijke indeling worden niet aangebracht dan op verzoek van of na overleg met de kerkenraden van de betrokken gemeenten, de brede moderamina van de classicale vergaderingen en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — de synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3.I.

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Artikel
1-7

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-1-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 1.

De roeping tot het ambt

Lid
1

De roeping tot het ambt in de gemeente geschiedt van Christuswege door de gemeente bij monde van de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-1-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 1.

De roeping tot het ambt

Lid
2

De ambtsdragers worden geroepen op grond van een onder leiding van de kerkenraad gehouden verkiezing door de stemgerechtigde leden van de gemeente, dan wel, indien de orde van de kerk dit aangeeft, op grond van verkiezing door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-1-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 1.

De roeping tot het ambt

Lid
3

Met het oog op de verkiezing herinnert de kerkenraad de gemeente aan de plaats en het werk van het ambt in de gemeente van de Heer.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-2-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 2.

De verkiezingsregeling

Lid
1

De verkiezing wordt gehouden volgens een door de kerkenraad vast te stellen regeling.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-2-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 2.

De verkiezingsregeling

Lid
2

Tot vaststelling of wijziging van deze regeling kan de kerkenraad overgaan met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 4-7-2.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-2-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 2.

De verkiezingsregeling

Lid
3

De kerkenraad bepaalt, na de leden van de gemeente er in gekend en er over gehoord te hebben, of alleen belijdende leden dan wel ook doopleden stemgerechtigd zijn en legt dit in de in lid 1 genoemde regeling vast.
Om stemgerechtigd te zijn dienen doopleden de leeftijd van achttien jaar te hebben bereikt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-2-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 2.

De verkiezingsregeling

Lid
4

De kerkenraad kan in de regeling opnemen dat bij volmacht kan worden gestemd, met dien verstande dat niemand meer dan twee gevolgmachtigde stemmen kan uitbrengen en alleen stemgerechtigde leden gevolmachtigde stemmen kunnen uitbrengen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-3-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
1

Voordat overgegaan wordt tot de verkiezing en beroeping van een predikant vraagt de kerkenraad ter zake advies aan het daartoe aangewezen orgaan van de kerk. In geval van een vacature in een evangelisch-lutherse gemeente overlegt dit orgaan met het daartoe aangewezen orgaan van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-3-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
2

De kerkenraad gaat alleen over tot beroepingswerk indien de gemeente, blijkens een verklaring van het regionale college voor de behandeling van beheerszaken, in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-3-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
3

De kerkenraad van een wijkgemeente begint de voorbereiding van de verkiezing en beroeping van een predikant eerst nadat de instemming van de algemeene kerkenraad is verkregen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-3-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
4

In (wijk)gemeenten waaraan geen predikant voor gewone werkzaamheden is verbonden, geschieden de verkiezing en de beroeping van een predikant onder begeleiding van de door het breed moderamen van de classicale vergadering of door het ringverband aangewezen consulent.
In evangelisch-lutherse gemeenten worden de verkiezing en de beroeping van een predikant evenwel begeleid door de president van de evangelisch-lutherse synode of een door deze aan te wijzen plaatsvervanger die als consulent optreedt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-3-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
5

Ter voorbereiding van de verkiezing en de beroeping van een predikant stelt de kerkenraad een beroepingscommissie in waarin naast leden van de kerkenraad in de regel een aantal andere gemeenteleden zitting heeft. In een gemeente met wijkgemeenten wijst ook de algemene kerkenraad uit zijn midden een lid aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-3-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
6

De gemeente wordt uitgenodigd schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad aanbevelingen in te dienen van personen die naar haar mening voor verkiezing in aanmerking komen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
1

Voor de verkiezing tot predikant van een gemeente komen in aanmerking zij die in de Protestantse Kerk in Nederland tot het ambt van predikant beroepbaar zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
2

Predikanten voor gewone werkzaamheden zijn pas beroepbaar wanneer zij ten minste vier jaar de gemeente waaraan zij verbonden zijn, hebben gediend.
Afwijking hiervan is slechts mogelijk met instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis waartoe de gemeente behoort waaraan de betrokken predikant verbonden is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
3

Een predikant kan niet binnen twee jaar voor de tweede maal worden beroepen in dezelfde vacature.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
4

De kandidaatstelling met het oog op de verkiezing geschiedt door de kerkenraad. De kerkenraad van een wijkgemeente verricht de kandidaatstelling tezamen met de algemene kerkenraad in een gezamenlijke vergadering, waarbij elke van beide kerkenraden met de kandidatuur dient in te stemmen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
5

De verkiezing van een predikant vindt plaats in een door de kerkenraad belegde vergadering van de stemgerechtigde leden van de gemeente.
Gaat het om de verkiezing van een predikant die als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden zal worden aan een wijkgemeente, dan geschiedt de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de wijkgemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
6

Voor het geval dat de kerkenraad één kandidaat ter verkiezing aan de gemeente voorstelt, is een meerderheid van twee derde van de uitgebrachtge geldige stemmen vereist om deze gekozen te kunnen verklaren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
7

In een gemeente met meer dan 200 stemgerechtigde leden kan − met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering − in de in artikel 2-1 bedoelde regeling worden bepaald dat in afwijking van het in lid 5 voorgeschrevene de verkiezing van de predikant geschiedt door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-8

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
8

In afwijking van het bepaalde in dit artikel geschiedt in een gemeente met wijkgemeenten de verkiezing van een predikant met een bepaalde opdracht ten behoeve van de gemeente in haar geheel die niet tevens aan een wijkgemeente verbonden wordt, door de algemene kerkenraad. Deze predikant maakt als boventallig lid deel uit van de algemene kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-9

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
9

De kerkenraad maakt de naam van de gekozene aan de gemeente bekend om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op de beroeping.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-10

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
10

Bezwaren tegen de gevolgde verkiezingsprocedure kunnen worden ingebracht door stemgerechtigde leden van de gemeente en dienen uiterlijk één week na deze bekendmaking schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad te worden ingediend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-4-11

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
11

De kerkenraad zendt het bezwaarschrift binnen veertien dagen — onverminderd zijn verantwoordelijkheid te proberen zelf het bezwaar weg te nemen — door naar het college voor de behandeling van bezwaren en geschillen, dat terzake een einduitspraak doet.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-5-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
1

Indien geen bezwaren zijn ingebracht of de ingebrachte bezwaren ongegrond zijn bevonden, wordt de gekozen kandidaat door de kerkenraad beroepen tot predikant van de gemeente.
Gaat het om de beroeping van een predikant die als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden zal worden aan een wijkgemeente, dan wordt deze beroepen door de wijkkerkenraad.
Gaat het om de beroeping van een predikant die als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden zal worden aan een streekgemeente, dan wordt deze beroepen door de streekkerkenraad.
In geval van een combinatie van gemeenten geschiedt de beroeping van een predikant voor gewone werkzaamheden door de betrokken kerkenraden gezamenlijk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-5-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
2

De kerkenraad stelt degene die beroepen is tot predikant van de gemeente een beroepsbrief ter hand, waarin omschreven staat wat de gemeente en de predikant elkaar verschuldigd zijn en wat de taak van de predikant in de gemeente is. De beroepsbrief wordt ondertekend door de preses en de scriba van de kerkenraad.
Bij het opstellen van de beroepsbrief wordt rekening gehouden met de vrijheid van het ambt van predikant als dienaar des Woords. De inhoud en de strekking van de beroepsbrief kunnen er dus niet toe leiden dat de predikant aan de kerkenraad of aan de gemeente ondergeschikt is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-5-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
3

Bij de beroepsbrief behoort een aanhangsel met de schriftelijke opgave van de toegezegde inkomsten en rechten. Dit aanhangsel wordt ondertekend door de preses en de scriba van de (algemene) kerkenraad en door de voorzitter en de secretaris van het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-5-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
4

De beroepene doet binnen drie weken na de datum van de overhandiging van de beroepsbrief schriftelijk mededeling aan de kerkenraad of betrokkene het uitgebrachte beroep aanvaardt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-5-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
5

De beroepen predikant die voor gewone werkzaamheden aan een gemeente verbonden is, vraagt na aanvaarding van het beroep aan de kerkenraad van deze gemeente een akte van losmaking, welke akte mede ondertekend dient te worden namens het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis waartoe die gemeente behoort.
De predikant in algemene dienst vraagt na aanvaarding van het beroep een akte van losmaking aan de ambtelijke vergadering die de predikant beroepen had tot algemene dienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-5-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
6

De bevestiging vindt plaats nadat approbatie is verleend door het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis waartoe de gemeente waaraan de predikant verbonden zal worden, behoort.
Deze approbatie geschiedt wanneer is voldaan aan het in de orde van de kerk terzake van het beroepen en de bevestiging van een predikant bepaalde.
Indien approbatie is verleend, vinden de bevestiging en intrede plaats binnen drie maanden nadat het beroep is aangenomen, tenzij de kerkenraden en de beroepen predikant een later tijdstip overeenkomen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-5-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
7

De bevestiging vindt plaats in een kerkdienst met gebruikmaking van een daarvoor bestemde orde.
Indien de beroepene niet eerder het ambt van predikant bekleed heeft, geschiedt de bevestiging onder handoplegging.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-5-8

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
8

Indien buitengewone omstandigheden achteraf een ernstig beletsel voor de beroepene vormen om tot opvolging van het beroep over te gaan, kan de kerkenraad van de gemeente die het beroep uitbracht het door de beroepene gegeven woord teruggeven, mits de kerkenraad van de gemeente die door de beroepene wordt gediend, daarmee instemt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
1

De verkiezing van ouderlingen en diakenen geschiedt uit de stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente. Slechts per geval en na instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering kan de kerkenraad een stemgerechtigd lid van een andere (wijk)gemeente kandidaat stellen met het oog op de verkiezing tot ouderling of diaken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
2

De kandidaatstelling met het oog op de verkiezing geschiedt door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
3

Voorafgaande aan de kandidaatstelling wordt de gemeente uitgenodigd schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad aanbevelingen in te dienen van personen die naar haar mening voor verkiezing in aanmerking komen.
Aanbevelingen van personen die naar de mening van gemeenteleden voor verkiezing in aanmerking komen, gaan vergezeld van een vermelding bij elke aanbevolene van het ambt waarvoor de aanbevolene in aanmerking komt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
4

De kerkenraad maakt voor elk ambt waarin een vacature is of zal ontstaan een verkiezingslijst op met daarop de namen van hen
- die door tien of meer stemgerechtigde gemeenteleden voor dat ambt zijn aanbevolen
- die door de kerkenraad zelf voor het ambt worden voorgedragen.
Doopleden worden eerst op de verkiezingslijst opgenomen, nadat de kerkenraad zich ervan vergewist heeft, met inachtneming van ordinantie 9-4-1 en 2, dat zij onder de belijdende leden kunnen worden opgenomen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
5

Indien de verkiezingslijst meer namen telt dan het aantal vacatures voor dat ambt, vindt verkiezing plaats door de stemgerechtigde leden van de gemeente. Indien het aantal kandidaten niet groter is dan het aantal vacatures, worden de kandidaten verkozen verklaard.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
6

De stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente kunnen — telkens voor een periode van ten hoogste zes jaar — de kerkenraad machtigen om, na kennisneming van de ingekomen aanbevelingen voor de verkiezing van ouderlingen en diakenen, voor elke vacature afzonderlijk een dubbeltal vast te stellen, waaruit de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente plaatsvindt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
7

In afwijking van het bepaalde in dit artikel geschiedt in een gemeente met wijkgemeenten de verkiezing van ouderlingen en diakenen met een bepaalde opdracht ten behoeve van de gemeente in haar geheel, door de algemene kerkenraad uit de stemgerechtigde leden van de gemeente, nadat de leden van de gemeente in de gelegenheid zijn gesteld personen aan te bevelen die naar hun mening voor verkiezing in aanmerking komen. Zij maken als boventallig lid deel uit van de algemene kerkenraad. Zij kunnen tevens, op verzoek van de wijkkerkenraad van de wijkgemeente waartoe zij behoren, deel uitmaken van die wijkkerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-8

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
8

De kerkenraad maakt de namen van hen die gekozen zijn, aan de gemeente bekend om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op hun bevestiging.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-9

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
9

Bezwaren tegen de gevolgde verkiezingsprocedure of tegen de bevestiging van een gekozene kunnen worden ingebracht door stemgerechtigde leden van de gemeente en dienen uiterlijk één week na deze bekendmaking schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad te worden ingediend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-10

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
10

De kerkenraad zendt het bezwaarschrift binnen veertien dagen — onverminderd zijn verantwoordelijkheid te proberen zelf het bezwaar weg te nemen — indien het gaat om een bezwaar tegen de gevolgde verkiezingsprocedure, door naar het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen en, indien het gaat om een bezwaar tegen de bevestiging van de gekozene, naar het regionale college voor het opzicht.
Het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen doet terzake een einduitspraak. Het regionale college voor het opzicht doet, indien het de bezwaren ongegrond verklaart, een einduitspraak. Tegen de uitspraak van het regionale college voor het opzicht om de bezwaren gegrond te verklaren is beroep mogelijk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-6-11

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
11

Indien geen bezwaren zijn ingebracht of de ingebrachte bezwaren ongegrond zijn bevonden, vindt — met inachtneming van het in ordinantie 9-5-4 bepaalde — de bevestiging plaats in een kerkdienst met gebruikmaking van een daarvoor bestemde orde. De bevestiging kan onder handoplegging geschieden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-7-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
1

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen is vier jaar. Zij zijn eenmaal terstond als ambtsdrager herkiesbaar. De kerkenraad kan hiervan slechts per geval in bijzondere omstandigheden afwijken na instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-7-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
2

Zij die niet terstond herkiesbaar zijn, zijn eerst na afloop van een tijdvak van elf maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is, verkiesbaar.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-7-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
3

Indien een ambtsdrager is afgevaardigd naar een meerdere vergadering of als ambtsdrager zitting heeft in een regionaal of generaal college, kan de kerkenraad de ambtstermijn verlengen tot het einde van de termijn waarvoor deze als afgevaardigde is aangewezen of als lid is benoemd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-7-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
4

De kerkenraad stelt voor de ouderlingen en diakenen een rooster van aftreden vast. Wanneer het gaat om de vervulling van een tussentijds ontstane vacature, handelt de kerkenraad met betrekking tot de datum van aftreden naar bevind van zaken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-7-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
5

Aftredende ambtsdragers houden zo mogelijk in de kerkenraad zitting tot hun opvolgers zijn bevestigd, doch in elk geval niet langer dan zes maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-7-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
6

In de plaatselijke regeling voor de verkiezing van ambtsdragers wordt vastgesteld in welke maand de verkiezing van ouderlingen en diakenen wordt gehouden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3.II.

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel
8-11

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-8-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 8.

Algemeen

Lid
1

De ambtsdragers geven in de uitoefening van hun taken op een zodanige wijze uitdrukking aan hun gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de opbouw van de gemeente dat de bijzondere verantwoordelijkheid van elk van de drie ambten tot haar recht komt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-8-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 8.

Algemeen

Lid
2

De kerkenraad kan een ambtsdrager een bepaalde taak toevertrouwen en deze op grond daarvan van een deel van de in artikel 9, 10 of 11 genoemde taken vrijstellen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-8-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 8.

Algemeen

Lid
3

Niemand kan in een gemeente meer dan één ambt dragen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-9-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 9.

Het dienstwerk van de predikanten

Lid
1

Tot opbouw van de gemeenten is aan de predikanten toevertrouwd
- de bediening van Woord en sacramenten door
  - de verkondiging van het Woord;
  - het voorgaan in de kerkdiensten;
  - de bediening van de doop;
  - de bediening van het avondmaal;
  - het afnemen van de openbare geloofsbelijdenis;
  - het bevestigen van ambtsdragers en het inleiden van hen die in een bediening worden gesteld;
  - het leiden van trouwdiensten en van diensten van rouwdragen en gedenken;
- de catechese en de toerusting;
- het verkondigen van het evangelie in de wereld;
- en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen
en tezamen met de ouderlingen
- de herderlijke zorg, onder meer door het bezoeken van de leden van de gemeente en
- het opzicht over de leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-9-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 9.

Het dienstwerk van de predikanten

Lid
2

Een predikant is alleen bevoegd buiten de eigen gemeente werkzaamheden te verrichten die gerekend kunnen worden te behoren tot het dienstwerk van een predikant, met goedvinden van de kerkenraad van de andere gemeente of in opdracht van een meerdere vergadering van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-10-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 10.

Het dienstwerk van de ouderlingen

Lid
1

Tot opbouw van de gemeente is aan de ouderlingen toevertrouwd
- de zorg voor de gemeente als gemeenschap;
- het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van Woord en sacramenten;
- de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdiensten;
- het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping
- en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen
en tezamen met de predikanten
- de herderlijke zorg, onder meer door het bezoeken van de leden van de gemeente en
- het opzicht over de leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-10-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 10.

Het dienstwerk van de ouderlingen

Lid
2

Aan de ouderlingen die in het bijzonder zijn aangewezen tot kerkrentmeester is bovendien toevertrouwd, tezamen met de andere kerkrentmeesters,
- de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aarde,
- het bijhouden van de registers van de gemeenteleden en van het doopboek, het belijdenisboek en het trouwboek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-11-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 11.

Het dienstwerk van de diakenen

Lid
1

Tot opbouw van de gemeente met het oog op haar dienst in de wereld is aan de diakenen toevertrouwd
- de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdiensten;
- de dienst aan de Tafel van de Heer;
- het mede voorbereiden van de voorbeden;
- het inzamelen en besteden van de liefdegaven;
- het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar diaconale roeping;
- het verlenen van bijstand, verzorging of bescherming aan hen die dat behoeven;
- het nemen of ondersteunen van initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van het maatschappelijk welzijn;
- het dienen van de gemeente en de kerk in haar bemoeienis met betrekking tot sociale vraagstukken en het aanspreken van de overheid en de samenleving op haar verantwoordelijkheid dienaangaande;
- en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3.III.

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel
12-14

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Algemeen

Lid
1

Met het oog op de vervulling van de roeping van kerk en gemeente kunnen leden van de kerk naast de ambtsdragers in een dienst worden gesteld.
Zij worden kerkelijk werker genoemd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Algemeen

Lid
2

Een dienst betreft arbeid in een gemeente, een classis, de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of in de kerk als geheel ten behoeve van
- de kerkmuziek,
- de missionaire arbeid,
- het jeugd- en jongerenwerk,
- de vorming, de toerusting en de catechese,
- de pastorale arbeid,
- de diaconale arbeid,
- de gemeenteopbouw of
waar de orde van de kerk dit aangeeft.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Algemeen

Lid
3

In een dienst kunnen alleen staan zij die tot hun dienst geroepen zijn door een ambtelijke vergadering.
Zij die in een dienst werkzaam zullen zijn worden daartoe geroepen in de gemeente door de kerkenraad en anders door de classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of de generale synode.
Zij verrichten hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van de ambtelijke vergadering die hen heeft benoemd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Algemeen

Lid
4

Zij die in een dienst zijn gesteld kunnen in de gemeente waaraan zij verbonden zijn geen kerkelijk ambt bekleden en geen lid zijn van het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Algemeen

Lid
5

Zij die in een dienst werkzaam zullen zijn, worden aangesteld met inachtneming van de generale regeling voor de kerkelijk werkers.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Algemeen

Lid
6

Zij die in een dienst werkzaam zijn of wensen in een dient werkzaam te zijn, worden − wanneer zij voldoen aan de toelatingseisen door de generale synode gesteld − opgenomen in een register dat wordt bijgehouden door de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Algemeen

Lid
7

De generale synode stelt, gehoord het daarvoor aangewezen orgaan van de kerk, de vereisten en de eindtermen vast voor de opleiding en vorming van hen die worden toegelaten om als kerkelijk werker in een dienst gesteld te worden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-8

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Bediening

Lid
8

Belijdende leden die in een dienst werkzaam zijn, kunnen in een bediening worden gesteld.
Zij die in een bediening zullen worden gesteld leggen een belofte af dat zij
- bereid zijn in het werk van hun bediening te getuigen van het heil in Christus Jezus en te blijven in de weg van het belijden van de kerk;
- bereid zijn ijverig en trouw hun arbeid te verrichten en
- bereid zijn zich te onderwerpen aan de regels die in de orde van de kerk gesteld zijn voor haar leven en werken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-9

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Bediening

Lid
9

Zij die in een bediening worden gesteld worden in hun bediening ingeleid in een kerkdienst door een predikant met gebruikmaking van een daarvoor bestemde orde.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-12-10

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 12.

Diensten

Bediening

Lid
10

Zij die in een bediening zijn gesteld, ontvangen nadat zij voor de eerste maal in een bediening zijn ingeleid, gedurende een nader te bepalen periode werkbegeleiding door een mentor.
Voor hen die op arbeidsovereenkomst in een bediening werkzaam zullen zijn, wordt de mentor aangewezen door of vanwege de kleine synode. Voor hen wordt ook de periode van werkbegeleiding vastgesteld door de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-13-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
1

Een kerkelijk werker met bijzondere opdracht werk als geestelijk verzorger in een instelling die de betrokkene aanstelt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-13-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
2

Een bijzondere opdracht kan aan een kerkelijk werker worden verleend door de kerkenraad of de classicale vergadering binnen het gebied waarvan de instelling gelegen is. De kerkelijk werker wordt daarbij in de bediening gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-13-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
3

De ambtelijke vergadering die de bijzondere opdracht verleent treft een regeling met de betrokken instelling waarin wordt vastgelegd dat de ambtelijke vergadering verantwoordelijk is voor het werk dat de kerkelijk werker uit hoofd van de bediening verricht. De ambtelijke vergadering stelt een commissie in die de betrokken kerkelijk werker begeleidt in het uitvoeren van deze werkzaamheden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-13-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
4

De kerkelijk werker wordt in de bediening ingeleid in een kerkdienst nadat het breed moderamen van de classicale vergadering zich ervan heeft vergewist dat de in lid 3 bedoelde regeling is getroffen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-13-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
5

De bijzondere opdracht en daarmee de bediening wordt beëindigd op het moment dat de kerkelijk werker uit de dienstbetrekking wordt ontslagen of uit de bediening wordt ontzet.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-14-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 14.

Overige functies

Lid
1

Ten behoeve van de arbeid in een gemeente, een classis, voor de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of in de kerk als geheel kunnen door of vanwege de desbetreffende ambtelijke vergadering in een functie medewerkers worden benoemd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-14-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 14.

Overige functies

Lid
2

Zij die op arbeidsovereenkomst in een functie werkzaam zullen zijn, worden aangesteld volgens het bepaalde in artikel 28.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-14-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Andere diensten en overige functies in kerk en gemeente

Artikel 14.

Overige functies

Lid
3

Zij die op arbeidsovereenkomst in de gemeente in een functie werkzaam zijn,
kunnen in die gemeente geen lid zijn van de kerkenraad of van het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3.IV.

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

Artikel
15-28

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-15-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Artikel 15.

Onderscheid in ambtelijke werkzaamheden

Lid
1

Zij die zijn toegelaten tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland kunnen worden beroepen tot en bevestigd in het ambt van predikant om verbonden te worden aan een gemeente, een classis, de in een door de kleine synode aangewezen regio samenwerkende classes, de evangelisch-lutherse synode of de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-15-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Artikel 15.

Onderscheid in ambtelijke werkzaamheden

Lid
2

De kerk kent naast de dienstdoende predikanten, de beroepbare predikanten en de emeritus predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-15-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Artikel 15.

Onderscheid in ambtelijke werkzaamheden

Lid
3

De dienstdoende predikanten worden onderscheiden in de predikanten voor gewone werkzaamheden, de predikanten in algemene dienst en de predikanten met een bijzondere opdracht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-16-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
1

Een predikant voor gewone werkzaamheden verricht de arbeid die volgens het bepaalde in artikel 9-1 aan de predikant is toevertrouwd.
De kerkenraad kan een predikant voor gewone werkzaamheden een bepaalde taak toevertrouwen en op grond daarvan deze predikant van een deel van de gewone werkzaamheden vrijstellen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-16-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
2

De beroeping en bevestiging tot predikant voor gewone werkzaamheden geschieden volgens het bepaalde in de artikelen 1 tot en met 5.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-16-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
3

Een predikant voor gewone werkzaamheden woont binnen de grenzen van de gemeente waaraan deze verbonden is. Indien de predikant verbonden is aan een wijkgemeente woont deze binnen de grenzen van de gemeente waartoe de wijkgemeente behoort.
Van deze bepaling kan alleen worden afgeweken met toestemming van het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-16-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
4

Voor een predikant voor gewone werkzaamheden geldt een rechtspositieregeling, waarin het traktement, de pensioenvoorziening en de bijkomende voorwaarden zijn beschreven.
Deze rechtspositieregeling, neergelegd in de generale regeling voor de predikantstraktementen en de generale regeling voor de predikantspensioenen, komt tot stand na overleg met het daartoe aangewezen orgaan van de kerk. De uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld in het georganiseerd overleg.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-16-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
5

De kerkenraad van de gemeente waaraan de predikant verbonden is, is gehouden tot de uitbetaling van het traktement en de vergoedingen en de toepassing van de overige regelingen, zoals bepaald in de generale regeling voor de predikantstraktementen. Indien de predikant verbonden is aan een wijkgemeente, berust deze verplichting op de algemene kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-17-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 17.

Predikanten in deeltijdfunctie

Lid
1

Een predikant of een proponent die beroepen wordt tot predikant voor gewone werkzaamheden, kan geroepen worden de ambtelijke werkzaamheden te verrichten in een deel van de volledige werktijd. De omvang van dit deel van de volledige werktijd dient ten minste een derde en ten hoogste vier vijfde van de volledige werktijd te bedragen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-17-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 17.

Predikanten in deeltijdfunctie

Lid
2

Voor het uitbrengen van een beroep tot het verrichten van ambtelijke werkzaamheden in een deel van de volledige werktijd en voor het wijzigen van het percentage van de volledige werktijd waarvoor een predikant is beroepen, dient toestemming verkregen te worden van het breed moderamen van de classicale vergadering, en als het gaat om een evangelisch-lutherse gemeente tevens van de synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode.
Bij de vraag om toestemming dient de in lid 3 bedoelde beschrijving te worden meegezonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-17-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 17.

Predikanten in deeltijdfunctie

Lid
3

In de beroepsbrief dient een nauwkeurige beschrijving te zijn opgenomen van de omvang van de werkzaamheden die binnen de in de beroepsbrief aangeduide werktijd dienen te worden verricht. Tevens dient in de beroepsbrief te worden aangegeven voor welke delen van het in artikel 9-1 omschreven dienstwerk van de predikant een andere voorziening wordt getroffen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-17-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 17.

Predikanten in deeltijdfunctie

Lid
4

Een predikant voor gewone werkzaamheden die de toevertrouwde arbeid verricht in een deel van de volledige werktijd, woont zo mogelijk binnen de grenzen van de gemeente waaraan deze verbonden is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-18-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 18.

Predikanten in tijdelijke dienst

Lid
1

Een predikant voor gewone werkzaamheden wordt beroepen voor onbepaalde tijd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-18-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 18.

Predikanten in tijdelijke dienst

Lid
2

In bijzondere omstandigheden kan een predikant of een proponent beroepen worden voor de duur van een nader aan te geven aantal jaren. Dit aantal jaren bedraagt ten minste vier.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-18-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 18.

Predikanten in tijdelijke dienst

Lid
3

Voor het uitbrengen van een beroep op een predikant of een proponent voor een beperkt aantal jaren dient toestemming gegeven te worden door het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-18-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 18.

Predikanten in tijdelijke dienst

Lid
4

Het voor een beperkt aantal jaren aangegane verband kan alleen worden verlengd voor onbepaalde tijd. Vindt geen verlenging plaats, dan wordt de predikant beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-19-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 19.

Vrijstelling van werkzaamheden

Lid
1

Indien in een gemeente spanningen optreden in verband met ontwikkelingen in de gemeente of het functioneren van de predikant kan het breed moderamen van de classicale vergadering na overleg met de kerkenraad en met de predikant en in geval van een predikant die verbonden is aan een evangelisch-lutherse gemeente in overleg met de evangelisch-lutherse synodale commissie, de predikant gevraagd of ongevraagd gedurende enige tijd gehele of gedeeltelijke vrijstelling van werkzaamheden verlenen.
Een besluit daartoe kan eerst worden genomen na overleg met het regionale college voor de visitatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-19-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 19.

Vrijstelling van werkzaamheden

Lid
2

De vrijstelling wordt verleend voor een beperkte periode. Gedurende deze periode onthoudt de predikant zich van de ambtswerkzaamheden waarvoor vrijstelling is verleend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-20-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
1

Indien door oorzaken gelegen bij de gemeente of door oorzaken gelegen in de persoon van de betrokken predikant of door andere oorzaken − in een gemeente zulke spanningen rijzen, dat de vraag rijst of de predikant deze gemeente nog langer met stichting kan dienen, kan het breed moderamen van de classicale vergadering op verzoek van de predikant, op verzoek van de kerkenraad of uit eigen beweging, gehoord het regionale college voor de visitatie aan het generale college voor de ambtsontheffing vragen een oordeel uit te spreken.
Het college spreekt zijn oordeel uit, gehoord de predikant, de kerkenraad en het regionale college voor de visitatie. In het geval dat een predikant verbonden is aan een wijkgemeente, wordt zowel de wijkkerkenraad als de algemene kerkenraad gehoord.
In geval van een predikant verbonden aan een evangelisch-lutherse gemeente, dient bovendien de medewerking verkregen te worden van de evangelisch-lutherse synode.
Tegen het oordeel van het generale college kan men in beroep gaan bij het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-20-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
2

Is het generale college van oordeel dat de predikant de gemeente niet langer met stichting kan dienen, dan bepaalt het een termijn van ten minste drie en ten hoogste twaalf maanden binnen welke de predikant de gelegenheid heeft zich door het aanvaarden van een beroep of door een verzoek om ontheffing van het ambt naar dit oordeel te voegen. Gedurende deze periode blijft de predikant aan de gemeente verbonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-20-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
3

De behandeling van een zaak als bedoeld in dit artikel geschiedt met inachtneming van het in de generale regeling voor de kerkelijke rechtspraak bepaalde.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-20-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
4

Na afloop van de vastgestelde termijn wordt de betrokken predikant ontheven van de werkzaamheden en losgemaakt van de gemeente en wordt de predikant beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-20-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
5

Aan de losgemaakte predikant wordt een wachtgeld toegekend met inachtneming van de bepalingen van de generale regeling voor de predikantstraktementen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-21-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 21.

Ontheffing van het ambt

Lid
1

Indien het generale college voor de ambtsontheffing, bij het oordeel dat een predikant de gemeente waaraan hij verbonden is, niet langer met stichting kan dienen, van oordeel is dat de predikant niet bekwaam is om enige gemeente met stichting te dienen of in een andere functie met vrucht als predikant werkzaam te zijn kan het generale college deze predikant ontheffen van het ambt van predikant.
Het generale college kan een dergelijke beslissing slechts nemen gehoord de predikant en het regionale college voor de visitatie en met ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen.
In geval van een predikant verbonden aan een evangelisch-lutherse gemeente, dient bovendien de instemming verkregen te worden van de evangelisch-lutherse synode.
Tegen het oordeel van het generale college kan men in beroep gaan bij het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-21-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 21.

Ontheffing van het ambt

Lid
2

De behandeling van een zaak als bedoeld in dit artikel geschiedt met inachtneming van het in de generale regeling voor de kerkelijke rechtspraak bepaalde.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-21-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 21.

Ontheffing van het ambt

Lid
3

Aan de onthevene wordt een wachtgeld toegekend met inachtneming van de bepalingen van de generale regeling voor de predikantstraktementen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-22-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
1

Een predikant in algemene dienst verricht werkzaamheden die naar het oordeel van de desbetreffende ambtelijke vergadering, in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant en uitgaan van een classis, de in een door de kleine synode aangewezen regio samenwerkende classes, de evangelisch-lutherse synode of de kerk.
De ambtelijke vergadering laat zijn oordeel dat de werkzaamheden in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant, toetsen door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-22-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
2

Een predikant in algemene dienst wordt beroepen door een classicale vergadering, een algemene classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of de generale synode, voor de duur van de werkzaamheden die de predikant worden opgedragen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-22-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
3

De ambtelijke vergadering stelt de beroepene een beroepsbrief ter hand, waarin omschreven staat wat de ambtelijke vergadering en de predikant elkaar verschuldigd zijn, met verwijzing naar de rechtspositieregeling, bedoeld in artikel 28. Bij aanvaarding van het beroep is artikel 5-5 van toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-22-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
4

Een predikant in algemene dienst wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5-7, bevestigd in een kerkdienst van een gemeente, binnen het gebied waarin deze werkzaam zal zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-22-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
5

De ambtelijke vergadering die de predikant in algemene dienst beriep laat deze predikant begeleiden door een door haar in te stellen commissie. De betrokken predikant woont de vergaderingen van deze commissie bij.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-22-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
6

De zorg voor het onderhoud van een predikant in algemene dienst berust bij de ambtelijke vergadering die deze predikant beriep, en geschiedt met inachtneming van de rechtspositieregeling voor kerkelijke medewerkers.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-22-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
7

Een predikant of een proponent die beroepen wordt tot predikant in algemene dienst, kan geroepen worden de werkzaamheden te verrichten in een deel van de volledige werktijd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-23-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
1

Een predikant met een bijzondere opdracht verricht werkzaamheden die in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant doch niet uitgaan van een ambtelijke vergadering, maar verricht worden bij een instelling die de betrokkene aanstelt.
De ambtelijke vergadering die de opdracht verleent, laat haar oordeel dat de werkzaamheden in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant, toetsen door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-23-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
2

Een predikant met een bijzondere opdracht wordt beroepen door een (algemene) kerkenraad, een classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-23-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
3

Een predikant met bijzondere opdracht wordt beroepen voor de duur van de werkzaamheden waartoe de opdracht is verstrekt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-23-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
4

De ambtelijke vergadering die de predikant met een bijzondere opdracht beroept, treft een regeling met de betrokken instelling waarin wordt vastgelegd dat deze ambtelijke vergadering verantwoordelijk is voor het werk dat de predikant met een bijzondere opdracht ambtelijk verricht en dat de gemeente respectievelijk de classis respectievelijk de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen respectievelijk de kerk niet aansprakelijk zijn voor de financiële gevolgen van ontheffing van of ontzetting uit het ambt of ontslag uit de dienstbetrekking.
Na ontslag uit de dienstbetrekking zonder voorafgaande ontheffing van of zonder voorafgaande ontzetting uit het ambt is de betrokken predikant beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-23-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
5

De ambtelijke vergadering stelt de beroepene een beroepsbrief ter hand, waarin omschreven staat wat de ambtelijke vergadering en de predikant elkaar verschuldigd zijn, met als bijlage de in het vorige lid bedoelde regeling.
Bij aanvaarding van het beroep is artikel 5-5 van toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-23-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
6

Een predikant met een bijzondere opdracht wordt met inachtneming van het bepaalde in artikel 5-7, bevestigd in een kerkdienst van een gemeente binnen het gebied waarin deze werkzaam zal zijn.
Indien de predikant verbonden wordt aan een gemeente, dient vooraf het breed moderamen van de classicale vergadering zich ervan te vergewissen dat de in lid 4 bedoelde regeling is getroffen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-23-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
7

De ambtelijke vergadering die de betrokken predikant beriep laat deze predikant begeleiden door een door haar in te stellen commissie. De betrokken predikant woont de vergaderingen van deze commissie bij.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-24-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 24.

Nevenwerkzaamheden

Lid
1

Indien een predikant naast de werkzaamheden als predikant andere arbeid verricht, dient de ambtelijke vergadering die beroept of beriep, zich ervan te overtuigen dat deze arbeid verenigbaar is met het ambt van predikant en niet strijdig is met het belang van de gemeente of van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-25-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 25.

Emeritaat

Lid
1

Een predikant
- die de in de generale regeling voor de predikantspensioenen genoemde leeftijd heeft bereikt en gebruik maakt van het recht op emeritaat,
- die gebruik maakt van een voor deze predikant geldend recht op volledige pensionering, of
- die blijvend niet in staat is de werkzaamheden van een predikant te verrichten,
wordt op eigen verzoek, op verzoek van de ambtelijke vergadering die de predikant beriep of ambtshalve emeritus verklaard.
Een predikant voor gewone werkzaamheden wordt uiterlijk bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar emeritus verklaard, tenzij de betrokken kerkenraad en predikant, met inachtneming van het in de generale regeling bepaalde, een later tijdstip overeenkomen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-25-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 25.

Emeritaat

Lid
2

In geval van een predikant die aan een gemeente verbonden is, geschiedt de emeritusverklaring door het breed moderamen van de classicale vergadering.
In alle andere gevallen geschiedt de emeritusverklaring door de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-25-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 25.

Emeritaat

Lid
3

De vaststelling en de uitbetaling van het pensioen van predikanten geschieden met inachtneming van de bepalingen van de generale regeling voor de predikantspensioenen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-26-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26.

Ontheffing van het ambt op eigen verzoek

Lid
1

Een predikant die door bijzondere omstandigheden het ambt niet langer kan vervullen, wordt op eigen verzoek eervol van het ambt ontheven en is, tenzij de omstandigheden het onmogelijk maken een beroep in overweging te nemen, voor een periode van vier jaar beroepbaar predikant. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-26-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26.

Ontheffing van het ambt op eigen verzoek

Lid
2

Het staat een predikant niet vrij het ambt neer te leggen. Een predikant kan evenwel op eigen verzoek eervol van het ambt worden ontheven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-26-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26.

Ontheffing van het ambt op eigen verzoek

Lid
3

In het geval van een predikant die verbonden is aan een gemeente, wordt de ontheffing van het ambt verleend door het breed moderamen van de classicale vergadering en in alle andere gevallen door de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-27-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten

Lid
1

Een emeritus predikant en een beroepbaar predikant behouden de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-27-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten

Lid
2

Een predikant die wegens bijzondere omstandigheden eervol van het ambt ontheven is en geen beroep in overweging kan nemen, behoudt voor een periode van vier jaar de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-27-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten

Lid
3

Het breed moderamen van de classicale vergadering waartoe de gemeente behoort waar betrokkene als lid is ingeschreven kan een predikant die op eigen verzoek eervol van het ambt is ontheven en degene die de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten heeft behouden, telkens voor een periode van vier jaar de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten laten behouden, wanneer deze daarom verzoekt en het belang van de kerk daarmee is gediend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-27-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten

Lid
4

Degenen die de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten hebben behouden, worden op hun verzoek door de kleine synode, al of niet onder voorwaarden, beroepbaar gesteld, tenzij het belang van de kerk zich daartegen verzet.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-27-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten

Lid
5

Dienstdoende predikanten en zij die de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten hebben behouden, kunnen van de kerkenraad van een gemeente − waar van toepassing met instemming van de kerkenraad van de eigen gemeente − voor een periode van ten hoogste vier jaar de opdracht krijgen tot het verrichten van hulpdiensten in de eerstgenoemde gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-27-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten

Lid
6

Een emeritus predikant en een beroepbaar predikant zijn bevoegd in een gemeente met minder dan 300 leden en in andere door het breed moderamen van de classicale vergadering te beoordelen gevallen het dienstwerk van een predikant te verrichten zoals beschreven in artikel 9-1, indien de kerkenraad, met instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering hen daartoe roept voor een periode van tenminste twee jaar en ten hoogste vier jaar.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-27-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten

Lid
7

De kleine synode is bevoegd, met instemming van het generale college voor de ambtsontheffing, om de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten in te trekken dan wel aan de bevoegdheid beperkende voorwaarden te stellen indien het belang van de kerk dit vereist.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-28-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
1

Onder de regeling voor de rechtspositie van de kerkelijke medewerkers vallen:
- de predikanten in algemene dienst;
- zij die in een dienst zijn gesteld in gemeente of kerk en werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst;
- zij die in enige functie in gemeente of kerk werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-28-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
2

De kerkelijke medewerkers worden benoemd door of vanwege de ambtelijke vergadering of het kerkelijke lichaam onder verantwoordelijkheid waarvan zij werkzaam zijn.
Een kerkelijke medewerker wordt aangesteld
- voor een gemeente door het college van kerkrentmeesters of door het college van diakenen;
- voor een classis door het breed moderamen van de classicale vergadering;
- voor de evangelisch-lutherse synode door de evangelisch-lutherse synodale commissie;
- voor de kerk door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-28-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
3

De vertegenwoordiging van een gemeente, een classis, de evangelisch-lutherse synode respectievelijk de kerk ter zake van het werkgeverschap is opgedragen aan de instantie die de aanstelling verrichtte.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-28-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
4

De aanstelling, de salariëring, de schorsing en het ontslag van kerkelijke medewerkers geschieden volgens de generale regeling voor de rechtspositie van de kerkelijke medewerkers.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-28-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
5

De rechtspositieregeling, neergelegd in de generale regeling voor de rechtspositie van de kerkelijke medewerkers, komt tot stand na overleg met het daartoe aangewezen orgaan van de kerk. De uitvoeringsbepalingen worden vastgelegd in het georganiseerd overleg.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 3-28-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
6

De kleine synode is belast met het vaststellen en het uitvoeren van het algemene personeelsbeleid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.I.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel
1-5

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-1-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 1.

Het kerkelijk karakter

Lid
1

De ambtelijke vergaderingen, waaraan de leiding in de kerk is toevertrouwd, verrichten hun werk luisterend naar de Heilige Schrift en in onderlinge saamhorigheid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-1-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 1.

Het kerkelijk karakter

Lid
2

In de werkwijze van de ambtelijke vergaderingen dienen steeds zowel de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de ambtsdragers tezamen als ook de bijzondere verantwoordelijkheid van elk van de drie ambten tot hun recht te komen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-2-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 2.

Geheimhouding

Lid
1

Zij die een ambt dragen, zij die een dienst of functie vervullen en zij die vanwege gemeente of kerk een taak vervullen, zijn geheimhouding verplicht ten aanzien van alle zaken die hun in de uitoefening van hun ambt, dienst, functie of taak ter kennis komen en een vertrouwelijk karakter dragen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-2-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 2.

Geheimhouding

Lid
2

Deze geheimhoudingsplicht blijft bestaan nadat hun ambt, dienst, functie of taak is beëindigd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-3-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Meerdere vergaderingen

Lid
1

Van de kerkenraad worden de andere ambtelijke vergaderingen onderscheiden als meerdere vergaderingen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-3-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Meerdere vergaderingen

Lid
2

De naar de meerdere vergadering afgevaardigde ambtsdragers handelen zonder last of ruggespraak.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-3-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Meerdere vergaderingen

Lid
3

De bijeenkomsten van de meerdere vergaderingen zijn openbaar, tenzij de meerdere vergadering besluit een zaak in beslotenheid te behandelen.
De bijeenkomsten van de brede moderamina van de meerdere vergaderingen zijn niet openbaar. Een breed moderamen kan besluiten leden van de kerk op hun verzoek tot een bijeenkomst toe te laten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-4-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
1

Indien in de orde van de kerk sprake is van kerkelijke lichamen, worden daaronder verstaan de ambtelijke vergaderingen en alle bij ordinantie, generale regeling of overgangsbepaling in het leven geroepen of erkende organen en colleges alsmede alle door ambtelijke vergaderingen of kerkelijke organen en colleges ingestelde vaste of tijdelijke commissies.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-4-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
2

Bepalingen in regelingen van kerkelijke lichamen die in strijd zijn met hetgeen in de kerkorde en de ordinanties is bepaald, hebben geen kracht. Bepalingen die in strijd komen met hetgeen in de kerkode of de ordinanties wordt bepaald, verliezen op dat moment hun kracht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-4-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
3

Een lid van een kerkelijk lichaam verliest het lidmaatschap van dit lichaam op het moment dat dit lid niet langer voldoet aan de eisen die aan het lidmaatschap zijn gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-5-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
1

In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen.
Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan wordt besloten met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco stemmen niet meetellen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-5-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
2

Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is het voorstel verworpen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-5-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
3

Stemming over personen geschiedt schriftelijk.
Wanneer er niet meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, kan mondeling worden gestemd als niemand van de aanwezige leden tegen mondelinge stemming bezwaar maakt.
Indien één kandidaat wordt voorgesteld en de stemmen staken, vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is de kandidaat niet verkozen.
Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden.
Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden.
Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-5-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
4

Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet ten minste de helft van het aantal leden van het kerkelijk lichaam ter vergadering aanwezig is.
Wanneer in een vergadering het quorum niet aanwezig is kan ten aanzien van een op die vergadering ingediend voorstel een besluit genomen worden op een volgende vergadering die ten minste twee weken later wordt gehouden, ook wanneer dan het quorum niet aanwezig is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.II.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel
6-13

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
1

Elke gemeente heeft een kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
2

De kerkenraad wordt gevormd door de ambtsdragers van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
3

Met het oog op de vervulling van de door de kerkenraad te verrichten taken stelt de kerkenraad het aantal ambtsdragers vast met dien verstande dat in de kerkenraad alle ambten aanwezig zijn en wel naast de predikant ten minste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeerster zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
4

In een gemeente met minder dan 300 leden kan de kerkenraad een kleiner aantal ambtsdragers vaststellen, met dien verstande dat alle ambten aanwezig zijn en in de plaatselijke regeling — met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering, na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord — is voorzien op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken worden verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
5

Wanneer de helft van het aantal ambtsdragers ontbreekt of buiten functie is, bepaalt het breed moderamen van de classicale vergadering na overleg met de nog functionerende ambtsdragers en na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord, op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken kunnen worden verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
6

De kerkenraad kan bepalen dat en in hoeverre zij die in de gemeente in een bediening zijn gesteld, als adviseur aan de vergaderingen van de kerkenraad deelnemen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
7

De kerkenraad kan predikanten die met bijzondere opdracht aan de gemeente verbonden zijn en dienstdoende predikanten die lid zijn van de gemeente benoemen tot lid van de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-7-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 7.

Arbeidsveld

Lid
1

De kerkenraad heeft tot taak:
- de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten;
- het leiding geven aan de opbouw van de gemeente in de wereld;
- de zorg voor de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en de geestelijke vorming;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente;
- het opzicht over de leden van de gemeente voorzover hem dat door de orde van de kerk is opgedragen;
- de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente;
- het bevorderen ter plaatse van de gemeenschap van de kerken;
- het bespreken van zaken die door de classicale vergadering worden of zijn behandeld;
- het vaststellen van de regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van hem wordt gevraagd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-7-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 7.

Arbeidsveld

Lid
2

De regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente worden vastgesteld en gewijzigd na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben en na overleg met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en de organen van de gemeente voorzover een regeling op het functioneren van zulk een college of orgaan rechtstreeks betrekking heeft.
Deze regelingen zijn ten minste:
- de regeling voor de verkiezing van ambtsdragers;
- de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad;
- de regeling voor het beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente.
Deze regelingen worden na vaststelling of wijziging ter kennisneming toegezonden aan het breed moderamen van de classicale vergadering en in geval van een evangelisch-lutherse gemeente tevens aan de evangelisch-lutherse synodale commissie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
1

De kerkenraad komt ten minste zes maal per jaar bijeen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
2

De kerkenraad kiest jaarlijks uit zijn midden een moderamen bestaande uit tenminste een preses, een scriba en een assessor. In het moderamen hebben ten minste een predikant, een ouderling, een ouderling-kerkrentmeester en een diaken zitting. Indien de kerkenraad minder dan twaalf leden telt, hebben in het moderamen ten minste een predikant, een ouderling of een ouderling-kerkrentmeester en een diaken zitting.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
3

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de kerkenraad, de uitvoering van die besluiten van de kerkenraad waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoording aan de kerkenraad, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
4

De kerkenraad kan zich in zijn arbeid laten bijstaan door commissies die door hem worden ingesteld en die werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
5

De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente.
Elk jaar pleegt de kerkenraad met dezelfde colleges en organen overleg over eventuele wijziging van het beleidsplan.
Nadat de kerkenraad het beleidsplan of een wijziging daarvan voorlopig heeft vastgesteld, wordt dit in de gemeente gepubliceerd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over het beleidsplan of de wijziging kenbaar te maken. Daarna stelt de kerkenraad het beleidsplan of de wijziging vast.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
6

De kerkenraad maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld:
het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de agendering, de wijze waarop de gemeente wordt gekend en gehoord, de toelating van niet-leden van de kerkenraad tot zijn vergaderingen en het beheer van zijn archieven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
7

De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:
- het beantwoorden van de doopvragen door doopleden;
- het toelaten van doopleden tot het avondmaal;
- het verlenen van actief en passief kiesrecht aan doopleden;
- de wijze van de verkiezing van ambtsdragers;
- het zegenen van andere levensverbintenissen dan en huwelijk van man en vrouw;
en ter zake van:
- de aanduiding van de naam van de gemeente;
- het voortbestaan van de gemeente;
- het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente;
- de plaats van samenkomst van de gemeente;
- het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw;
zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.
Het kennen en horen dient in elk geval plaats te vinden in de vorm van een beraad in de gemeente indien het beraad in de desbetreffende ordinantie is voorgeschreven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-9-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
1

Elke wijkgemeente heeft een wijkkerkenraad.
Een gemeente met wijkgemeenten heeft naast wijkkerkenraden een algemene kerkenraad.
Op de wijkkerkenraad en de algemene kerkenraad zijn de artikelen 6 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-9-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
2

Elke wijkkerkenraad wijst aan de hand van een door de algemene kerkenraad op te stellen rooster uit zijn midden een of meer leden voor de algemene kerkenraad aan, met dien verstande dat in de algemene kerkenraad ten minste twee predikanten, vijf ouderlingen, van wie er twee tevens kerkrentmeester zijn, en drie diakenen zitting hebben. Wanneer de algemene kerkenraad meer leden telt, dient de verdeling van de zetels over de ambten zoveel mogelijk dezelfde verhouding aan te houden.
Ambtsdragers met een bepaalde opdracht kunnen boventallig door de algemene kerkenraad aangewezen worden uit de ambtsdragers van de gemeente of verkozen worden uit de stemgerechtigde leden van de gemeente, met dien verstande dat het aantal boventallige leden ten hoogste een derde deel is van het totaal aantal leden van de algemene kerkenraad.
Indien preses en/of scriba als boventallige leden verkozen worden door de algemene kerkenraad blijven zij, in afwijking van het bepaalde artikel 8-2 gedurende hun gehele ambtstermijn in functie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-9-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
3

Ter bespreking van de voor de gehele gemeente van belang zijnde aangelegenheden roept de algemene kerkenraad een vergadering van alle ambtsdragers van de gemeente bijeen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-9-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
4

De verdeling van de taken en bevoegdheden over enerzijds de algemene kerkenraad en anderzijds de wijkkerkenraden wordt aangegeven in een door de algemene kerkenraad in overleg met de wijkkerkenraden vast te stellen regeling, met dien verstande dat de taken en bevoegdheden van de wijkkerkenraden alles omvatten wat tot de taken en bevoegdheden van de kerkenraad behoort, met uitzondering van datgene wat nadrukkelijk wordt toevertrouwd aan de algemene kerkenraad, waaronder, voor zover in de orde van de kerk niet anders is bepaald:
- het overleg met de wijkkerkenraden over de taak en de samenwerking van de delen in het geheel van de gemeente en de uitvoering van het werk dat in dat overleg aan de algemene kerkenraad wordt toevertrouwd;
- het treffen van voorzieningen ten behoeve van de gemeente in haar geheel, waar dat nodig is om recht te doen aan de binnen de gemeente voorkomende kerkelijke verscheidenheid;
- de vermogensrechtelijke aangelegenheden;
- datgene wat te maken heeft met de rechtspositie van de predikanten en de gesalarieerde medewerkers.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
1

De kerkenraad kan onder behoud van zijn uiteindelijke verantwoordelijkheid een deel van zijn taak toevertrouwen aan zijn breed moderamen, hierna te noemen de kleine kerkenraad, met een aantal door hem in te stellen werkgroepen, hierna te noemen sectieteams en taakgroepen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
2

De kerkenraad, waarvan alle ambtsdragers deel uitmaken, komt in afwijking van het in artikel 8-1 bepaalde ten minste vier maal per jaar bijeen ter vaststelling van het algemene beleid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
3

De kleine kerkenraad wordt gevormd door het moderamen van de kerkenraad, de predikanten en een aantal ouderlingen en diakenen die in de regel tevens deel uitmaken van een sectieteam of een taakgroep.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
4

Elk sectieteam en elke taakgroep bestaat uit een of meer ambtsdragers van wie er ten minste één lid is van de kleine kerkenraad, alsmede uit een aantal andere leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
5

Een sectieteam werkt ten behoeve van een geografisch begrensd deel van de gemeente dan wel een bepaalde groep gemeenteleden; een taakgeroep legt zich toe op het verrichten van een bepaalde taak in de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
6

De kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen werken binnen het beleid van de kerkenraad inzake het gehele leven en werken van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
7

De verdeling van taken en bevoegdheden over enerzijds de kerkenraad en anderzijds de kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen wordt aangegeven in een door de kerkenraad na overleg met de kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen vast te stellen regeling met dien verstande dat
a. aan de kerkenraad wordt toevertrouwd:
- de algemene leiding aan de opbouw van de gemeente in de wereld;
- de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten;
- het nemen van de besluiten als genoemd in artikel 8-7;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente;
- het vaststellen van de begrotingen en de jaarrekeningen;
- het beroepen van de predikanten en het leiding geven aan de daaraan voorafgaande verkiezing;
- het leiding geven aan de verkiezing van de ouderlingen en de diakenen als bedoeld in ordinantie 3-6 en de benoeming van de kerkrentmeesters die geen ouderling zijn, met dien verstande dat de kerkenraad van geval tot geval de uitvoering van deze taak kan opdragen aan de kleine kerkenraad;
- het opzicht over de leden van de gemeente voor zover dat door de orde van de kerk is opgedragen aan de kerkenraad;
- het aanwijzen van afgevaardigden naar de classicale vergadering;
- het vaststellen van de plaatselijke regelingen als bedoeld in artikel 7-2;
b. aan de kleine kerkenraad wordt toevertrouwd:
- het toetsen van het werk van de sectieteams en de taakgroepen aan het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan;
- de instelling van de sectieteams en de taakgroepen en de benoeming van de leden daarvan;
- het vaststellen van de instructies van de sectieteams en de taakgroepen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
8

In dit artikel kan in plaats van kerkenraad ook wijkkerkenraad of algemene kerkenraad worden gelezen met inachtneming van het in artikel 9-4 bepaalde ten aanzien van de verhouding tussen de algemene kerkenraad en de wijkkerkenraden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-11-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
1

Een kerkenraad, college van kerkrentmeester of college van diakenen is bevoegd om tezamen met een kerkenraad, college van kerkrentmeesters respectievelijk college van diakenen van een of meer andere gemeenten een gemeenschappelijke regeling te treffen, waarbij taken en bevoegdheden van de betrokken kerkenraden of colleges worden overgedragen aan een door de desbetreffende kerkenraden of colleges uit hun midden in te stellen gezamenlijke commissie.
Voor een besluit van een college van kerkrentmeesters of van diakenen tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling is voorafgaande instemming van de kerkenraad vereist.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-11-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
2

Van de in lid 1 bedoelde bevoegdheid kan uitsluitend gebruik gemaakt worden indien de desbetreffende taak beter gemeenschappelijk met andere gemeenten kan worden verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-11-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
3

De vaststelling van een zodanige gemeenschappelijke regeling kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-11-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
4

Beëindiging van de gemeenschappelijke regeling door een of meer van de betrokkenen is alleen mogelijk indien voorzien is in een regeling van de gevolgen van deze beëindiging. Op het besluit tot beëindiging is het bepaalde in lid 1 en 3 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-12-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
1

De kerkenraad wordt bijgestaan door een predikant als consulent indien
- er aan de gemeente of de wijkgemeente geen predikant voor gewone werkzaamheden verbonden is;
- de predikant ten gevolge van ziekte gedurende een periode van meer dan twee maanden verhinderd is de ambtelijke werkzaamheden te verrichten;
- de predikant op grond van ordinantie 3-19 vrijstelling van werkzaamheden is verleend;
- de predikant op grond van een beslissing in het kader van ordinantie 10 niet bevoegd is het ambt te vervullen dan wel de ambtelijke bevoegdheden uit te oefenen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-12-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
2

De kerkenraad kan op zijn verzoek ook in andere gevallen waarin de predikant afwezig is of verhinderd is de ambtelijke werkzaamheden te verrichten, worden bijgestaan door een predikant als consulent, zulks ter beoordeling van het breed moderamen van de classicale vergadering respectievelijk van het ringverband dat de consulent aanwijst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-12-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
3

De consulent maakt met de kerkenraad een afspraak over de te verrichten werkzaamheden. De consulent wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de kerkenraad en zijn moderamen en heeft in de vergaderingen van de kerkenraad en het moderamen een adviserende stem.

Ordinanties PKN (2004) 4-12-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
4

Bij het beroepen van een predikant begeleidt de consulent het beroepingswerk.
Bij het beroepen van een predikant door een evangelisch-lutherse gemeente wordt het beroepingswerk evenwel begeleid door de president van de evangelisch-lutherse synode of een door deze aan te wijzen plaatsvervanger die als consulent fungeert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-13-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 13.

Kerkenraad met gedelegeerden

Lid
1

De generale synode is bevoegd op verzoek van het breed moderamen van de classicale vergadering, indien het functioneren van de kerkenraad zodanig is verstoord dat daardoor het leven en werken in een gemeente worden ontwricht en indien toepassing van andere kerkordelijke mogelijkheden niet toereikend is of niet tot een oplossing heeft geleid, om gedurende een tijdvak van telkens ten hoogste twee jaar de taken van de kerkenraad die niet achterwege kunnen blijven geheel of gedeeltelijk te doen verrichten door een aantal door de generale synode uit de ambtsdragers of voormalige ambtsdragers van de kerk aan te wijzen gedelegeerden, die daarbij handelen na overleg met de kerkenraad.
Een besluit daartoe kan eerst worden genomen
- nadat op het breed moderamen een beroep is gedaan door een deel van de kerkenraad of door een deel van de gemeente,
- na overleg met het regionale college voor de visitatie dat tevoren de kerkenraad en de gemeente hoort, en
- waar het een evangelisch-lutherse gemeente betreft bovendien na overleg met de evangelisch-lutherse synodale commissie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.III.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel
14-21

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
1

De classicale vergadering wordt gevormd door de afgevaardigde ambtsdragers van de tot de classis behorende gemeenten.
De afgevaardigden worden aangewezen door de kerkenraden.
Vanuit de gemeenten met wijkgemeenten geschiedt de afvaardiging door de wijkkerkenraden.
De classicale vergadering wijst tevens twee leden aan uit de predikanten met bijzondere opdracht en predikanten in algemene dienst die aan een tot de classis behorende gemeente of aan de classis verbonden zijn, dan wel lid zijn van een tot de classis behorende gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
2

Elke kerkenraad of wijkkerkenraad vaardigt uit zijn midden twee ambtsdragers af. Bij toepassing van artikel 6-4 kan in de plaatselijke regeling worden vastgesteld dat de kerkenraad uit zijn midden één ambtsdrager afvaardigt.
De afgevaardigden worden aangewezen voor vier jaar.
Elk jaar treedt een vierde van het aantal leden van de classicale vergadering af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
3

De afvaardiging geschiedt aan de hand van een door het breed moderamen van de classicale vergadering op te stellen rooster dat voor elke kerkenraad aangeeft wanneer hij een predikant, een ouderling, een diaken of een ouderling die tevens kerkrentmeester is, dient af te vaardigen. Dit rooster wordt zo opgesteld, dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de classicale vergadering deel uitmaken.
Kerkenraden die een predikant dienen af te vaardigen, vaardigen zolang er geen predikant voor gewone werkzaamheden aan de gemeente verbonden is, hetzij een ouderling die niet tevens kerkrentmeester is, hetzij de consulent indien deze niet door een andere kerkenraad is afgevaardigd, naar de classicale vergadering af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
4

De kerkenraden wijzen naast elke afgevaardigde een secundus aan die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert. Kerkenraden van gemeenten waaraan één predikant voor gewone werkzaamheden verbonden is en die aan de beurt zijn een predikant af te vaardigen, wijzen naast deze een ouderling die niet tevens kerkrentmeester is, als secundus aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
5

Ambtsdragers die niet zijn afgevaardigd, kunnen door de classicale vergadering worden toegelaten als adviserende leden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
6

De classicale vergadering bepaalt in haar regeling voor haar wijze van werken wie, naast de afgevaardigden van de classicale vergadering naar de generale synode, als adviseurs aan de beraadslagingen van de classicale vergadering deelnemen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-15-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 15.

Arbeidsveld

Lid
1

De classicale vergadering heeft tot taak:
- het leiding geven aan het leven en werken van de classis op haar verschillende arbeidsvelden en het ter hand nemen van al wat het kerkelijk leven in de classis kan bevorderen;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de classis en het meewerken aan het totstandkomen van het activiteitenplan betreffende de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten;
- het gestalte geven aan de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor elkaar, onder meer door het stimulieren en zelf voeren van het kerkelijk gesprek en het op andere wijze bevorderen van de saamhorigheid van de gemeenten;
- het bevorderen van de saamhorigheid en de gezamenlijke bezinning van de predikanten door hen samen te brengen in werkgemeenschappen;
- het erop toezien dat de gemeenten haar roeping en taak nakomen, het advies en hulp bieden aan de kerkenraden, het vaststellen van de grenzen tussen de plaatselijke gemeenten in het ressort van de classis;
- het behandelen van de verslagen van de algemene classicale vergadering, het uitspreken jegens de generale synode van wat er leeft in de kerkenraden en de gemeenten die tot de classis behoren, het geven van consideraties over haar door de generale synode voorgelegde vragen van belijden en kerkorde, het behandelen van de verslagen van haar afgevaardigden naar de generale synode;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd
en — met inachtneming van het overigens in de ordinanties bepaalde — in samenwerking met andere classicale vergaderingen in de algemene classicale vergadering
- het adviseren en het toerusten van de gemeenten;
- de kerkvisitatie;
- het opzicht;
- de behandeling van beheerszaken en
- de behandeling van bezwaren en geschillen.
De classicale vergadering doet bij de vervulling van haar opdracht recht aan de binnen de classis voorkomende kerkelijke verscheidenheid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-15-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 15.

Arbeidsveld

Lid
2

De afgevaardigden naar de classicale vergadering brengen verslag uit aan de kerkenraden over hetgeen door de classicale vergadering is gedaan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
1

De classicale vergadering komt ten minste drie maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste vijf kerkenraden uit de classis of op verzoek van de generale synode, aan welk verzoek binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen, gevolg moet worden gegeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
2

De classicale vergadering kiest jaarlijks op de eerste bijeenkomst van het kalenderjaar onder leiding van de oudste van de aanwezige afgevaardigde predikanten uit haar midden een moderamen, bestaande uit ten minste een preses, een scriba en een assessor, met dien verstande dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
3

Preses en scriba kunnen, in afwijking van het bepaalde in lid 2, gekozen worden uit de ambtsdragers uit de classis, waarbij het bepaalde in ordinantie 3-7-3 van overeenkomstige toepassing is. Zij hebben dan in de classicale vergadering en in haar breed moderamen een adviserende stem.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
4

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de classicale vergadering en haar breed moderamen, het opmaken van een aan de kerkenraden toe te zenden verslag van de bijeenkomsten van de classicale vergadering, het uitvoeren van die besluiten van de classicale vergadering en haar breed moderamen waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoordelijkheid aan het breed moderamen, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.
Het moderamen brengt regelmatig rapport van zijn werkzaamheden uit aan het breed moderamen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
5

In dezelfde bijeenkomst waarin de moderamenleden worden gekozen, wordt op dezelfde wijze voor de tijd van een jaar een aantal andere leden van de classicale vergadering gekozen die met het moderamen het breed moderamen vormen.
Het breed moderamen wordt zo samengesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlngen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van het breed moderamen deel uitmaken.
Ten behoeve van de vergaderingen van het breed moderamen wordt voor elk lid daarvan uit de classicale vergadering een secundus gekozen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
6

Het breed moderamen is belast met:
- het in naam van en in verantwoording aan de classicale vergadering leiding geven aan en coördineren van de arbeid van de organen van bijstand van de classicale vergadering;
- het regelen van de waarneming van het werk van de predikant in die tot de classis behorende gemeenten en wijkgemeenten waaraan geen predikant verbonden is, met inbegrip van het aanwijzen van een consulent voor elk van die gemeenten, voorzover een en ander niet opgedragen is aan een ringverband en
- het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de classicale vergadering is opgedragen, voorzover dat hem door de classicale vergadering wordt gedelegeerd.
Het breed moderamen brengt jaarlijks verslag uit aan de classicale vergadering van zijn werkzaamheden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
7

De classicale vergadering en haar breed moderamen kunnen zich in hun arbeid laten bijstaan door commissies die door de classicale vergadering worden ingesteld en werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
8

De classicale vergadering maakt een regeling voor haar wijze van werken waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van haar breed moderamen, de agendering, de voorbereiding en de wijze van de verkiezing van de leden van het moderamen en het breed moderamen, de voorzieningen die getroffen worden voor de archieven, en de controle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-17-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
1

De classicale vergadering kan op verzoek van een aantal kerkenraden of wijkkerkenraden de betrokken gemeenten samenbrengen in een ringverband.
De classicale vergadering kan ook een gemeente of wijkgemeente die behoort tot een aangrenzendde classis, in zulk een ringverband opnemen wanneer daarom wordt verzocht door haar kerkenraad of wijkkerkenraad en met goedvinden van de betrokken classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-17-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
2

De in een ringverband samenwerkende gemeenten komen bijeen tot onderlinge opbouw, onder meer door zich gezamenlijk  te bezinnen op in deze gemeenten levende vragen met betrekking tot het leven en werken van de kerk en de gemeenten.
Wanneer een ringverband zijn overwegingen ten aanzien van vragen van belijdenis en kerkorde die door de generale synode aan de classicale vergadering ter consideratie zijn voorgelegd, kenbaar wenst te maken, brengt het deze overwegingen ter bespreking in in de classicale vergadering.
Tevens heeft het ringverband tot taak de regeling van de waarneming van het werk van de predikant in die tot het ringverband behorende gemeenten of wijkgemeenten waaraan geen predikant verbonden is, met inbegrip van het aanwijzen van een consulent voor elk van die gemeenten.
Het ringverband brengt jaarlijks verslag uit aan de classicale vergadering van zijn werkzaamheden. In dit verslag is opgenomen een verantwoording van de inkomsten en uitgaven van het ringverband.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-17-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
3

Het ringverband maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld: de samenstelling van zijn vergadering, het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de leiding van zijn vergaderingen, de agendering en de verdeling van de gemaakte kosten over de in het ringverband samenwerkende gemeenten en wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-18-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 18.

Werkgemeenschappen van predikanten

Lid
1

De predikanten die werkzaam of woonachtig zijn binnen een door de classicale vergadering aangewezen gebied vormen samen een werkgemeenschap.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-18-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 18.

Werkgemeenschappen van predikanten

Lid
2

Deze werkgemeenschap heeft in het bijzonder tot taak:
- de onderlinge opbouw van het geestelijk leven van haar leden met het oog op het werk waarmee zij zijn belast;
- het bevorderen van pastorale zorg voor haar leden;
- de bezinning op de versterking van het geestelijk leven van de gemeenten en het uitwisselen van de daaromtrent opgedane ervaringen;
- de gezamenlijke bestudering van themata die voor het werk van de predikant van belang zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
1

De classicale vergaderingen in een door de kleine synode aangewezen regio werken samen in een algemene classicale vergadering voor haar arbeid betreffende
- de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten,
alsmede betreffende
- de kerkvisitatie;
- het opzicht;
- de behandeling van beheerszaken en
- de behandeling van bezwaren en geschillen.
De algemene classicale vergadering werkt mee aan het totstandkomen van het door de generale synode vast te stellen beleidsplan inzake de dienstenorganisatie. Tevens stelt zij het activiteitenplan vast inzake de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten, nadat de classicale vergaderingen zijn gehoord. Zij blijft daarbij binnen het door de generale synode vastgestelde beleid inzake de dienstenorganisatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
2

De leden van een algemene classicale vergadering worden aangewezen door de classicale vergaderingen die in die algemene classicale vergadering samenwerken.
De evangelisch-lutherse synode kan bovendien een of twee evangelisch-lutherse ambtsdragers die wonen binnen het ressort van een algemene classicale vergadering, tot lid van deze algemene classicale vergadering aanwijzen.
Elke classicale vergadering wijst volgens een door het moderamen van de algemene classicale vergadering op te stellen rooster uit haar midden voor de tijd van vier jaar twee leden van de algemene classicale vergadering aan. Dit rooster wordt zo opgesteld, dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de algemene classicale vergadering deel uitmaken.
Voor elk lid van de algemene classicale vergadering wordt een secundus aangewezen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.
Elk jaar treedt een vierde van het aantal leden van de algemene classicale vergadering af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
3

De algemene classicale vergadering kiest jaarlijks op de eerste bijeenkomst van het kalenderjaar onder leiding van de oudste van de aanwezige afgevaardigde predikanen uit haar midden een moderamen, bestaande uit ten minste een preses, een scriba en een assessor, met dien verstand dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
4

Preses en scriba kunnen, in afwijking van het bepaalde in lid 3, gekozen worden uit de ambtsdragers die wonen in het ressort van de algemene classicale vergadering, waarbij het bepaalde in ordinantie 3-7-3 van overeenkomstige toepassing is. Zij hebben dan in de algemene classicale vergadering een adviserende stem.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
5

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de algemene classicale vergadering, het uitvoeren van die besluiten van de algemene classicale vergadering waarvoor geen anderen aangewezen zijn en voorts, onder verantwoording aan de algemene classicale vergadering, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en zaken die geen uitstel gedogen.
De algemene classicale vergadering maakt een regeling voor haar wijze van werken waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen, de agendering, de voorzieningen die getroffen worden voor de archieven, en de controle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
6

De algemene classicale vergadering laat zich bijstaan door de regionale raad van advies voor de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten.
De leden van de regionale raad van advies voor de dienstverlening worden benoemd door de algemene classicale vergadering uit de leden van de kerk die wonen in het ressort van de algemene classicale vergadering, nadat de classicale vergaderingen in de gelegenheid gesteld zijn aanbevelingen te doen.
Zij worden benoemd voor de tijd van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode van vier jaar worden herbenoemd.
De algemene classicale vergadering wijst de voorzitter en de secretaris van de regionale raad van advies aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
7

De regionale raad van advies heeft tot taak het adviseren van de algemene classicale vergadering en van het regionale dienstencentrum inzake de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten.
Hij werkt in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de algemene classicale vergadering.
De regionale raad is bevoegd subcommissies in te stellen die werken onder zijn verantwoordelijkheid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
8

Ten behoeve van haar arbeid maakt de algemene classicale vergadering gebruik van een regionaal dienstencentrum dat door de generale synode voor het werk in het ressort van de algemene classicale vergadering wordt onderhouden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-9

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
9

De algemene classicale vergadering brengt verslag uit aan de classicale vergaderingen die het regionaal verband vormen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-20-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 20.

Regionale colleges

Lid
1

De kerk kent voor het werk van de kerk in een door de kleine synode aangewezen regio
- het regionale college voor de visitatie en
- het regionale college voor de behandeling van beheerszaken
alsmede
- het regionale college voor het opzicht en
- het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-20-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 20.

Regionale colleges

Lid
2

Tenzij in de orde van de kerk anders is aangegeven, worden de leden van de regionale colleges benoemd door de algemene classicale vergadering uit de leden van de kerk. Zij worden benoemd voor de tijd van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode van vier jaar worden herbenoemd.
De algemene classicale vergadering wijst de voorzitter van een regionaal college aan.
Elk regionaal college brengt perodiek verslag van zijn werkzaamheden uit aan de algemene classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
1

De Waalse gemeenten komen samen in een classicale vergadering, de Réunion Wallonne genaamd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
2

De Réunion Wallonne heeft een breed moderamen dat onder de naam Commission Wallonne alles verricht wat in de ordinanties wordt opgedragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
3

De Réunion Wallonne werkt met een aantal classicale vergaderingen samen in een van de algemene classicale vergaderingen en is bevoegd met medewerking van de algemene classicale vergadering voor de behandeling van beheerszaken van de Waalse gemeenten een college in te stellen, waarvan de leden door haar worden benoemd. Dit college doet jaarlijks verslag aan de algemene classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
4

De visitatie in de Waalse gemeenten vindt plaats door de door de Réunion Wallonne volgens ordinantie 10-3-1 benoemde visitatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
5

De Réunion Wallonne is bevoegd eigen voorzieningen te treffen ten behoeve van de eredienst in de Waalse gemeenen inzake de bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en de orden van dienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
6

De Réunion Wallonne vaardigt één ambtsdrager naar de generale synode af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.IV.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel
22-24

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
1

De leden van de evangelisch-lutherse synode worden gekozen uit en door hen die zijn opgenomen in het register van evangelisch-lutherse leden van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
2

De evangelisch-lutherse synode bestaat uit zesendertig leden, te weten twaalf predikanten en vierentwinig niet-predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
3

De leden van de evangelisch-lutherse synode worden allen tegelijkertijd gekozen voor de tijd van vier jaar.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
4

Naast de leden van de evangelisch-lutherse synode worden als hun plaatsvervangers zes predikanten en twaalf niet-predikanten gekozen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
5

De verkiezing geschiedt volgens een door de evangelisch-lutherse synode vast te stellen en bij de regeling voor haar wijze van werken behorende, afzonderlijke regeling voor de verkiezing van de leden van de synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
6

Als adviseurs nemen volgens de regeling voor de wijze van werken van de evangelisch-lutherse synode aan de beraadslagingen van de evangelisch-lutherse synode deel de hoogleraren van het evangelisch-luthers seminarium, een daartoe aangewezen kerkmusicus, een van de leden van elk van de organen van bijstand van de synode, de afgevaardigden van de synode naar de generale synode en de afgevaardigden van de evangelisch-lutherse synode naar de assemblee en de andere bestuursorganen van de Lutherse Wereld Federatie, voorzover zij niet reeds deel uitmaken van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-23-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 23.

Arbeidsveld

Lid
1

De evangelisch-lutherse synode heeft tot taak:
- het zorg dragen voor het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie;
- het leiding geven aan het leven en werken van de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen en het onderhouden van contact met de evangelisch-lutherse gemeenten en de evangelisch-lutherse leden van de kerk, onder meer door
 - het periodiek bijeenroepen van een gezamenlijke vergadering;
 - het begeleiden en versterken van levende evangelisch-lutherse gemeenschappen;
 - het direct betrokken zijn bij het beroepingswerk van een evangelisch-lutherse gemeente, zoals geregeld in ordinantie 3-3;
- het zorg dragen voor de toerusting van de evangelisch-lutherse leden van de kerk alsmede het bijdragen aan de toerusting van de leden van de kerk inzake de evangelisch-lutherse traditie;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van de arbeid van de evangelisch-lutherse synode;
- de zorg voor het Evangelisch-Luthers Seminarium, zoals nader geregeld in ordinantie 13;
- het onderhouden van contacten met evangelisch-lutherse instellingen;
- het adviseren van de colleges voor visitatie, van de colleges voor het opzicht en van de colleges voor de behandeling van beheerszaken in die gevallen als bepaald in de ordinanties, alsmede indien een betrokken kerkenraad, ambtsdrager of gemeentelid zich wendt tot de evangelisch-lutherse synode;
- het bijhouden van het register van de evangelisch-lutherse leden van de kerk;
- het geven van consideraties over vragen van belijden en kerkorde haar door de generale synode voorgelegd;
- het aanwijzen van haar afgevaardigden naar de generale synode, het uitspreken jegens de generale synode van wat er leeft in de evangelisch-lutherse gemeenten, het behandelen van de verslagen van haar afgevaardigden naar de generale synode en het informeren van de generale synode over de werkzaamheden van de evangelisch-lutherse synode;
- het onderhouden van de relatie van de kerk met de Lutherse Wereld Federatie;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-23-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 23.

Arbeidsveld

Lid
2

Een wijziging in de ordinanties betreffende de evangelisch-lutherse leden van de kerk, de evangelisch-lutherse gemeenten en de evangelisch-lutherse synode kan pas in eerste lezing worden vastgesteld na overleg met en voorafgaand advies van de evangelisch-lutherse synode.
Een wijziging van dit artikel kan eerst in eerste lezing worden vastgesteld na instemmend advies van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
1

De evangelisch-lutherse synode komt ten minste twee maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste acht leden van de synode of op verzoek van de generale synode, aan welk verzoek binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen gevolg moet worden gegeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
2

Op de eerste bijeenkomst na de verkiezing als bedoeld in artikel 22-3 kiest de evangelisch-lutherse synode onder leiding van de afgetreden president uit haar midden een president, twee vice-presidenten en twee secretarissen, met dien verstande dat in elk geval de president en een van de vice-presidenten uit de predikanten worden gekozen.
De president, de vice-presidenten en de secretarissen vormen het moderamen van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
3

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de evangelisch-lutherse synode en van de synodale commissie, het voeren van overleg met het moderamen van de generale synode en voorts, onder verantwoording aan de synodale commissie, de uitvoering van de besluiten van de evangelisch-lutherse synode waarvoor geen anderen aangewezen zijn en van zaken die geen uitstel gedogen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
4

In dezelfde bijeenkomst waarin de moderamenleden worden gekozen, worden op dezelfde wijze voor de tijd van vier jaar nog zes andere leden van de evangelisch-lutherse synode gekozen die met het moderamen het breed moderamen, de synodale commissie genaamd, vormen.
In de synodale commissie hebben ten minste vijf predikanten en zes andere leden van de evangelisch-lutherse synode zitting.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
5

De synodale commissie is belast met het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de evangelisch-lutherse synode is opgedragen, voorzover dat haar door de evangelisch-lutherse synode wordt gedelegeerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
6

De evangelisch-lutherse synode en de synodale commissie kunnen zich in hun arbeid laten bijstaan door commissies die door de synode worden ingesteld en werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
7

De evangelisch-lutherse synode maakt een regeling voor haar wijze van werken, waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van de synodale commissie, de agendering, de voorzieningen die getroffen worden voor de archieven, en de controle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.V.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel
25-29

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
1

De generale synode wordt gevormd door de ambtsdragers die zijn afgevaardigd door de classicale vergaderingen en door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
2

Elke classicale vergadering vaardigt twee ambtsdragers uit de classis af.
De evangelisch-lutherse synode vaardigt vijf ambtsdragers uit haar leden af.
De afgevaardigden worden aangewezen voor vier jaar.
Elk jaar treedt een vierde van het aantal leden van de generale synode af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
3

De afvaardiging geschiedt aan de hand van een door de kleine synode op te stellen rooster dat voor elke classicale vergadering aangeeft wanneer zij een predikant, een ouderling, een diaken of een ouderling die tevens kerkrentmeester is, dient af te vaardigen. Dit rooster wordt zo opgesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de generale synode deel uitmaken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
4

De classicale vergaderingen en de evangelisch-lutherse synode wijzen naast elke afgevaardigde een secundus aan die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
5

Wanneer de kleine synode constateert dat de samenstelling van de generale synode zodanig is dat de aantallen synodeleden, gerekend naar hun behoren tot een protestantse gemeente, een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente naar verhouding sterk afwijken van de aantallen tot de Protestantse Kerk in Nederland behorende protestantse gemeenten, hervormde gemeenten, gereformeerde kerken en evangelisch-lutherse gemeenten, kan ter correctie de kleine synode ten hoogste tien classicale vergaderingen aanwijzen opdat die naast de reeds door hen afgevaardigde synodeleden een derde synodelid afvaardigen, waarbij de kleine synode bepaalt of deze van een protestantse gemeente, een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk dan wel een evangelisch-lutherse gemeente ambtsdrager is en of deze een predikant, een ouderling die niet tevens kerkrentmeester is, een diaken dan wel een ouderling die tevens kerkrentmeester is, dient te zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
6

De generale synode bepaalt in haar regeling voor haar wijze van werken wie als adviseurs aan de beraadslagingen van de generale synode deelnemen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-26-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 26.

Arbeidsveld

Lid
1

De generale synode heeft tot taak:
- het leiding geven aan het leven en werken van de kerk op haar verschillende arbeidsvelden en het ter hand nemen van al wat het leven van de kerk in de wereld kan bevorderen;
- het gestalte geven aan de verantwoordelijkheid van de kerk voor de gemeenten;
- het bevorderen van de eenheid van de kerk;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de kerk in haar geheel;
- het zoeken en bevorderen van de eenheid, de gemeenschap en de samenwerking met andere kerken van Jezus Christus;
- het vaststellen van de generale regelingen;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd.
De generale synode doet in de vervulling van haar opdracht recht aan de binnen de kerk voorkomende kerkelijke verscheidenheid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-26-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 26.

Arbeidsveld

Lid
2

De afgevaardigden naar de generale synode brengen verslag uit aan de classicale vergaderingen en de evangelisch-lutherse synode over hetgeen door de generale synode is gedaan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
1

De generale synode komt ten minste twee maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste zeven classicale vergaderingen of krachtens een besluit van de kleine synode. Aan een daartoe strekkend verzoek of besluit moet binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen of het besluit is genomen, gevolg worden gegeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
2

De generale synode heeft een moderamen dat gevormd wordt door de preses, de scriba, de assessor I, de assessor II en de assessor III.
Preses en assessor I worden gekozen voor een periode van vier jaar uit het midden van de synode. Indien hun zittingstermijn als afgevaardigd synodelid afloopt, blijven zij, zolang zij ambtsdrager zijn, voor de rest van die periode in functie. Van de preses en de assessor I is er tenminste één predikant.
Assessor II en III worden gekozen voor een jaar uit het midden van de synode en zijn hierkiesbaar.
De scriba wordt voor vier jaar benoemd uit de predikanten van de kerk en kan eenmaal worden herbenoemd.
Moderamenleden die niet tot de afgevaardigden behoren hebben in de vergaderingen van de synode en de kleine synode een adviserende stem.
Taken en bevoegdheden van de scriba worden nader geregeld in een door de generale synode vast te stellen instructie.
De generale synode legt in de door haar op te stellen regeling voor haar wijze van werken nader vast hoe gehandeld zal worden wanneer in het moderamen een tussentijdse vacature ontstaat of wanneer de continuïteit binnen het moderamen in gevaar komt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
3

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de generale synode en van de kleine synode en voorts de uitvoering van die besluiten van de generale synode waarvoor geen anderen aangewezen zijn.
In het bijzonder kan het moderamen worden belast, onder verantwoording aan de kleine synode, met het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.
Het moderamen brengt regelmatig rapport van zijn werkzaamheiden uit aan de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
4

Naast de moderamenleden worden jaarlijks voor de tijd van een jaar nog vijfentwintig andere leden van de generale synode gekozen die met het moderamen het breed moderamen, de kleine synode genaamd, vormen.
De kleine synode wordt zo samengesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de kleine synode deel uitmaken.
In de kleine synode heeft ten minste één evangelisch-luthers lid van de generale synode zitting. De kleine synode voegt daar indien nodig een of twee leden van de evangelisch-lutherse synode als adviserend lid aan toe, met dien verstande dat de kleine synode altijd ten minste drie leden van de evangelisch-lutherse synode als lid dan wel adviserend lid telt.
Ten behoeve van de vergaderingen van de kleine synode wordt voor elk lid daarvan uit de generale synode een secundus gekozen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
5

De kleine synode is belast met:
− het in naam van en in verantwoording aan de generale synode leiding geven aan en coördineren van de arbeid van de organen van bijstand van de generale synode;
− het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de generale synode is opgedragen, voorzover dat haar door de generale synode wordt gedelegeerd.
De kleine synode legt van haar werkzaamheden verantwoording af aan de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
6

De generale synode maakt een regeling voor haar wijze van werken waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van de kleine synode, en de agendering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
1

De generale synode laat zich in haar arbeid bijstaan door
− de generale raad van advies,
− de raad van advies voor het gereformeerd belijden,
− de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs,
− het bestuur van de dienstenorganisatie,
− de commissies die bij of krachtens ordinantie of generale regeling een taak namens de synode verrichten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
2

De leden van de organen van bijstand worden benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk voor de tijd van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode worden herbenoemd.
Elk orgaan van bijstand legt periodiek in een rapport verantwoording af van zijn werkzaamheden aan de generale synode.
De generale synode wijst de voorzitter en de secretaris van het orgaan van bijstand aan.
De organen van bijstand werken onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
3

De generale raad van advies heeft als taak
- het adviseren van de generale synode ter zake van het leven en werken van de kerk, in het bijzonder ter zake van het werk dat aan de dienstenorganisatie is toevertrouwd;
- het adviseren van het bestuur van de dienstenorganisatie ter zake van het werk dat aan de dienstenorganisatie is toevertrouwd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
4

De raad van advies voor het gereformeerd belijden heeft als taak:
- het adviseren van de generale synode inzake die aangelegenheden die het gereformeerd belijden raken;
- het op verzoek adviseren van andere ambtelijke vergaderingen of organen van de kerk met het oog op de voortgaande bezinning op vragen van geloven en kerk-zijn en het belijdend gesprek binnen de kerk;
- en het zo nodig − op verzoek van de generale synode − onderhouden van contacten met andere kerken van gereformeerd belijden alsmede met daarmee verwante organisaties.
De raad brengt zijn advies uit aan de synode na overleg met de generale raad van advies.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
5

Het bestuur van de dienstenorganisatie heeft als taak:
- het besturen van de dienstenorganisatie met inachtneming van het door de generale synode vastgestelde beleid en de door de kleine synode vastgestelde begroting;
- het (doen) voorbereiden van eht door de generale synode vast te stellen beleid, met name ter zake van
   - de arbeid van de algemene classicale vergaderingen betreffende de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten,
  - de zorg voor de opleiding en begeleiding van predikanten en kerkelijke werkers voorzover niet aan anderen toevertrouwd,
  - de theologische arbeid van de kerk,
  - de missionaire, diaconale en oecumenische opdracht van de kerk,
  - de ondersteuning van het werk van en ten behoeve van de meerdere vergaderingen
  en het doen uitvoeren van dit beleid;
- het vertegenwoordigen van de kerk ter zake van het werkgeverschap.
Het draagt de dagelijkse leiding van de dienstenorganisatie op aan een algemeen directeur, die wordt benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
6

De generale synode en de kleine synode kunnen commissies instellen voor een beperkte of een tijdelijke taak.
De leden van deze commissies worden benoemd door de generale synode respectievelijk de kleine synode.
De commissies werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de generale synode respectievelijk de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
7

De bespreking van en besluitvorming aangaande de periodieke verslagen en rapporten van de organen van bijstand en de generale colleges kunnen door de generale synode worden gedelegeerd aan de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
8

Ten behoeve van de arbeid van de kerk onderhoudt de generale synode een dienstenorganisatie, bestaande uit een landelijk dienstencentrum en regionale dienstencentra. Het beleidsplan voor de dienstenorganisatie wordt — mede op basis van bijdragen van de algemene classicale vergaderingen met betrekking tot de regionale dienstverlening — voorbereid door of vanwege het moderamen van de generale synode en het bestuur van de dienstenorganisatie tezamen en vastgesteld door de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-29-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 29.

De generale colleges

Lid
1

De kerk kent voor het werk van de gehele kerk
- het generale college voor de visitatie,
- het generale college voor onderzoek van beheerszaken,
- het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant,
- het generale college voor de ambtsontheffing en
- het generale college voor de kerkorde
alsmede
- het generale college voor het opzicht en
- het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-29-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 29.

De generale colleges

Lid
2

Tenzij in de orde van de kerk anders is aangegeven, worden de leden van de generale colleges benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk. Zij worden benoemd voor de tijd van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode van vier jaar worden herbenoemd.
De generale synode wijst de voorzitter van een generaal college aan.
Elk generaal college brengt periodiek verslag van zijn werkzaamheden uit aan de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5

Ordinantie 5 De eredienst

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-1-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
1

Op de zondag als de dag des Heren en op de kerkelijke feest- en gedenkdagen komt de gemeente samen in de eredienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-1-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
2

De gemeente kan tevens samenkomen
- in leerdiensten;
- in de bidstond en de dankstond voor gewas en arbeid en de kerkdiensten op de oudejaarsavond en de nieuwjaarsmorgen;
- in kerkdiensten ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen in het leven van gemeenteleden en van de gemeente zoals trouwdiensten, diensten van rouwdragen en gedenken en zegenvieringen;
- in kerkdiensten naar aanleiding van belangrijke gebeurtenissen in de kerk en in de wereld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-1-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
3

Tijd, plaats en aantal van de kerkdiensten worden vastgesteld door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-1-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
4

De in de kerkdiensten te volgen orde wordt vastgesteld door de kerkenraad waarbij gebruik wordt gemaakt van een van de in het dienstboek van de kerk aangereikte orden voor de eredienst.
Dit geschiedt met inachtneming van de bijzondere verantwoordelijkheid van de predikant voor de bediening van Woord en sacramenten en van de kerkmusicus voor de kerkmuziek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-1-5

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
5

De verantwoordelijkheid van de kerkenraad voor de kerkdiensten wordt tot uitdrukking gebracht in de ambtelijke aanwezigheid van leden van de kerkenraad naast de voorganger.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-1-6

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
6

Voor de publieke aankondiging van de te houden kerkdiensten met vermelding van plaats en aanvangstijd wordt zorg gedragen door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-1-7

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
7

De dienst van de gebeden en de lofprijzing kan ook gestalte krijgen in de dagelijkse getijdendiensten, met name in het morgengebed, het middaggebed en het avondgebed.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-2-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 2.

Bijzondere bepalingen

Lid
1

In een getijdendienst onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad kan worden afgeweken van het in artikel 1-5 bepaalde. Alle leden van de gemeente kunnen worden uitgenodigd in deze dienst voor te gaan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-2-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 2.

Bijzondere bepalingen

Lid
2

De kerkenraad kan een kerkdienst ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen in het leven van gemeenteleden doen plaatsvinden in het gebied van een andere gemeente, indien de kerkenraad van die gemeente daarmee schriftelijk instemt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-2-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 2.

Bijzondere bepalingen

Lid
3

De kerkenraad kan besluiten tot het houden van een oecumenische kerkdienst met andere kerkelijke gemeenschappen ter plaatse. In deze diensten kan worden afgeweken van het in artikel 1-3 en 4 bepaalde. In deze kerkdiensten kunnen voorgaan zij die in de eigen kerkgemeenschap bevoegdheid tot voorgaan in de eredienst hebben ontvangen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-3-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
1

De inzegening van een huwelijk van man en vrouw als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht geschiedt in een kerkdienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-3-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
2

Het verzoek om inzegening van een huwelijk wordt ten minste zes weken van tevoren ingediend bij de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-3-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
3

Wanneer zij die het verzoek hebben ingediend (of één van hen) zijn ingeschreven in het register van een andere gemeente, wordt het verzoek ten minste tien weken van tevoren ingediend bij de kerkenraad, die onverwijld de andere kerkenraad of kerkenraden op de hoogte stelt van het verzoek. Indien een andere kerkenraad binnen twee weken nadat hij op de hoogte is gesteld bezwaar maakt, beoordeelt de eerstgenoemde kerkenraad of het bezwaar voor de inzegening een beletsel vormt. Hij geeft de kerkenraad die het bezwaar indiende uiterlijk vier weken voor de inzegening bericht over zijn besluit.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-3-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
4

De trouwdienst wordt ten minste twee weken van tevoren aan de gemeente bekend gemaakt met vermelding van de namen van hen van wie het huwelijk zal worden ingezegend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-3-5

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
5

De inzegening geschiedt door een predikant van de gemeente, of door een andere in overleg met het bruidspaar door de kerkenraad uit te nodigen predikant, met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-3-6

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
6

De kerkenraad schenkt namens de gemeente in de trouwdienst een huisbijbel.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-3-7

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
7

De kerkenraad kan een trouwboek bijhouden, waarin hij de namen van hen van wie het huwelijk is ingezegend inschrijft.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-3-8

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
8

Alleen een naar burgerlijke wet tot stand gekomen huwelijk kan worden ingezegend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-4-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 4.

Andere levensverbintenissen

Lid
1

De kerkenraad kan − na beraad in de gemeente − besluiten dat ook andere levensverbintenissen van twee personen als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht kunnen worden gezegend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-5-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 5.

De voorganger

Lid
1

In een kerkdienst van een tot de Protestantse Kerk in Nederland behorende gemeente zijn bevoegd voor te gaan:
- zij die als predikant verbonden zijn aan een gemeente of ambtelijke vergadering in de Protestantse Kerk in Nederland, de emeriti predikanten en de beroepbare predikanten;
- zij die de bevoegdheid behouden hebben om voor te gaan in de dienst van Woord en sacramenten; en
- de voorgangers die behoren tot een kerkgemeenschap in Nederland of daarbuiten waarmee de Protestantse Kerk in Nederland bijzondere betrekkingen onderhoudt, naar de bevoegdheden die deze voorgangers hebben in hun eigen kerkgemeenschap en naar regels door de generale synode gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-5-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 5.

De voorganger

Lid
2

In een kerkdienst van een tot de Protestantse Kerk behorende gemeente zijn tevens bevoegd voor te gaan:
- zij die als proponent de bevoegdheid hebben te staan naar het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland;
- zij die in het kader van de opleiding tot predikant de bevoegdheid hebben verkregen een kerkdienst te leiden; en
- zij aan wie volgens de bepalingen van de generale regeling voor het verlenen van consent tot het leiden van kerkdiensten, een preekconsent is verleend in de Protestantse Kerk in Nederland en wel in de kerkdiensten van die gemeenten waarop het preekconsent betrekking heeft.
De in dit lid bedoelde bevoegdheid omvat niet de bediening van doop en avondmaal, het afnemen van de belijdenis van het geloof, de bevestiging van ambtsdragers en het leiden van trouwdiensten en het uitspreken van de zegen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-5-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 5.

De voorganger

Lid
3

Indien de kerkdienst niet geleid wordt door een aan de gemeente verbonden predikant, nodigt de kerkenraad een andere bevoegde voorganger uit om de kerkdienst te leiden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-5-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 5.

De voorganger

Lid
4

In noodgevallen waarin geen in lid 1 of 2 genoemde voorganger beschikbaar is, wordt de kerkdienst geleid door een ambtsdrager van de gemeente of door een of meer door de kerkenraad aan te wijzen leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-6-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 6.

De kerkmusicus

Lid
1

Aan de gemeentezang en de verdere muzikale vormgeving van de eredienst wordt leiding gegeven door een kerkmusicus.
De kerkmusicus kan in een bediening worden gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-6-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 6.

De kerkmusicus

Lid
2

De kerkmusicus wordt benoemd door de kerkenraad na overleg met het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De aanstelling van de kerkmusicus geschiedt door het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-6-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 6.

De kerkmusicus

Lid
3

De kerkmusicus wordt hetzij op arbeidsovereenkomst hetzij op basis van vrijwilligheid aangesteld volgens de bepalingen van de generale regeling voor de kerkmusici.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-7-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 7.

De koster

Lid
1

Ten behoeve van de zorg voor het kerkgebouw en de goede gang van zaken daarin tijdens de kerkdiensten kunnen de kerkrentmeesters zich laten bijstaan door een koster.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-7-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 7.

De koster

Lid
2

De koster wordt benoemd door de kerkenraad op voordracht van het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De aanstelling van de koster geschiedt door het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-7-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 7.

De koster

Lid
3

Wanneer de koster op arbeidsovereenkomst wordt aangesteld, wordt deze aangesteld volgens de bepalingen van de generale regeling voor de rechtspositie van de kerkelijke medewerkers.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-8-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 8.

Het kerkgebouw

Lid
1

De zorg voor het kerkgebouw en de goede gang van zaken daarin tijdens de kerkdiensten berust bij het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-8-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 8.

Het kerkgebouw

Lid
2

Over de inrichting van het kerkgebouw beslist de kerkenraad, gehoord het orgaan van de kerk dat op dit terrein werkzaam is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-8-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 8.

Het kerkgebouw

Lid
3

Het kerkgebouw wordt door het college van kerkrentmeesters in overleg met de kerkenraad bij voorrang beschikbaar gesteld voor gemeentelijke en kerkelijke doeleinden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-8-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 8.

Het kerkgebouw

Lid
4

Wanneer een kerkgebouw in gebruik is bij een wijkgemeente dient in de leden 1, 2 en 3 in plaats van het college van kerkrentmeesters wijkraad van kerkrentmeesters en in plaats van kerkenraad wijkkerkenraad te worden gelezen, tenzij in de plaatselijke regeling anders is bepaald.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-9-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 9.

De bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en het dienstboek

Lid
1

De generale synode bevordert de eenheid in de kerk door
- het aanwijzen van een of meer bijbelvertalingen
- het aanbieden van een of meer psalm- en gezangboeken
om in de eredienst te gebruiken.
In de eredienst wordt bij voorkeur van deze vertalingen en boeken gebruik gemaakt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-9-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 9.

De bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en het dienstboek

Lid
2

Met het oog op de kerkdienst en andere vieringen stelt de generale synode orden vast, die tezamen het dienstboek van de kerk vormen.
De eredienst, de bediening en viering van de doop en van het avondmaal, de openbare geloofsbelijdenis, de bevestiging van ambtsdragers, de inleiding van hen die in een bediening worden gesteld, de trouwdiensten en de diensten van rouwdragen en gedenken geschieden met gebruikmaking van door de generale synode vastgestelde orden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-9-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 9.

De bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en het dienstboek

Lid
3

Een nieuw aan te wijzen bijbelvertaling, een nieuw aan te bieden psalm- en gezangboek en een nieuw vast te stellen orde worden eerst gedurende enige tijd vrijgegeven ter beproeving door de gemeenten. De aanwijzing, aanbieding of vaststelling geschiedt na de classicale vergaderingen te hebben gehoord en na advies van de organen van de kerk die op het desbetreffende terrein werkzaam zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 5-9-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 9.

De bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en het dienstboek

Lid
4

Het door de generale synode aangeboden psalm- en gezangboek en het door de synode vastgestelde dienstboek kunnen met de in artikel I-4 en 5 van de kerkorde genoemde geschriften door de synode worden samengebracht in een kerkboek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6

Ordinantie 6 De heilige doop

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-1-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 1.

De opwekking tot de viering van de doop

Lid
1

De gemeente wordt in de eredienst en in de herderlijke zorg opgewekt tot de viering van de doop, in het bijzonder van de doop van de kinderen van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-1-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 1.

De opwekking tot de viering van de doop

Lid
2

De kerkenraad ziet erop toe dat de doop in de gemeente heilig wordt gehouden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-2-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
1

De verantwoordelijkheid voor de bediening van de doop berust bij de kerkenraad. De toelating tot de doop geschiedt met inachtneming van de richtlijnen die de generale synode daarvoor geeft.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-2-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
2

De kerkenraad voert een gesprek over de betekenis van de doop — in de regel in de persoon van de predikant tezamen met een van de ouderlingen die daartoe door de kerkenraad wordt aangewezen — met hen door wie de doop voor hun kinderen dan wel voor zichzelf wordt begeerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-2-3

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
3

De kerkenraad ziet erop toe dat, in geval van de doop van een kind, de doop door ten minste een van de ouders of verzorgers wordt begeerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-2-4

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
4

De kerkenraad bepaalt of doopvragen door doopleden mogen worden beantwoord. De kerkenraad neemt een besluit tot wijziging van het beleid ter zake niet dan na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-2-5

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
5

Indien de ouders of verzorgers respectievelijk degenen door wie de doop wordt begeerd, in het register van gemeenteleden van een andere gemeente van de kerk zijn ingeschreven, wordt de doop eerst bediend nadat de kerkenraad van die andere gemeente daarvan schriftelijk op de hoogte is gesteld en daartegen binnen drie weken schriftelijk geen bezwaar heeft gemaakt. De kerkenraad beoordeelt of het bezwaar een beletsel vormt en geeft aan de kerkenraad die het bezwaar indiende uiterlijk vier weken voor de doopsbediening bericht over zijn besluit.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-2-6

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
6

Indien de ouders of verzorgers door wie de doop voor hun kind wordt begeerd, lid zijn van een andere kerk, kan in bijzondere situaties, zulks ter beoordeling van de kerkenraad, de doop worden bediend, zo mogelijk in overleg met het bevoegde orgaan van die andere kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-3-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
1

De gelegenheid tot het ontvangen van de doop wordt ten minste eenmaal in de maand geboden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-3-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
2

De doop wordt in een kerkdienst van de gemeente bediend door een predikant met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-3-3

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
3

Indien de kerkenraad van oordeel is dat bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de doop ook buiten een kerkdienst worden bediend, waarbij de kerkenraad vertegenwoordigd is en zo mogelijk andere leden van de gemeente aanwezig zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-3-4

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
4

Doopvragen worden bij de doop van een kind beantwoord door de ouders of verzorgers dan wel — indien omstandigheden dat wenselijk maken — door anderen die bereid zijn (mede)verantwoordelijkheid te dragen voor de geestelijke vorming van het kind.
Doopvragen kunnen daarnaast beantwoord worden door anderen die als doopgetuigen optreden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-3-5

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
5

Aan kinderen die geloofsonderricht kunnen volgen, wordt de doop bediend na dooponderricht, in welk geval zij in de regel zelf doopvragen beantwoorden waarbij ook door de ouders of verzorgers vragen kunnen worden beantwoord.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-3-6

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
6

Zij die niet als kind gedoopt zijn, ontvangen de doop nadat zij belijdenis van het geloof hebben afgelegd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-4-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 4.

De doopregistratie

Lid
1

De kerkenraad draagt er zorg voor dat de namen van hen die in de gemeente zijn gedoopt, in het doopboek van de gemeente worden ingeschreven, een en ander met inachtneming van de richtlijnen die de generale synode daarvoor geeft.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-4-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 4.

De doopregistratie

Lid
2

De kerkenraad geeft aan hen die zijn gedoopt of — in geval van de doop van een kind — aan de ouders een verklaring af dat de doop is bediend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-4-3

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 4.

De doopregistratie

Lid
3

De kerkenraad kan op verzoek ook later een afschrift van de verklaring als bedoeld in lid 2 afgeven, echter alleen voor doeleinden waarvan hem is aangetoond dat zij niet strijdig zijn met het belijden van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-4-4

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 4.

De doopregistratie

Lid
4

Is de doop bediend op verzoek van iemand die in een andere gemeente van de kerk is ingeschreven, dan doet de kerkenraad van de gemeente waar de doop heeft plaatsgevonden, daarvan mededeling aan de kerkenraad van die andere gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-5-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 5.

Erkenning van de doop, bediend in een andere kerkgemeenschap

Lid
1

De doop die binnen een andere kerkgemeenschap is bediend wordt door de Protestantse Kerk in Nederland erkend indien de generale synode dit ten aanzien van zulk een kerkgemeenschap heeft uitgesproken, en anders, indien vast komt te staan dat deze doop in of vanwege een christelijke kerk of een gemeenschap van christenen, door een aldaar tot de doopbediening bevoegd persoon bediend werd met water en in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 6-5-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 5.

Erkenning van de doop, bediend in een andere kerkgemeenschap

Lid
2

De kerkenraad stelt, indien een gedoopte, van wie de doop is erkend of door de kerkenraad wordt erkend, als lid wenst te worden opgenomen in een gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland, een onderzoek in naar de beweegredenen en beslist of betrokken opgenomen wordt als lid van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-1-1

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 1.

De nodiging tot het avondmaal

Lid
1

De nodiging tot deelname aan de viering van de maaltijd van de Heer geschiedt in de eredienst en in de herderlijke zorg.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-1-2

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 1.

De nodiging tot het avondmaal

Lid
2

De nodiging gaat uit naar hen die Jezus Christus belijden en instemmen met de lofprijzing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-1-3

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 1.

De nodiging tot het avondmaal

Lid
3

De toeleiding tot en de voorbereiding op de viering van het avondmaal vinden plaats in de geloofsopvoeding, in de catechese en in de eredienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-2-1

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 2.

De toelating tot het avondmaal

Lid
1

Tot de deelname aan het avondmaal worden, met inachtneming van het overigens in de orde van de kerk bepaalde, toegelaten de leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-2-2

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 2.

De toelating tot het avondmaal

Lid
2

De kerkenraad bepaalt of alleen belijdende leden of ook doopleden aan het avondmaal kunnen deelnemen.
De kerkenraad neemt een beslissing tot wijziging van het beleid ten aanzien van de deelname aan het avondmaal niet dan na beraad in de gemeente, tot deelname waaraan de leden van de gemeente worden uitgenodigd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-2-3

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 2.

De toelating tot het avondmaal

Lid
3

Zij die tot een andere gemeente van de kerk behoren, worden door de kerkenraad toegelaten tot het avondmaal overeenkomstig het in lid 2 ten aanzien van de leden van de gemeente bepaalde.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-2-4

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 2.

De toelating tot het avondmaal

Lid
4

De kerkenraad kan leden van andere kerken die in hun kerkgemeenschap tot de viering van het avondmaal toegang hebben, toelaten tot het avondmaal.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-3-1

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 3.

De viering van het avondmaal

Lid
1

Het avondmaal wordt bediend door een predikant, waarbij de diakenen aan de tafel van de Heer dienen en de ouderlingen medeverantwoordelijkheid dragen.
De bediening geschiedt op de wijze die door de kerkenraad is vastgesteld en met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-3-2

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 3.

De viering van het avondmaal

Lid
2

Het avondmaal wordt gevierd in een kerkdienst van de gemeente.
De gemeente viert het avondmaal op gezette tijden, doch ten minste vier maal per jaar.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-3-3

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 3.

De viering van het avondmaal

Lid
3

Verbonden met de viering in de kerkdienst kan het avondmaal ook worden gevierd bij en met gemeenteleden die niet in staat zijn deel te nemen aan de viering in de kerkdienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-3-4

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 3.

De viering van het avondmaal

Lid
4

Het avondmaal kan onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad in een kerkdienst in instellingen als gevangenissen, ziekenhuizen en verpleeghuizen bediend worden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-4-1

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 4.

Voorbereiding en dankzegging

Lid
1

De voorbereiding op de viering van het avondmaal, waarin de gemeente wordt opgewekt tot verootmoediging en vertrouwen, en de dankzegging na het avondmaal kunnen, als de kerkenraad dat wenselijk acht, plaatsvinden in een kerkdienst voorafgaand aan respectievelijk volgend op de viering van het avondmaal.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 7-4-2

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 4.

Voorbereiding en dankzegging

Lid
2

De kerkenraad kan een samenkomst beleggen ter bezinning en verzoening, met het oog op de waardige viering van het avondmaal.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-1-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
1

De gemeente vervult haar missionaire, diaconale en pastorale roeping in het besef dat de daaruit voortvloeiende taken zowel in hun onderlinge samenhang als in hun eigenheid behartigd dienen te worden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-1-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
2

De kerkenraad ziet erop toe dat de afzonderlijke taken waar nodig en mogelijk op elkaar worden afgestemd en dat zij worden gericht op het gemeente-zijn in de wereld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-1-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
3

De kerkenraad draagt verantwoordelijkheid voor
− het opwekken van de leden van de gemeente om zich in te zetten voor die taken waarvoor zij gaven hebben ontvangen;
− de bijzondere toerusting en vorming van de leden van de gemeente met het oog op de vervulling van hun taken;
− het instellen van organen die de kerkenraad bijstaan en voorlichten en die de genoemde taken behartigen in daarbij passende werkvormen;
− het werven en ter beschikking stellen van gelden en middelen die voor de uitvoering van de betreffende taken noodzakelijk zijn;
− het onderhouden van contacten met andere kerkelijke gemeenschappen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-1-4

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
4

De toerusting van de gemeente tot de missionaire, diaconale en pastorale arbeid in het algemeen geschiedt in de kerkdiensten, in onderricht en vorming en door middel van publicaties.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-1-5

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
5

Waar zij andere godsdiensten ontmoet verricht de gemeente haar arbeid van getuigenis en dienst door het gesprek te voeren op respectvolle wijze en door naar mogelijkheden te zoeken om gemeenschappelijke taken te verrichten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-1-6

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
6

Met het oog op zijn verantwoordelijkheid voor de missionaire, diaconale en pastorale arbeid laat de kerkenraad zich voorlichten en bijstaan door de organen van de kerk die op deze terreinen werkzaam zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-2-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 2.

De missionaire arbeid

Lid
1

De gemeente is geroepen tot getuigenis en dienst aan hen die het Evangelie niet kennen of daarvan vervreemd zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-2-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 2.

De missionaire arbeid

Lid
2

De verantwoordelijkheid van de gemeente betreft zowel haar missionaire opdracht in eigen omgeving als de missionaire opdracht elders in de wereld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-2-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 2.

De missionaire arbeid

Lid
3

De missionaire arbeid in eigen omgeving krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente, die worden opgewekt Jezus Christus met woord en daad te belijden, als ook in de missionaire arbeid die door de betreffende organen van bijstand wordt verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-2-4

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 2.

De missionaire arbeid

Lid
4

De gemeente vervult haar missionaire opdracht elders in de wereld met behulp van het betreffende orgaan van de gemeente en, in samenwerking met de daartoe aangewezen organen van de kerk, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 14.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-3-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 3.

De diaconale arbeid

Lid
1

De gemeente is geroepen tot de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid door
− het betrachten van onderling dienstbetoon,
− het verlenen van bijstand, verzorging en bescherming aan wie dat nodig hebben,
− het deelnemen in arbeid ten behoeve van het algemeen maatschappelijk welzijn,
− het signaleren van knelsituaties in de samenleving en
− het bevorderen van de zorg voor het behoud van de schepping.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-3-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 3.

De diaconale arbeid

Lid
2

Deze roeping betreft zowel de diaconale opdracht in de gemeente en haar omgeving als de diaconale opdracht elders in de wereld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-3-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 3.

De diaconale arbeid

Lid
3

De diaconale zorg in de gemeente en in haar omgeving krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente, die worden opgewekt tot onderling dienstbetoon, tot voorbeden en tot de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in de wereld, als ook in de arbeid die door en onder leiding van de diakenen wordt verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-3-4

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 3.

De diaconale arbeid

Lid
4

De gemeente vervult haar diaconale opdracht elders in de wereld met behulp van en onder leiding van de diakenen en, in samenwerking met de daartoe aangewezen organen van de kerk, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 14.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-4-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 4.

De pastorale arbeid

Lid
1

De gemeente is geroepen tot de vervulling van haar pastorale opdracht door het verlenen van herderlijke zorg.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-4-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 4.

De pastorale arbeid

Lid
2

Deze pastorale opdracht betreft zowel de leden van de gemeente, de niet-gedoopte kinderen van leden van de gemeente en hen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente, als ook anderen die herderlijke zorg behoeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-4-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 4.

De pastorale arbeid

Lid
3

De herderlijke zorg ten opzichte van elkaar en ten opzichte van anderen krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente, die worden opgewekt tot omzien naar elkaar en naar anderen die dit behoeven, als ook in de pastorale arbeid die door en onder leiding van predikanten en ouderlingen wordt verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-4-4

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 4.

De pastorale arbeid

Lid
4

De gemeente vervult haar pastorale opdracht mede in de omgeving waarin zij leeft, en zij geeft uitdrukking aan haar verbondenheid met bijzonder pastoraal werk dat daar gebeurt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-5-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 5.

Samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen

Lid
1

De gemeente zoekt bij de vervulling van haar missionaire, diaconale en pastorale roeping samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen ter plaatse.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-5-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 5.

Samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen

Lid
2

De gemeente neemt deel aan de oecumenische arbeid ter plaatse, onder meer door mee te werken aan organisaties waarin plaatselijke kerkeljke gemeenschappen samenwerken.
De gemeente neemt ook deel aan de plaatselijke raad van kerken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-5-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 5.

Samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen

Lid
3

De gemeente zoekt, waar mogelijk en gewenst, oecumenische samenwerking met gemeenten in andere landen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-6-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 6.

Vervulling van de roeping in een relatie van wederkerigheid

Lid
1

Met het oog op de vervulling van haar missionaire, diaconale en pastorale roeping zoekt de gemeente contact met kerkelijke gemeenschappen waarvan de leden uit andere culturen afkomstig zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-6-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 6.

Vervulling van de roeping in een relatie van wederkerigheid

Lid
2

De zorg en de verantwoordelijkheid voor het onderhouden van deze contacten berust bij de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 8-6-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 6.

Vervulling van de roeping in een relatie van wederkerigheid

Lid
3

De kerkenraad zoekt naar wegen om de inzichten en ervaringen die de gemeente in haar relatie met deze kerkelijke gemeenschappen worden aangereikt, vruchtbaar te maken voor het gemeente-zijn in de Nederlandse samenleving.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9.I.

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

I. De lerende gemeente

Artikel
1

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-1-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

I. De lerende gemeente

Artikel 1.

De gemeente als lerende gemeente

Lid
1

De gemeente geeft onder leiding van de kerkenraad in vorming en toerusting, catechese en jeugdwerk gestalte aan het blijvend proces van geestelijke vorming waarin alle generaties betrokken zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-1-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

I. De lerende gemeente

Artikel 1.

De gemeente als lerende gemeente

Lid
2

Met het oog op zijn verantwoordelijkheid voor dit werk laat de kerkenraad zich voorlichten en bijstaan door de organen van de kerk die op deze terreinen werkzaam zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9.II.

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel
2-3

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-2-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 2.

Vorming en toerusting

Lid
1

De kerkenraad nodigt, vanwege de roeping van de gemeente om leerling te blijven op de weg van haar Heer, de leden van de gemeente uit om deel te nemen aan vormings- en toerustingswerk met het oog op hun geestelijke groei en het vervullen van de taken van gemeente en kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-2-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 2.

Vorming en toerusting

Lid
2

De gemeente is, vanwege haar betrokkenheid bij de doop, medeverantwoordelijk voor de geloofsopvoeding van kinderen en de geestelijke vorming van jongeren in de gemeente en schept mogelijkheden om deze te stimuleren en te steunen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-2-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 2.

Vorming en toerusting

Lid
3

Als leergemeenschap moedigt de gemeente haar leden aan om deel te nemen aan leeractiviteiten die in gemeente en kerk worden aangeboden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-2-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 2.

Vorming en toerusting

Lid
4

De gemeente zal bij voorkeur in samenwerking met andere gemeenten en kerkelijke gemeenschappen de mogelijkheden onderzoeken en gebruiken om in en ten behoeve van haar omgeving vragen van geloof en leven aan de orde te stellen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-3-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
1

Aan de jonge leden van de gemeente en verder aan allen die dit verlangen, wordt kerkelijk onderricht gegeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-3-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
2

Dit kerkelijk onderricht betreft met het oog op de doeleinden van de catechese
− het lezen en verstaan van de Heilige Schrift;
− de eredienst, de liederen en gebeden;
− de belijdenis en de geschiedenis van de kerk;
− het leven als christen in de wereld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-3-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
3

Bij de invulling van het kerkelijk onderricht, de keuze van de leermiddelen en de methode van de catechese wordt rekening gehouden met de leefwereld en de ontwikkeling van hen die het onderricht ontvangen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-3-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
4

Bijzondere vormen van catechese zijn onder meer belijdeniscatechese, introductiecatechese, doop- en avondmaalscatechese en huwelijkscatechese.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-3-5

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
5

De catechese wordt gegeven onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, in de regel door de predikant. De kerkenraad kan de catechese geheel of ten dele opdragen aan daartoe bekwame leden van de gemeente of aan daartoe opgeleide leden van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-3-6

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
6

De in het vorige lid bedoelde gemeenteleden worden met het oog op hun werkzaamheden in de catechese begeleid door de predikant of een daartoe aangestelde kerkelijk werker.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9.III.

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel
4-5

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-4-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 4.

De voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof

Lid
1

De voorbereiding tot het doen van openbare belijdenis van het geloof vindt in de regel plaats in de belijdeniscatechese, die bij voorkeur wordt gegeven door de predikant.
De kerkenraad bepaalt op welke wijze deze voorbereiding plaatsvindt in geval van toepassing van het bepaalde in artikel 5-3 en 4.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-4-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 4.

De voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof

Lid
2

De kerkenraad of een vertegenwoordiging daarvan voert met hen die te kennen hebben gegeven belijdenis van het geloof te willen doen, een gesprek over hun motivatie en over de inhoud van hun geloof, teneinde hen tot deze belijdenis te kunnen toelaten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-4-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 4.

De voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof

Lid
3

De namen van hen die door de kerkenraad zijn toegelaten tot de belijdenis van het geloof, worden aan de gemeente bekend gemaakt voordat de belijdenis van het geloof wordt afgelegd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-4-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 4.

De voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof

Lid
4

Indien degene die de toelating tot de belijdenis van het geloof vraagt, in het register van een andere gemeente van de kerk is ingeschreven, vindt de belijdenis van het geloof eerst plaats nadat de kerkenraad van die andere gemeente daarvan op de hoogte is gesteld en daartegen binnen drie weken geen bezwaar heeft gemaakt. De kerkenraad beoordeelt of een door de andere kerkenraad gemaakt bezwaar een beletsel voor de openbare belijdenis vormt en geeft uiterlijk vier weken voor het afleggen van de openbare belijdenis aan de kerkenraad van de andere gemeente bericht van zijn besluit.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
1

Zij die openbare belijdenis van het geloof afleggen, worden daarmee opgenomen onder de belijdende leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
2

De openbare belijdenis van het geloof vindt plaats in een kerkdienst van de gemeente, met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
3

Ouders of verzorgers die de doopvragen beantwoorden bij de doop van hun kind, kunnen, met inachtneming van artikel 4-1, onder de belijdende leden van de gemeente worden opgenomen wanneer zij in de betreffende kerkdienst bevestigend antwoorden op een daartoe strekkende vraag. Het bepaalde in artikel 4-2 tot en met 4 is hierbij van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
4

Zij die als dooplid verkozen zijn tot ambtsdrager en zich bereid verklaard hebben deze verkiezing te aanvaarden, worden onder de belijdende leden van de gemeente opgenomen door beantwoording van een daartoe strekkende vraag voorafgaand aan hun bevestiging tot ambtsdrager in de betreffende kerkdienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-5

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
5

Opneming onder de belijdende leden van de gemeente kan in bijzondere omstandigheden, met toestemming van de kerkenraad, eveneens plaatsvinden door het afleggen van belijdenis van het geloof ten overstaan van de kerkenraad of een vertegenwoordiging daarvan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-6

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
6

De kerkenraad gaat na, indien een belijdend lid dat zich aan de gemeenschap van de kerk heeft onttrokken verlangt weer in haar midden te worden opgenomen, wat de beweegredenen zijn en beslist op welke wijze de betrokkene weer onder de belijdende leden van de gemeente kan worden opgenomen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-7

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
7

De kerkenraad gaat na, indien een lid van een andere kerk verlangt als belijdend lid opgenomen te worden in een gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland, wat de beweegredenen zijn en beslist op grond van hetgeen destijds door betrokkene beleden werd — naar richtlijnen door de kerk gesteld — op welke wijze de betrokkene onder de belijdende leden van de gemeente wordt opgenomen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-8

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
8

De namen van hen die naar het bepaalde in dit artikel onder de belijdende leden zijn opgenomen, worden in het belijdenisboek van de gemeente ingeschreven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-5-9

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
9

Is de belijdenis van het geloof afgelegd door iemand die in een register van een andere gemeente van de kerk is ingeschreven, dan doet de kerkenraad van de gemeente waar de belijdenis van het geloof heeft plaatsgevonden, daarvan mededeling aan de kerkenraad van die andere gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9.IV.

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel
6-7

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-6-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
1

De gemeente geeft er blijk van naar haar jonge leden te willen luisteren en voert een op hun situatie afgestemd beleid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-6-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
2

In dit beleid is de deelname van jongeren in de eredienst opgenomen en hebben missionaire, diaconale en pastorale activiteiten van en voor jongeren een plaats.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-6-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
3

De gemeente geeft in dit beleid uitdrukking aan haar medeverantwoordelijkheid voor de vorming en toerusting van de jeugd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-6-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
4

Het werk met en ten behoeve van de jeugd in de gemeente krijgt gestalte zowel in het eigen kerkelijk jeugdwerk als in het werk van jeugdorganisaties waarmee de gemeente contacten onderhoudt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-6-5

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
5

De verantwoordelijkheid voor de wijze waarop het werk met en ten behoeve van de jeugd wordt verricht, berust bij de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-7-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
1

De gemeente heeft de opdracht mee te werken aan de geestelijke vorming van de jeugd waar deze wordt gevormd en onderwezen, met name in huis en school, en zoekt het geloof tot uitdrukking te brengen in de sociale en culturele verbanden waarin de jeugd zich oriënteert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-7-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
2

De gemeente bevordert het gesprek en de samenwerking tussen kerk en school.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-7-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
3

Deze opdracht van de gemeente krijgt onder meer gestalte in het verzorgen van en het verlenen van medewerking aan godsdienstonderwijs en geestelijke vorming in onderwijsinstellingen en het onderhouden van contacten met het christelijk onderwijs.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-7-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
4

De gemeente zal, bij voorkeur in samenwerking met andere gemeenten en kerkelijke gemeenschappen, de mogelijkheden onderzoeken en gebruiken om in de media waardoor jongeren worden bereikt, vragen van geloof en leven aan de orde te stellen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 9-7-5

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
5

Krachtens haar missionaire opdracht tracht de gemeente met name in haar pastorale en diaconale activiteiten voorzieningen te scheppen voor jongeren die deze behoeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10

Ordinantie 10 Het opzicht

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10.I.

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel
1

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-1-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel 1.

Algemeen

Lid
1

De gemeente is geroepen te blijven in de weg van het belijden van de kerk.
Het opzicht, gegrond in de barmhartigheid van Jezus Christus, geschiedt tot eer van God, tot bewaring van de gemeente en tot behoud van hen die dwalen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-1-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel 1.

Algemeen

Lid
2

Het opzicht dat door of in opdracht van de ambtelijke vergaderingen wordt uitgeoefend, laat onaangetast de roeping die op alle leden van de gemeente rust om naar elkaar om te zien, elkaar op te bouwen, elkaar de vergeving Gods aan te zeggen en zo nodig elkaar te vermanen en dit vermaan ter harte te nemen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-1-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel 1.

Algemeen

Lid
3

Ten behoeve van het opzicht dat in opdracht van de meerdere ambtelijke vergaderingen wordt gehouden zijn er
− voor het opzicht over de gemeenten: de colleges voor de visitatie,
− voor het opzicht over belijdenis en wandel: de colleges voor het opzicht.
Het opzicht over de verkondiging, de catechese en de opleiding en vorming van de predikanten wordt gehouden door de meerdere ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-1-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel 1.

Algemeen

Lid
4

Het opzicht wordt gehouden met inachtneming van de bijzondere verbondenheid van de gemeente ten aanzien van de belijdenisgeschriften, als bedoeld in ordinantie 1-1.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10.II.

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel
2-5

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-2-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 2.

Kerkvisitatie

Lid
1

Het opzicht over de gemeenten vindt plaats in de visitatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-2-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 2.

Kerkvisitatie

Lid
2

De visitatie heeft ten doel de opbouw van de gemeente en betreft
− het geestelijk leven van de gemeente,
− het gehoor geven aan de roeping van de gemeente en
− de vervulling van ambten en diensten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-2-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 2.

Kerkvisitatie

Lid
3

De visitatie gaat uit van de meerdere ambtelijke vergaderingen en wordt gehouden door visitatoren aangewezen door deze ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-3-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
1

Er zijn evenveel regionale colleges voor de visitatie als er algemene classicale vergaderingen zijn.
De leden van een regionaal college voor de visitatie worden benoemd door de classicale vergaderingen, waarbij elke classicale vergadering volgens een door de algemene classicale vergadering vast te stellen rooster vier visitatoren benoemt en wel twee uit de predikanten of emeriti predikanten en twee uit de andere ambtsdragers of andere voormalige ambtsdragers.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-3-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
2

De door de classicale vergaderingen benoemde visitatoren werken samen in een regionaal college voor de visitatie.
Een regionaal college voor de visitatie bestaat uit
− de visitatoren van de classicale vergaderingen die in een algemene classicale vergadering samenwerken, en
− een voorzitter die, gehoord de aanbeveling van de door de classicale vergaderingen benoemde visitatoren, als visitator wordt benoemd door de algemene classicale vergadering uit de (oud-)ambtsdragers woonachtig in het gebied van het betreffende regionale college.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-3-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
3

De leden van het generale college voor de visitatie worden benoemd door de generale synode volgens een door de kleine synode vast te stellen rooster.
Het college bestaat uit ten minste zeven visitatoren van wie ten naaste bij de helft uit de predikanten of emeriti predikanten en ten naaste bij de helft uit de andere ambtsdragers of andere voormalige ambtsdragers die tezamen met de voorzitter die eveneens door de generale synode wordt benoemd, het generale college voor de visitatie vormen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-3-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
4

De evangelisch-lutherse synode benoemt een aantal visitatoren die — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — betrokken worden bij de visitatie door een regionaal college respectievelijk het generale college voor de visitatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-3-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
5

Visitatoren worden benoemd voor een tijdvak van vier jaar en zijn eenmaal terstond herbenoembaar; de voorzitter van een college voor de visitatie is tweemaal terstond herbenoemdbaar.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-3-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
6

Voor elk lid van een college wordt een secundus benoemd die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.
Een secundus kan als adviserend lid op verzoek van het college betrokken worden bij de werkzaamheden van de visitatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-3-7

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
7

Het is niet mogelijk tegelijkertijd als lid of adviserend lid zitting te hebben in meer dan één van de colleges voor de visitatie, het opzicht en de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-4-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 4.

Arbeidsveld

Lid
1

De colleges voor de visitatie hebben tot taak
− zich op de hoogte te stellen van het geestelijk leven van de gemeenten,
− onderzoek te doen naar de wijze waarop de gemeenten gehoor geven aan haar roeping en naar de vervulling van de ambten en diensten,
− te bemiddelen — door het voeren van overleg en het geven van gevraagd en ongevraagd advies — in geval van moeilijkheden, in het bijzonder in en tussen ambtelijke vergaderingen, behoudens het bepaalde in ordinantie 11.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-4-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 4.

Arbeidsveld

Lid
2

Het arbeidsveld van de colleges voor de visitatie omvat ook de visitatie van de predikanten in algemene dienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
1

Het regionale college voor de visitatie draagt ervoor zorg dat elke gemeente, gelegen in de classes die in de desbetreffende algemene classicale vergadering samenwerken, ten minste eenmaal in de vier jaar door twee visitatoren wordt bezocht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
2

Het regionale college voor de visitatie kan — wanneer feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven of wanneer ene kerkenraad of het breed moderamen van een meerdere ambtelijke vergadering daartoe een verzoek heeft gedaan — een tussentijdse buitengewone visitatie houden. Ook kan het college zich zo nodig schriftelijk dan wel mondeling met de betrokken kerkenraad, ambtsdragers of gemeenteleden in verbinding stellen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
3

Het generale college voor de visitatie geeft als samenbindend orgaan voor de visitatie algemene leiding aan de visitatie en verleent alleen in overleg met het betreffende regionale college voor de visitatie bijstand bij de visitatie in de classes.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
4

In de gemeente waar een visitatie wordt gehouden, wordt op verzoek van en in overleg met de visitatoren een vergadering van de kerkenraad belegd onder voorzitterschap van een van de visitatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
5

De leden van de kerkenraad en allen die daarnaast door visitatoren worden opgeroepen, zijn gehouden in deze kerkenraadsvergadering aanwezig te zijn en — in geval van verhindering — daarvan tevoren met redenen omkleed melding te maken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
6

Bij een periodieke visitatie wordt aan de leden van de gemeente de gelegenheid gegeven tot een gesprek met visitatoren.
Visitatoren kunnen deze gelegenheid ook bieden in geval van een buitengewone visitatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-7

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
7

Visitatoren zijn bevoegd, als zij daartoe aanleiding zien, de gemeente te horen door het beleggen van een vergadering voor de leden van de gemeente.
Deze vergadering wordt gehouden onder leiding van de visitatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-8

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
8

Visitatoren kunnen zich in voorkomende gevallen in de uitvoering van hun werkzaamheden laten bijstaan door deskundigen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-9

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
9

Alle ambtsdragers en organen van gemeente en kerk zijn gehouden aan visitatoren de door dezen ten behoeve van hun arbeid gevraagde inlichtingen en gegevens te verstrekken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-10

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
10

Visitatoren doen van hun visitaties schriftelijk verslag aan het regionale college voor de visitatie, dat een afschrift daarvan doet toekomen aan het breed moderamen van de betrokken classicale vergadering en aan de betrokken kerkenraden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-11

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
11

Een regionaal college voor de visitatie dient bij de classicale vergaderingen jaarlijks een overzicht in met betrekking tot het kerkelijk leven in de door haar gevisiteerde gemeenten binnen de classis. Van deze overzichten wordt een afschrift gezonden aan het generale college voor de visitatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-5-12

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
12

De regionale colleges en het generale college voor de visitatie stellen ten behoeve van de classicale vergaderingen respectievelijk de generale synode om de vier jaar een overzicht samen over het kerkelijk leven in hun ressort.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10.III.

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel
6-12

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-6-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 6.

Algemeen

Lid
1

Het opzicht over de belijdenis en wandel van de leden en ambtsdragers van de kerk en van hen die in een dienst zijn gesteld strekt
− tot opbouw van het geestelijk leven van de gemeente,
− tot behoud van hen die dwalen,
− tot verzoening van dezen met de gemeente en met hun naasten en
− tot bewaring van de orde in het leven en werken van gemeente en kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-6-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 6.

Algemeen

Lid
2

Geven iemands belijdenis en wandel of vervulling van ambt of dienst aanleiding tot bijzondere bemoeienis, dan vindt deze eerst plaats door pastorale samenspreking en vermaan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-6-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 6.

Algemeen

Lid
3

Indien nodig gaat de kerk over tot toepassing van de middelen die gegeven zijn met kerkelijke tucht, volgens regels in deze ordinantie gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-7-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 7.

Het opzicht van de ambtelijke vergaderingen

Lid
1

Het opzicht over de leden van de gemeente berust — met inachtneming van het in deze ordinantie overigens bepaalde — bij de (wijk)kerkenraad,
met dien verstande dat dit opzicht, indien het betreft een beslissing over toepassing van een van de middelen van kerkelijke tucht, wordt opgedragen aan het college van predikant(en) en ouderlingen, gehoord het regionale college voor het opzicht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-7-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 7.

Het opzicht van de ambtelijke vergaderingen

Lid
2

Het opzicht over de ambtsdragers en over hen die in een dienst zijn gesteld, alsmede over degenen die de bevoegdheid hebben voor te gaan in de eredienst, berust bij de classicale vergadering,
met dien verstande dat dit opzicht, indien het betreft een beslissing over toepassing van een van de middelen van kerkelijke tucht, wordt opgedragen aan het regionale college voor het opzicht.
Indien het betreft een predikant in algemene dienst of iemand die uit hoofde van enige kerkelijke opdracht betrokken is bij de opleiding en vorming van predikanten, vindt de eerste behandeling plaats in de classicale vergadering van de gemeente waar betrokkene als lid is ingeschreven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-7-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 7.

Het opzicht van de ambtelijke vergaderingen

Lid
3

Indien het opzicht over belijdenis en wandel betreft een beslissing in beroep over toepassing van een van de middelen van kerkelijke tucht is dit opzicht opgedragen aan het generale college voor het opzicht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-7-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 7.

Het opzicht van de ambtelijke vergaderingen

Lid
4

Zij die met het opzicht zijn belast, horen — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — de synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-7-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 7.

Het opzicht van de ambtelijke vergaderingen

Lid
5

Een algemene classicale vergadering van oordeel zijnde dat een regionaal college voor het opzicht ter zake van het houden van dit opzicht in gebreke blijft, kan aan dit college over de redenen daartoe opheldering vragen, en, indien zij deze onvoldoende oordeelt, zich wenden tot de kleine synode, die bevoegd is het generale college voor het opzicht op te dragen de zaak alsnog ter hand te nemen en een besluit te nemen, als naar zijn oordeel het regionale college had behoren te nemen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-7-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 7.

Het opzicht van de ambtelijke vergaderingen

Lid
6

Aan de behandeling van een zaak die het opzicht betreft, wordt niet deelgenomen door een lid van de vergadering respectievelijk van het college voor het opzicht indien het een zaak betreft
− waarin tegen het betrokken lid dan wel tegen een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad een beschuldiging is ingebracht,
− waarin betrokkene is opgeroepen om als getuige te verschijnen,
− waarin betrokkene reeds in een eerder stadium heeft deelgenomen aan het nemen van een beslissing over het al dan niet toepassen van een middel van kerkelijke tucht in dezelfde zaak, behoudens het in artikel 9-9 bepaalde.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
1

Er zijn evenveel regionale colleges voor het opzicht als er algemene classicale vergaderingen zijn.
Het rechtsgebied van een regionaal college voor het opzicht omvat de classes waarvan de classicale vergaderingen samenwerken in de algemene classicale vergadering die het college benoemt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
2

Op verzoek van twee of meer algemene classicale vergaderingen kan de generale synode besluiten voor deze regionale vergaderingen één regionaal college voor het opzicht in te stellen, waarbij de generale synode de nodige voorzieningen treft.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
3

Een regionaal college voor het opzicht bestaat uit vijf leden, door de algemene classicale vergadering — nadat de classicale vergaderingen in de gelegenheid zijn gesteld aanbevelingen in te dienen — benoemd uit de predikanten en ouderlingen van het rechtsgebied van het college en wel zo dat in het college ten naaste bij evenveel predikanten als ouderlingen zitting hebben.
De leden worden voor een periode van acht jaar benoemd volgens een door de algemene classicale vergadering vast te stellen rooster. Zij kunnen niet voor een aansluitende periode worden herbenoemd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
4

Aan het regionale college voor het opzicht wordt voor een periode van telkens vier jaar door de algemene classicale vergadering toegevoegd een adviserend lid dat de hoedanigheid van meester in de rechten bezit. Het adviserend lid wordt benoemd uit de belijdende leden, bij voorkeur wonend in het rechtsgebied van het betreffende college.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
5

De algemene classicale vergadering wijst de voorzitter van het regionale college aan.
Het regionale college wijst uit zijn midden een secretaris aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
6

Het generale college voor het opzicht bestaat uit vijf leden, door de generale synode benoemd uit de predikanten en ouderlingen en wel zo dat in het college ten naaste bij evenveel predikanten als ouderlingen zitting hebben. De leden worden voor een periode van acht jaar benoemd volgens een door de kleine synode vast te stellen rooster. Zij kunnen niet voor een aansluitende periode worden herbenoemd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-7

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
7

Aan het generale college voor het opzicht wordt voor een periode van telkens vier jaar door de generale synode toegevoegd een adviserend lid dat de hoedanigheid van meester in de rechten bezit.
Het adviserend lid wordt benoemd uit de belijdende leden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-8

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
8

De generale synode wijst de voorzitter van het generale college aan.
Het generale college wijst uit zijn midden een secretaris aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-9

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
9

Voor elk lid respectievelijk adviserend lid van een college wordt een secundus en een tertius aangewezen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van de primus respectievelijk van de primus en secundus ter vergadering wordt opgeroepen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-8-10

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 8.

De colleges voor het opzicht

Lid
10

Het is niet mogelijk tegelijkertijd als lid of adviserend lid zitting te hebben in meer dan één van de colleges voor de visitatie, het opzicht en de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
1

Zij die zijn belast met de beslissing over het toepassen van een middel van kerkelijke tucht, zijn bevoegd naar aanleiding van feiten en omstandigheden die hen ter kennis zijn gekomen, of als hun van een kerkenraad of het breed moderamen van een meerdere ambtelijke vergadering een verzoek daartoe bereikt, iemands belijdenis en wandel dan wel vervulling van ambt of dienst te onderzoeken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
2

Zij die zijn belast met de beslissing over het toepassen van een middel van kerkelijke tucht kunnen zich in de uitvoering van hun werkzaamheden laten bijstaan door deskundigen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
3

Indien gedurende het verloop van de in lid 1 bedoelde procedure feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, kunnen het college van predikant(en) en ouderlingen respectievelijk kan het desbetreffende college voor het opzicht degenen tegen wie bezwaren aangaande belijdenis of wandel zijn ingebracht, ernstig adviseren zich voorlopig ten aanzien van de deelname aan het leven van de betrokken gemeente terughoudend op te stellen. Dit advies heeft niet het karakter van een middel van kerkelijke tucht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
4

Zij die zijn belast met de beslissing over het toepassen van een middel van kerkelijke tucht, kunnen bepalen dat degene tegen wiens vervulling van ambt of dienst ernstige bezwaren zijn gerezen, zolang de kerk geen eindoordeel heeft gegeven, voorlopig de vervulling van het ambt of de dienst dient op te schorten. Deze voorlopige maatregel heeft niet het karakter van een middel van kerkelijke tucht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
5

Een college voor het opzicht kan — voordat ten aanzien van een predikant een beslissing wordt genomen over het al dan niet toepassen van een middel van kerkelijke tucht — bepalen dat betrokkene zich binnen een door het college te stellen termijn dient te onderwerpen aan een onderzoek door een of meer daartoe aan te wijzen artsen.
Indien het medisch onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan het college besluiten de behandeling van de zaak op te schorten en bepalen dat het breed moderamen van de desbetreffende classicale vergadering dient over te gaan tot het verlenen van emeritaat omdat betrokkene blijvend niet in staat is de werkzaamheden van een predikant te verrichten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
6

Ten aanzien van degene die zich schuldig maakt aan onchristelijke belijdenis of levenswandel of aan een andere wijze van verstoren van de orde in het leven en werken van de kerk, kan gebruik gemaakt worden van de middelen van kerkelijke tucht:
a. de vermaning om terug te keren van een belijdenis of wandel waarin kennelijk niet geluisterd wordt naar wat Christus door Zijn Geest en Woord tot ons zegt,
b. de ernstige vermaning dat de kennelijke verharding tegen het Woord het op waardige wijze eten van het brood en drinken van de beker des Heren voor de betrokkene verhindert, waardoor de gemeenschap wordt geschaad,
c. de schorsing voor bepaalde of onbepaalde tijd in de bevoegdheid tot uitoefening van het actief en passief kiesrecht.
In het geval toepassing van één of meer van deze middelen betrekking heeft op een ambtsdrager of iemand die in een dienst staat, dan wel iemand aan wie kerkelijke bevoegdheden zijn toegekend, dient het betreffende college zich er van te vergewissen of niet tevens toepassing dient te worden gegeven aan de middelen genoemd in lid 7.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-7

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
7

Ten aanzien van degene die zich schuldig maakt aan schromelijke veronachtzaming of misbruik van het ambt dan wel de dienst dan wel de door de kerk toegekende bevoegdheden, kan gebruik gemaakt worden van de volgende middelen van kerkelijke tucht:
a. de ambtelijke vermaning,
b. de schorsing voor bepaalde tijd in de vervulling van het ambt of de dienst dan wel in de uitoefening van door de kerk toegekende bevoegdheden,
c. schorsing voor onbepaalde tijd in de vervulling van het ambt of de dienst dan wel in de uitoefening van de door de kerk toegekende bevoegdheden, waarbij — voorzover van toepassing — betrokkene tevens wort losgemaakt van de gemeente waaraan deze is verbonden. Het betreffende college voor het opzicht beoordeelt na een door dit college nader te bepalen periode van ten hoogste drie jaar of toepassing gegeven kan worden aan het bepaalde in lid 9 dan wel of er redenen zijn om de schorsing hetzij voor onbepaalde tijd te handhaven hetzij om te zetten in het onder d aangegeven middel van kerkelijke tucht,
d. de ontzetting uit het ambt of de dienst dan wel het ontnemen van de door de kerk toegekende bevoegdheden.
In het geval toepassing wordt gegeven aan de in dit lid genoemde middelen dient het betreffende college zich er van te vergewissen of niet tevens toepassing dient te worden gegeven aan de middelen genoemd in lid 6.
In het geval toepassing wordt gegeven aan de onder c en d genoemde middelen wordt aan de predikant of degene die in een dienst is gesteld — naar regels bij generale regeling gesteld — een wachtgeld toegekend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-8

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
8

Zij die zijn belast met de beslissing over het toepassen van een middel van kerkelijke tucht, kunnen als uiterste middel van kerkelijke tucht, bij ergerniswekkende hardnekkigheid in een onchristelijke belijdenis of levenswandel op grond waarvan reeds één of meer middelen van kerkelijke tucht zijn toegepast, uitspreken dat zij daardoor de gemeenschap van betrokkene met gemeente en kerk verbroken achten.
De toepassing van dit middel kan, indien een beslissing daartoe wordt genomen door het college van predikant(en) en ouderlingen, alleen plaatsvinden in overleg met het betrokken regionale college voor het opzicht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-9-9

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 9.

Bevoegdheden

Lid
9

Een middel van kerkelijke tucht dat voor onbepaalde tijd is toegepast, wordt opgeheven nadat berouw is gebleken en verzoening met de gemeente tot stand gekomen is.
Tot opheffing is bevoegd het kerkelijk lichaam dat — in laatste aanleg — tot toepassing van het middel van kerkelijke tucht heeft besloten, zulks op verzoek van de betrokkene dan wel van de betrokken ambtelijke vergadering(en).

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-10-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 10.

Behandeling in eerste aanleg

Lid
1

Een besluit tot toepassing van een middel van kerkelijke tucht kan slechts genomen worden nadat
− degene tegen wie de beschuldiging is ingebracht ten minste veertien dagen voor de behandeling van de zaak schriftelijk op de hoogte is gesteld van de bezwaren die tegen betrokkene zijn ingebracht,
− op verzoek van betrokkene afschrift is gegeven van de stukken en de verslagen van de getuigenverklaringen die bij de behandeling van de zaak ter tafel komen,
− betrokkene in de gelegenheid is gesteld zich — in een vergadering van het college van predikant(en) en ouderlingen respectievelijk het regionale college voor het opzicht — te rechtvaardigen, desgewenst bijgestaan door een raadsman of -vrouw.
De behandeling van een zaak, het opzicht betreffend, geschiedt met inachtneming van het in deze ordinantie en in de generale regeling voor de kerkelijke rechtspraak bepaalde.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-10-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 10.

Behandeling in eerste aanleg

Lid
2

Een besluit tot toepassing van een middel van kerkelijke tucht is slechts genomen wanneer ten minste twee derde van het aantal leden waaruit de voltallige vergadering bestaat, zich daarvoor verklaart.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-10-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 10.

Behandeling in eerste aanleg

Lid
3

De formulering van een besluit tot toepassing van een middel van kerkelijke tucht bevat de overwegingen ten aanzien van de feiten en de redenen waarop het besluit rust.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-10-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 10.

Behandeling in eerste aanleg

Lid
4

Binnen dertig dagen nadat het besluit tot toepassing van een middel van kerkelijke tucht is genomen, wordt daarvan een afschrift gezonden aan
a. het betrokken gemeentelid of de betrokken ambtsdrager dan wel degene die een dienst vervult,
b. degene die de beschuldiging heeft ingebracht,
c. de kerkenraad van de gemeente waartoe de betrokkene behoort, als het besluit is genomen door een regionaal college voor het opzicht,
d. het breed moderamen van de classicale vergadering van de gemeente waar betrokkene als lid is ingeschreven,
e. het generale college voor het opzicht,
f. het betrokken college voor de visitatie en
g. in daarvoor in aanmerking komende gevallen de synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode.
Aan de onder a tot en met d genoemde wordt het besluit aangetekend verzonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-10-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 10.

Behandeling in eerste aanleg

Lid
5

Wordt een besluit genomen om niet over te gaan tot toepassing van een middel van kerkelijke tucht, dan wordt daarvan, binnen dertig dagen, met redenen omkleed mededeling gedaan aan
a. degene tegen wie de beschuldiging is ingebracht,
b. degene die de beschuldiging heeft ingebracht en
c. de betrokken kerkenraad, als het besluit is genomen door een regionaal college voor het opzicht,
onder toezending van een afschrift daarvan aan het generale college voor het opzicht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-10-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 10.

Behandeling in eerste aanleg

Lid
6

Indien zij die zijn belast met het houden van opzicht, van oordeel zijn dat er reden voor een onderzoek inzake belijdenis en wandel respectievelijk de vervulling van een ambt, dienst of functie dan wel indien een beschuldiging terzake is ingebracht, nemen zij de zaak onverwijld, doch in ieder geval binnen twee maanden in behandeling, en wordt aan degenen tegen en door wie de beschuldiging is ingebracht, mededeling gedaan van de ontvangst van de beschuldiging met vermelding van de termijn waarbinnen betrokkene de gelegenheid heeft daarop schriftelijk te antwoorden alsmede van het verdere verloop van de procedure. De behandeling van zaken, het opzicht betreffende, is steeds mede er op gericht deze zonder vertraging tot afdoening te brengen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
1

Indien degene tegen wie de beschuldiging is ingebracht, meent dat ten onrechte een middel van kerkelijke tucht is toegepast of wanneer betrokkene zich niet kan verenigen met de gronden waarop besloten is geen middel van kerkelijke tucht toe te passen, kan deze zich beroepen op het generale college voor het opzicht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
2

Indien degene die de beschuldiging in eerste aanleg heeft ingebracht, bezwaar heeft tegen het genomen besluit over het al dan niet toepassen van een middel van kerkelijke tucht of zich niet kan verenigen met de redenen die daarvoor zijn gegeven, kan deze zich eveneens beroepen op het generale college voor het opzicht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
3

Indien de betrokken kerkenraad of het betrokken breed moderamen van een classicale vergadering van oordeel is dat een regionaal college in gebreke is gebleven ten aanzien van de behandeling van een beschuldiging die is ingebracht, kan deze aan dit college inlichtingen vragen over de beweegredenen daartoe en, indien het deze onvoldoende oordeelt, zich om een voorziening wenden tot het generale college voor het opzicht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
4

Indien de betrokken kerkenraad of het betrokken breed moderamen van een classicale vergadering de overtuiging heeft dat een regionaal college ten onrechte overgegaan is tot toepassing van een middel van kerkelijke tucht, kan deze zich beroepen op het generale college voor het opzicht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
5

Een beroep wordt schriftelijk en gemotiveerd ingesteld binnen dertig dagen na de dag waarop de beslissing werd verzonden of na de dag waarop daarvan redelijkerwijze kennis kon worden genomen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
6

In geval van beroep op het generale college treedt het middel van kerkelijke tucht tot toepassing waarvan besloten was, niet in werking voor de dag waarop het generale college in de zaak een eindbeslissing heeft gegeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-7

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
7

Bij de behandeling in beroep is het bepaalde in artikel 10-1, 2, 3 en 6 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-8

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
8

Het generale college neemt in een aan hem voorgelegde zaak een beslissing binnen dertig dagen nadat het beroep is ingesteld; de voorzitter is bevoegd, onder opgave van de redenen daarvan aan de betrokkene(n) en aan hen die de beslissing in eerste aanleg hebben genomen, deze termijn zo nodig telkens met dertig dagen te verlengen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-9

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
9

Het generale college kan een besluit inzake het al dan niet toepassen van een middel van kerkelijke tucht vernietigen, ook indien de betrokkene geen voorziening in beroep heeft gevraagd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-10

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
10

Indien het generale college besluit tot vernietiging van een in eerste aanleg gegeven beslissing doet het generale college de zaak zelf af of verwijst deze naar degenen die de beslissing in eerste aanleg gegeven hebben, dan wel naar een door hem aan te wijzen regionaal college ter verdere behandeling met inachtneming van het besluit van het generale college.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-11-11

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 11.

Beroep

Lid
11

Het generale college zendt van zijn besluit binnen dertig dagen na de dag waarop het besluit is genomen een afschrift aan
a. het betrokken gemeentelid of de betrokken ambtsdrager dan wel degene die een dienst vervult,
b. degene die de beschuldiging heeft ingebracht,
c. degenen die de beslissing in eerste aanleg hebben genomen,
d. de betrokken kerkenraad,
e. de betrokken brede moderamina van de meerdere ambtelijke vergaderingen,
f. het generale college voor de visitatie,
g. het betrokken regionale college voor de visitatie en
h. in daarvoor in aanmerking komende gevallen de synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode.
Aan de onder a tot en met e genoemden wordt het besluit aangetekend verzonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-12-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

III. Het opzicht over belijdenis en wandel

Artikel 12.

Herziening

Lid
1

Indien het generale college voor het opzicht feiten en omstandigheden ontwaart waarmede bij de beslissing tot het al dan niet toepassen van een middel van kerkelijke tucht geen rekening kon worden gehouden toen het laatste besluit werd genomen en welke, indien deze bekend waren, naar de mening van het generale college tot een ander besluit aanleiding zouden kunnen geven, is het generale college bevoegd tot herziening van deze zaak over te gaan.
In dat geval neemt het generale college een zodanig besluit als naar zijn mening genomen zou moeten zijn, indien bij de vroegere behandeling van deze zaak deze feiten en omstandigheden reeds bekend waern geweest. Het bepaalde in artikel 11-11 is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10.IV.

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel
13-15

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-13-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 13.

Algemeen

Lid
1

Het opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten strekt tot de rechte bediening van het Evangelie en tot wering uit verkondiging en kerkelijk onderricht van datgene wat de fundamenten van de kerk aantast, doordat het de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift uitsluit en de gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht verbreekt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-13-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 13.

Algemeen

Lid
2

Het opzicht over de prediking en het onderwijs van hen die geroepen zijn tot de verkondiging en de catechese, alsmede over de opleiding en vorming van predikanten berust bij de classicale vergaderingen en de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-13-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 13.

Algemeen

Lid
3

Het in dit hoofdstuk bepaalde is van overeenkomstige toepassing op allen die de bevoegdheid hebben voor te gaan in de eredienst, op grond van enige kerkelijke bevoegdheid optreden ten behoeve van de catechese of uit hoofde van een opdracht van de kerk betrokken zijn bij de vorming en opleiding van de predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-14-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 14.

Het opzicht van de classicale vergaderingen

Lid
1

Een classicale vergadering die reden heeft om aan te nemen dat een predikant bij de verrichting van de aan het ambt verbonden werkzaamheden zo predikt en leert dat deze de fundamenten van de kerk aantast, draagt — na de betrokken kerkenraad te hebben gehoord — aan het regionale college voor de visitatie op daarnaar een onderzoek in te stellen.
In daarvoor in aanmerking komende gevallen is het bepaalde in artikel 3-4 van overeenkomstige toepassing.
Indien het betreft een predikant in algemene dienst dan wel iemand die uit hoofde van enige kerkelijke opdracht betrokken is bij de opleiding en vorming van predikanten is het bepaalde in artikel 7-2 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-14-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 14.

Het opzicht van de classicale vergaderingen

Lid
2

Indien dit vermoeden blijkt niet zonder grond te zijn, trachten de visitatoren de predikant door pastorale samenspreking en vermaan tot verandering van gevoelen te brengen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-14-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 14.

Het opzicht van de classicale vergaderingen

Lid
3

Visitatoren doen aan de betrokken classicale vergadering verslag van het door hen verrichte onderzoek en van het resultaat daarvan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-14-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 14.

Het opzicht van de classicale vergaderingen

Lid
4

Wanneer de classicale vergadering geen termen aanwezig acht de zaak voortgang te doen hebben, stelt zij de predikant, de betrokken kerkenraad en het regionale college voor de visitatie daarvan schriftelijk op de hoogte.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-14-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 14.

Het opzicht van de classicale vergaderingen

Lid
5

Is de classicale vergadering van oordeel dat er wel redenen zijn voor verdere bespreking, dan nodigt zij de predikant uit voor een samenspreking.
Aan deze samenspreking wordt deelgenomen door een aantal adviseurs, aangewezen door en uit het orgaan van bijstand van de generale synode voor de zaken van kerk en theologie, die daarna aan de classicale vergadering schriftelijk hun oordeel mededelen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-14-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 14.

Het opzicht van de classicale vergaderingen

Lid
6

De classicale vergadering spreekt, nadat de predikant nogmaals in de gelegenheid is gesteld zich voor de classicale vergadering te rechtvaardigen en de betreffende adviseurs wederom zijn gehoord, uit of zij van oordeel is dat de predikant zich niet meer beweegt in de weg van het belijden van de kerken en daarmee de fundamenten van de kerk aantast.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-14-7

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 14.

Het opzicht van de classicale vergaderingen

Lid
7

Is de classicale vergadering van oordeel dat deze vraag bevestigend beantwoord moet worden, dan brengt zij dit oordeel met redenen omkleed ter kennis van de betreffende predikant en de kerkenraad en van de generale synode.
Bij een ontkennend antwoord doet de classicale vergadering daarvan mededeling aan de betrokken predikant en de kerkenraad en aan de theologische adviseurs.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-15-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 15.

Het opzicht van de generale synode

Lid
1

Wanneer een zaak overeenkomstig het bepaalde in artikel 14-7 door een classicale vergadering is voorgelegd aan de generale synode, wijst zij uit haar leden een bijzondere commissie aan die tot taak heeft de zaak voor behandeling door de generale synode voor te bereiden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 10-15-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

IV. Opzicht over de verkondiging en de catechese alsmede over de opleiding en vorming van predikanten

Artikel 15.

Het opzicht van de generale synode